---
title: "Déclaration trimestrielle, Notification de régularisation · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 10 mars 2025"
description: "Déclaration trimestrielle, Notification de régularisation, Amende proportionnelle. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 10 mars 2025."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-trimestrielle-notification-regularisation-amende-tribunal-anvers-2025-03-10-1c62"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Déclaration trimestrielle, Notification de régularisation, Amende proportionnelle, déclarant trimestriel

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

10 mars 2025

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

281 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance d'Anvers du 10.03.2025

\[ Jugement favorable \]

*TVA – Déclaration trimestrielle – Notification de régularisation – Amende proportionnelle*

**Texte intégral:**

L’arrêt est publié uniquement dans la langue originale.

### Corps de la décision

**Vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 10.03.2025**

## (23/5220/A en 23/5221/A)

## Inzake: AR 23/5220/A en AR 23/5221/A

**Inzake: AR 23/5220/A**

**X.,** (cfr. verzoekschrift, cfr. conclusies)**,** (cfr. Rijksregister)

geboren op … en wonende te …, RRN: …

eiser

 vertegenwoordigd ter zitting door Mr. V.Y. te …,

**TEGEN.**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Mechelen, met correspondentieadres te 9050 LEDEBERG (GENT), Gaston Crommenlaan 6 bus 767, KBO: 0308.357.159,

verweerder

 vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw V.P., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën,

**en inzake: AR 23/5221/A**

**X.,** (cfr. verzoekschrift, cfr. conclusies) (cfr. Rijksregister)

geboren op … en wonende te … RR…

eiser

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. V.Y. te …,

**TEGEN:**

**DE BELGISCHE STAAT,**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum Mechelen, met correspondentieadres te 9050 LEDEBERG (GENT), Gaston Crommenlaan 6 bus 767, KBO: 0308.357.159,

verweerder

 vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw V.P., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

**Inzake: AR 23/5220/A**

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

 het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 22 december 2023, ingeschreven ter griffie op 22 december 2023;

 de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 2 februari 2024, waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

 de besluiten van partijen.

**Inzake: AR 23/5221/A**

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

 het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 22 december 2023, ingeschreven ter griffie op 22 december 2023;

 de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 2 februari 2024, waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

 de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 10 februari 2025.

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

Eiser is sinds 1 december 2004 geregistreerd als btw-belastingplichtige onder het nummer BE… voor de activiteit van fiscaal adviseur. Hij dient elk kwartaal zijn periodieke btw-aangiften in te dienen.

Een controle inzake btw vond plaats voor de controleperiode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021.

Voor de jaren 2020 en 2021 werd op 28 juni 2023 een regularisatieopgave inzake de vastgestelde inbreuken op de btw-wetgeving toegestuurd aan eiser.

Met het schrijven van 31 juli 2023 verklaarde eiser zich niet akkoord met deze regularisatieopgave.

De vastgestelde inbreuken voor de periode van 1 januari 2020 tot 31 december 2020 en van 1 januari 2021 tot 31 december 2021 werden opgenomen in een afzonderlijk proces-verbaal van regularisatie van 7 december 2023 (stukken 1 verweerder).

In het proces-verbaal voor de periode van 1 januari 2020 tot 31 december 2020 worden volgende bedragen gevorderd:

 btw: 6.090,00 euro,

 als proportionele geldboete: 12.180,00 euro (200%),

 te vermeerderen met de wettelijk verschuldigde interesten vanaf 21 januari 2021.

Dit proces-verbaal werd aangetekend verzonden op 7 december 2023.

Voor de schuld opgenomen in dit proces-verbaal werd het invorderingsorder met nummer 500.2829.29269 opgesteld.

De fiscale schuld werd opgenomen in het innings- en invorderingsregister met nummer 202312NL020, dat werd opgemaakt op 27 december 2023 en uitvoerbaar verklaard op 28 december 2023. Een uittreksel uit het innings- en invorderingsregister werd opgestuurd op 28 december 2023 (stuk 2 verweerder).

Tegen het proces-verbaal werd een verzoekschrift op tegenspraak ingediend op 22 december 2023 (zaak met AR 23/5221/A).

In het proces-verbaal voor de periode van 1 januari 2021 tot 31 december 2021 worden volgende bedragen gevorderd:

 btw: 4.620,00 euro,

 als proportionele geldboete: 9.240,00 euro (200%),

 te vermeerderen met de wettelijk verschuldigde interesten vanaf 21 januari 2022.

Dit proces-verbaal werd aangetekend verzonden op 7 december 2023.

Voor de schuld opgenomen in dit proces-verbaal werd het invorderingsorder met nummer 500.2829.29471 opgesteld.

De fiscale schuld werd opgenomen in het innings- en invorderingsregister met nummer 202401NL019, dat werd opgemaakt op 22 januari 2024 en uitvoerbaar verklaard op 23 januari 2024. Een uittreksel uit het innings- en invorderingsregister werd opgestuurd op 23 januari 2024 (stuk 2 verweerder).

Ook tegen dit proces-verbaal werd een verzoekschrift op tegenspraak ingediend op 22 december 2023 (zaak met AR 23/5220/A).

## 2. Samenvoeging

In toepassing van artikel 30 Ger. W. worden samenhangende zaken samen behandeld wanneer zij onderling zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen om onverenigbare oplossingen te vermijden.

De rechtbank volgt het standpunt van partijen dat er sprake is van samenhangende zaken met de rolnummers A.R. 23/5220/A en A.R. 23/5221/A.

Het gaat immers om betwistingen waar dezelfde belastingplichtige betrokken is en de discussie betreft dezelfde geschilpunten.

Volgens de rechtbank is er een reëel risico op tegenstrijdige uitspraken. De zaken met de rolnummers A.R. 23/5220/A en A.R. 23/5221/A worden bijgevolg samengevoegd.

## 3. Vorderingen van partijen

### Eiser verzoekt de rechtbank:

### Inzake A.R. 23/5220/A:

de vordering van eiser ontvankelijk en gegrond te verklaren;

Derhalve zowel:

1°) de "kennisgeving van proces-verbaal — periode 1/1/2021 tot 31/12/2021" van de

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, KMO

CENTRUM MECHELEN — Controle 1, Gaston Crommenlaan 6 / bus 747, ondertekend

door de heer F.C., bevoegd attaché, dd. 7 december 2023;

2°) het "Proces-verbaal van regularisatie" dd. 7 december 2023 van de Federale

Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, KMO CENTRUM

MECHELEN — Controle 1, Gaston Crommenlaan 6 / bus 747, ondertekend door de heer

F.C., bevoegd attaché;

3°) het betaalbericht dd. 12 december 2023 onder Artikelnummer 500.2829.29471

betreffende Proces-verbaal van 7 december 2023;

te vernietigen en te zeggen voor recht dat deze ten onrechte werden opgemaakt;

te zeggen voor recht dat eiser terecht de facturen van de S.A. C. had opgenomen

in zijn boekhouding en in zijn aangiftes met betrekking tot het boekjaar 2021;

tevens te zeggen voor recht dat door de belastingadministratie ten onrechte wordt

gevorderd:

1°) een bedrag van 4.620,00 euro aan btw;

2°) een proportionele boete van 200 %, zijnde 9.240,00 euro;

3°) nalatigheidsinteresten op grond van artikel 91, §1 van het W.btw;

verweerder te veroordelen tot alle kosten, met inbegrip van de

rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 1.800,00 euro en van het bedrag van

24,00 euro als bijdrage voor het Fonds van de Tweedelijnsbijstand.

Inzake A.R. 23/5221/A:

 de vordering van eiser ontvankelijk en gegrond te verklaren;

 Derhalve zowel:

1°) de "kennisgeving van proces-verbaal — periode 1/1/2020 tot 31/12/2020" van de Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, KMO CENTRUM MECHELEN — Controle 1, Gaston Crommenlaan 6 / bus 747, ondertekend door de heer F.C., bevoegd attaché, dd. 7 december 2023;

2°) het "Proces-verbaal van regularisatie" dd. 7 december 2023 van de Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, KMO CENTRUM MECHELEN — Controle 1, Gaston Crommenlaan 6/ bus 747, ondertekend door de heer F.C., bevoegd attaché;

3°) het betaalbericht dd. 12 december 2023 onder artikelnummer 500282929269 betreffende het proces-verbaal van 7 december 2023;

te vernietigen en te zeggen voor recht dat deze ten onrechte werden opgemaakt; te zeggen voor recht dat eiser terecht de facturen van de S.A. C. had opgenomen in zijn boekhouding en in zijn aangiftes met betrekking tot het boekjaar 2021;

tevens te zeggen voor recht dat door de belastingadministratie ten onrechte wordt gevorderd:

1°) een bedrag van 6.090,00 euro aan btw;

2°) een proportionele boete van 200 %, zijnde 12.180,00 euro;

3°) nalatigheidsinteresten op grond van artikel 91, §1 van het W.btw;

verweerder te veroordelen tot alle kosten, met inbegrip van de

rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 1.800,00 euro en van het bedrag van 24,00 euro als bijdrage voor het Fonds van de Tweedelijnsbijstand.

### Verweerder verzoekt de rechtbank:

### Inzake A.R. 23/5220/A:

 het verzoekschrift ontvankelijk maar ongegrond te verklaren;

 de vordering van eiser of te wijzen;

 het schuldartikel met het nummer 500.2829.29471 opgenomen in het innings- en invorderingsregister van 22 januari 2024 en gemotiveerd door het proces-verbaal van 7 december 2023 te bevestigen;

 eiser tot de kosten te veroordelen.

Inzake A.R. 23L5221/A:

 het verzoekschrift ontvankelijk maar ongegrond te verklaren;

 de vordering van eiser of te wijzen;

 het schuldartikel met het nummer 500.2829.29269 opgenomen in het innings- en invorderingsregister van 27 december 2023 en gemotiveerd door het proces-verbaal van 7 december 2023 te bevestigen;

 eiser tot de kosten te veroordelen.

## 4. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vorderingen van eiser wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De vorderingen van eiser zijn dan ook ontvankelijk.

## 5. Beoordeling

### 5.1. Voorafgaandelijk — wering stukken eiser

De belastingadministratie verzoekt de rechtbank geen rekening te houden met de stukken die door eiser niet werden overgemaakt samen met haar op 31 oktober 2024 neergelegde tweede (synthese)conclusie.

Verweerder stelt eiser alsnog de kans te hebben gegeven om de stukkenbundel(s) over te maken, maar dat verweerder deze stukken niet heeft mogen ontvangen.

Bijgevolg is verweerder van mening dat de stukken van eiser met nummer 1, 3, 4, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 16 dienen te worden geweerd uit de debatten.

Op de terechtzitting van 10 februari 2025 gaat verweerder er akkoord mee dat de stukken 8, 9, 10, 11 en 13 niet uit de debatten dienen te worden geweerd.

Artikel 740 Ger.W. bepaalt dat alle memories, nota's of stukken die niet ten laatste tegelijk met de conclusies of, bij toepassing van artikel 735 Ger.W., voor de sluiting der debatten zijn overgelegd, ambtshalve uit de debatten worden geweerd.

De rechtbank stelt vast dat eiser niet aantoont dat volgende stukken tijdig werden overgemaakt aan verweerder : 1, 3, 4, 12, 14, 15 en 16, zodat de rechtbank overgaat tot de wering van de voormelde stukken.

### 5.2. Ten gronde

#### 5.2.1. Wat de betwiste aftrek van de btw betreft

##### A. Algemeen

In toepassing van artikel 45, §1 W.btw mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen, geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen, handelingen vrijgesteld van belasting krachtens de artikelen 39 tot 42 W.btw, handelingen in het buitenland waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden, handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4' tot 10° W.btw of diensten als makelaar bij voorgaande handelingen.

Opdat de belastingplichtige recht op aftrek van de voorbelasting kan hebben en de omvang van dat recht kan worden bepaald, dient er volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in beginsel een rechtstreeks en onmiddellijk verband te bestaan tussen een bepaalde handeling in een eerder stadium en een of meer handelingen in een later stadium waarvoor recht op aftrek bestaat.

De belastingplichtige het recht op aftrek inroept, dient het bewijs te leveren dat hij zich in de vereiste voorwaarden bevindt om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen.

In de processen-verbaal van 7 december 2023 werd de btw-aftrek van de facturen van S.A. C. verworpen voor een bedrag van 6.090,00 euro (2020) en 4.620,00 euro (2021).

Volgende facturen (stukken 3 verweerder) werden door de S.A. C. uitgereikt aan eiser:

| Nr. | Datum | Leverancier | Aard | Maatstaf van heffing | Ten onrechte afgetrokken btw |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 3 | 31/03/2020 | S.A. C. | "Programme X3" | € 10.000,00 | € 2.100,00 |
| 6 | 30/06/2020 | S.A. C. | "Programme X3" | € 5.000,00 | € 1.050,00 |
| 8 | 30/09/2020 | S.A. C. | "Programme X3" | € 5.000,00 | € 1.050,00 |
| 10 | 31/12/2020 | S.A. C. | "Programme X3" | € 9.000,00 | € 1.890,00 |
|  |  |  |  | Totaal: | € 6.090,00 |

| Nr. | Datum | Leverancier | Aard | Maatstaf van heffing | Ten onrechte afgetrokken btw |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 3 | 31/03/2021 | S.A. C. | "Programme X3" | € 4.000,00 | € 840,00 |
| 6 | 30/06/2021 | S.A. C. | "Programme X3" | € 6.000,00 | € 1.260,00 |
| 8 | 30/09/2021 | SA. C. | "Programme X3" | € 7.000,00 | € 1.470,00 |
| 10 | 31/12/2021 | S.A. C. | "Programme X3" | € 5.000,00 | € 1.050,00 |
|  |  |  |  | Totaal: | € 4.620,00 |

##### B. Standpunt van de partijen

Verweerder stelt dat m.b.t. deze facturen eiser niet heeft aangetoond dat de voorwaarden om het recht op aftrek uit te oefenen vervuld zijn, wat blijkt uit de volgende elementen:

1.Uit de aard van de prestaties op de aankoopfacturen kan niet opgemaakt worden in hoeverre deze diensten kaderen in de economische activiteit van eiser. De activiteit van gedelegeerd bestuurder als natuurlijke persoon is geen belastingplichtige activiteit zoals bedoeld in het Btw-Wetboek.

2.Het btw-nummer van de S.A. C. werd niet vermeld op de betreffende aankoopfacturen.

3.De omschrijving van de geleverde prestaties is onduidelijk.

4.De buitenlandse (Luxemburgse) btw is niet aftrekbaar.

5.Uit nazicht van de leverancierslijsten van eiser blijkt dat de S.A. C. niet vermeld staat als leverancier, noch het bedrag dat aan hem gefactureerd werd.

6.Op de voorgelegde facturen werden geen betalingsinstructies vermeld; er wordt geen bankrekeningnummer vermeld waarop de betaling kan gebeuren. Er werden geen betalingsbewijzen met betrekking tot deze facturen van de firma S.A. C. voorgelegd.

7.Op 28 oktober 2021 werd S.A C. door de rechtbank te Luxemburg, gerechtelijk ontbonden.

8.Er diende gebruik te worden gemaakt van het systeem van de verlegging van de btw zodat de vermeende aangerekende btw op het document ten onrechte werd aangerekend.

Eiser is het oneens met het standpunt van verweerder en licht toe dat hij in 2009 in het kader van een samenwerking met de heer L.W., wonende in Jakarta (Indonesia), de beschikking heeft gekregen over een set waardepapieren uitgegeven door de ABN AMRO BANK N.V.

Daarbij was overeengekomen dat deze waardepapieren enkel konden aangewend worden voor het uitvoeren van humanitaire werken, waarbij de helft van deze humanitaire werken in Indonesia moet plaatsvinden.

Op 21 februari 2012 is eiser een samenwerkingsovereenkomst "Joint Venture Agreement" aangegaan met J.P. optredend in zijn persoonlijke naam en ondermeer in de naam van S.A C.. J.P. had de stichting "C.X." (nadien omgevormd tot "X.F." ) opgericht met als Joel de verwezenlijking van humanitaire werken.

Eiser zou in het kader van de samenwerkingsovereenkomst deze waardepapieren hebben toevertrouwd aan J.P.. De bedoeling was dat "C.X." een krediet zou bekomen op basis van deze waardepapieren om de humanitaire werken te kunnen verwezenlijken.

Er werd afgesproken :

 dat de stichting "C.X." na het bekomen van de kredieten een bedrag van 6.000.000,00 euro zou betalen aan eiser;

 dat na het bekomen van de kredieten, een eerste humanitair werk in België zou worden opgestart, waartoe "X.B." zou worden opgericht waarin eiser zou worden aangesteld als bestuurder en waarvoor hij een maandelijkse bezoldiging als bestuurder zou worden toegekend;

 dat de projecten zouden worden opgestart in België en Frankrijk en vervolgens in heel Europa en eiser zou worden aangesteld als gedelegeerd bestuurder voor heel Europa, waarbij hem een ruime maandelijkse vergoeding zou worden uitbetaald;

 dat eiser ook voor een deel — met een maximum van 5 % - zou tussenkomen in de ontwikkelingskosten voor het opzetten van alle structuren en alle kosten en uitgaven die daartoe door de groep C.X.— C. werden gemaakt.

Omdat eiser niet bij machte was om reeds zijn aandeel in de bedoelde kosten bij te dragen, werd overeengekomen dat C. S.A. het aandeel van eiser elk kwartaal zou factureren.

Deze bedragen dienden door eiser niet te worden betaald, doch zullen worden verrekend met de vergoedingen die aan eiser maandelijks zullen worden toegekend als bestuurder in de vennootschap die zal worden opgericht voor de realisatie van de eerste pilootprojecten, van zodra de eerste kredietlijnen bekomen zullen worden.

##### Standpunt van de rechtbank

De aankoopfacturen van 2020 en 2021 bevatten volgende omschrijving in het Frans:

« MONTANT FORFAITAIRE DE 5% DU MONTANT TOTAL DE LA CESSION TOTALE DES DETTES A HAUTEUR DE DEUX MILLIONS CINQ CENT MILLE EUROS DE DETTES AU NIVEAU FISCAL, TVA, COTISATIONS SOCIALES AVEC LEURS PARTENAIRES ET AVOCATS".

Vrij vertaald : « Forfaitair bedrag van 5% van het totaalbedrag van de totale schuldoverdracht tot twee miljoen vijfhonderdduizend euro aan schulden op fiscaal vlak, btw, sociale bijdragen met hun partners en advocaten."

Verweerder stelt, wat eiser niet betwist, dat eiser voor de periode 31 december 2016 - 31 december 2021 per kwartaal een factuur ontvangen heeft van de SA C. waarvan de bedragen sterk variëren over de jaren heen. Eind 2021 zou eiser een totaalbedrag aan facturen hebben ontvangen voor een bedrag van 663.517,00 euro (totaalbedrag van de maatstaf van heffing).

De rechtbank stelt vooreerst vast dat eiser geen enkel verantwoordingsstuk voorlegt die de verklaring staaft dat eiser voor een maximum van 5 % zou moeten tussenkomen in de ontwikkelingskosten voor het opzetten van alle structuren en alle kosten en uitgaven die daartoe door de groep C.X.— C. werden gemaakt.

Dit blijkt niet uit de op 21 februari 2012 voorgelegde samenwerkingsovereenkomst "Joint Venture Agreement" (stuk 2 eiser). Wel integendeel : op basis van deze overeenkomst zou J.P. een bedrag van 5 miljoen euro, als werkkapitaal nodig voor de investeringen in C.X., overmaken naar de bankrekening van eiser. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat van deze overschrijving evenmin enig spoor terug te vinden is in het dossier.

Bovendien vindt deze uitleg geen enkele steun in de omschrijving welke terug te vinden op de facturen, waar duidelijk sprake is van een overdracht van alle schulden ("la cession totale des dettes").

Eiser betwist niet dat er ook sprake is geweest van een schuldoverdracht en verwijst in dat verband naar de overeenkomst van 28 juli 2014 waarbij J.P. zich zou hebben verbonden via zijn stichting "C.X." een bedrag van 2.376.330,00 euro te betalen voor de overname van de schulden van eiser op dat ogenblik, onder de voorwaarde dat eiser zich vrij zou kunnen verplaatsen om persoonlijk te kunnen deelnemen aan de werkzaamheden om de nodige kredietlijnen te kunnen bekomen voor het uitvoeren van humanitaire werken en onder voorwaarde dat eiser geen schulden meer zou hebben, inzonderheid tegenover de Belgische Staat.

De rechtbank stelt vast dat uit de stukken 5A en 5 B van eiser blijkt dat J.P. zich borg stelde en bereid was de schulden van eiser over te nemen, voortspruitend uit het arrest van 25 september 2012 gewezen door de 17 e correctionele kamer van het Hof van Beroep te Gent tot beloop van een maximum van 2.000.000,00 euro, en van alle schulden van eiser ten opzichte van de Belgische Staat: en de RSZ en /of zijn sociaal secretariaat voor een maximum bedrag van 376.330,00 euro.

In het licht van deze stukken diende een betaling plaats te vinden door J.P. voor de overgenomen schulden van eiser.

Deze verklaring en stukken van eiser vormen echter geen rechtvaardiging voor de kwestieuze uitgaande facturen van de SA C. aan eiser, onder andere voor de jaren 2020 en 2021.

Aldus staat het voor de rechtbank vast dat eiser niet het minste bewijs levert van de diensten welke precies werden gepresteerd door S.A. C. aan eiser.

Verder laat eiser na aan te tonen dat de beweerde diensten van S.A. C. bestemd zijn geweest voor het verrichten van handelingen bedoeld in [artikel 45, §1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

Enig bewijs van gerichte afspraken over de activiteiten welke eiser zou voeren en de wijze waarop hij zou worden vergoed, ligt evenmin voor.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de activiteit van bestuurder als natuurlijke persoon, zijnde activiteit welke eiser beweert te zullen hebben na het opstarten van humanitair werk eerst in België en nadien in Europa, geen belastingplichtige activiteit is zoals bedoeld in het Btw-Wetboek (zie de Btw-beslissing E.T.125.180 van 20 november 2014 opgenomen onder stuk 4 verweerder).

De rechtbank is derhalve van oordeel dat voor de in bovenstaande tabel opgenomen facturen eiser niet heeft aangetoond dat de voorwaarden om het recht op aftrek uit te oefenen vervuld zijn, zodat de btw ten onrechte werd afgetrokken.

#### 5.2.2. Wat de opgelegde boete van 200 % betreft voor de laren 2020 en 2021

Overeenkomstig artikel 70, § ibis van het Btw-Wetboek verbeurt ieder die op onrechtmatige of ongeoorloofde wijze de belasting in aftrek heeft gebracht, een geldboete gelijk aan het dubbele van die belasting, in zover die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van § 1, eerste lid.

Overeenkomstig [artikel 84 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84) wordt het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten binnen de door de wet gestelde grenzen verminderd volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld.

Overeenkomstig [artikel 1, laatste lid van het KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde is de schaal voor de vermindering van de proportionele fiscale geldboeten niet van toepassing ten aanzien van overtredingen begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken.

Eiser betwist de opgelegde sanctie omdat de werkelijkheid van de facturen is aangetoond en betwist dat er sprake is van bedrieglijk opzet.

De rechtbank is van oordeel dat eiser gehandeld heeft met het oogmerk de belasting te ontduiken.

Dit blijkt uit de volgende elementen:

 Eiser blijft volkomen duister wat de concrete activiteiten van J.P., C.X. en C. S.A. precies inhouden;

 Er werd door eiser op geen enkele concrete manier aangetoond over welk project het gaat, op welke datum dit project van start zou gaan, noch of er daadwerkelijk een kredietlijn werd aangevraagd en/of verkregen;

 Er ligt geen enkel concreet, objectief en verifieerbaar bewijs voor aangaande de gemaakte afspraken in verband met de deelname van eiser in de ontwikkelingskosten van humanitaire projecten, zijn toekomstige activiteiten in het kader van deze projecten en de wijze waarop eiser zou worden vergoed;

 De factuuromschrijving van de thans betwiste facturen is zeer vaag en de uitleg gegeven door eiser strookt niet met de vermelding van overdracht van schulden;

 leder spoor van daadwerkelijke prestaties geleverd door S.A C. ontbreekt;

 Gedurende jaren vaardigt S.A C. de Iitigieuze facturen uit. Eind 2021 werd er reeds een totaalbedrag van 663.517,00 euro gefactureerd aan eiser. Eiser brengt jaar na jaar bedragen aan btw in aftrek zonder dat hij de echtheid, het bedrag, de aard, het beroepsmatig karakter of het gebruik van de beweerde diensten voor het stellen van met btw belastbare handelingen kan aantonen;

 Een regelmatige identificatie van S.A C. voor Belgische btw-doeleinden is onbestaande, wat eiser niet betwist;

 Op formeel vlak vertonen de facturen ernstige onregelmatigheden. Hoewel op grond van artikel 5, §1, 2' van het KB nr. 1 het btw-identificatienummer van de leverancier van de goederen of van de dienstverrichter op de factuur vermeld moet worden, ontbreekt het btw-nummer van S.A C. op elk van de betwiste facturen. Verder ontbreekt voor iedere factuur een concrete omschrijving van de gefactureerde diensten;

 De facturen bevatten geen betaalinstructies. Een bewijs van betaling van de facturen door eiser ligt niet voor;

 Gelet op de afwezigheid van een registratie van S.A C. voor Belgische btw-doeleinden en de vermelding van het Luxemburgse adres van de dienstverrichter kan er, zoals verweerder terecht opwerpt, vanuit gegaan worden dat er diensten verstrekt werden door een belastingplichtige gevestigd in Luxemburg aan een Belgische belastingplichtige (B2B). In toepassing van [artikel 21, §2 Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) zou de plaats van deze diensten in principe België zijn, ten gevolge waarvan eiser de verschuldigde btw had moeten voldoen (artikel 51, §2, eerste lid, 1' Btw-wetboek). Dat Belgische btw voldaan zou zijn, blijkt uit niets en kan niet aangenomen worden, nu S.A C. niet geïdentificeerd was voor btw-doeleinden en eiser de btw niet heeft voldaan. Dat de btw in Luxemburg zou zijn voldaan, blijkt evenmin;

 Eiser is fiscaal adviseur en wist, minstens behoorde eiser te weten, dat hij niet op basis van bewijskrachtige stukken heeft aangetoond dat S.A C. werkelijke prestaties heeft verricht, dat de betreffende facturen onregelmatig waren, dat eiser de verschuldigde btw had moete- voldoen en dat de btw op deze facturen niet werd voldaan, noch in Luxemburg, noch in België.

Aangezien de overtredingen werden begaan met het oogmerk de belasting te ontduiken of de ontduiking ervan mogelijk te maken, heeft verweerder terecht een proportionele geldboete van 200 % opgelegd voor de betwiste facturen van 2020 en 2021.

De vordering van eiser is dan ook ongegrond.

## 6. Kosten van het geding

Eiser wordt in het ongelijk gesteld en dient dan ook veroordeeld te worden tot de kosten van het geding.

Aangezien verweerder niet wordt vertegenwoordigd of wordt bijgestaan door een raadsman, dient er geen rechtsplegingsvergoeding te worden bepaald.

De bijdrage voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand blijft ten laste van eiser.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de zaken gekend onder de rolnummers A.R. 23/5220/A en A.R. 23/5221/A samen wegens samenhang in het belang van een goede rechtsbedeling en doet uitspraak in een vonnis.

Verklaart de vordering van eiser ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt het schuldartikel met het nummer 500.2829.29471 opgenomen in het innings- en invorderingsregister van 22 januari 2024 en gemotiveerd door het proces-verbaal van 7 december 2023.

Bevestigt het schuldartikel met het nummer 500.2829.29269 opgenomen in het innings- en invorderingsregister van 27 december 2023 en gemotiveerd door het proces-verbaal van 7 december 2023 .

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en welke door de rechtbank vereffend worden op 0,00 euro.

Verklaart de bijdragen voor het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, die werd gestort door eiser, definitief verworven voor het fonds.

Dit vonnis werd uitgesproken op **tien maart tweeduizend vijfentwintig** in openbare zitting van de Kamer AFil, die samengesteld was uit:

J. V., rechter

C. L., griffier

## Textes cités

4

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

[CTVA art. 21](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) 1 occurrence

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 1 occurrence

[CTVA art. 84](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Obligations de l’assujetti, Dépôt de déclarations périodiques](https://juriel.be/fr/jurisprudence/obligations-assujetti-depot-declarations-periodiques-tribunal-2024-06-10-7a5c) 3 dispositions communes

[Nullité du procès-verbal, Droit à déduction, Fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-proces-verbal-droit-deduction-cour-appel-gand-2024-03-05-cbc5) 3 dispositions communes

[Visite de l'entreprise, Siège de l'activité économique, Adresse postale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/visite-entreprise-siege-activite-economique-cour-appel-gand-2026-04-21-d2b0) 3 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes

[Séminaire, Différents taux de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/hotel-seminaire-differents-taux-tva-tribunal-2026-04-20-0f2e) 2 dispositions communes

[Déduction, Exemption, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-exemption-location-immobiliere-cession-tribunal-liege-2020-10-08-1597) 2 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 2 dispositions communes

[Preuve du droit à déduction, Factures de sous-traitance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-droit-deduction-factures-sous-tribunal-bruxelles-2022-06-18-2515) 2 dispositions communes
