---
title: "21 novembre 2006 · Disposition pénale, amende administrative · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers"
description: "Disposition pénale, amende administrative, remboursement de la taxe, poursuite, instance. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 21 novembre 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-remboursement-cour-appel-anvers-2006-11-21-690d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative, remboursement de la taxe, poursuite · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

21 novembre 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

49 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 21.11.2006

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, 6****e** **bis KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :**

Inzake : **2005/AR/1355**

**BVBA C. E. A. C.**, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Turnhout onder nr. … en thans ingeschreven in de kruispuntbank der ondernemingen onder nr. …;

**appellante,**

tegen een vonnis gewezen door de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 3 januari 2005, aldaar gekend onder nr. A.R. 04/262/A;

vertegenwoordigd door Mr. **S. L.** loco Mr. **W. D.**, advocaat, kantoorhoudende te …, … (ref. : WD/sl-5775);

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, federale overheidsdienst Financiën, voor 1 januari 2003 het Ministerie van Financiën, administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout, waarvan de burelen gevestigd zijn te 2300 Turnhout, Spoorwegstraat 22;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Mr. **T. V.**, advocaat, kantoorhoudende te …, … (ref. : MIN FIN/**C. E. & C.** BVBA 04/975);

Gelet op de door de wet vereiste processtukken in behoorlijke vorm overgelegd, waaronder het eensluidend afschrift van het bestreden vonnis, op tegenspraak tussen partijen gewezen op 3 januari 2005 door de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, waarvan geen akte van betekening wordt voorgelegd, en waartegen een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 13 mei 2005;

Gehoord partijen in hun middelen en conclusies;

## 1. Feiten, retroacten, eis en verweer in hoger beroep :

**1.1.** De BVBA **C. E. A. C.**, appellante, is uit hoofde van haar economische activiteit van gegevensverwerking als BTW-belastingplichtige geregistreerd onder nummer BE ….

**1.2.** Op 17 juni 2003 werd door de heer **L. V. R.**, eerst aanwezend verificateur bij de administratie van de BTW, registratie en domeinen, ter beschikking gesteld van het controlecentrum van de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit te Herentals, een controle uitgevoerd over de juiste toepassing van de BTW-wetgeving met betrekking tot de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 december 2001.

De controleambtenaar stelde alsdan vast dat er met betrekking tot de handelingen van het derde kwartaal 2000 in vak 62 van de BTW-aangifte een bedrag van … EUR (… BEF) werd teruggevorderd. Dit bedrag vertegenwoordigt de BTW op facturen door appellante uitgeschreven aan de NV **S.** voor een totaal openstaand bedrag van … EUR (… BEF), BTW inclusief.

Gezien appellante een bedrag van … EUR (… BEF) in haar resultatenrekening per 31 december 1993 reeds onder de rubriek II Bedrijfskosten "waardevermindering op handelsvorderingen" als kost had opgenomen, ging de controleambtenaar ervan uit dat appellante op die datum het verlies van de schuldvordering als zeker heeft beschouwd en dat de vordering tot teruggave van de BTW bij het verstrijken van de indieningstermijn van de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de oorzaak zich heeft voorgedaan, hetzij op 20 januari 1994. Bij toepassing van [artikel 5, § 2, van het Koninklijk Besluit nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art5) kon de vordering vooralsnog worden opgenomen in één van de aangiften ingediend binnen de vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering is ontstaan. De vordering tot teruggaaf werd evenwel pas opgenomen in de aangifte met betrekking tot de handelingen van het derde kwartaal 2000, zodat de verjaring volgens de controleambtenaar was ingetreden en het bedrag van … EUR (… BEF) ten onrechte werd teruggevorderd.

**1.3.** Op grond van het proces-verbaal van 1 december 2003 werd op 10 december 2003 door de waarnemend eerstaanwezend inspecteur van het BTW-ontvangkantoor te Turnhout een dwangbevel uitgevaardigd dat op 12 december 2003 door de gewestelijk directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard.

Dit dwangbevel werd op 29 december 2003 aan appellante betekend bij exploot van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder **P. S.** handelende in vervanging van gerechtsdeurwaarder **M. V. D.**, met standplaats te …. Hieruit blijkt dat volgende bedragen van appellante worden gevorderd :

\- … EUR als belasting over de toegevoegde waarde;

\- … EUR als geldboete in toepassing van artikel 70, § 1 W.BTW, verminderd conform de bepalingen van het Koninklijk Besluit nr. 41 ;

\- de wettelijke intresten overeenkomstig artikel 91, § 1, W.BTW berekend aan 0,8 % per maand vanaf 21 januari 2002;

\- de vervolgingskosten.

**1.4.** Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 13 januari 2004, vordert appellante de vernietiging van het dwangbevel en de veroordeling van de BELGISCHE STAAT, geïntimeerde, om alle bedragen die op grond van de betwiste vordering werden geïnd of ingehouden terug te betalen, te vermeerderen met de gerechtelijke interesten en de kosten van het geding.

**1.5.** Het bestreden vonnis uitgesproken door de vierde F kamer van rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen op 3 januari 2005 oordeelt dat het recht op teruggaaf op 20 januari 1994 ontstond en bijgevolg op 20 januari 1999 verjaarde. Door de aanspraak op teruggaaf pas te formuleren in de aangifte over het derde kwartaal 2000 vorderde appellante een verjaard recht. De navordering op het wegens verjaring ten onrechte uitgeoefende recht op teruggaaf is dan ook terecht. De vordering van appellante wordt derhalve toelaatbaar maar ongegrond verklaard.

**1.6.** Tegen dit vonnis heeft appellante hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit Hof op 13 mei 2005.

**1.7.** In dit verzoekschrift en in de op 5 december 2005 neergelegde besluiten stelt appellante dat haar schuldvordering tegen de NV **S.** pas als definitief verloren kon worden beschouwd na de beslissing van de gewestelijk directeur der directe belastingen van 5 september 2000. waarbij haar ontlasting werd verleend. voor een bedrag van … EUR (… BEF). Zij kon bijgevolg haar vordering tot teruggave slechts na voormelde datum uitoefenen, zodat zij de teruggave van de gefactureerde BTW binnen de wettelijke termijn heeft gevorderd. Appellante besluit derhalve tot de vernietiging van het bestreden vonnis en de toewijzing van haar oorspronkelijke vordering.

**1.8.** Geïntimeerde beaamt zijnerzijds in zijn op 30 augustus 2005 neergelegde besluiten de redengeving van het bestreden vonnis en besluit dan ook tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

## 2. Beoordeling :

**2.1.** Naar luidt van [artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) wordt de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.

Krachtens [artikel 3 van het Koninklijk Besluit nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b#ar4-art3) van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake BTW ontstaat de vordering tot teruggaaf op het tijdstip waarop de oorzaak van teruggaaf zich voordoet. Bij toepassing van artikel 5, § 2, van voornoemd Koninklijk Besluit nr. 4, zoals van toepassing vóór 1 januari 2004 kon de vordering nog opgenomen worden in één van de aangiften ingediend binnen vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan, hetzij in casu tot en met de aangifte voor het vierde kwartaal 1998, indien tijdig ingediend.

Er dient te worden aangenomen dat het verlies vaststaat wanneer het bedrag van het verlies aangetekend werd op de rekening "Verlies en Winst" voor zover die aantekening gebeurt op een tijdstip waarop de schuldeiser, door middel van alle mogelijke feiten of rechtsmiddelen, kan bewijzen dat zijn schuldvordering als verloren kan worden beschouwd. In ieder geval is de inschrijving van de gehele of gedeeltelijke schuldvordering op een rekening "Provisie voor dubieuze debiteuren" op zichzelf niet voldoende om de echtheid van het verlies te bewijzen.

Het is dus niet de datum van de beslissing inzake het bezwaar bij de directe belastingen dat als uitgangspunt dient te worden genomen, maar wel de datum waarop appellante zelf in haar boekhouding aangeeft dat de schuldvordering oninbaar is en als definitief verloren dient beschouwd te worden. Het feit of een schuldvordering al dan niet invorderbaar is in het licht van [artikel 77, § 1, 7° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77), kan niet afhangen van een beslissing van de gewestelijk directeur der directe belastingen.

Gezien de opname in de boekhouding en de jaarrekening van appellante per 31 december 1993 dat de schuldvordering definitief verloren is, is de verjaring van de vordering tot teruggaaf op 31 december 1998 ingetreden.

Het hoger beroep is dan ook ongegrond.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN :

**HET HOF,**

Recht doende op tegenspraak;

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond;

Bevestigt dienvolgens het bestreden vonnis en veroordeelt appellante tot de kosten van het hoger beroep, ambtshalve begroot aan de zijde van geïntimeerde op … euro (… EUR) voor rechtsplegingsvergoeding hoger beroep.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **EENENTWINTIG NOVEMBER TWEEDUIZEND EN ZES**, waar aanwezig waren :

**S. B.**, alleenzetelend rechter

**G. V.**, griffier.

**G. V.** **S. B.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 77](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-77) 2 occurrences

[AR no 4 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence

[AR no 4 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 1 dispositions communes

[Faillite d'un cocontractant, Droit à la restitution](https://juriel.be/fr/jurisprudence/faillite-cocontractant-droit-restitution-perte-cassation-bruxelles-2024-06-20-053d) 1 dispositions communes

[Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/prescription-tribunal-bruxelles-2026-03-04-10c6) 1 dispositions communes

[Séquestre, fraude au domicile, visite domiciliaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sequestre-fraude-domicile-visite-domiciliaire-tribunal-gand-2024-10-02-1508) 1 dispositions communes

[Délai de dépôt d’une réclamation, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/delai-depot-reclamation-droit-deduction-cour-appel-anvers-2023-03-23-2039) 1 dispositions communes

[Déclaration de régularisation, Activité d'ostéopathe, Exonération de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-regularisation-activite-osteopathe-exoneration-tribunal-bruxelles-2025-10-06-2068) 1 dispositions communes

[Créance, Restitution, Prescription, Faillite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/art-77-tva-creance-restitution-cassation-bruxelles-2024-06-20-23a9) 1 dispositions communes

[Association chargée de mission, théorie de l’émanation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/association-chargee-mission-theorie-emanation-cour-appel-anvers-2024-10-11-3663) 1 dispositions communes
