---
title: "96db598d · 12 décembre 2007 · Disposition pénale, amende administrative · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 12 décembre 2007. Réf. 96db598d."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-tribunal-hasselt-2007-12-96db"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

12 décembre 2007

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

79 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 12.12.2007

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER B, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

IN ZAKE A.R. nr. **06/699/A**

**S. G.**, gewezen horeca-uitbaatster, gedomicilieerd te …, … voorheen, thans wonende te …, ….

**eiseres,**

vertegenwoordigd door mr. **E. J.** loco mr. **D. S. W.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN**, in de persoon van de gewestelijke directeur van de BTW-directie te 3500 Hasselt, Voorstraat 41-43.

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIËN**, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door mr. **R. F.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS :**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 21.03.2006;

\- de conclusies en stukken van verweerder;

\- de besluiten van eiseres.

---

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN

Eiseres is ingevolge de door haar uitgeoefende beroepsactiviteit van café-uitbaatster geregistreerd als BTW-belastingplichtige (BTW-nummer …) en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.

Eiseres diende m.b.t. het tweede en derde kwartaal 2004 periodieke aangiften in op respectievelijk 20.07.2004 en 20.10.2004 (zie stukken 3 en 4, bundel overtuigingsstukken verweerder).

De sommen aangegeven in de periodieke aangiften als zijnde verschuldigde belasting werden door eiseres niet binnen de in art. 53, § 1, 3° W.BTW bepaalde termijn betaald, zodat de e.a. inspecteur van de BTW te Sint-Truiden II genoodzaakt was om op 30.11.2004 een bijzondere rekening op te stellen voor de periode 31.07.2004 tot 31.10.2004 teneinde de hierna volgende bedragen in te vorderen :

\- … euro aan verschuldigde BTW;

\- … euro geldboete;

\- … euro intresten;

\- de wettelijke intresten over de rechten vanaf 21.11.2004

(zie stuk 5, bundel overtuigingsstukken verweerder).

Eiseres werd hiervan in kennis gesteld bij aangetekende brief van 30.11.2004 (zie stuk 6, bundel overtuigingsstukken verweerder).

Op 20.01.2005 en 20.04.2005 diende eiseres periodieke aangiften in voor respectievelijk het vierde kwartaal 2004 en het eerste kwartaal 2005 (zie stukken 7 en 8, bundel overtuigingsstukken verweerder).

De sommen aangegeven in de periodieke aangiften als zijnde verschuldigde belasting werden door eiseres niet binnen de in art. 53, § 1, 3° W.BTW bepaalde termijn betaald, zodat de e.a. inspecteur van de BTW te Sint-Truiden II genoodzaakt was om op 18.11.2005 een bijzondere rekening op te stellen voor de periode 31.07.2005 tot 31.10.2005 teneinde de hierna volgende bedragen in te vorderen :

\- … euro aan verschuldigde BTW;

\- … euro geldboete;

\- … euro intresten;

\- de wettelijke intresten over de rechten vanaf 21.11.2005

(zie stuk 9, bundel overtuigingsstukken verweerder).

Eiseres werd hiervan in kennis gesteld bij aangetekende brief van 18.11.2005 (zie stuk 10, bundel overtuigingsstukken verweerder).

Op 17.05.2005 ging de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor van Tienen, de heer **W. W.**, over tot de opstelling van een dwangbevel. Het dwangbevel werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de wd. eerstaanwezend inspecteur van de BTW te Sint-Truiden II, de heer **A. W.**, aangewezen door de gewestelijke directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt op 08.12.2004 (zie stuk 11, bundel overtuigingsstukken verweerder).

Bij exploot van gerechtsdeurwaarder **M. T.** te … van 03.06.2005 werd het dwangbevel van 17.05.2005 betekend aan eiseres (zie stuk 12, bundel overtuigingsstukken verweerder).

Bij brief van 09.01.2006 verzocht eiseres bij monde van haar raadsman aan de gewestelijke BTW-directie Hasselt om de opgelegde BTW-boete en intresten kwijt te schelden (zie stuk 13, bundel overtuigingsstukken verweerder).

Bij beslissing van 09.01.2006 werd aan de raadsman van eiseres meegedeeld dat er geen vrijstelling van intresten, noch kwijtschelding van de opgelegde fiscale boeten werd verleend gezien hiertoe geen elementen aanwezig waren in het dossier (zie stuk 14, bundel overtuigingstukken eiseres).

Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 21.03.2006 stelde eiseres een vordering in rechte in.

## II. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid

Er worden door verweerder geen middelen van ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Ten gronde

Eiseres betwist niet dat zij een achterstallige BTW-schuld had.

Eiseres streeft enkel de kwijtschelding, minstens de herleiding van de opgelegde geldboete en intresten na.

#### 2.1. Het verzoek tot kwijtschelding, minstens vermindering van de administratieve boete

De boete zoals voorzien in de bijzondere rekeningen opgesteld voor de periode 31.07.2004 tot 31.10.2004 en de periode 31.07.2005 tot 31.10.2005 en in het dwangbevel van 17.05.2005 is strafrechtelijk van aard (*zie* Arbitragehof, 17 maart 1999, *B.S.*, 19 juni 1999; Cass., 5 februari 1999, *F.J.F.*, nr. 99/92).

Bij het beoordelen van de gegrondheid en de omvang van een door de administratie opgelegde geldboete, beschikt de rechtbank over volle rechtsmacht, ondermeer aangaande de evenredigheid tussen de inbreuk en de sanctie (zie E.H.R.M., 4 maart 2004, *T.F.R.*, 2004, nr. 264, 636; Cass., 24 januari 2002, *F.J.F.*, nr. 2002/147; Arbitragehof, 24 februari 1999 en 12 juni 2002, *R.W.*, 1998-99, 1346; Arbitraghof, 17 maart 1999, *F.J.F.*, nr. 99/181), zonder evenwel om loutere redenen van opportuniteit en tegen de wettelijke regels in, de sanctie te kunnen kwijtschelden of verminderen.

De rechter aan wie gevraagd wordt de sanctie opgelegd op grond van art. 70 W.BTW te toetsen, mag de wettelijkheid van die sanctie onderzoeken en mag in het bijzonder nagaan of die sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen. Dit toetsingsrecht moet in het bijzonder de rechter toelaten na te gaan of de straf niet onevenredig is met de inbreuk, zodat het aan de rechter staat te onderzoeken of het bestuur naar redelijkheid kon overgaan tot het opleggen van een administratieve geldboete van zodanige omvang. Hierbij mag hij inzonderheid acht slaan op de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige zaken werd geoordeeld, maar moet in acht nemen in welke mate het bestuur zelf gebonden was in verband met de sanctie, Dit toetsingsrecht houdt niet in dat de rechter op grond van een subjectieve appreciatie van verzachtende omstandigheden eigen aan de persoon van de belastingschuldige om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, de boete kan kwijtschelden of verminderen (zie [Cass., 21 januari 2005](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sanctions-administratives-caractere-repressif-legalite-cassation-bruxelles-2005-01-21-2739), *R.W.*, 2005-2006, 1015).

De rechtbank stelt vast dat ingevolge de wettelijke bepalingen, meer bepaald de bepalingen van art. 1, 1° en van punt 1, 2, A van de eerste afdeling van tabel G van de bijlage bij het KB nr. 41 van 30.01.1987, de verminderde verschuldigde boete 10 % bedroeg.

De uitsluiting van de opportuniteitsbeoordeling kan evenwel niet tot gevolg hebben dat deze boete niet kan worden verminderd.

In casu dient te worden nagegaan of de opgelegde boete in verhouding staat met de concrete gegevens van de zaak.

Het staat vast dat de gevorderde administratieve boete verschuldigd is doordat eiseres niet of niet tijdig de door haar verschuldigde BTW heeft afgedragen, hetgeen door eiseres niet betwist wordt, en dit ongeacht de goede trouw die eiseres inroept.

Het is op grond van de hoger geciteerde feitelijkheden duidelijk dat eiseres bijzonder onnauwkeurig heeft gehandeld. Zij dient de gevolgen te dragen van haar gebrek aan zorgvuldigheid bij het vervullen van de opgelegde wettelijke verplichtingen.

Nu de geldboete werd opgelegd voor een niet-intentioneel begane fout (kwade trouw wordt immers niet vermoed en wordt te dezen ook niet bewezen) maar voor een fout welke is te wijten aan een vergaande onvoorzichtigheid van eiseres, sluit in de gegeven omstandigheden het opleggen van een geldboete ten bedrage van 10 % aan bij de feiten.

De vordering van eiseres is op dit punt dan ook ongegrond.

#### 2.2. Het verzoek tot kwijtschelding van de nalatigheidsintresten

Eiseres verzoekt de rechtbank over te gaan tot kwijtschelding van de lastens haar opgelegde en lopende nalatigheidsintresten op de BTW-schuld zoals blijkt uit de bijzondere rekeningen opgesteld voor de periode 31.07.2004 tot 31.10.2004 en de periode 31.07.2005 tot 31.10.2005 en het dwangbevel van 17.05.2005.

Terecht stelt verweerder dat de bevoegdheid van de gewestelijke directeur, genomen naar aanleiding van het verzoek van de belastingplichtige om vrijstelling van nalatigheidsintresten te bekomen zoals voorzien door art. 84 en 84bis W.BTW, geen beslissing van jurisdictionele aard betreft doch wel behoort tot de vrijwillige rechtspraak. De belastingplichtige mag, na de wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken, de betwisting wel aan de gewone rechter voorleggen om de directorale beslissing te doen vernietigen indien hij oordeelt dat ze om juridisch onjuiste motieven werd getroffen of om redenen die wettelijk niet mochten in beschouwing genomen worden of nog met machtsoverschrijding. De rechter kan evenwel niet de plaats van de gewestelijke directeur innemen om de beoordelingsmacht te beoefenen die de wet aan de gewestelijke directeur toekent.

Er is in de wet geen rechtsgrond voorhanden die de rechtbank zou toelaten, louter om redenen van opportuniteit of billijkheid aan eiseres een kwijtschelding van nalatigheidsintresten toe te staan (zie Antwerpen, 7 maart 2006 en 29 november 2005).

Bovendien voert eiseres geen rechtsgrond aan die zulke beoordelingsbevoegdheid, wat de concrete omvang van de verschuldigde nalatigheidsintresten betreft, aan de rechtbank zou verlenen.

De vordering van eiseres is dan ook niet gegrond.

#### 2.3. Het verzoek om gemak van betaling te verkrijgen

Eiseres vraagt in ondergeschikte orde gemak van betaling. Zij stelt dat zij ongelukkig en ter goeder trouw is en steeds gepoogd heeft om de BTW-achterstallen weg te werken.

De rechtbank stelt vast dat het art. 1244 BW niet van toepassing is op belastingschulden omdat deze uit de wet zelf ontstaan ten laste van belastingschuldigen of belastingplichtigen. Een belastingschuldige of belastingplichtige is geen schuldenaar in de zin van 1244 BW.

De vordering is derhalve ongegrond.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

---

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank**, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond

Veroordeelt eiseres tot de kosten en begroot deze aan de zijde van verweerder op … euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer B** op het gerechtshof te Hasselt op **12.12.2007**, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **M. C.**, enige rechter,

De heer **L. P.**, e.a. adjunct-griffier.

**L. P.** **M. C.**
