---
title: "9 novembre 2000 · Contrainte, Opposabilité · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Contrainte, Opposabilité. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 9 novembre 2000."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-opposabilite-tribunal-gand-2000-11-09-5ded"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Contrainte, Opposabilité

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

9 novembre 2000

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

64 paragraphes

### Corps de la décision

**Jugement du Tribunal de Première Instance de Gand dd. 09.11.2000**

*TVA - Contrainte - Opposabilité*

Pour les contestations dont le fait générateur se situe au plus tôt le 1 er janvier 1999, les actions à l'encontre de l'administration doivent être intentées par requête contradictoire. Pour la période antérieure, ceci ne peut se faire que par assignation. Lorsque, par conséquent, un assujetti à la TVA fait opposition à une contrainte qui se rapporte à la période 1995-1996 au moyen d'une requête contradictoire, l'action est irrecevable.

**Twaalfde kamer**

Ondervoorzitter, Voorzitter van de Kamer: *Dhr. R. Tack*

Rechters: *Dhr. J. De Backer*, *Dhr. M. Van Den Bossche*

Griffier: *Dhr. R. De Coninck*

Partij: C•••••• C•••••• t. De Belgische Staat

Rolnr.: 00/1120/B

De rechtbank houdt rekening met volgende documenten:

1\. het inleidend verzoekschrift op tegenspraak van eiseres, neergelegd op 12 april 2000 tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 14 maart 2000 en uitvoerbaar verklaard op 16 maart 2000 en aan eiseres betekend op 27 maart 2000;

2\. de conclusie van verweerster neergelegd ter griffie op 2 mei 2000;

3\. de conclusie van eiseres neergelegd ter griffie op 9 oktober 2000;

4\. de stukken overgelegd door verweerster.

1

De vordering

De vordering van eiser strekt ertoe te zeggen voor recht dat het dwangbevel dd. 14 maart 2000 van de BTW ontvanger van Gent I uitvoerbaar verklaard op 16 maart 2000 en aan eiseres betekend op 27 maart 2000 ongegrond is.

2

Feiten en retro-akten

Op naam van C•••••• *C••••••* die BTW plichtig is voor de activiteit van uitbating van een café werd een dwangbevel uitgevaardigd wegens het verschuldigd zijn van de som van 61.790 frank BTW en 123.000 frank geldboete. Deze som is verschuldigd wegens het niet betalen van verschuldigde BTW op de meeromzet ingevolge zwarte aankopen bij haar leverancier in de jaren 1995-1996.

Eiseres gaat thans in verzet tegen dit dwangbevel.

3

Geschil

Verweerster stelt dat het verzet ingeleid bij verzoekschrift onontvankelijk is wegens de verkeerde inleiding van de zaak. Dit diende bij dagvaarding te gebeuren nu de eisbaarheid van de BTW zich heeft voorgedaan in de loop van de jaren 1995-1996.

Verweerster vordert eiseres te veroordelen tot de gedingkosten.

Eiseres stelt dat het verzet ingeleid bij verzoekschrift ontvankelijk is en slechts nietig kan verklaard worden indien de wet dit uitdrukkelijk voorziet.

Bovendien ligt de oorzaak van eisbaarheid van de BTW in het dwangbevel d.d. 14/2/2000.

Subsidiair, indien de eisbaarheid van de BTW zich zou voorgedaan hebben in 1995-1996 en indien de procedure strikt genomen diende te gebeuren bij dagvaarding dan werden de belangen van verweerster op geen enkele manier geschaad nu zij kennis heeft van het inleidende verzoekschrift en haar verdediging heeft georganiseerd.

In ondergeschikte orde vragen partijen ter terechtzitting de zaak door te verwijzen naar de rol indien de Rechtbank van oordeel zou zijn dat de zaak ontvankelijk is.

4

Bespreking

1\. Omtrent de bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg te Gent bestaat geen discussie.

2\. De vraag stelt zich of een verzet tegen een dwangbevel ingeleid op 12/4/2000 diende te gebeuren bij dagvaarding i.p.v. bij verzoekschrift op tegenspraak nu de eisbaarheid van de BTW zich heeft voorgedaan in de loop van de jaren 1995-1996.

3\. Art. 89, 2de lid WBTW, in voege voor de wetten van 15 maart en 23 maart 1999 ( *B.S.* 27/3/1999) waarbij de nieuwe fiscale procedure wordt ingevoerd stelt:

> "De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan slechts worden gestuit bij door de belastingschuldige gedaan en met redenen omkleed verzet met dagvaarding. Dat verzet wordt bij exploot betekend aan de Staat, meer bepaald aan de ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd."

4.1.

De wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen ( *B.S.* 27/3/1999) is in werking getreden de tiende dag na haar publicatie, d.i. op 6 april 1999. In art. 59 stelt deze wet:

> "Artikel 89, tweede en derde lid van hetzelfde Wetboek(WBTW) wordt vervangen door de volgende bepaling: De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan slechts worden gestuit door een vordering in rechte."

4.2.

De wet van 23 maart 1999 betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken ( *B.S.* 27/3/1999) is in werking getreden de tiende dag na haar publicatie, d.i. op 6 april 1999.

In art. 9 stelt deze wet:

> "(In het Gerechtelijk Wetboek worden volgende artikelen ingevoegd:)
>
> Art. 1385 decies : Tegen de belastingsadministratie wordt de vordering inzake de geschillen bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32° , ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak..."

5\. Nieuwe procedureregels zijn in principe onmiddellijk van toepassing. Dit principe geldt ook voor fiscale procedures. ( *Tiberghien.A.* , Inleiding tot het Belgisch Fiscaal recht., Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen, 1986, 283.) De wet voorziet evenwel zelf in een aantal overgangsbepalingen.

Zo stelt art. 97 van de Wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van de fiscale geschillen:

> "Voor zover zij de procedureregels wijzigen:
>
> (...)
>
> zijn de art. 56 en 58 tot 62 van deze wet van toepassing op de belastingen, intresten en fiscale boeten wanneer de oorzaak van eisbaarheid zich heeft voorgedaan ten vroegste op 1 januari 1999"

6\. Aldus dient te worden besloten dat de nieuwe regels met betrekking tot de wijze waarop het geding wordt ingeleid(verzoekschrift in plaats van dagvaarding) slechts van toepassing zijn op de geschillen inzake BTW die betrekking hebben op vorderingen of teruggaven waarvan de oorzaak van opeisbaarheid of teruggave zich vanaf 1 januari 1999 heeft voorgedaan.

In casu heeft de opeisbaarheid van de BTW zich voorgedaan in de loop van de jaren 1995-1996 zodat het verzet ten onrechte ingeleid werd bij verzoekschrift.

De wet voorziet in onderhavig geval dat de gedinginleiding dient te geschieden bij dagvaarding. (zie *H. Dubois* , De Hervorming van de Fiscale Procedure. BTW en andere indirecte belastingen, C.B.R. UIA studienamiddag 23 april 1999 p. 17)

7\. De regel is dat een vordering die een rechtspleging op tegenspraak inleidt wordt ingesteld door middel van een dagvaarding bij gerechtsdeurwaardersexploot. Wanneer geen wettelijke afwijking is voorzien, is de gedinginleiding anders dan via dagvaarding of vrijwillige verschijning ongeldig en de vordering onontvankelijk. De nietigheidsregeling- en de vereiste van belangenschade- is terzake niet van toepassing.

De regel van art. 700 Ger.W. met betrekking tot de rechtsingang ressorteert onder de rechterlijke organisatie en miskenning ervan houdt zonder meer de onontvankelijkheid van de vordering in (Cass.27 mei 1994, RW 1994-1995 p. 1017; zie *V. Dauginet* , De nieuwe fiscale procedure. Commentaar bij de wetten van 15 en 23 maart 1999 p. 209).

### Dispositif

Op die gronden,

De rechtbank,

Rechtdoende op tegenspraak,

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd,

Verklaart het verzet onontvankelijk;

Veroordeelt de eiseres tot de kosten van geding begroot als volgt:

aan de zijde van eiseres:

\- rechtsplegingsvergoeding: 12.900 frank

\- uitgavenvergoeding: 2150 frank

aan de zijde van verweerster:

\- rechtsplegingsvergoeding: 12.900 frank

Les noms de personnes physiques que la version diffusée par le SPF Finances laissait en clair ne sont pas republiés ici : ils sont réduits à leur initiale. Le texte n'est modifié nulle part ailleurs.
