---
title: "14 mars 2008 · Disposition pénale, amende administrative · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Disposition pénale, amende administrative. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 14 mars 2008."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-tribunal-anvers-2008-03-14-12a4"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

14 mars 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

56 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance d'Anvers du 14.03.2008

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V 0 N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op veertien maart tweeduizend en acht in openbare zitting van, de 1F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, al waar zetelden :**

**P. W.**, enig rechter.

**N. D.**, griffier.

**In zake : A.R. Nr. 07/281/A**

**U. R. J. J.,**

geboren op 11 september 1953, wonende te …, ….

**EISENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **D. F.** loco meester **K. B.** en loco meester **P. E.**, advocaten, beiden kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Invordering, sector Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de Administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen te Antwerpen in de persoon van de rekenplichtige van het tweede BTW~ontvangkantoor te Antwerpen. met burelen gevestigd te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4.

**VERWERENDE PARTIJ**

\- verschijnende bij meester **L. A.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

\- het verzoekschrift neergelegd ter griffie op 11 januari 2007,

\- de beschikking verleend overeenkomstig artikel 747, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek op 4 juli 2007,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummers 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten. van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 15 februari 2008.

---

De vordering strekt ertoe het dwangbevel Reg. …, uitgevaardigd op 21 augustus 2006 en uitvoerbaar verklaard op 23 augustus 2006, te vernietigen, dienvolgens de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde of betaalde sommen, verhoogd met de moratoriumintresten, de gerechtelijke intresten en de kosten van het geding, minstens de geldboete te herleiden tot een bedrag van … EUR.

## Beoordeling

## Betreffende de boete

Het staat vast dat de CV **C.** niet heeft voldaan aan haar verplichting tot het indienen van de jaarlijkse opgave van de afnemers belastingplichtigen met betrekking tot het jaar 2004.

Zelfs wanneer de CV **C.** met betrekking tot het jaar 2004 geen enkele handeling heeft verricht die in de opgave moest worden vermeld, moest zij - krachtens artikel 1, laatste lid van het KB nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53quinquies W.BTW - een opgave indienen waarop zij de vermelding "nihil" aanbracht, hetgeen zij echter niet deed.

Niettegenstaande de CV **C.** volgens de beweringen van eiser sedert 1995 niet meer actief zou zijn, bleef zij dan ook verplicht tot het indienen van de jaarlijkse opgave.

Krachtens artike170, § 4 W.BTW en de eerste afdeling, VIII,1 van de bijlage bij het KB nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van. de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van, de BTW bedraagt de geldboete alsdan … EUR, zelfs wanneer er geen kwade trouw aanwezig is.

Eiser is als hoofdelijk aansprakelijke vennoot gehouden tot deze geldboete, zelfs wanneer hij ten onrechte van oordeel zou geweest zijn dat de CV **C.** was ontbonden en zelfs wanneer er in zijnen hoofde geen kwade trouw is.

Uit geen enkel element blijkt dat de rechten van verdediging werden geschonden.

Deze boete van … EUR is wettelijk, voldoende gemotiveerd en de rechtbank is van oordeel dat deze boete in redelijke verhouding staat met de gepleegde inbreuk en met de ernst van de feiten.

## Betreffende de rechtsplegingsvergoeding

Op de terechtzitting van 15 februari 2008 hebben beide partij en standpunt ingenomen over de rechtsplegingsvergoeding, die vanaf 1januari 2008 van toepassing is, zodat de rechten van verdediging werden gerespecteerd.

Om de waarde van de vordering te bepalen kunnen er drie mogelijkheden zich voordoen, namelijk :

\- eis is in geld uitgedrukt (artikelen 557 tot 562 Ger. W.);

\- eis is niet in geld uitgedrukt. maar wel in geld waardeerbaar (artike1592 Ger. W.);

\- eis is zelfs niet in geld waardeerbaar.

Te dezen wordt gevorderd het bestreden dwangbevel te vernietigen en minstens de geldboete te herleiden tot een bedrag van … EUR; weliswaar wordt ook gevorderd om de terugbetaling te bevelen van alle ten onrechte geïnde of betaalde sommen, doch er wordt niet nader gepreciseerd welke som zou betaald zijn en welk bedrag eiser terugvordert zodat dit bedrag aldus niet kan worden bepaald.

Niettegenstaande het bestreden dwangbevel een som geld tot voorwerp heeft, wordt te dezen gevorderd om het bedrag van het dwangbevel niet te moeten betalen of slechts gedeeltelijk te moeten betalen en om een niet nader bepaald bedrag terug te betalen zodat er aldus geen som geld wordt geëist.

Bijgevolg is de vordering van eiser overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger. W. niet in geld uitgedrukt.

Artikel 2 KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding bedoeld in artikel 1022 Ger. W. bepaalt uitdrukkelijk dat voor geschillen die betrekking hebben op in geld waardeerbare vorderingen het bedrag van de vordering wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger. W. in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg; hieruit volgt dat voor de vaststelling van het tarief van.de rechtsplegingsvergoeding de waarde van de vordering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 592 Ger. W., zijnde een eis die niet in geld is uitgedrukt maar wel in geld waardeerbaar is.

Aangezien de vordering van eiser overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 Ger. W. niet in geld is uitgedrukt en aangezien - zoals hoger vermeld - voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding de waarde van de vordering niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 592 Ger. W., staat het vast dat dit geschil voor de vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding betrekking heeft op niet in geld waardeerbare vorderingen.

Krachtens artikel 3 van voornoemd KB van 26 oktober 2007 bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding aldus …0 EUR, het minimumbedrag … EUR en het maximumbedrag … EUR.

Op de terechtzitting van 15 februari 2008 heeft eiser verzocht om. het basisbedrag te verminderen ingeval de rechtbank van oordeel is dat het geschil betrekking heeft op niet in geld waardeerbare vorderingen.

Aangezien het bestreden dwangbevel slechts een te betalen bedrag van … EUR tot voorwerp heeft leidt een rechtsplegingsvergoeding van … EUR tot een kennelijk onredelijke situatie zodat de rechtbank het basisbedrag kan verminderen nu eiser dit beeft verzocht.

Gelet op deze kennelijk onredelijke situatie zijn er dan ook redenen om het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te verminderen tot … EUR.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend,

Verklaart de vordering toelaatbaar, doch ongegrond en wijst deze af.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding tot op heden door verweerder begroot op de rechtsplegingsvergoeding en door de rechtbank ambtshalve vereffend op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

**N. D.** **P. W.**
