---
title: "24 avril 2006 · Disposition pénale, amende administrative · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 24 avril 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-tribunal-bruges-2006-04-24-80c0"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

24 avril 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

71 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 24.04.2006

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **04/2790/A** Rep. nr. 2006/5649

**de NV P.K. A.**, (Ondernemingsnr. …, BTW-nr. BE …), met vennootschapszetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie is opgetreden Meester **A. B.** (balie Kortrijk) loco Meester **L. G.**, advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT, FOD FINANCIËN**, Belastingen en Invordering, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Roeselare, met kantoor te 8800 Roeselare, Rondekomstraat 30,

**verweerder,**

wie optreedt Meester **J. V. d. P.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidende verzoekschrift houdende verzet dwangbevel d.d. 20.09.2004;

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van·27.03.2006.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres was voor haar economische activiteit van kleinhandel in motorvoertuigen geregistreerd onder het BTW-nummer ….

Op 6 mei 2004 werd door de heer **M. M.**, eerstaanwezend verificateur bij de FOD, verbonden aan de technische cel van de BTW te Roeselare, een toezicht verricht met het oog op de juiste toepassing van de BTW-wetgeving over het jaar 2001.

Naar aanleiding van dit toezicht werden een aantal overtredingen op de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde vastgesteld;

Bij gebrek aan een akkoordverklaring over de vastgestelde overtredingen werd door **M. M.**, voornoemd, op 6 juli 2004, een proces-verbaal opgemaakt waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd (zie stuk 1 verweerder).

Op 20 augustus 2004 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW., een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 23 augustus 2004 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de e.a. inspecteur van het tweede BTW-controlekantoor te Roeselare, daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge en op 9 september 2004, op grond van artikel 85, § 1 W.BTW, via gerechtsdeurwaardersexploot betekend aan eiseres.

Bij tegensprekelijk verzoekschrift van 20 september 2004 werd verzet aangetekend tegen voormeld dwangbevel.

**2.2.** Eiseres vraagt dat :

\- het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard.

\- de bedrijfsrevisor, accountant of boekhouder wordt gehoord.

\- het bestreden dwangbevel wordt vernietigd en dat dienvolgens verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die zij aan verweerder heeft betaald of die te haren laste werden ingehouden ter aanzuivering van de navordering die het voorwerp van het dwangbevel uitmaakt, verhoogd met de moratoire rente vanaf de dag der betaling en met de gerechtelijke rente.

\- verweerder wordt veroordeeld tot alle kosten van het geding, in haar hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding.

\- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

**2.3.** Verweerder vraagt dat het verzet ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 356,97 EUR.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de ontvankelijkheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de onontvankelijkheid van de vordering kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van onontvankelijkheid, die hij ambtshalve zou moeten opwerpen, ontwaart, is de vordering ontvankelijk.

### 3.2. nopens de grond

**3.2.1.** Op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1° W.BTW zijn de intracommunautaire leveringen van goederen van belasting vrijgesteld, indien de goederen door de afnemer of voor hun rekening worden verzonden of vervoerd buiten België, maar binnen de Gemeenschap.

Gezien de aard van de BTW-wetgeving is het de verkoper die verantwoordelijk is voor de aanrekening en doorstorting van de BTW en is hij ook verantwoordelijk voor de juiste toepassing van de vrijstellingen. Als de belastingplichtige deze vrijstelling inroept moet hij dan ook het bewijs leveren omtrent de hoedanigheid van de koper en de echtheid van het vervoer of de verzending aantonen.

Op grond van [artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art3) van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende de intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde moet de verkoper ten allen tijde in het bezit zijn van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen blijkt. Hij moet ze op ieder verzoek van de met de controle van de belasting over de toegevoegde waarde belaste ambtenaren overleggen. Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken.

De verkoper moet het recht op vrijstelling bewijzen aan de hand van een geheel van gebruikelijke en overeenstemmende documenten. De documenten aangehaald in het KB nr. 52 zijn onder meer bestelbonnen, vervoerdocumenten, betalingsdocumenten, contracten en verklaringen van de afnemer. Dit is geen limitatieve opsomming, waarbij geen enkel specifiek document op zichzelf voldoende of onontbeerlijk is. Het bestaan van een intracommunautair vervoer kan dan ook bewezen worden door alle middelen van recht, uitgezonderd de eed.

Het is niet onredelijk dat de fiscus bij de beoordeling van de bewijzen enige gestrengheid betoont, nu sinds 1.01.1993 tevens alle grenscontroles op het goederenverkeer tussen de lidstaten werden afgeschaft en dit aanleiding heeft gegeven tot een grootschalige fraude die gepleegd wordt door malafide leveranciers en/of afnemers. (*Antwerpen, 13 december1999, F.J.F. nr. 2000/174, p. 458*).

Eiseres stelt dat zij de bestelbon, de door de koper aanvaarde verkoopfacturen, de inschrijvingsbewijzen en de betaling van de verkoopsom en storting ervan op de rekening heeft voorgelegd en dat voormelde stukken voldoende bewijzen dat de goederen (nI. de personenwagens : Audi A4 TDl en Mercedes CLK 200 Cabriolet) effectief naar Spanje zijn verzonden en aldaar zijn toegekomen. Volgens eiseres heeft de administratie dan ook volledig ten onrechte en louter willekeurig de vrijstellingstoepassing .geweigerd.

De rechtbank stelt vast dat eiseres geen vervoerdocumenten en geen betalingsdocumenten (De personenwagens Audi A4 TDl en Mercedes CLK 200 Cabriolet werden blijkbaar in contanten betaald) kan voorleggen.

Evenmin kunnen attesten van aankomst van de voertuigen in Spanje voorgelegd worden.

Verder werd voor de betrokken voertuigen door de verkoper het origineel vignet 705 niet gekleefd en onbruikbaar gemaakt op het door hem te bewaren dubbel van de verkoopfactuur.

Het feit dat eiseres er bewust voor gekozen heeft om te factureren zonder BTW en het feit dat zij de wagens heeft overgedragen aan de heer **D. T.** die op zijn beurt de wagens ter beschikking zou gesteld hebben van de Spaanse koper, moest eiseres er toch op zijn minst toe hebben aangezet voldoende bewijzen te eisen die de waarachtigheid van de intracommunautaire levering aantoonden.

De door eiseres voorgelegde 2 facturen, bestelbons en inschrijvingsbewijzen zijn stukken die geen bewijs leveren van verzending of vervoer naar het buitenland.

Het gegeven dat de overgelegde facturen werden opgesteld overeenkomstig de wettelijke bepalingen levert op zich nog geen bewijs dat er werkelijk een intracommunautaire levering is gebeurd.

Gelet op het voorgaande is het duidelijk dat eiseres geen geheel van overeenstemmende handelsdocumenten, zoals uitdrukkelijk vereist door het voormelde [artikel 3 van het KB nr. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art3), kan voorleggen waaruit blijkt dat de bewuste auto's werden verzonden of vervoerd naar Spanje. De administratie was derhalve gerechtigd de vrijstelling te verwerpen.

**3.2.2.** Krachtens artikel 70, § 1 W.BTW werd aan eiseres een boete opgelegd ten bedrage van 1.020,00 EUR.

De normale verschuldigde boete volgens het artikel 70, § 1, eerste lid W.BTW is vastgesteld op het dubbel van de ontdoken rechten (of 20.400,00 EUR).

[Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) van 30 januari 1987 tot vaststelling van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting op de toegevoegde waarde, genomen ter uitvoering van artikel 70 W.BTW., bepaalt de schaal voor de vermindering van die proportionele fiscale geldboeten. In casu werd de verminderde boete vastgesteld volgens tabel G, rubriek VII, 2, B van het KB nr. 41 op 10 % van de verschuldigde rechten, zijnde 1.020,00 EUR.

Het Arbitrage hof oordeelde in zijn arrest van 24 februari 1999 dat artikel 70 W.BTW de artikelen 10 en 11 van de grondwet niet schendt wanneer het de rechter, bij wie een verzet tegen een dwangbevel aanhangig is, toestaat op de beslissing een fiscale geldboete op te leggen een controle met volle rechtsmacht uit te oefenen.

De rechtbank dient deze grondwetsconforme interpretatie toe te passen waardoor het mogelijk wordt niet alleen te toetsen of de boete in rechte dan wel in feite verantwoord is en of de wettelijke bepalingen werden nageleefd, doch bovendien gerechtigd is de opportuniteit van de fiscale geldboeten te beoordelen.

Daarenboven verleent de wet betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken de dato 23 maart 1999 uitdrukkelijk aan de bevoegde rechtsmachten de bevoegdheid om de opportuniteit van de fiscale geldboeten en verhogingen te beoordelen.

De rechtbank stelt vast dat de begane overtreding relatief ernstig is en het algemeen belang toebrengt. Eiseres brengt bovendien geen enkel argument naar voor die als verzachtende omstandigheid kan worden aangemerkt om over te gaan tot kwijtschelding of vermindering van de boete.

De hierboven geschetste concrete omstandigheden verantwoorden het opleggen van de fiscale geldboete t.b.v. 1.020,00 EUR. Bovendien is de verminderde fiscale geldboete tot 1.020,00 EUR, evenredig met de gepleegde inbreuken.

### 3.3. nopens de kosten

Eiseres wordt in het ongelijk gesteld. Overeenkomstig artikel 1017, 1 ste lid van het gerechtelijk wetboek moet zij de gerechtskosten dragen.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart het verzet ontvankelijk doch wijst het af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 356,97 EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag vierentwintig april tweeduizend en zes**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **N. H.**

## Textes cités

2

[AR no 52 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238) 2 occurrences

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence
