---
title: "Cour d&#x27;appel de Gand, 13 avril 2010"
description: "Cour d'appel de Gand (Belgique), 13 avril 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/cour-appel-gand-2010-04-13-e34a"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Cour d'appel de Gand, 13 avril 2010 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

13 avril 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

66 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt da la Cour d'Appel de Gand du 13.04.2010

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Hof van Beroep te Gent, 5****de** **kamer, terechtzitting van 13/04/2010**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel, in de persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor te Oostende, wiens kantoren gevestigd zijn te 8400 Oostende, Vrijhavenstraat 1 en de e.a. inspecteur van het BTW­controlekantoor te Diksmuide, wiens kantoren gevestigd zijn te 8600 Diksmuide, Woumenweg 49,

**appellant,**

hebbende als raadsman mr. **V. D. P. J.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**D. W.**, fiscaal jurist, en zijn echtgenote,

**H. G.**, juriste, wonende te …, …,

**geïntimeerden,**

hebbende als raadsman mr. **S. J.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 8 maart 2004 werd door de appellant tijdig en regelmatig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis uitgesproken door de vierde kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 6 januari 2004 waarbij op dagvaarding van de geïntimeerden de appellant veroordeeld werd tot betaling van … EUR (… BEF) BTW, te verhogen met de moratoire gerechtelijke rente vanaf 29 augustus 2000 tot op datum van de effectieve terugbetaling en dit aan de wettelijke rentevoet.

Het hoger beroep strekt er toe het bestreden vonnis te doen vernietigen en opnieuw rechtdoende de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerden af te wijzen als niet gegrond, dit alles met veroordeling van de geïntimeerden in de kosten van de beide aanleggen.

Op hun beurt vorderen de geïntimeerden de bevestiging van het bestreden vonnis en de appellant te veroordelen in de kosten van de beide aanleggen.

De partijen werden in openbare terechtzitting gehoord in hun middelen en conclusies.

## Feitelijke gegevens

De geïntimeerden kochten een oude boerderij gelegen te …, …, aan met de bedoeling deze te verbouwen. Op 18 april 1996 werd door de gemeente … een bouwvergunning verleend. Deze vergunning stipuleert uitdrukkelijk dat de aanvraag het renoveren van een bestaande toestand inhoudt en dat er geen volume uitbreiding wordt beoogd.

Geïntimeerden schreven op 9 mei 1996 een brief aan de BTW­hoofdcontroleur, waarin zij hun voornemen bekend maken om een oude hoeve te verbouwen en aan te passen aan de vereisten van het moderne comfort. Daarbij wordt de aandacht gevestigd op het feit dat de buitenmuren van de woning hun functie van steunmuren zullen blijven behouden en dat dit eveneens geldt voor de huidige twee binnenmuren. In hun schrijven beklemtonen geïntimeerden dat het gebouw bijkomend zal ondersteund worden door paalfunderingen gelet op de aanwezigheid van zandgrond. Door de uitgevoerde verbouwingswerken blijft de aard, de structuur en de bestemming ervan intact.

Onder verwijzing naar de [aanschrijving nr. 6/1986](https://juriel.be/fr/circulaires/6-1986-f342) met betrekking tot de toepassing van het verlaagd tarief in de onroerende sector, vragen geïntimeerden in hun schrijven aan de BTW-hoofdcontroleur te willen bevestigen dat de omschreven verbouwingswerken onder het tarief van 6 % vallen.

In zijn antwoord d.d. 12 juni 1996, stelt de BTW-hoofdcontroleur dat het tarief van 6 % van toepassing is indien :

\- de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het te renoveren gebouw;

\- de eventuele uitbreiding kan worden beschouwd als een omvorming d.w.z. voor zover de oppervlakte van het oude gedeelte groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning en het nieuwe gedeelte niet onafhankelijk kan functioneren maar het aanvult en er dus inzake aanwending van het gebouw één geheel mee vormt.

Hij besluit dat *"na overlegging ervan aan dhr. Directeur van de BTW Brugge, de toepassing van het tarief afhankelijk is van de definitieve aard en de omvang van de uitvoering der werken",* en dat *"uit de voorgelegde stukken en uit de verstrekte gegevens initieel blijkt dat is voldaan aan voornoemde voorwaarden, zodat het verlaagd tarief van 6 % in casu mag worden toegepast"*. De hoofdcontroleur voegt er wel aan toe dat dit een feitenkwestie is zodat het toepasselijk tarief slechts definitief kan worden vastgesteld na de eigenlijke uitvoering der geplande werken. De hoofdcontroleur vraagt enkel regelmatig te worden ingelicht en kwam in die hoedanigheid ter plaatse. Enkele keren werd een proces­verbaal opgesteld.

Op 30 juni 1998 laat de BTW-administratie aan geïntimeerden weten dat beslist werd door de Gewestelijke Directeur van de BTW om de uitgevoerde werken aan het gewoon BTW-tarief te onderwerpen en er wordt een bedrag van … EUR (… BEF) BTW opgevorderd. Verder wordt aan geïntimeerden medegedeeld dat er geen boete zal opgelegd worden op voorwaarde dat een minnelijke regeling kan tot stand komen.

Volgens de beslissing van de directeur is er een volledig nieuwe betonconstructie onder en door de oude bestaande fundering. De funderingen samen met aanbrengen van nieuwe gewelven zijn elementen die volgens de directeur niet toelaten de uitgevoerde werken onder het regime van het verlaagd tarief te plaatsen.

Op 12 april 2000 hebben geïntimeerden de nagevorderde BTW t.b.v. … EUR betaald onder alle voorbehoud en zonder nadelige bekentenis, teneinde een dwangbevel met bijhorende boeten te vermijden.

Vervolgens hebben geïntimeerden dit door hen onder voorbehoud betaald bedrag aan BTW teruggevorderd via dagvaarding op 29 augustus 2000 voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge.

Op 23 augustus 2000, d.i. enkele dagen voor de betekening van de dagvaarding tot teruggave, heeft de BTW­administratie evenwel een proces-verbaal opgemaakt waarin voor het eerst een boete wordt gevorderd van 10 % of … EUR (… BEF). Toch vordert de ontvanger nog … EUR (… BEF) BTW, aangezien de betaling van EUR … (… BEF) eerst op de boeten en daarna op de BTW wordt aangerekend.

In het bestreden vonnis werd de vordering van de geïntimeerden ingewilligd en werd de appellant veroordeeld tot terugbetaling van … EUR, meer de gerechtelijke intrest vanaf 29 augustus 2000 tot de dag der algehele betaling.

## Beoordeling

1\. De enige betwisting betreft de vraag of de bouwwerken door de geïntimeerden uitgevoerd te beschouwen zijn als handelingen bepaald in cijfer XXXI, § 1, 1° van Tabel A, bijlage bij het KB nr. 20 d.d. 20.7.1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, namelijk handelingen die de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele tot voorwerp hebben (BTW-tarief 6 %).

De wetgever heeft de vermelde handelingen niet nader gedefinieerd, zodat men hun de gebruikelijke betekenis dient te geven, gezien niet blijkt dat de wetgever van deze gebruikelijke betekenis heeft willen afwijken.

De door het K.B. gehanteerde begrippen "omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele" onderstellen een ingrijpen dat niet zover gaat dat met de werken in wezen tot nieuwbouw werd overgegaan.

2\. Aan de hand van diverse plaats bezoeken en op zicht van het bouwplan werd vastgesteld dat :

\- de oude buitenmuren behouden zijn, met uitzondering van een stuk achtergevel;

\- de dakconstructie nieuw is, hetgeen blijkt uit volledig nieuwe gebinten en een nieuwe betonnen steenplaat om de gebinten te bevestigen;

\- de buitenmuur achteraan (linkerzijde), ter hoogte van de keuken en de stookplaats, volledig nieuw is (deel bijgebouwd);

\- een nieuwe steen is gemetst tegen het deel van de oude buitenmuur die nu dienst doet als binnenmuur (keuken);

\- alle andere binnenmuren volledig nieuw zijn en de structuur zeer sterk gewijzigd is qua lokaalschikking; dat de gewelven volledig nieuw zijn;

\- de topgevels volledig nieuw zijn (bovenverdieping);

\- het dak volledig nieuw is (zowel constructie als pannen);

\- de ruwbouw is beëindigd;

Ter gelegenheid van het bezoek ter plaatse op 28 juli 1997 heeft de bouwheer, zijnde de geïntimeerde, het volgende verklaard :

1) in een eerste fase werden zestien palen rondom het bestaande gebouw ingedraaid in de grond op een halve meter afstand van de oude muren, omdat er slechts vaste grond was op 15 cm en een fundering van +/- 30 cm onvoldoende was; hij wees er eveneens op dat het gebouw initieel niet mocht worden afgebroken en dat de palen onderling verbonden zijn in rechthoekvorm en de verbindingen onder en door de bestaande oude funderingen werden aangebracht;

2) in een tweede fase werd de achterkeuken afgebroken waarna een nieuw achterstuk werd bijgebouwd en de oude blijvende muren werden bijgewerkt;

3) links vooraan werd de kelder gedempt;

4) oorspronkelijk was er op de zolderverdieping alleen een graanzolder op een houten vloer, zodat er betonnen gewelven nodig waren om in de bovenverdieping slaapkamers te maken.

3\. In het bestreden vonnis wordt met reden gesteld dat de discussie een feitenkwestie betreft. Volgens de eerste rechter werden geen wijzigingen aangebracht aan de wezenlijke elementen van de structuur van het oorspronkelijk gebouw. Verder stelt het bestreden vonnis dat de buitenmuren vrijwel integraal werden behouden, dat de bovenverdieping werd gemoderniseerd, dat een nieuwe dakkap pure renovatie betreft. Met betrekking tot de paalfunderingen wordt gezegd dat deze een noodzakelijke hulp zijn voor de ondersteuning van de bovenverdieping en de kapconstructie. De bijkeuken annex werd eerst afgebroken en dan iets ruimer weer opgebouwd en een klein deeltje van de dragende keukenmuur werd opgeofferd. Voor het overige is het volume van de actuele woning nauwelijks groter dan voorheen.

Uit het voorliggende proces-verbaal blijkt verder dat … BEF aankoopfacturen werden overgelegd tot en met 21 april 1998.

Volgens de fiscale administratie kunnen de onroerende handelingen met betrekking tot het bedoelde gebouw niet genieten van het verlaagd BTW-tarief van 6 %, maar is het tarief van 20,5 %. of 21 % van toepassing.

De geïntimeerden daarentegen voeren aan dat er slechts sprake is van een nieuwbouw wanneer blijkt dat na de uitvoering van de werken het oude bestaande gebouw slechts bijzaak is. Dat zolang de verbeteringen bijdragen tot de verbetering van het bestaande gebouw men te maken heeft met het bestaande gebouw en met renovatie en niet met nieuwbouw.

Het Hof stelt vast dat alle verbouwingswerken werden verricht volgens de bouwvergunning en dat geen bouwovertreding werd vastgesteld. Bovendien gaan de verbouwingswerken niet gepaard met enige wijziging van de hoofdstructuur dan wel met enige volume uitbreiding. De dragende binnenmuren werden behouden. De bestaande structuur bleef noodzakelijk als dragende constructie. De noodzaak tot blijvende ondersteuning doet niets af aan het feit dat de dragende muren hun oorspronkelijke functie hebben behouden.

De bedoeling van bestaande hoeve te de geïntimeerden bestond erin een renoveren. Zo werd de plankenvloer ….. (er ontbreekt een blz.).

Veroordeelt de appellant tot betaling van de gedingkosten in hoger beroep met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

Begroot de rechtsplegingsvergoeding in graad van hoger beroep op … EUR aan de zijde van iedere partij.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, recht doende in fiscale zaken, op **DERTIEN APRIL TWEEDUIZEND EN TIEN**.

Aanwezig :

De Heer **A. D. M.**, Kamervoorzitter, voorzitter,

De Heer **G. T.**, Raadsheer,

Mevrouw **K. B.**, Raadsheer,

De Heer **M. V.**, griffier.

**M. V.** **K. B.** **G. T.** **A. D. M.**
