---
title: "12 novembre 2010 · Disposition pénale, amende administrative · Tribunal de première instance de Louvain"
description: "Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance. Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 12 novembre 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-tribunal-louvain-2010-11-12-aa7d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

12 novembre 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

70 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Louvain du 12.11.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, AFDELING BURGERLIJKE RECHTBANK, TWAALFDE KAMER

**zitting : 12 november 2010**

**eindvonnis**

**Rol nr. : 09/1080/A**

Inzake :

**NV C. A.**, KSO nummer …, gevestigd te …, …, die keuze van woonplaats doet op het adres van haar raadsman.

**eiseres,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **E.** loco meester **G.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, in de persoon van de rekeningplichtige van het BTW-Ontvangkantoor te Leuven met burelen te 3001 Leuven, Philipssite3 A bus 2.

**verweerder,**

ter zitting vertegenwoordigd door meester **B.**, advocaat te …, ….

## I. Procedure

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

De rechtbank nam onder meer kennis van :

\- het verzoekschrift op tegenspraak op 19 mei 2009 ter griffie neergelegd;

\- de neergelegde conclusies en stukken;

\- de overige stukken van het rechtsplegingsdossier.

De advocaten van partijen werden gehoord op de openbare zitting van 8 oktober 2010.

## II. De feiten

Eiseres heeft de hoedanigheid van belastingplichtige voor de toepassing van de BTW. Zij dient maandelijks een BTW-aangifte in te dienen.

Op basis van de aangiftes van oktober en november 2008 diende, na aftrek van 83,30 euro negatief bedrag van de aangifte september 2008, ten laatste op 20 november 2008 420.131,40 euro betaald te worden en op 20 december 2008 145.035,57 euro.

Eiseres deed de volgende betalingen :

\- 18 december 2008 : 70.000,00 euro

\- 31 december 2008 : 100.000,00 euro

\- 6 januari 2009 : 60.000,00 euro

\- 9 januari 2009 : 70.000,00 euro

\- 11 januari 2009 : 50.000,00 euro

\- 13 januari 2009 : 215.166,97 euro.

Per 31 december 2008 werd de rekening-courant van eiseres op nul gezet. Rekening houdend met vervallen intresten was een bedrag verschuldigd van 502.516,17 euro Er werd dus enkel rekening gehouden met de bovenvermelde betaling van 70.000,0 euro.

Bij schrijven gedateerd 13 januari 2009 deelde de administratie aan eiseres mee dat een bijzondere rekening wordt bijgehouden voor het tijdvak van 30 september 2008 tot 31 december 2008 en werd kopie van deze bijzondere rekening aan eiseres toegezonden. Er wordt meegedeeld dat een boete van 49.850,00 euro verschuldigd zal zijn.

Bij schrijven gedateerd 13 januari 2009 gericht aan de BTW-controle Leuven 3 verzocht eiseres om de betalingen gedaan op 31 december 2008, 6 januari 2009, 9 januari 2009 en 11 januari 2009 te willen overboeken naar de bijzondere rekening.

Bij schrijven gedateerd 19 januari 2009 deelde de administratie aan eiseres mee dat een bijzondere rekening wordt bijgehouden voor het tijdvak van 30 september 2008 tot 31 december 2008 en werd kopie van deze bijzondere rekening aan eiseres toegezonden. Het betreft dezelfde afrekening als deze die reeds toegezonden wen op 13 januari 2009, met dit verschil dat ook rekening gehouden wordt met de betaling van 100.000,00 euro en dat nu wordt meegedeeld dat een boete van 40.360,00 euro verschuldigd zal zijn.

Bij schrijven d.d. 27 januari 2009 gericht aan de gewestelijke directeur verzocht eiseres om kwijtschelding van de boete. Bij schrijven van 15 april 2009 deelde deze namens de Minister van Financiën overeenkomstig artikel 9 van het Regentsbesluit van 18 maart 1831 mee de geldboete te verminderen tot 20.180,00 euro.

## III. De vorderingen

Eiseres vordert de beslissing van 15 april 2009 van de Wd. Gewestelijk directeur te Mechelen te vernietigen en te hervormen, de boete geheel op te heffen of minstens in belangrijke mate te verminderen en verweerder te veroordelen tot terugbetaling van alle ten onrechte geïnde bedragen, vermeerderd met de moratoire intrest overeenkomstig [artikel 91 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

Minstens verzoekt zij aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen.

## IV. Beoordeling

1\. De vordering is ontvankelijk. De ontvankelijkheid wordt trouwens niet betwist en de rechtbank ziet geen ambtshalve aan te voeren redenen om de vordering niet ontvankelijk te verklaren.

2\. Voor iedere overtreding van de verplichting de belasting te voldoen, wordt een geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde belasting ([artikel 70, § 1 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70)). Deze boete wordt verminderd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

Het niet tijdig betalen van de verschuldigde BTW is een overtreding waarvoor een boete kan worden opgelegd.

3\. Volledige kwijtschelding van de geldboeten wordt verleend wanneer een schuldenaar zijn toestand spontaan rechtzet vóór enige tussenkomst van een fiscale administratie ([artikel 3 koninklijk besluit nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art3)).

In het schrijven van 13 januari 2009 van de gevolmachtigde van eiseres aan de controle BTW Leuven 3, verzoekt deze om de betalingen die gedaan werden na de periode van 31 december 2008 te willen overboeken naar de bijzondere rekening BTW-Mechelen.

Hieruit blijkt dat eiseres op dat ogenblik al op de hoogte was van het feit dat een bijzondere rekening geopend was. Op dat ogenblik was de BTW-schuld nog niet volledig betaald. De opdracht tot betaling van 215.166,97 euro werd op 13 januari 2009 elektronisch verzonden en op 14 januari 2009 uitgevoerd.

Op 13 januari 2009 was eiseres op de hoogte van het feit dat een bijzondere rekening geopend was en was de BTW-schuld nog niet volledig betaald. Er is geen sprake van een spontane rechtzetting.

4\. Bij de toepassing van de boete wegens laattijdige betaling dient rekening gehouden te worden met het evenredigheidsbeginsel. De straf dient in verhouding te staan met de ernst van de inbreuk.

In casu heeft eiseres de achterstallige BTW betaald nog voor de door verweerder op 14 januari 2009 per aangetekende post verzonden bijzondere rekening haar bereikte. De betalingstermijn werd slechts zeer licht overschreden. De schuld die ten laatste betaald diende te zijn op 20 november 2008 en 20 december 2008 was volledig afbetaald op 14 januari 2009. Verweerder betwist niet dat het een éénmalige en eerste overtreding betreft. Wegens de laattijdige betaling zijn reeds intresten verschuldigd en in principe dekken deze intresten de schade door de Belgische Staat geleden wegens de vertraging in de betaling (art. 1153 B.W.).

Een boete van 20.180,00 euro, gecumuleerd met intresten, is voor een dergelijke lichte en eenmalige overschrijding van de betalingstermijn overdreven en onevenredig met de begane inbreuk, zelfs als men er rekening mee houdt dat deze boete tot doel heeft de belangen van de schatkist te vrijwaren en de belastingplichtige ertoe aan te zetten zijn verplichting tot betaling stipt na te komen.

8\. De rechter aan wie gevraagd wordt een administratieve sanctie te toetsen die een repressief karakter heeft in de zin van artikel 6 EVRM, mag de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken, en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet aan de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat het aan de rechter staat te onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang.

De rechtbank is van oordeel dat de aan eiseres opgelegde boete wegens laattijdige betaling een repressief karakter heeft in de zin van art. 6 EVRM. De sanctie is onevenredig met de ernst van de gepleegde inbreuk. Een boete van 10.000,00 euro is aangepast aan de ernst van de gepleegde inbreuk.

5\. Eiseres vraagt in het dispositief van haar conclusie dat een prejudiciële vraag zou gesteld worden aan het Grondwettelijk Hof en met name of [artikel 70, § 1, BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) in combinatie met het evenredigheidsbeginsel de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt, "indien de opgelegde geldboete wordt behouden in geval BTW-schulden onvrijwillig niet tijdig kunnen worden voldaan waarbij het onvrijwillig karakter verbonden is aan de algemene economische toestand en de liquiditeitsproblemen van de bank van de belastingplichtige."

Eiseres voert schending aan van het gelijkheidsbeginsel, maar zegt niet welke categorieën van belastingplichtigen met elkaar zouden moeten vergeleken worden. De prejudiciële vraag wordt in de conclusie niet nader gemotiveerd, eiseres toont niet aan welke categorie van belastingplichtigen gediscrimineerd wordt ten aanzien van andere belastingplichtigen.

Overigens blijkt uit het bovenstaande dat de rechtbank kan nagaan of de boete in evenredigheid is met de begane inbreuk, en dus ook dat de rechtbank, indien overmacht bewezen is, zelfs de boete volledig zou kunnen kwijtschelden. Het is dan ook niet nodig de prejudiciële vraag te stellen.

Overigens bewijst eiseres *in casu* niet dat zij geconfronteerd werd met een overmachtssituatie.

6\. Beide partijen worden deels in het ongelijk gesteld. Het behoort de kosten te verdelen zoals hierna bepaald.

### Dispositif

## V. Uitspraak

Dit vonnis wordt gewezen op tegenspraak en in eerste aanleg.

De vordering is ontvankelijk en gegrond als volgt.

De rechtbank herleidt de opgelegde boete tot 10.000,00 euro en veroordeelt verweerder tot terugbetaling van hetgeen ten onrechte zou zijn geïnd, vermeerderd met de moratoire intrest overeenkomstig [artikel 91 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

De rechtbank wijst al het anders of meergevorderde als ongegrond af.

De rechtbank laat de kosten ten laste van de partij die ze gemaakt heeft. Deze kosten dienen derhalve niet begroot te worden.

Dit vonnis is uitgesproken tijdens de gewone en openbare terechtzitting van de **12****de** **kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op **12 november 2010**.

De zetel is als volgt samengesteld :

**L. W.**, ondervoorzitter, alleenzetelend rechter,

**M. L'E.**, griffier.

**M. L.’E.** **L. W.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 2 occurrences

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 2 occurrences

[AR no 41 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[TVA -Impôt des personnes physiques -Article 4bis du Code d'instruction criminelle -Action](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tva-impot-personnes-physiques-article-cour-appel-anvers-2025-04-24-09f5) 2 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes

[Taux réduit, Immeubles neufs, Travaux immobiliers, Travaux de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-immeubles-neufs-travaux-tribunal-bruxelles-2023-05-31-0d52) 2 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 2 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 2 dispositions communes

[Finalité, Lieu d'établissement, Principe de neutralité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/finalite-lieu-etablissement-principe-neutralite-cour-appel-bruxelles-2026-05-13-12b2) 2 dispositions communes

[Assujettissement, Exercice d’une activité économique, Déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-exercice-activite-economique-deduction-tribunal-bruxelles-2021-09-03-130a) 2 dispositions communes
