---
title: "Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers, 11 juin 2001"
description: "Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 11 juin 2001."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/cour-appel-anvers-2001-06-11-9323"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Cour d'appel d'Anvers, 11 juin 2001 · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

11 juin 2001

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

51 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 11.06.2001

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN - VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :**

**Inzake : 2000/AR/2516**

**F. H.**, wonende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nr. …;

**appellant**

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 5 september 2000,

niet verschenen zijnde noch vertegenwoordigd;

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Administratie ven de BTW, registratie en domeinen, in de persoon ven de Hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor Malle I, Lierselei 120 te 2390 Oostmalle (gemeente Malle);

**geïntimeerde**

vertegenwoordigd door Mr. **A. v. l. d. J.**, advocaat te …, …;

Appellant vorderde de terugbetaling van … BEF die hij betaalde als BTW en boete.

Hij was van oordeel dat het akkoord dat hij met de fiscus had gesloten en waarbij voor de jaren van 1983 tot 1986 de door hem aangegeven omzet als fruituitbater verhoogd werd met … BEF, gespreid over deze vier jaren nietig was zodat ook de betaling die erop steunde onverschuldigd was.

Na getuigenverhoor, toegestaan bij vonnis van 7 december 1992, verklaarde de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de vordering ongegrond in een vonnis van 5 september 2000.

Appellant tekende hoger beroep aan bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 24 oktober 2000.

Geïntimeerde concludeert tot de bevestiging van het bestreden vonnis.

De zaak werd bij toepassing van art. 751 Ger.W. vastgesteld op de zitting van 7 mei 2001.

Appellant heeft niet geconcludeerd en is evenmin ter zitting verschenen noch iemand namens hem.

---

Appellant voert een dubbele grond van nietigheid aan tegen het kwestieuze akkoord op basis waarvan de litigieuze betaling geschiedde.

Hij voert aan dat het akkoord is aangetast door wilsgebreken. Tevens zou het akkoord de belastingwet schenden.

In het bestreden vonnis heeft de eerste rechter nauwgezet de omstandigheden onderzocht waarin het akkoord in kwestie tot stand is gekomen. Na analyse van de feiten heeft de eerste rechter oordeelkundig geoordeeld dat geen wilsgebreken bewezen werden. Het Hof beaamt de motieven desbetreffend van de eerste rechter en neemt deze over.

Deze motieven werden in hoger beroep niet weerlegd door appellant die overigens ook geen stukken neerlegde.

Het Hof benadrukt dat het akkoord in verschillende fases is tot stand gekomen en appellant en zijn fiscaal raadgever zich over de gedane voorstellen hebben kunnen beraden. Het akkoord is slechts afgesloten nadat appellant, bijgestaan door zijn fiscaal raadgever, zich over de gevolgen van het akkoord heeft kunnen rekenschap geven. Indien zij niet alle fiscale consequenties van het akkoord goed hebben ingeschat is zulks geenszins te wijten aan de houding van de fiscus. Van dwang en misleiding is geen afdoende bewijs bijgebracht.

Evenmin is bewezen dat appellant gedwaald heeft nopens het voorwerp van de overeenkomst.

Appellant beweert wel maar bewijst niet dat het akkoord niet met de werkelijkheid strookt.

De feitelijke motieven die de fiscus ertoe gebracht hebben de aangegeven omzet als te laag van de hand te wijzen en er een eigen berekening voor in de plaats te stellen waren appellant bekend. Blijkbaar heeft appellant aanvaard dat de omzet hoger was dan aangegeven. Het vervolgens afgesloten akkoord is de resultante van onderhandelingen waarbij partijen het eens zijn geraakt over de gerealiseerde omzet. Indien appellant van oordeel was dat én de gevolgde werkwijze én het uiteindelijk resultaat niet aanvaardbaar waren had hij het akkoord niet moeten afsluiten. De thans gevoerde argumentatie (voornamelijk hoeveel pakjes frieten uit 10 kg. aardappelen kunnen gepuurd worden) laat niet toe te besluiten dat het gesloten akkoord wars van de realiteit is en niet de basis kan vormen voor de kwestieuze aanslag.

## De ingeroepen wilsgebreken zijn onbewezen gebleven

Niet alleen zijn partijen het eens geraakt over de omzetverhoging maar ook over de spreiding ervan over de periode waarop de controle betrekking had.

Het feit dat de omzet ongelijkmatig verdeeld werd over de vier bewuste jaren is niet van aard te besluiten dat het annaliteitsbeginsel geschonden werd. Het bedrag van de in een bepaalde tijdspanne gerealiseerde omzet is immers een feitelijk gegeven dat van periode tot periode kan verschillen. De ongelijkmatige spreiding van de meeromzet over de vier jaren in kwestie maakt dan ook geen schending uit van het annaliteitsbeginsel.

## Evenmin is enige willekeur bewezen

Het stond partijen immers vrij een akkoord te sluiten over een feitelijk gegeven dat moest dienen als belastingsgrondslag. De bewering dat de ongelijke spreiding niet met de realiteit overeen komt is niet bewezen. De aanslag, gevestigd op een feitelijk gegeven waarover partijen het eens waren geworden, is volkomen legaal gebeurd.

De eerste rechter heeft dan ook terecht de vordering ongegrond verklaard.

### Dispositif

**OM DIE REDENEN,**

**HET HOF,**

Rechtdoende geacht op tegenspraak, overeenkomstig art. 751

Ger.W., t.o.v. appellant,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis;

Verwijst appellant in de kosten van het hoger beroep, deze tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op … BEF rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **elf juni tweeduizend en één**

waar aanwezig waren :

de heren :

**E. H.**, Raadsheer, wnd. Voorzitter

**E. L.**, Raadsheer

**J. E.**, Raadsheer

**G. V.**, Griffier

**G. V.** **J. E.** **E. L.** **E. H.**
