---
title: "18 avril 2006 · Disposition pénale, amende administrative · Cour d&#x27;appel de Gand"
description: "Disposition pénale, amende administrative. Cour d'appel de Gand (Belgique), 18 avril 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-cour-appel-gand-2006-04-18-9264"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Disposition pénale, amende administrative · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

18 avril 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

73 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 18.04.2006

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Hof van beroep te Gent, 5be kamer - terechtzitting van 18-04-2006**

## BELASTINGEN

Nr. **2001/AR/2449**

in de zaak van :

**C. T. NV**, met maatschappelijke zetel te …, …; met ondernemingsnummer …,

**appellante,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **S. L.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de e.a. Inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Gent 1, met kantoren te 9000 GENT, Martelaarslaan nr23,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **V. G.** loco mr. **C. V. P.**; advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

1\. Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 23.3.1989 dagvaardde de appellante de geïntimeerde voor de rechtbank van eerste aanleg te Gent teneinde uitspraak te horen doen over haar verzet tegen het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd op 6.2.1989 door **E. B.**, ontvanger van het BTW­ontvangkantoor te Gent 1, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 8.2.1989 door **P. D. S.**, gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen.

In dit dwangbevel werd opgenomen als schuld ten laste van de appellante : een bedrag van … BEF (… EUR) + een geldboete krachtens [artikel 70, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) van … BEF (… EUR)+ intresten en kosten.

Voor de eerste rechter vorderde de appellante de vernietiging van het dwangbevel, tevens dat zou gezegd worden voor recht dat de in het dwangbevel vermelde bedragen niet verschuldigd zijn, minstens de BTW-boete zou worden herleid tot … BEF (… EUR).

Bij vonnis van 22.3.2001 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, derde kamer, werd de vordering van de appellante ontvankelijk doch ongegrond verklaard, en werd zij veroordeeld tot de kosten.

Bij gerechtsdeurwaardersexploot van 22.11.2001 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis. Zij vordert met dit hoger beroep dat dit vonnis zou vernietigd worden, en :

> *"*
>
> *Aan concluante (d.i. de appellante) akte te verlenen dat ze vordert dat de administratie van de BTW de volledige bundel zou voorleggen, inbegrepen de wijze op dewelke het onderzoek ingesteld werd en de redenen daarvan;*
>
> *Het dwangbevel van 6 februari 1989 van de Ontvanger van het Eerste BTW-ontvangkantoor nietig te verklaren;*
>
> *Subsidiair, vast te stellen dat het onderzoek steunt op een verklikking en nietig dient verklaard te worden;*
>
> *Meer subsidiair, vast te stellen dat concluante (d.i. de appellante) steunt op vermoedens die moeten aanvaard worden, als zijnde gewichtig, bepaald en met elkaar overeenstemmend voor de ontbrekende kledingstukken.*
>
> *Te zeggen dat concluante (d.i. de appellante) zich terecht verzet tegen het dwangbevel van 6 februari 1989.*
>
> *Het verzet ontvankelijk en gegrond te verklaren;*
>
> *Te zeggen dat er geen aanleiding bestaat om de … Bfrs BTW en … Bfrs geldboete, meer intresten ten laste van concluante (d.i. de appellante) te stellen;*
>
> *Geïntimeerde te veroordelen tot terugbetaling van … Bfrs en … Bfrs, hetzij omgerekend in Euro, … € en … €."*

Het blijkt niet dat het bestreden vonnis werd betekend of dat de appellante er in zou hebben berust.

Het hoger beroep is tijdig en regelmatig.

De geïntimeerde vordert de bevestiging van het bestreden vonnis.

2\. De vermelding in het proces-verbaal van 19.8.1988 dat de verbalisant zich op 18.1.1988, 1 en 11.2.1988 begeven heeft ten zetel van de PVBA **C. T.**, dat deze laatste PVBA geïmmatriculeerd is als BTW-belastingplichtige en deze belastingplichtige BTW en accessoria verschuldigd is, heeft te dezen geen invloed.

Weliswaar werd de PVBA **C. T.** volgens opgave door de appellante omgevormd in de NV **C. T.** bij notariële akte van 7.11.1987 gepubliceerd in het BS van 3.12.1987, doch er bestaat geen twijfel over dat het vermelden van "*PVBA*" in plaats van "*NV*" zonder invloed is geweest op de vaststellingen en de deducties uitgevoerd in het proces-verbaal, en dat dit de appellante niet gehinderd heeft in het uitoefenen van haar rechten van verdediging. Bovendien bevestigt de appellante zelf in de inleidende dagvaarding dat het de PVBA is die omgevormd werd in een NV, en dus enkel de rechtsvorm veranderd is. Het wordt ook niet betwist dat de NV gehouden is tot de schulden van de PVBA. In dit verband moet worden opgemerkt dat voor de onderzochte periode (01.01.1984 tot 31.12.1986) het trouwens de PVBA en niet de NV was die belastingplichtige was, zodat de vermelding in het proces­verbaal dat de PVBA belastingplichtige was niet onjuist is. Hoe dan ook is de appellante niet in haar belangen geschaad, minstens toont zij zulks niet aan.

De administratie kon dan ook, zoals zij deed, proces-verbaal opstellen met betrekking tot de PVBA, en hierop steunen om een dwangbevel uit te vaardigen op naam van de NV. Noch het dwangbevel noch het proces-verbaal waarop het steunt, zijn door nietigheid aangetast.

3\. Uit het enkel feit dat de BBI overging tot BTW-controle kan niet zonder meer afgeleid worden dat dit onderzoek op gang kwam ingevolge verklikking. In dit verband uit de appellante enkel loutere beweringen, door niets gestaafd.

Met het oog op de geldigheid van het onderzoek legt geen enkel wettelijke bepaling aan de administratie de plicht op aan te tonen dat het onderzoek werd uitgevoerd om andere redenen dan verklikking. Zo de appellante zich op verklikking beroept dan dient zij dit minstens geloofwaardig te maken, wat zij niet doet. Volledigheidshalve dient trouwens te worden opgemerkt dat verklikking op zich niet de nietigheid van het onderzoek tot gevolg heeft, maar in elk geval eerst zou moeten blijken dat dergelijke verklikking op onrechtmatige wijze gebeurde of op basis van onrechtmatig bekomen informatie (en dan nog onder voorbehoud van verdere beoordeling van de gevolgen van dergelijke onrechtmatigheid). Ook dit wordt door de appellante niet aannemelijk gemaakt.

De stelling van de appellante dat de eigenares van het pand waarin een van de winkels gevestigd was de auteur van de "verklikking" zou zijn omdat er anders geen reden is om haar tussenkomst te vermelden in het proces-verbaal, kan hoe dan ook niet gevolgd worden. Uit de brief van Mevrouw **J.**, op de administratie toegekomen op 19.4.1988 (stuk 25 van de appellante) blijkt dat zij schriftelijk werd uitgenodigd het bedrag van de schadevergoeding en van de beschadigde stukken op te geven, dit als aansprakelijke voor het schadegeval (zie stuk 14 van de appellante, vordering tot schadevergoeding), zodat hieruit niet zonder meer verklikking kan worden afgeleid.

4\. Uit het proces-verbaal van 19.8.1988 blijkt dat de verbalisant voor elk van de jaren 1985 en 1986 van de som van de beginstock en de aankopen de eindstock aftrok evenals de verkopen die hij terugvond in de boekhouding. Voor 1985 gaf dit een overschot van 6.788 stuks - 5.969 stuks = 819 stuks, voor 1986 van 7.827 stuks - 6.838 stuks = 989 stuks.

Uit zelfde proces-verbaal volgt dat de verbalisant de zaakvoerster heeft uitgenodigd rechtvaardiging te geven voor dit verschil bij hoeveelheidscontrole. Hierbij moet worden vastgesteld dat voor het merendeel van rechtvaardigingsposten de verbalisant de verklaringen van de zaakvoerster aannam, zonder nadere bewijsstukken. Zo gebeurde dit voor de werkkledij van het personeel, de kledij van de zaakvoerster en van de Heer **J.**, de niet­verkochte toebehoren, het aantal gecombineerde stukken. Voor het aantal afgedankte stukken werd gesteund op de inventaris. Voor 1985 werd voor de door ongeval beschadigde stukken gesteund op een expertise in opdracht van de verzekeringsmaatschappij. Voor het jaar 1986 werden de door ongeval (waterinsijpeling) beschadigde stukken opgegeven door de eigenares van het pand (Mevrouw **J.**) waarin het schadegeval zich voordeed. Zij geeft in een schriftelijke verklaring weer hoeveel zij aan schadevergoeding betaalde, hoeveel stuks het betrof (zij nam ze mee), en dat zij ze aan Spullenhulp gaf Er zijn geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van haar verklaring.

Rekening houdend met deze rechtvaardigingen, die hetzij bleken uit stukken, hetzij het standpunt van de appellante waren in tempore non suspecto, bleven voor 1985 nog een verschil van 440 stuks te rechtvaardigen en voor 1986 een verschil van 722 stuks.

De verbalisant heeft dan nog voor elk van de jaren 100 stuks aangenomen als gedeclasseerde stukken, geraamd bij gebrek aan bewijzen. Aldus bleef er nog een verschil van 3 40 stuks voor 1985 en van 622 stuks voor 1986.

De administratie vermocht te dezen te vermoeden dat de stukken waarvoor geen rechtvaardiging voorhanden was werden verkocht zonder in de boekhouding te zijn opgenomen.

Anders dan door de appellante voorgehouden mocht de verbalisant bij zijn controle steunen op de voorgelegde boekhouding om het hoeveelheidstekort te bepalen. Daartoe onder meer dient trouwens een boekhouding te worden bijgehouden, teneinde controle te vergemakkelijken. Tevergeefs verwijt de appellante dan ook de verbalisant niet nog eens te hebben nagegaan welke stukken zich nog in de winkel bevonden. Hierbij dient opgemerkt dat men zich afvraagt in welke mate de controlerende ambtenaar nog de juistheid van de inventarissen voor 1985 en 1986 ten volle zou kunnen nagaan door nazicht van de voorhanden zijnde goederen in 1988, jaar van controle.

De vaststellingen van de verbalisant van wat hij in de boekhouding aantrof en wat niet zijn vaststellingen die gelden tot bewijs van het tegendeel.

Het is bovendien niet omdat de boekhouding als niet-bewijskrachtig te beschouwen is, dat de administratie geen gegevens uit deze boekhouding zou mogen aanwenden teneinde de werkelijke omzet te bepalen (vergelijk bvb. met Cass. 27.9.1956, Pas. 1957, I, p. 55). Het verwerpen van de boekhouding wegens onvolledigheid houdt op zich niet in dat alles wat er wel in is opgenomen, onjuist is.

Het behoort de appellante het bewijs te leveren van de rechtvaardigingen die zij aanvoert.

Er kan niet zonder meer aangenomen worden dat een belangrijk aantal stukken werden gestolen in de jaren 1985 en 1986. Algemene statistische gegevens volstaan te dezen niet als bewijs, alleen reeds omdat de mogelijkheden tot diefstal afhankelijk zijn van de concrete plaatselijke omstandigheden (zo o.m. diefstalbeveiliging, de omvang van de winkel, e.d. meer). Zo met de appellante moet worden aangenomen dat het bewijs van de diefstal niet gemakkelijk is, dan is dit daarom nog niet onmogelijk, en staat het bewijs door vermoedens ter beschikking. Hierbij kan o.m. een nauwkeurige en betrouwbare boekhouding (te dezen niet voorhanden) bijdragen tot het bestaan van een vermoeden.

De appellante slaagt er niet in het bewijs te leveren dat meer stukken dan aangenomen door de administratie "*verdwenen*" (daarmee wordt volgens de conclusie van de appellante bedoeld : afgedankt, gedeclasseerd, beschadigd, aangeboden, gestolen, verloren of beschadigd) zijn" en dus niet kunnen geacht worden verkocht te zijn. In dit verband dient de appellante trouwens zelf toe te geven dat geen bewijs kan geleverd worden van het aantal stukken die "*verdwenen*" zijn en niet als verkocht kunnen beschouwd worden.

5\. In zoverre de boete bestreden wordt dient ingegaan op de argumentatie door de appellante ontwikkeld in haar conclusie neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Gent op 10.1.2001, p. 4 onderaan.

De administratie heeft aan de appellante een boete opgelegd van … BEF (… EUR) in toepassing van [artikel 70, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) en verminderd in toepassing van het KB nr. 41 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, en vervolgens deze boete verhoogd met 50 % wegens kennisgeving of betekening van een dwangbevel, in toepassing van [artikel 2 van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art2).

[Artikel 2 eerste lid van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art2) van 30.01.1987 bepaalt dat in geval van kennisgeving of betekening van het dwangbevel beoogd in [artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85), de in de tabellen A tot F van de bijlage bij dit besluit opgenomen geldboeten worden verhoogd met 50 % zonder dat het gevorderde bedrag kleiner mag zijn dan 5 % van de verschuldigde belasting.

Eenieder heeft in beginsel het recht om een geding door de rechter te laten beslechten binnen de grenzen en volgens de vormen door de wet bepaald, recht dat de openbare orde aanbelangt. De uitoefening van dit recht mag niet gehinderd worden door een regel waarbij de loutere uitoefening van dit recht gesanctioneerd wordt met een boete, terwijl dit recht wel mag worden beperkt, inzonderheid om vormen van misbruik te bestrijden.

[Artikel 2 van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art2) d.d. 30.01.1987 moet dan ook in die zin worden uitgelegd dat de erin vermelde verhoging van de geldboete ertoe strekt, in het algemeen belang, procedures te vermijden vanwege belastingplichtigen die geen voldoende redenen hebben om niet vrijwillig de belastingschuld te betalen (vergelijk hieromtrent met [Cass. 25.04.2002](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amendes-majoration-cas-procedure-controle-cassation-bruxelles-2002-04-25-0a84), Pas. 2002, nr. 253 p. 1008).

Er moet aangenomen worden dat de appellante voldoende redenen had om de belastingschuld te betwisten. De betwisting betrof voornamelijk de vraag of de appellante al dan niet een bepaald bewijs leverde, dit hield een appreciatie in van de door de appellante aangevoerde bewijselementen, en er kan niet zonder meer gesteld worden dat de appellante onvoldoende redenen had om in graad van beroep te pogen een voor haar gunstige appreciatie te bekomen. In deze omstandigheden dient gesteld dat de boeteverhoging opgelegd in toepassing van [artikel 2 van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art2) d.d. 30.01.1987 enkel werd opgelegd omdat een dwangbevel diende betekend te worden, wat strijdig is met voormelde regel van openbare orde.

Om deze reden dient de opgelegde boete te worden verminderd met deze verhoging.

### Dispositif

## OP DEZE GRONDEN

**HET HOF,** recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen;

Ontvangt het hoger beroep en verklaart het gedeeltelijk gegrond;

Doet het bestreden vonnis teniet behoudens waar het de oorspronkelijke vordering ontvankelijk verklaart;

Verklaart deels gegrond het verzet van de appellante tegen het dwangbevel (RCIV nr. …) uitgevaardigd op 6.2.1989 door **E. B.**, ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Gent 1, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 8.2.1989 door **P. D. S.**, gewestelijke directeur van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen;

Vernietigt dit dwangbevel wat de geldboete betreft in de mate waarin het voor de geldboete een hoger bedrag vaststelt dan … BEF (… EUR);

Veroordeelt de appellante tot 6/7 en de geïntimeerde tot 1/7 van de kosten van beide aanleggen;

Begroot deze kosten in hun geheel als volgt :

• aan de zijde van de appellante : op … EUR dagvaarding en rolstelling + … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR uitgavenvergoeding verzoekschrift hoger beroep + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR;

• aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg + … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep, hetzij in totaal … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer bis**, recht doende in burgerlijke zaken, op **ACHTTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN ZES**.

Aanwezig de Heren :

**G. T.**, Raadsheer, waarnemend Voorzitter, alleenrechtsprekend.

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **G. T.**

## Textes cités

3

[AR no 41 art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 4 occurrences

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 2 occurrences

[CTVA art. 85](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 2 dispositions communes

[Secteur Horeca, Système de caisse enregistreuse, Absence de détention](https://juriel.be/fr/jurisprudence/secteur-horeca-systeme-caisse-enregistreuse-tribunal-namur-2021-12-08-0e27) 2 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 2 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 2 dispositions communes

[Compte spécial, Conformité au Droit communautaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/compte-special-conformite-droit-communautaire-tribunal-bruxelles-2022-12-21-17dd) 2 dispositions communes

[Droit de déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-developpement-cour-appel-anvers-2026-01-06-1ac3) 2 dispositions communes

[Validité de la contrainte, Motivation adéquate](https://juriel.be/fr/jurisprudence/validite-contrainte-motivation-adequate-reference-cour-appel-liege-2022-09-14-234b) 2 dispositions communes

[Inspection à domicile, Fraude au domicile, visite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/inspection-domicile-fraude-visite-cour-appel-gand-2025-02-04-3b64) 2 dispositions communes
