---
title: "23 mai 1990 · Disposition pénale, amende administrative · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Disposition pénale, amende administrative, droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 23 mai 1990."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-droit-tribunal-bruges-1990-05-23-e6f4"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative, droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

23 mai 1990

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

83 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 23.05.1990

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, heeft het hiernavolgend vonnis verleend :**

In de zaak AR nr. **26.577**

De Personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid "**G. V. G.**", voorheen en thans NV **V. G.** (Vervoersonderneming), aanneming van vervoer en grondwerken, met maatschappelijke zetel te …, …, voorheen thans …, en ingeschreven in het handelsregister te Oostende, onder nummer …;

**eiseres,**

voor wie is opgetreden meester **P. D.**, advocaat te …;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, wiens burelen zijn gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat nummer 12, Administratie van de Registratie en Domeinen en BTW, en voor zoveel als nodig in de persoon van de heer Directeur der Registratie en Domeinen en BTW Brugge II, wiens burelen zijn gevestigd te 8000 Brugge, St. Kathelijnestraat 7, vervolging en benaarstiging van :

1) de heer Hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor te Oostende, Controle I, wiens burelen zijn gevestigd te Oostende, E. Feysplein 15, De Mast, Oostende;

2) en van de heer Ontvanger van de BTW te Oostende, wiens burelen zijn gevestigd te Oostende, E. Feysplein nummer 15, De Mast, 5° Verdieping;

**verweerster,**

voor wie is opgetreden meester **J. V. d. P.**, advocaat te …, …

## I. PROCEDURE

De zaak werd ingeleid bij dagvaarding op 30 juli 1981 aan verweerster betekend.

Partijen werden gehoord bij monde van hun raadsman in openbare terechtzitting van 28 maart 1990.

Gehoord het Openbaar Ministerie in de lezing van zijn schriftelijk advies in openbare terechtzitting van 25 april 1990.

Kennis werd genomen van het dossier van de rechtspleging en van de door de partijen overgelegde bundels.

De artikelen 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

## II. TEN GRONDE

### 1. Bijzonderste gegevens van de zaak

Bij proces-verbaal van 10 oktober 1980 werd door de Ambtenaar, waarnemend hoofdcontroleur van de Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, district Brugge A, vastgesteld dat door eiseres, in verband met leveringen door **B. J. B.** uit …, overeenkomstig [artikel 45, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), aftrek werd gedaan van de aangerekende BTW op die facturen, terwijl de facturen niet voldeden aan de voorwaarden bedoeld in het KB nr. 3 van 10 december 1969, artikels 1, 2 en 3 en in het KB nr. 1 van 23 juli 1969 artikel 2.

Meer bepaald zou de leveringsdatum en het inschrijvingsnummer in het boek voor uitgaande facturen van de heer **B.**, ontbreken.

Wegens onrechtmatig afgetrokken BTW zou aldus verschuldigd zijn : de som van 1.565.755 frank, méér de intresten en de wettelijke boeten.

Onder voorbehoud van alle rechten betaalde eiseres op 17 juli 1981 de som van 2.426.005 frank, als volgt samengesteld :

\- BTW : 1.565.755 frank;

\- boeten : 156.000 frank;

\- intresten tot 20 juli 1981 : 704.250 frank;

2.426.005 frank.

Eiseres vordert :

\- de terugbetaling van de som van 2.426.005 frank méér de verwijlsintresten vanaf de datum van betaling;

\- minstens de terugbetaling te bevelen van 515.864 frank wegens ingetreden verjaring, te verhogen met de daarop betrekking hebbende boeten en de rente;

\- dat uiterst subsidiairlijk zou worden ingegaan ,op de stelling van de BBI, dat 50 % of 70 % van de facturen fictief zouden zijn en de rest niet, en de daaruit voortvloeiende terugbetalingen van rechten, boete en rente te bevelen;

\- dat subsidiair de boete van 156.000 frank dient te worden terugbetaald.

In essentie werpt eiseres op :

\- dat de vaststellingen in het proces-verbaal onwettig zijn ingevolge onwettigheid van de BBI en de niet-publicatie van de desbetreffende wetteksten;

\- dat het KB waarbij de aftrek van de BTW afhankelijk wordt gesteld van bepaalde vormvereisten betreffende de facturen van de leverancier-verkoper, de wet schendt gezien, het voorwaarden toevoegt aan de wet ([artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)) die deze zelf niet voorziet en niet heeft opgedragen te voorzien (toepassing artikel 107 Grondwet);

\- dat voor verjaring in aanmerking komen : de facturen van 3 januari 1975 tot 31 december 1975 (totaal BTW 515.864 frank);

\- dat de vormgebreken niet bewezen zijn : de leveringsdata vallen samen met de factuurdatum en op de facturen zijn wel volgnummers terug te vinden;

\- dat verweerster haar vertrouwen heeft beschaamd door haar in de waan te laten dat de facturen regelmatig waren, nu zij vroeger nooit een dergelijk rigoureus standpunt ingenomen heeft;

\- dat verweerster zich bezondigd heeft aan bevoegdheidsafwending, door het vormgebrek van de facturen, die louter een bewijs en controle functie hebben, te misbruiken om de door **B.** niet doorgestorte BTW te recupereren.

### 2. Beoordeling

Bij wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979 – 1980 (Belgisch Staatsblad 15 augustus 1980) en meer bepaald in artikel 87, werd aan de BBI haar wettelijke grondslag verleend door aan de ambtenaren van de BBI de bevoegdheden toe te kennen die door de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake belastingen, rechten en taksen verleend worden aan de fiscale administraties en haar ambtenaren; artikel 87 heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 1979 (artikel 89, § 2).

Gelet op deze wettelijke regeling, is het irrelevant te verwijzen naar vroegere eventuele lacunes met betrekking tot al dan niet toegelaten delegatie van bevoegdheden en de publicatie van de in dit verband genomen besluiten.

Het proces-verbaal van de controlerende ambtenaar behoudt dan ook zijn volle bewijskracht.

[Artikel 3, § 1, 1, 1° van het KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW bepaalt dat om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen, de belastingplichtige in het bezit moet zijn van een factuur van zijn leverancier, opgemaakt overeenkomstig artikel 2 van het KB nr. 1 van 23 juli 1969.

Volgens dit laatste artikel moet ondermeer op die facturen worden vermeld : het volgnummer in het boek der uitgaande facturen en de leveringsdatum (artikel 2.1, 1° en 3°).

Het KB nr. 3 werd genomen in toepassing van [artikel 49 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-49), volgens dewelke de Koning ondermeer de toepassing bepaalt van artikel 45 van die wet, door de regelen te bepalen volgens welke de aftrek plaatsheeft.

Het komt niet voor dat de Koning buiten het wettelijk kader is getreden van zijn uitvoeringsopdracht.

De modaliteit dat de belastingplichtige in het bezit moet zijn van een formeel correcte factuur kadert in de regeling die de Koning betreffende de aftrek diende uit te werken.

De vereiste vermeldingen maken een efficiënte controle vanwege de administratie mogelijk en zijn daarnaast ook niet van aard dat de uitoefening van het recht op aftrek op zichzelf nagenoeg onmogelijk of overdreven moeilijk wordt gemaakt.

De interne regeling wijkt dan ook niet af van de Europese Zesde Richtlijn betreffende de harmonisatie inzake BTW (Europees Hof van Justitie, 14 juli 1988, RW 1988-89, 309).

Verweerster heeft dan ook terecht toepassing gemaakt van de genoemde KB’s nr. 3 en nr. 1 en de aftrek van de voorbelasting afgewezen.

Van verjaring kan geen sprake zijn gezien eiseres op 6 februari 1981 onvoorwaardelijk verzaakt heeft aan de op dat moment gelopen termijn van verjaring betreffende de bedragen die weerhouden werden in het proces-verbaal van 10 oktober 1980 (stuk 2 verweerster).

Wat de vormvereisten zelf betreft van de kwestieuze facturen :

\- minstens de volgnummers ontbreken; de aanduiding van bepaalde inboekingen op de facturen, wijzen niet op het volgnummer bij **B.**, maar op de inschrijving ervan bij eiseres zelf;

\- dat de leveringsdata samenvallen met de factuurdatum is ongeloofwaardig, nu eiseres niet weerlegt dat diverse facturen spreken op een zaterdag, zondag en feestdag en het te zeer onwaarschijnlijk is dat er op dergelijke dagen effectief transacties zijn gebeurd.

Het kan verweerster niet ten kwade geduid worden dat zij de wetgeving, die duidelijk en ondubbelzinnig is, toepast zoals ze bestaat.

Het is in de eerste plaats aan de belastingplichtige om ervoor te zorgen dat hij voldoet aan de voorwaarden om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen.

Hij dient desnoods zijn medecontractant te verplichten een correcte factuur af te leveren, ondermeer door betaling te weigeren zolang deze niet aan de fiscaal voorgeschreven vormvoorwaarden voldoet.

Van bevoegdheidsafwering kan dan ook geen sprake zijn; de aftrekregeling en de invordering van BTW zijn trouwens twee verschillende zaken.

Het is niet omdat verweerster de BTW bij **B.** niet zou kunnen verhalen (wegens insolvabiliteit), dat zij daarom zou moeten afzien van haar recht om de door eiseres doorgevoerde aftrek te betwisten.

Dat verweerster eiseres zou hebben beschaamd in haar rechtmatig vertrouwen blijkt evenmin, nu verweerster uiteraard pas kon optreden nadat ze een specifieke controle “in de zaak **B.**” had uitgevoerd.

De verwijzing van eiseres naar het al dan niet fictief karakter van de facturen **B.** is irrelevant, nu verweerster haar beslissing enkel steunt op het ontbreken van de vereiste vermeldingen op die facturen, wat op zichzelf voldoende is om de uitgevoerde aftrek vanwege eiseres af te wijzen.

De vordering van eiseres komt dan ook als ongegrond voor, behalve voor wat de aangerekende boete van 156.000 frank betreft.

De door de BTW-wet in artikel 70, § 1 ingestelde administratieve geldboete heeft enkel betrekking op de verplichting om de belasting te voldoen en niet op de eventueel ten onrechte toegepaste aftrekregeling.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende op **tegenspraak**.

Alle strijdige en meeromvattende besluiten verwerpend als ongegrond, niet terzake dienend of overbodig.

Gezien het advies van het Openbaar Ministerie.

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond als volgt.

Veroordeelt verweerster om aan eiseres de som te betalen van honderdzesenvijftigduizend (156.000) frank, meer de gerechtelijke intresten vanaf dertig juli negentienhonderd éénentachtig.

Zegt voor recht dat iedere partij zijn eigen kosten dient te dragen; de rechtsplegingsvergoedingen worden gecompenseerd; die kosten dienen dan ook niet te worden begroot.

Verklaart onderhavig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgstelling.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, op **drieëntwintig mei negentienhonderd negentig**.

Aanwezig zijn :

**C. G.**, alleenrechtsprekend rechter;

**C. B.**, substituut procureur des Konings;

**G. V. W.**, griffier.

**G. V.** **C. G.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

[AR no 3 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) 1 occurrence

[CTVA art. 49](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-49) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Exercice du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exercice-droit-deduction-factures-achat-cour-appel-bruxelles-2019-10-17-83a0) 3 dispositions communes

[Amende, Motivation de la contrainte, Nullité de la contrainte](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-motivation-contrainte-nullite-caractere-cour-appel-gand-2018-02-20-d2f4) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Affectation à l’activité économique](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-affectation-activite-economique-cour-appel-liege-2021-01-18-e043) 3 dispositions communes

[Facture, Mentions obligatoires, Numéro d'ordre, Mentions techniques, Véhicules](https://juriel.be/fr/jurisprudence/facture-mentions-obligatoires-ordre-techniques-cour-appel-bruxelles-2003-04-035e) 3 dispositions communes

[Disposition pénale, amende administrative, droit à déduction de l’impôt](https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-droit-cour-appel-gand-2004-02-17-04a3) 3 dispositions communes

[Disposition commune, preuve, mesure de contrôle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-commune-preuve-mesure-controle-tribunal-kortrijk-1998-01-05-9165) 3 dispositions communes

[Sous-traitance, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sous-traitance-amende-tribunal-bruxelles-2026-07-17-0a85) 2 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes
