---
title: "6 mai 2002 · Disposition pénale, amende administrative · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 6 mai 2002."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-tribunal-bruges-2002-05-06-0ee8"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

6 mai 2002

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

72 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 06.05.2002

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **00/3507/A** Rep. nr. 2002/5825

**de BVBA W.**, (H.R. Oostende nr. …), met maatschappelijke zetel te …, …,

**eiseres,**

voor wie is opgetreden Meester **E. L.** loco Meester **J. H.**, advocaat te …

**tegen :**

**de BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, met kantoren te 1000 Brusssel, Wetstraat 14, in de persoon van de heer Gewestelijk Directeur BTW, Registratie en Domeinen te Brugge. met kantoren te 8000 BRUGGE. Katelijnestraat 7, op vervolging en benaarstiging van de administratie van de BTW, in de persoon van de BTW­Ontvanger te Oostende, met kantoren te 8400 Oostende, Administratief Centrum, Vrijhavenstraat 1, 1 e verdieping, doch woonplaats kiezend op het BTW-ontvangkantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat te …

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op de inleidende dagvaarding houdende verzet de dato 7 december 2000.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen overgelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 8 april 2002.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**2.1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW­registratienummer …, ingevolge haar activiteit van café. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 3 februari 1999 werd door **M. L.**, eerstaanwezend verificateur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, een toezicht uitgevoerd over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1996 en 1997.

Op 12 oktober 1999 werd door **M. L.** voornoemd een proces-verbaal opgesteld waarin de door eiseres begane overtredingen werden geacteerd.

Op 19 oktober, 2000 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ontvanger van de BTW, overeenkomstig artikel 85, § 1 W.BTW, een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 26 oktober 2000 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. D.**, directeur bij een fiscaal bestuur daartoe aangewezen door de gewestelijke directeur bij de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen te Brugge.

Op 7 november 2000 werd het dwangbevel aan eiseres betekend door middel van een deurwaardersexploot.

**2.2.** Eiseres vraagt dat het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en dat dienvolgens het bestreden dwangbevel wordt vernietigd. Tevens vordert zij dat verweerder wordt veroordeeld tot de gedingkosten, inbegrepen de dagvaardingskosten ten bedrage van 2.437,- Bf. en de rechtplegingsvergoeding ten bedrage van 13.200,­ Bf. en dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.

**2.3.** Verweerder vordert dat het verzoekschrift ontvankelijk en ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, in zijn hoofde begroot op 12.900,- Bf. rechtsplegingsvergoeding.

## III. BEOORDELING

### 3.1. nopens de bewijskracht van de boekhouding

**3.1.1.** Eiseres stelt dat in het dagontvangstenboek de dag totalen genoteerd werden zodat ten onrechte werd gesteld dat er geen enkel detail met betrekking tot deze dagontvangsten beschikbaar is.

Eiseres is dan ook van oordeel dat haar boekhouding een samenhangend en nauwkeurig geheel vormt waarvan het nazicht door de fiscus de oprechtheid laat blijken en de juistheid ervan bevestigt.

**3.1.2.** Verweerder stelt daarentegen dat hij onmogelijk de boekhouding en specifiek de omzet kan controleren op zijn juistheid en getrouwheid wanneer er louter dagelijkse inschrijvingen van totaalbedragen in het dagontvangstenboek worden verricht. Een dergelijke boekhouding voldoet volgens verweerder niet aan de wettelijke normen en vormt geen “nauwkeurig geheel”.

**3.1.3.** [Artikel 14, § 1 van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-14-28ed) van 29 december 1992 bepaalt het volgende : "De belastingplichtigen moeten een aan de omvang van hun activiteiten aangepaste boekhouding voeren om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren. Artikel 15, § 2 van datzelfde KB stelt dat de inschrijvingen met betrekking tot de boekhouding moeten gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval, een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard.

Voor iedere boeking in de boekhouding moet derhalve een verantwoordingsstuk bestaan. De wetgever laat de belastingplichtige echter vrij in het bepalen van de vorm en soort van de verantwoordingsstukken en laat haar zelf bepalen hoe zij de stukken aan haar beroepsactiviteit zal aanpassen.

Het Hof van Cassatie heeft in haar arrest van 19 april 1990 gesteld dat het Hof van Beroep op rechtsgeldige wijze heeft kunnen besluiten dat de boekhouding van een belastingplichtige kapper niet bewijskrachtig was omdat de individuele fiches die op naam van elke cliënt werden gehouden, vernietigd werden naargelang hun inschrijvingen in het ontvangstenboek en omdat het kasboek. dat het enig boekhoudkundig document uitmaakte, slechts het globale bedrag van de dagelijkse ontvangst vermeldde, zonder dat het minste bewijskrachtige gegeven aanwezig was m.b.t. de aard en de belangrijkheid van de geleverde dienst (stuk 5 van verweerder).

De boekhouding moet derhalve een geheel vormen van samenhangende, nauwkeurige en controleerbare gegevens. De boekhouding die niet de nodige verantwoordingsstukken bevat om een precieze, objectieve en controleerbare boekhouding te zijn, heeft zodoende ook geen enkele bewijskracht.

In casu kunnen louter dagelijkse inschrijvingen van totaalbedragen in het dagontvangstenboek verweerder niet in staat stellen de boekhouding en specifiek de omzet te controleren op haar juistheid en getrouwheid. Ze heeft dan ook geen enkele bewijskracht.

Samen met verweerder stelt de rechtbank verder vast dat eiseres geen verantwoordingsstukken voor het dagontvangstenboek zoals een kasboek, dagelijkse verzamelstaten, kasregisterbladen, ontvangstenbladen of kasticketten voorlegt.

Eiseres kon nochtans naast het gebruik van het in de zaak aanwezige kasregister dewelke de vereiste verantwoordingsstukken produceert (kasticketten), een aantal andere methoden uitwerken opdat het voor verweerder mogelijk zou geweest zijn om op elk moment de kastoestand correct te bepalen en te toetsen met de effectieve verkopen. Zo kon eiseres bijvoorbeeld de verkopen in het dagontvangstenboek uitsplitsen of kon zij dagelijkse samenvattende staten opmaken van de kas.

Ook kon zij opteren voor de toepassing van de forfaitaire grondslagen van aanslag. Deze bijzondere regeling wordt toegestaan voor ondernemingen die onvoldoende georganiseerd zijn op het stuk van de boekhouding en daardoor de normale regeling van de belasting moeilijk kan toepassen. Deze forfaitaire regeling voorziet geen dagontvangstenboek en berekent de omzet volgens gereglementeerde criteria's. Op die manier dient eiseres geen verantwoordingsstukken meer voor te leggen.

### 3.2. nopens het forfait

**3.2.1.** Eiseres stelt dat de toepassing van het forfait zoals toegepast door verweerder niet met de werkelijkheid overeenstemt aangezien Zij startte van nul en zij het klantenbestand stelselmatig diende op te bouwen door middel van promotieacties.

**3.2.2.** De rechtbank stelt vast dat de regels van het forfait wettelijk bepaald zijn in artikel 56, § 1 W.BTW, en in het KB nr. 2 van 7 november 1969 De forfaits zijn opgemaakt in overleg met de administratie en de beroepsorganisaties zodat verweerder daar niet eenzijdig kan van afwijken.

Dat eiseres tijdens promotieacties bepaalde dranken tegen sterk gereduceerde prijzen of gratis heeft ter beschikking gesteld wordt door haar met bewezen aan de hand van positieve en controleerbare gegevens.

### 3.3. nopens de verworpen aftrek

**3.3.1.** Eiseres stelt dat m.b.t. de factuur uitgereikt door **T. S. L.** ten bedrage van 500.000,- Bf. (excl. BTW) volkomen ten onrechte werd geoordeeld dat bij toepassing van artikel 3 van het KB van 10 december 1969 ten onrechte BTW werd afgetrokken.

**3.3.2.** Met betrekking tot de factuur uitgereikt door **T. S. L.** (met BTW-nr. …) heeft … verklaard dat hij voormelde factuur niet heeft uitgereikt en dat de handtekening op de voorgelegde factuur niet de zijne is. Bovendien blijkt dat gerechtsdeurwaarder **W.** op 7 november 1994 een bevel tot uitdrijving heeft opgemaakt en dat hij de inboedel van **T. S. L.** heeft verwijderd en in een container heeft geladen. Het is bijgevolg onmogelijk dat diezelfde inboedel door … op 3 november 1995 werd verkocht aan eiseres. Bovendien kon in de boekhouding van eiseres geen bewijs van betaling van voormelde factuur worden teruggevonden.

De kwestieuze factuur stemt dus duidelijk niet overeen met de werkelijkheid. Het is bijgevolg duidelijk dat eiseres een onrechtmatige aftrek heeft genoten.

### 3.4. nopens de vermindering van de boete

**3.4.1.** Eiseres stelt dat zij volledig ter goeder trouw de door **T. S. L.** gefactureerde goederen heeft aangekocht en dat zij niet wist dat deze goederen reeds in beslag waren genomen door gerechtsdeurwaarder **W.**. Volgens eiseres werd dan ook volledig ten onrechte de wettelijke boete van artikel 70, § 1bis, op basis van [art. 1 van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) van 30 januari 1987, behouden.

Voormelde boete dient dan ook ov. het KB nr. 41, tabel H, verminderd te worden tot 10 % van de verkeerdelijk in aftrek gebrachte belasting.

**3.4.2.** Verweerder stelt dat hij voldoende heeft bewezen dat eiseres gehandeld heeft ter kwader trouw zodat hij terecht de boete van artikel 70, § 1bis heeft toegepast.

Verder stelt verweerder dat op grond van artikel 1 (alinea 8) van het KB nr. 41 voormelde boete niet kan worden verminderd.

**3.4.3.** Krachtens artikel 70, § 1bis W.BTW werd aan eiseres een boete opgelegd ten bedrage van 205.000,- Bf..

De normale verschuldigde boete volgens het artikel 70, § 1bis W.BTW is vastgesteld op het dubbel van de ontdoken rechten.

Normaal wordt voormelde boete evenwel verminderd volgens het barema vermeld in het koninklijk besluit nr. 41 de dato 30 januari 1987. In artikel 1, laatste alinea van voormeld KB staat evenwel dat het barema van de boetevermindering geen toepassing vindt voor overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

Uit het voorliggend proces-verbaal de dato 12 oktober 1999 en de voorliggende stukken blijkt duidelijk dat eiseres op de hoogte was van de opgezette constructie en dat het haar bedoeling was om moedwillig BTW te ontduiken en de schatkist te benadelen. De verbalisanten hebben dan ook volkomen legaal voormelde boete, die rechtstreeks voorvloeit uit de bepalingen van artikel 70, § 1bis W.BTW en [artikel 1, laatste alinea van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1), opgelegd.

Voormelde boete dient gekwalificeerd te worden als een strafsanctie in de zin van artikel 6.1 E.V.R.M.. Het Arbitragehof onderstreepte immers in zijn arrest van 24 februari 1999 dat de fiscale administratieve boete (van 200 %) vooral een repressief karakter heeft. Het is een afschrikkingsmiddel. Bijgevolg zijn het E.V.R.M. en het BUP0-verdrag van toepassing op deze administratieve sanctie. Volgens het Arbitragehof moet de belastingplichtige derhalve de mogelijkheid hebben door een rechter te laten beoordelen of een administratieve sanctie in rechte en in feite verantwoord is en of de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, zijn geëerbiedigd. Onder deze beginselen valt ook het evenredigheidsbeginsel. De rechter moet derhalve een controle met volle rechtsmacht kunnen uitoefenen.

Daarenboven dient vastgesteld dat de wet betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken de dato 23 maart 1999 uitdrukkelijk aan de bevoegde rechtsmachten de bevoegdheid geeft om de opportuniteit van de fiscale geldboeten en verhogingen te beoordelen.

De rechtbank stelt vast dat de begane overtreding uitermate ernstig is en het algemeen belang schade toebrengt. Het betreft hier een door eiseres opgezette fictieve facturatie met als enige doel fraude te plegen en de Staat op te lichten. De begane fraude getuigt van een bijzonder opzet en van het ontbreken van elke goede trouw in hoofde van eiseres. Bovendien brengt eiseres geen enkel argument naar voor brengt die als verzachtende omstandigheid kan worden aangemerkt om over te gaan tot kwijtschelding of vermindering van de boete.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de boete van 205.000 Bf. gerechtvaardigd is en in ieder geval beantwoordt aan het evenredigheidsbeginsel.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en **op tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de fiscale vordering ontvankelijk en ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven, aan de zijde van verweerder begroot op 334,66 EUR, uit hoofde van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **zes mei tweeduizend en twee**.

Aanwezig zijn :

**H. N.**, alleenrechtsprekend rechter,

**L. N.**, e.a. adjunct-griffier,

**N. L.** **N. H.**

## Textes cités

2

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 2 occurrences

[AR no 1 art. 14](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-14-28ed) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-chiffre-tribunal-bruxelles-2025-04-23-0903) 1 dispositions communes

[Délai de dépôt d’une réclamation, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/delai-depot-reclamation-droit-deduction-cour-appel-anvers-2023-03-23-2039) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Pourcentage d’affectation professionnelle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-pourcentage-affectation-professionnelle-cour-appel-mons-2023-05-31-31b4) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Solde créditeur du compte courant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-solde-crediteur-compte-tribunal-bruxelles-2023-01-18-7f9c) 1 dispositions communes

[Livraison intracommunautaire, Exportation, Chiffre d’affaires, Preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-intracommunautaire-exportation-chiffre-affaires-cour-appel-anvers-2020-12-15-ba33) 1 dispositions communes

[Absence de système de caisse enregistreuse](https://juriel.be/fr/jurisprudence/absence-systeme-caisse-enregistreuse-reconstitution-tribunal-liege-2025-03-24-d050) 1 dispositions communes

[Organisation d'événements, Bureau d'affaires, Infractions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/organisation-evenements-bureau-affaires-infractions-tribunal-bruxelles-2026-04-08-e111) 1 dispositions communes

[Comptabilité non probante, Reconstitution du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/comptabilite-non-probante-reconstitution-chiffre-cour-appel-bruxelles-2015-07-10-331f) 1 dispositions communes
