---
title: "Cour d&#x27;appel de Gand, 28 juin 2001"
description: "Cour d'appel de Gand (Belgique), 28 juin 2001."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/cour-appel-gand-2001-06-28-0b2e"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Cour d'appel de Gand, 28 juin 2001 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

28 juin 2001

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

78 paragraphes

### Corps de la décision

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 28.06.2001

Résumé non fourni

## Tekst de l’arrêt

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Hof van beroep te Gent - 11F 1° Kamer – Terechtzitting van 28-06-2001**

Nr. **1998/FR/151**

In de zaak van :

**G. P.**, handelaar, ingeschreven in het handelsregister te Veurne onder nummer … en zijn echtgenote,

**V. M.**, medewerkende echtgenote, samenwonende te …, …,

**eisers,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door Mr. **V. A.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 14 te 1000 Brussel, in de persoon van de Directeur der directe belastingen te Brugge, met kantoor te 8000 BRUGGE, G. Vincke­Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door Mr. **D. K. D.** loco Mr. **V. A. E.**, advocaat te …, …,

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Overwegende dat de eisers tijdig en regelmatig een voorziening hebben ingediend van de beslissing van de ambtenaar gedelegeerd door de Gewestelijke directeur der directe belastingen te Brugge van 23 juni 1998 waarbij de bezwaarschriften tegen de op hun naam gevestigde aanslagen in de personen- en aanvullende gemeentebelasting voor de aanslagjaren 1993 (kohierartikel …) en 1994 (kohierartikel …) geheel werden afgewezen;

Overwegende dat de eiser op de zeedijk te … een handelszaak in sportkledij uitbaat dewelke hij overnam van zijn ouders op 31 december 1987;

Overwegende dat de eiser voor het aanslagjaar 1993 nettowinsten uit zijn handelszaak aangaf voor een bedrag van … BEF. op basis waarvan een aanvankelijke aanslag werd gevestigd op 22 november 1983 onder kohierartikel …;

Overwegende dat aan de eisers op 8 december 1994 een bericht van wijziging van aangifte werd overgemaakt waarbij de boekhouding van de eiser als niet bewijskrachtig werd verworpen daar noch de ontvangsten noch de kortingen controleerbaar waren; dat bovendien werd medegedeeld dat de geboekte cijfers niet overeenstemden met de werkelijkheid daar de brutowinst niet kon worden vastgesteld aan de hand van de vergelijking van het ontvangstendagboek met aankoopfacturen en inventarissen wegens ontbreken van detail zodat uitgegaan werd van de verkoopprijzen vastgesteld in de financiële rekening die dan werden getoetst aan de normale verkoopprijzen (zijnde de aankoopprijs x 1,8) en de aankoopprijzen;

Overwegende dat daarbij werd vastgesteld dat de nor­ male verkoopprijs niet de aankoopprijs x 1,8 bedroeg maar de aankoopprijs x 2 waardoor het totale bruto­ winstpercentage 66 % bedroeg in plaats van 50,6 %;

Overwegende dat dit aanleiding gaf tot een herberekening met dien verstande dat alhoewel de kortingen niet gestaafd werden deze toch werden aanvaard; dat de nettowinst aldus werd bepaald op … BEF, hetzij … BEF omzet in meer;

Overwegende dat de eiser liet weten daar niet mede akkoord te kunnen gaan; dat niettemin de aanslag werd gevestigd op een gezamenlijk belastbaar inkomen van … BEF onder kohierartikel …;

Overwegende dat deze aanslag evenwel werd ontheven bij beslissing van de directeur van 4 april 1996 wegens onvoldoende motivering van het bericht van wijziging van aangifte;

Overwegende dat aan de eisers een nieuw bericht van wijziging van aangifte werd overgemaakt op grond van art. 355 WIB/92 waarbij de herberekening van het eerste bericht van wijziging werd overgenomen doch uitvoeriger werd gemotiveerd aan de hand van de overgelegde stukken;

Overwegende dat de betwiste aanslag werd gevestigd op 7 juni 1996 onder kohierartikel … op een gezamenlijk belastbaar inkomen van … BEF;

Overwegende dat m.b.t. het aanslagjaar 1994 door de eiser een nettowinst werd aangegeven van … BEF alsmede een investeringsaftrek van … BEF;

Overwegende dat aan de eiser een bericht van wijziging van aangifte werd overgemaakt op 8 december 1994 waarbij om identieke redenen als deze m.b.t. het aanslagjaar 1993 de aangegeven nettowinst werd verhoogd van … BEF tot … BEF;

Overwegende dat niettegenstaande het niet akkoord van de eisers de aanslag toch werd gevestigd zoals aangekondigd hetzij op een gezamenlijk belastbaar inkomen van … BEF onder kohierartikel …;

Overwegende dat aan de eisers een tweede bericht van wijziging van aangifte werd overgemaakt waarbij een bedrag van … BEF, zijnde een aan de eiseres kwijtgescholden werklozenlening, als winst werd belast; dat de eiseres zich dienaangaande akkoord verklaarde zodat op 7 december 1995 een supplementaire aanslag werd gevestigd onder kohierartikel …;

Overwegende dat de aanvankelijke aanslag onder kohierartikel … werd vernietigd bij directorale beslissing van 4 april 1996 omdat het bericht van wijziging van 8 december 1994 onvoldoende was gemotiveerd;

Overwegende dat aan de eisers op 30 april 1996 een nieuw bericht van wijziging van aangifte werd overgemaakt op grond van art. 355 WIB/92 waarbij de herberekening van het eerste bericht van wijziging werd overgenomen doch uitvoeriger werd gemotiveerd aan de hand van de overgelegde stukken;

Overwegende dat de betwiste aanslag werd gevestigd op 7 juni 1996 onder kohierartikel … op een gezamenlijk belastbaar inkomen van … BEF;

Overwegende dat door de eiser bezwaar werd ingediend; dat hij daarbij verwees naar zijn antwoord op de berichten van wijziging van aangifte; dat hij vooreerst liet gelden dat er twijfel bestond nopens het al dan niet bewaren van kasticketten; dat er onduidelijkheid bestond in [art. 15, § 2 en § 4 van het KB. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-15-0267) van 29.12.1992 m.b.t. de verantwoordingsstukken; dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur werden geschonden omdat hun boekhouding sinds jaren op die manier werd gevoerd en er noch kasticketten werden bijgehouden noch een kortingregister; dat volgens de eiser de brutowinst sedert jaren bepaald werd op 80 % BTW inbegrepen terwijl de verkoopprijs wordt bepaald door de aankoopprijs te vermenigvuldigen met 200 % minus 10 % BTW inbegrepen; dat enkel voor goedkope artikelen deze regel 200 % kan geven; dat gelet op de aard van het seizoenbedrijf het onmogelijk is alle verkopen met gedateerde verantwoordingsstukken te boeken terwijl ook de aanleg van een kortingregister moeilijk ligt;

Overwegende dat dit bezwaar door de directeur werd afgewezen; dat vooreerst het standpunt van de taxatieambtenaar werd bij getreden; dat vervolgens een vergelijking werd gemaakt tussen de ontvangsten ingeschreven in het dagboek en de stortingen op de financiële rekening van de belastingplichtige waaruit afgeleid werd dat de stortingen van cash op de bankrekening en de ontvangsten van het giraal geld meer bedroegen dan de werkelijk aangegeven ontvangsten hetgeen volgens de fiscus het niet bewijskrachtig karakter van de boekhouding onderlijnde;

Overwegende dat de directeur verder oordeelde dat het akkoord m.b.t. het aanslagjaar 1994 (supplementaire aanslag van … BEF) ook gold voor de aanvankelijke aanslag; dat tenslotte een vergelijking werd gemaakt met de brutowinsten van de volgende jaren dewelke respectievelijk 60,99 %, 62,23 % en 68,26 % beliepen terwijl voor de betwiste aanslagjaren respectievelijk 56,97 % en 58,69 % werd getaxeerd;

Overwegende dat door de eisers een voorziening werd ingediend; dat zij inriepen dat het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel was geschonden en dat de taxaties op willekeurige basis gebeurden;·dat zij ondergeschikt stelden dat de administratie ten onrechte een extensieve interpretatie gaf aan het akkoord van 29 mei 1995;

Overwegende dat wat dit verweer in ondergeschikte orde betreft het Hof vaststelt dat het akkoord van 29 mei 1995 (stuk 165) enkel betrekking heeft op het supplement m.b.t. het belasten van de kwijtschelding van een werklozenlening als een winst behaald na stopzetting van de beroepswerkzaamheid en geenszins op de bepaling van de brutowinstcoëfficiënt zodat daaruit geen akkoord kan worden afgeleid omtrent de volledige belastbare basis;

## Nopens de beweerde schending van de beginselen van behoorlijk bestuur

Overwegende dat de eisers aan de administratie verwijten dat hun vereenvoudigd boekhoudsysteem wordt verworpen wegens onvoldoende bewijskracht alhoewel voorheen nooit opmerkingen werden gemaakt zodat de eisers in de waan verkeerden dat hun boekhouding op correcte wijze werd bijgehouden;

Overwegende dat volgens de eisers dit opgewekt vertrouwen door de administratie niet mocht worden beschaamd door retroactief op dit standpunt betreffende de vereisten gesteld aan de boekhouding terug te komen en alsnog een detail van de kasontvangsten te eisen; dat m.a.w. de houding die de administratie in het verleden aannam belet dat zij daar thans retroactief op terugkomt;

Overwegende dat het recht op rechtszekerheid van een individuele belastingplichtige geen onbeperkt recht is en onder omstandigheden moet wijken voor het legaliteitsbeginsel van art. 170 van de Grondwet dat de rechtszekerheid en gelijkheid verzekert ten bate van alle belastingplichtigen;

Overwegende dat het annaliteitsbeginsel en de bewijsvoering naar gemeen recht de administratie toelaten de belastbare grondslag voor ieder aanslagjaar vast te stellen rekening houdend met de uitgeoefende activiteit van de belastingplichtige en de werkelijk ontvangen inkomsten;

Overwegende dat de omstandigheid dat voorheen geen opmerkingen werden gemaakt m.b.t. de boekhouding van de eiseres geen gerechtvaardigde verwachtingen kan wekken bij de burger die zouden verhinderen dat de administratie gebruik maakt van de haar ter beschikking staande bewijsmiddelen;

Overwegende dat deze grief als ongegrond moet worden afgewezen;

## Nopens de bewijsvoering : feitelijke vermoedens

Overwegende dat de administratie is overgegaan tot herberekening van de winst op basis van vermoedens vertrekkende van de financiële rekening nadat zij eerst de boekhouding van de eisers als niet bewijskrachtig heeft verworpen;

Overwegende dat met de administratie moet worden aangenomen dat de boekhouding van de eiseres niet bewijskrachtig is omdat de inschrijving van contante ontvangsten niet gestaafd wordt door een gedetailleerde vermelding van de verkochte goederen, noch door verantwoordingsstukken die, in hun geheel genomen, als voldoende controleerbaar, oprecht en juist kunnen worden beschouwd om een nauwkeurige inkomstenberekening op te stellen;

Overwegende dat niet ernstig kan worden betwist dat de ontvangsten niet gedetailleerd waren, dat de kasticketten niet meer in het bezit van de eisers waren, dat geen kortingregister werd bij gehouden, dat geen detaillering bestaat nopens de verkochte goederen, noch wat de soorten munteenheden betreft; dat evenmin in het dagontvangstenboek een onderscheid wordt gemaakt tussen contante betalingen en giraal geld; dat de directeur bij komend vaststelde dat er verschillen bestonden tussen de stortingen op rekening en de aangegeven ontvangsten inclusief BTW;

Overwegende dat niettegenstaande de wet zelf geen antwoord biedt op de vraag aan welke criteria de verantwoordingsstukken moeten voldoen deze verantwoordingsstukken moeten toelaten een inzicht te krijgen tussen de inschrijving en de handelingen die aan de inschrijving ten grondslag liggen; dat zij m.a.w. moeten toelaten een efficiënte controle mogelijk te maken hetgeen te dezen niet het geval is; dat de directeur bovendien vaststelde dat er verschillen bestonden tussen de stortingen op rekening en de aangegeven ontvangsten inclusief BTW;

Overwegende dat uitgaande van deze vaststelling de administratie over alle middelen van het gemene recht, feitelijke vermoedens inbegrepen beschikt om het bestaan en het bedrag van de belastingschuld te bewijzen;

Overwegende dat de eisers terecht stellen dat de bewijsvoering door middel van feitelijke vermoedens moet vertrekken van zekere en vaststaande feiten;

Overwegende dat nu het ontvangstenboek als niet bewijskrachtig werd beschouwd de administratie noodzakelijkerwijze moest uitgaan van de verkoopprijzen ontvangen op de financiële rekening in verhouding tot de aankoopprijzen van deze producten;

Overwegende dat daarbij uitgegaan werd van de stortingen "Ontv. Pos-Terminal" (betalingen van aankopen met bancontact) dewelke werden verricht op 1, 9, 12, 15 en 30 juni 1992 en 1, 7, 14 en 21 juni 1993 en 12 juli 1993; dat uit de vergelijking van de aankoopprijzen van 20 producten (zie stuk 121) en de verkoopprijs inclusief BTW (stuk 120) werd vastgesteld dat de verkoopprijs gelijk was aan 2 maal de aankoopprijs; dat deze bedragen meestal en regelmatig op de financiële rekening werden aangetroffen, terwijl de door de eisers voorgehouden verkoopprijs zijnde de aankoopprijs x 1, 8 niet of zeer uitzonderlijk op de financiële rekening werd aangetroffen;

Overwegende dat de eiser overigens in zijn antwoord op het bericht van aangifte toegeeft dat voor minieme en goedkope artikelen de verkoopprijs 200 % kan bedragen; dat de eiser voorhoudt doch niet bewijst dat voor duurdere goederen hogere kortingen werden gegeven;

Overwegende dat de administratie bij haar vaststellingen vertrokken is van girale betalingen hetgeen een bekend gegeven is; dat deze girale betalingen verder werden gelinkt aan de aankoopprijzen, dewelke eveneens bekende gegevens uitmaken;

Overwegende dat de eiser weliswaar beweert dat een girale betaling op willekeurige wijze aan een aankoopprijs werd verbonden, doch dat hij daarvan, geenszins het bewijs levert; dat hij zelfs niet aantoont dat de administratie een bepaalde girale betaling aan een verkeerde aankoopprijs zou hebben, verbonden;

Overwegende dat uit de vergelijking van de aankoopprijs en de verkoopprijs inclusief BTW de bruto­winstcoëfficiënt werd bepaald (zie de stukken 96 tot 100 en 170 tot 177); dat op basis van deze gegevens dit brutowinstpercentage voor enige korting werd bepaald op 66 %, zijnde het onbekende feit;

Overwegende dat hierbij geen sprake is van een opeenstapeling van vermoedens, doch van gewichtige, bepaalde en met elkaar overeenstemmende vermoedens waarbij de girale betalingen en de aankoopprijzen (bekende feiten) hebben geleid tot het onbekende feit (brutowinstpercentage);

Overwegende dat nu de administratie de aanslag heeft gevestigd bij wijze van feitelijke vermoedens en deze bewijsvoering correct toepaste het tegenbewijs van een lagere winstmarge bij de belastingplichtige ligt;

Overwegende dat de eiser deze winstberekening nog verder aanvecht omdat de steekproef te beperkt was en onvermijdelijk leidt tot willekeur terwijl bij de winstberekening evenmin rekening zou zijn gehouden met verliezen wegens schade, diefstal, verkopen tegen verminderde prijs wegens foutjes en of beschadigingen;

Overwegende dat de administratie bij de uiteindelijke winstberekening wel rekening hield met kortingen ingevolge soldenverkoop alhoewel deze kortingen niet door bewijskrachtige gegevens werden gestaafd en niet controleerbaar waren; dat alleen reeds daardoor de brutowinstmarge werd verminderd van 66 % tot respectievelijk 56,97 % en 58,69 %;

Overwegende dat voor het overige niet het minste bewijs werd aangebracht dat de omzet moet worden verminderd wegens andere schadegevallen; dat daar immers in de aangifte zelf geen sprake van is terwijl daaromtrent evenmin vermeldingen gebeurden in de bedrijfsuitgaven;

Overwegende dat evenmin wordt aangetoond dat de steekproef niet representatief zou zijn; dat het daartoe volstond het tegenbewijs te leveren aan de hand van concrete voorbeelden, hetgeen evenmin is gebeurd;

Overwegende dat tenslotte moet vastgesteld worden dat de bijkomende bewijsvoering (verschillen stortingen op rekening en aangegeven ontvangsten) niet dienend is voor de vaststelling van het brutowinstpercentage;

### Dispositif

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF,** recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Gehoord in openbare terechtzitting het verslag van raadsheer **A. D. M.** en de partijen in hun middelen en conclusies.

Verklaart de voorziening toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt de eisers in de kosten begroot op … Fr.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **elfde kamer**, recht. doende in fiscale ·zaken, op **ACHTENTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN EEN**.

Aanwezig :

Mevrouw **N. v. I.**, Kamervoorzitter, aangewezen bij bevelschrift van de Eerste Voorzitter van het Hof van beroep alhier, d.d. 28.06.2001 om Raadsheer **J. B.** op het ogenblik van de uitspraak te vervangen, deze laatste wettig verhinderd zijnde de uitspraak bij te wonen van onderhavig arrest waarover hij mede heeft beraadslaagd (art. 779, al.2 Ger.W.)

De heer **A. D. M.**, Raadsheer,

Mevrouw **S. D. B.**, Raadsheer,

De heer **M. V.**, griffier.

**M. V.** **S. D. B.** **A. D. M.** **N. v. I.**

## Textes cités

1

[AR no 1 art. 15](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-15-0267) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Absence de système de caisse enregistreuse](https://juriel.be/fr/jurisprudence/absence-systeme-caisse-enregistreuse-reconstitution-tribunal-liege-2025-03-24-d050) 1 dispositions communes

[Comptabilité non probante, Reconstitution du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/comptabilite-non-probante-reconstitution-chiffre-cour-appel-bruxelles-2015-07-10-331f) 1 dispositions communes

[Système de caisse enregistreuse, Horeca, Obligations](https://juriel.be/fr/jurisprudence/systeme-caisse-enregistreuse-horeca-obligations-conseil-etat-all-2017-03-16-f1d9) 1 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, disposition pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-bruxelles-2007-12-1e77) 1 dispositions communes

[Paiement de l'impôt, preuve, mesure de contrôle, poursuite, instance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-preuve-mesure-controle-cour-appel-anvers-2011-09-06-47d4) 1 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-anvers-2003-06-25-535c) 1 dispositions communes

[Instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/instance-droits-privileges-tresor-preuve-tribunal-bruges-2001-03-05-5cce) 1 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, disposition pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-tribunal-anvers-2002-06-28-5cf0) 1 dispositions communes
