---
title: "Communication des livres et documents · Tribunal de première instance de Gand, 5 décembre 2017"
description: "Communication des livres et documents, Conservation des livres et documents. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 5 décembre 2017."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/communication-livres-documents-conservation-comptabilite-tribunal-gand-2017-12-05-4676"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Communication des livres et documents · Communication des livres et documents - Conservation des livres et documents - Comptabilité automatisée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

5 décembre 2017

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

102 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance de Gand du 05.12.2017

**17/1456/A**

## Résumé

Résumé non fourni

**Texte intégral**

### Corps de la décision

ln de zaak van:

**De BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën - Stafdienst Logistiek - Koning Albert II laan 33 bus 971 te 1030 Brussel, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, op vervolging van de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie, met kantoren te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,

EISENDE PARTIJ, vertegenwoordigd door mr. **L. D. S.**, advocaat te …;

Tegen:

**F.** **CVBA**, KBO nr. … , met maatschappelijke zetel te … ,

VERWERENDE PARTIJ, vertegenwoordigd door mr. **T. D. SM.**, advocaat te … .

Vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. De rechtspleging

De partijen werden gehoord in hun middelen op de openbare terechtzitting van 26 september 2017 waarna het debat gesloten werd en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien.

## 2. De vorderingen

De vordering van de Belgische Staat is in zijn laatst neergelegde besluiten als volgt geformuleerd:

*"De vordering ontvankelijk, toelaatbaar en gegrond te verklaren Dienvolgens - desgevallend bij tussenvonnis overeenkomstig artikel 19 §3 Ger. W - voor recht te zeggen dat verweerster gehouden is binnen de 3 werkdagen na betekening van het tussen te komen vonnis aan \[eiser\] het paswoord en/of alle andere informatica - elementen van welke aard ook, over te maken die moeten toelaten de geëncrypteerde stick, aangemaakt bij verweerster op 5 juli 2016, leesbaar, toegankelijk en bruikbaar te maken, inclusief het nemen van kopies met strikte eerbiediging van alle wettelijke rechten van verweerster*

*Tevens voor recht te zeggen dat bij gebrek hieraan integraal te voldoen vanaf de vierde werkdag na betekening van het tussen te komen vonnis een dwangsom van 10 000,00 EUR per begonnen dag door verweerster zal verbeurd worden in het voordeel van \[eiser\]*

*Minstens te oordelen dat artikel 334 WIB 92 hier niet van toepassing is en minstens de toepassing te bevelen van de triage van de briefwisseling met personen als bedoeld in art. 458 Sw. moet gebeuren op basis van de mailadressen zoals door \[eiser\] voorgesteld werd*

*Verweerster te veroordelen tot alle kosten van het geding, hierin begrepen de kosten van dagvaarding en rolstellingen een rechtsplegingsvergoeding bepaald op 1 440,00 EUR*

*Het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, spijts elk rechtsmiddel, met uitsluiting van borgstelling of kantonnement”*

**CVBA** **F.** verzoekt het volgende:

> *“De vordering van \[eiser\] ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren,*
>
> *Dienvolgens, in hoofdorde te zeggen voor recht dat de vordering van \[eiser\] lot wat betreft de toepassing van artikel 19, lid 3 Ger. W niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden en te zeggen voor recht dat de vordering van \[eiser\] in strijd is met de artikelen 315bis WIB 1992 en/of 61 WBTW en/of 8 EVRM en/of 458 Sw.*
>
> *ln ondergeschikte orde de vordering van \[eiser\] toe te kennen onder voorwaarde dat een onafhankelijke derde wordt aangesteld, met als opdracht de betrokken mailboxen te ontsluiten en de communicatie, waarvan de ontsluiting aan de administratie een inbreuk vormt op het recht op privacy en/of het beroepsgeheim, te verwijderen, voorafgaandelijk aan de ontsluiting aan eiseres.*
>
> *Minstens de toepassing te bevelen van de procedure voorzien in artikel 334 WIB 1992 en derhalve de territoriaal bevoegde tuchtoverheden van de betrokken professionele actoren voorafgaand aan de ontsluiting aan \[eiser\], de mogelijkheid te bieden te oordelen over en in welke mate de betrokken mailboxen aan \[eiser\] mogen worden meegedeeld.*
>
> *ln ieder geval, de vordering van \[eiser\] tot het bekomen van een dwangsom van 10.000 EUR per dag en de vordering om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, af te wijzen als ongegrond.*
>
> *\[Eiser\] te veroordelen tot de kosten van het geding, m.i. v. de rechtsplegingsvergoeding begroot aan de zijde van \[verweerster\] op 1.440,00 EUR.”*

## 3. De relevante feiten en voorgaanden

**1.** **CVBA** **F.** is in B. actief als groothandelaar-verdeler van geneesmiddelen. Als coöperatieve groothandelaar-verdeler verzorgt zij de distributie voor en komt tegemoet aan de vraag van zelfstandige apothekers.

Op 15 juni 2016 kondigde de administratie een controle op de zetel van **CVBA** **F.** aan op 5 juli 2016 betreffende de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015. Bij e-mail van 21 juni 2016 werd de controle uitgebreid tot de directe belastingen voor boekjaren 2013 en 2014.

Op 5 juli 2016 werd een fiscale visitatie uitgevoerd op de zetel van **CVBA** **F.**. Tijdens deze controle werd een kopie van een deel van de server genomen alsook een kopie van de mailboxen van de heer **B.** **St.** (directeur administratie bij **CVBA** **F.**) en de heer **Fr.** **Co.** (bestuurder bij **CVBA** **F.**). De kopie van deze mailboxen werd 'onder uitdrukkelijk voorbehoud ter raadpleging en meename' ter beschikking gesteld van de administratie. De bestanden werden door **CVBA** **F.** op een geëncrypteerde USB-stick (bitlocker) gezet.

Op 14 juli 2016 motiveerde **CVBA** **F.** schriftelijk het gemaakte voorbehoud voor de kopiename van de mailboxen. Zij stelde dat de kwestieuze USB-stick gegevens bevat die niet voldoen aan het begrip 'boekhoudkundige gegevens' in de zin van artikel 315bis WIB '92. De raadpleging van deze gegevens vormt volgens **CVBA** **F.** tevens mogelijks een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en op het beroepsgeheim van een aantal professionele actoren.

Ook op 14 juli 2016 schreef de administratie **CVBA** **F.** aan met de melding dat de codering van de USB-stick in strijd is met de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en met de vraag om het paswoord binnen de acht dagen te laten kennen. **CVBA** **F.** reageerde met een verwijzing naar haar brief van 14 juli 2016.

ln antwoord op de brief van 14 juli 2016, betwistte de administratie het standpunt van **CVBA** **F.** bij brief van 26 juli 2016 en nodigde **CVBA** **F.** uit om op het kantoor van de administratie de mailboxen te ontsluiten, deze samen te overlopen en hierbij eventuele e-mails met advocaten en accountants te verwijderen.

**CVBA** **F.** stelde daaropvolgend voor om een onafhankelijke derde aan te stellen om de door beroepsgeheim beschermde gegevens te verwijderen, teneinde ongewenste inzage van de inhoud van de USB-stick door ambtenaren te voorkomen maar ook om te garanderen dat de belastingplichtige geen andere manipulaties zou uitvoeren.

Nadien volgden schriftelijke opmerkingen en suggesties van beide partijen. Bij aangetekend schrijven van 27 oktober 2016 werd **CVBA** **F.** formeel in gebreke gesteld om het paswoord over te maken.

**2.** Op 4 november 2016 werd **CVBA** **F.** door de administratie gedagvaard voor de rechter in kort geding, teneinde het paswoord en/of alle andere informatica-elementen van welke aard ook over te maken aan de administratie, die moeten toelaten de geëncrypteerde USB-stick leesbaar, toegankelijk en bruikbaar te maken, inclusief voor het nemen van kopies, dit alles onder verbeurte van een dwangsom van 10.000,00 euro per dag vertraging. Bij beschikking van 15 februari 2017 werd de vordering van de administratie afgewezen als ongegrond bij gebrek aan urgentie.

Bij exploot betekend op 13 april 2017 werd **CVBA** **F.** gedagvaard voor deze rechtbank.

## 4. Beoordeling

**1.** De discussie tussen partijen in dit pretaxatie-geschil betreft de vraag of de fiscale administratie het recht heeft om een leesbare kopie te eisen van twee mailboxen die beroepsmatig worden gebruikt (met extensie @...) en die op verzoek van de administratie door de belastingplichtige werden gekopieerd op een USB-stick, die door de belastingplichtige evenwel werd geëncrypteerd. De administratie stelt onder verwijzing naar artikel 315bis WIB '92 en [artikel 61, vierde lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) dat zij gerechtigd is op een toegankelijke en leesbare kopie van de mailboxen en dat de belastingplichtige verplicht is hieraan mee te werken. **CVBA** **F.** betwist dit en stelt dat de mailboxen privé-mails bevatten en e-mails van en naar personen die onderworpen zijn aan het beroepsgeheim in de zin van artikel 458 Sw. en dat om die reden haar moet worden toegelaten eerst deze mailboxen zonder tussenkomst van de administratie te zuiveren.

**2.** Aangezien partijen op de inleidingszitting akkoord gingen om de zaak ten gronde te behandelen, is de vordering van eisende partij om voorlopige maatregelen te bevelen zonder voorwerp. De rechtbank velt een eindvonnis.

**3.** Krachtens artikel 105 GW beschikt de Koning slechts over die bevoegdheden die de Grondwet of de krachtens de Grondwet uitgevaardigde wetten hem uitdrukkelijk toekennen. Krachtens dit principe beschikken de fiscale ambtenaren die tijdens een controle handelen in de hoedanigheid van administratief orgaan slechts over die bevoegdheden die de formele wetgever hen heeft verleend.

Artikel 315bis WI B '92 bepaalt:

> *“De natuurlijke personen en rechtspersonen die een beroep doen op een computersysteem om de boeken en bescheiden waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315, geheel of ten dele, te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren, zijn eveneens verplicht, op verzoek van de administratie, ter plaatse, de dossiers met betrekking tot de analyses, de programma's en het beheer van het gebruikte systeem, alsook de informatiedragers en alle gegevens die zij bevatten, ter inzage voor te leggen.*
>
> *De op de informatiedragers geplaatste gegevens moeten in een leesbare en verstaanbare vorm ter inzage worden voorgelegd. Wanneer de administratie hen erom verzoekt, zijn de in het eerste lid bedoelde personen verplicht op hun uitrusting en in bijzijn van de ambtenaren van de administratie, kopies te maken van de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van voormelde gegevens, alsook de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen.*
>
> *(. . .)”*

[Artikel 61, vierde lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) bepaalt:

> *“Wanneer de boeken, facturen en andere stukken in een elektronisch formaat worden bewaard, heeft deze administratie het recht zich de op informatiedragers geplaatste gegevens in een leesbare en verstaanbare vorm te doen voorleggen. Deze administratie kan eveneens de in het eerste lid bedoelde persoon verzoeken om in hun bijzijn en op zijn uitrusting kopieën te maken onder de door hen gewenste vorm van het geheel of een deel van de voormelde gegevens, evenals om de informaticabewerkingen te verrichten die nodig worden geacht om de juiste heffing van de belasting na te gaan.”*

De mailboxen van **Fr.** **Co.** en **B.** **St.** met extensie@**...**, die ongetwijfeld ook gebruikt worden om de boeken en ·bescheiden waarvan de voorlegging is voorgeschreven door artikel 315 WIB '92 (desgevallend artikelen [60](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-60) en [61, eerste lid](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) WBTW), geheel of ten dele toe te zenden, vallen in beginsel onder het toepassingsgebied van artikel 315bis WIB '92 (of [artikel 61, vierde lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61)). Artikel 315bis WIB '92 dient gelezen te worden als een aanvulling van artikel 315 WIB '92 teneinde rekening te houden met nieuwe informatica­ technologieën. Zoals het toepassingsgebied van artikel 315 WIB '92 zich niet beperkt tot de wettelijk verplichte boekhoudkundige bescheiden of boeken, is ook artikel 315bis WIB '92 van toepassing op computersystemen die gebruikt worden om boeken en bescheiden die noodzakelijk zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten te bepalen (waaronder handelscorrespondentie), te houden, op te stellen, toe te zenden of te bewaren. Hetzelfde geldt met betrekking tot [artikel 61, vierde lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) inzake BTW.

ln haar arrest van 16 december 2003 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over de draagwijdte van het recht van onderzoek van de boeken en stukken in de beroepslokalen, krachtens [artikel 63, eerste lid, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) (Arr. Cass. 2003, nr. ....):

> *“Overwegende dat, enerzijds, krachtens* [*artikel 61, §1, eerste lid, BTW­ Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) *eenieder gehouden is de boeken en stukken die hij overeenkomstig artikel 60 moet bewaren, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heef, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden te kunnen nagaan;*
>
> *Dat, anderzijds, krachtens artikel 63, eerste lid, 1 ° BTW Wetboek, eenieder die een economische activiteit uitoefent, aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang moet verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend ten einde hen in staat te stellen de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden;*
>
> *Overwegende dat uit het onderlinge verband van deze bepalingen volgt dat de in* [*artikel 63, eerste lid, 1° BTW Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) *bedoelde controlemaatregel te onderscheiden is van de in* [*artikel 61, §1, eerste lid BTW Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) *bedoelde controlemaatregel; dat* [*artikel 63, eerste lid, 1° BTW Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) *beoogt aan de bevoegde ambtenaren een onderzoeksbevoegdheid te verlenen die zij niet uit* [*artikel 61, §1, eerste lid BTW Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) *putten;*
>
> *Dat hieruit volgt dat de bevoegde ambtenaren, krachtens artikel 63, eerste lid, 1 ° BTW Wetboek, het recht hebben na te gaan welke boeken en stukken zich bevinden in de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend alsook de boeken en stukken die zij aldaar aantreffen, te onderzoeken, zonder voorafgaand om de voorlegging van die boeken en stukken te moeten verzoeken.”*

Aangezien de visitatiebevoegdheid inzake de inkomstenbelastingen door de wet van 19 mei 2010 werd afgestemd op die inzake de belasting over de toegevoegde waarde, gelden voormelde principes ook voor de inkomstenbelastingen.

De bevoegde ambtenaren beschikken aldus, teneinde de verschuldigde belasting te kunnen bepalen, over ruime onderzoeksbevoegdheden en hebben het recht om tijdens de visitatie na te gaan welke boeken en stukken of bescheiden zich in de lokalen bevinden en ze te onderzoeken, zonder voorafgaand om de voorlegging ervan te moeten verzoeken. Een zinvolle interpretatie van de verplichting tot medewerking vereist dat de belastingadministratie niet afhankelijk is van de keuze van de belastingplichtige om te bepalen in welke documenten hij inzage verleent en dat de belastingplichtige zijn medewerking dient te verlenen om bijvoorbeeld gesloten kasten of kluizen te openen. Hetzelfde geldt voor het toegankelijk maken van beroepshalve gebruikte mailboxen. De in het geding zijnde bepalingen laten de bevoegde ambtenaren evenwel niet toe om de inzage van de bedoelde boeken en stukken of bescheiden eigenmachtig af te dwingen indien de belastingplichtige zich daartegen verzet. Mocht de wetgever een dergelijke afdwingbaarheid hebben beoogd, dan had hij daarin uitdrukkelijk moeten voorzien en de voorwaarden daartoe nauwkeurig moeten omschrijven, wat niet het geval is (zie ook GwHof nr. …, 12 oktober 2017, te raadplegen op www.const-court.be).

Hieruit volgt dat artikel 315bis WIB '92 (en [artikel 61, vierde lid WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61)) de administratie toelaat om de belastingplichtige te verzoeken om beroepshalve gebruikte mailboxen ter inzage voor te leggen, in een leesbare en verstaanbare vorm. Het komt aan de administratie en niet aan de belastingplichtige toe om te beslissen welke e-mails al dan niet fiscaal relevant zijn. Deze bepaling laat de administratie tevens toe om de belastingplichtige te verzoeken op de uitrusting van deze laatste en in bijzijn van de ambtenaren van de administratie een kopie te maken in de door die ambtenaren gewenste vorm van het geheel of een deel van deze mailboxen. De administratie heeft evenwel niet het recht om dergelijke voorlegging of kopie eigenmachtig af te dwingen indien de belastingplichtige zich daartegen verzet.

**4.** **CVBA** **F.** stelt dat de mailboxen ook privé e-mails bevatten en correspondentie die beschermd is door het beroepsgeheim, en stelt dat haar om die reden moet worden toegelaten eerst deze mailboxen zonder tussenkomst van de administratie te zuiveren.

4.1.

Wat de privé e-mails betreft, stelt **CVBA** **F.** dat de kwestieuze mailboxen (met extensie @**...**, en aldus eigendom van **CVBA** **F.**) een gemengd karakter hebben. Gelet op de betwisting, neemt de rechtbank aan dat de e-mails met privékarakter in die mailboxen niet duidelijk worden afgescheiden van de e-mails met bedrijfskarakter. Dit gemengde karakter en het gebrek aan duidelijke scheiding tussen e-mails met bedrijfskarakter en met privékarakter in de mailbox kan evenwel bezwaarlijk de onderzoeksmogelijkheden van de administratie beknotten. Bij gemengde mailboxen kan de gecontroleerde belastingplichtige er zich niet op beroepen dat de mailboxen niet uitsluitend voor haar economische activiteit worden gebruikt en aldus niet het voorwerp kunnen uitmaken van een boekenonderzoek. Op die manier zou de onderzoeksbevoegdheid van de administratie immers kunnen worden afhankelijk gemaakt van de keuze van de belastingplichtige om haar mailboxen al dan niet gemengd te laten gebruiken.

Waar de inzage in e-mails met privékarakter een inbreuk vormt op de bescherming van. de rechten opgenomen in artikel 8 EVRM, is de rechtbank van oordeel dat voormelde bepalingen (artikelen 315 en 315bis WIB '92 en artikelen [60](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-60) en [61](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) WBTW) voldoende duidelijk en voorzienbaar zijn en aldus een voldoende wettelijke basis vormen voor dergelijke inbreuk. Voor een belastingplichtige als **CVBA** **F.** is het immers redelijkerwijze voorzienbaar dat de administratie bij bedrijfsmailboxen met gemengd karakter niet zal moeten afgaan op de eigen aanwijzingen van de gecontroleerde belastingplichtige met betrekking tot de vraag welke e-mails voor de controle relevant zijn maar tot alle gegevens toegang zal hebben. Alle gegevens mogen in dergelijk geval door de administratie geacht worden relevant te zijn voor de beoordeling van de fiscale toestand van de gecontroleerde belastingplichtige. Zoals gezegd, vereist een zinvolle interpretatie van de verplichting tot medewerking voorzien in de artikelen 315 en 315bis WIB '92 (en de artikelen [60](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-60) en [61](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) WBTW) dat de belastingadministratie niet afhankelijk is van de keuze van de belastingplichtige om te bepalen in welke documenten hij inzage verleent. De door de belastingplichtige toegelaten vermenging tussen e-mails met bedrijfsmatig karakter en met privékarakter kan hieraan geen afbreuk doen.

Het legitiem oogmerk van de inbreuk, met name het vaststellen en invorderen van belastingen, staat niet ter discussie.

Wat de noodzakelijkheidsvereiste betreft, is het belangrijk in overweging te nemen dat de belastingplichtige zelf het gemengde karakter van de mailboxen heeft toegelaten/georganiseerd. De fiscale controle was bovendien drie weken op voorhand aangekondigd, als gevolg waarvan de personen die hun recht op privacy geschonden achtten de nodige stappen konden ondernemen om hun mailbox preventief te zuiveren van e-mails met privékarakter. ,Verder is de USB-stick met kopie van de mailboxen geëncrypteerd en niet leesbaar voor de administratie zonder overhandiging van het paswoord door de belastingplichtige (waarvoor overigens deze procedure wordt gevoerd). De bewijsgaring is niet disproportioneel in het licht van het beoogde doel.

De rechtbank besluit dat artikel 8 EVRM niet is geschonden (zie ook EHRM 8 juli 2013, arrest **Be. La. Ho. AS** / No., randnrs. …) en dat de administratie kennis kan nemen van de beroepsmatig gebruikte mailboxen, ook al bevatten deze e-mails met privékarakter.

Het spreekt evenwel voor zich dat het retentierecht vermeld in artikel 315bis WIB '92 zich enkel uitstrekt tot gegevens waarvan de administratie meent dat die fiscaal relevant zijn. Wanneer uit analyse blijkt dat de mailboxen e-mails met privékarakter bevatten die fiscaal niet relevant zijn, dienen deze te worden verwijderd.

4.2.

Aangaande de e-mails beschermd door het beroepsgeheim, bepaalt artikel 334 WIB '92 het volgende:

> *“Wanneer een krachtens de artikelen 315, eerste en tweede lid, 315bis, eerste tot derde lid, 316 en 322 tot 324 aangezochte persoon het beroepsgeheim doet gelden, verzoekt de administratie om tussenkomst van de territoriaal bevoegde tuchtoverheid opdat deze zou oordelen of, en gebeurlijk in welke mate, de vraag om inlichtingen of de overlegging van boeken en bescheiden verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim.”*

ln de regel kan enkel de persoon die aan het beroepsgeheim is onderworpen, artikel 334 WIB '92 inroepen. Het beroepsgeheim legt immers verplichtingen op in hoofde van bepaalde beroepsuitoefenaars en niet in hoofde van hun cliënten. Het beroepsgeheim van de in artikel 458 Sw. vermelde beroepsbeoefenaars geldt niet voor hun cliënten. Deze cliënten zijn zelf niet onderworpen aan het beroepsgeheim en kunnen aldus artikel 334 WIB '92 niet inroepen, zelfs niet met betrekking tot gegevens die zij in hun bezit hebben en onder het beroepsgeheim van een derde vallen.

Het overmaken van vertrouwelijke documenten (die onder meer alle briefwisseling omvat tussen een drager van het beroepsgeheim en zijn/haar cliënten) vormt evenwel een inbreuk op de bescherming van het recht op eerbiediging van briefwisseling opgenomen in artikel 8 EVRM. Bovendien kan het overmaken van vertrouwelijke gegevens die onder het beroepsgeheim van een advocaat vallen, een inbreuk uitmaken op de bescherming van het recht op verdediging opgenomen in artikel 6 EVRM. (zie ook HvJ nrs. … en …, 17 september 2007 **Ak. No**. en HvJ nr. …, 18 mei 1982, **A. & S Eu.**) Een dergelijke inbreuk kan niet, tenzij deze bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving.

De administratie stelt de bescherming van de vertrouwelijkheid van de briefwisseling te erkennen. Zij stelt verder dat deze bescherming een uitzondering vormt op de medewerkingsplicht en de controlebevoegdheden van de administratie opgenomen in de fiscale wetgeving. De rechtbank onderschrijft dit standpunt, gelet op het bepaalde in artikel 8 EVRM.

Samen met de administratie is de rechtbank evenwel van oordeel dat het aan de belastingplichtige toekomt om te bewijzen dat bepaalde documenten onderworpen zijn aan de vertrouwelijkheid van briefwisseling. De loutere bewering dat bepaalde documenten beschermd zijn door vertrouwelijkheid is terzake niet voldoende. Dit bewijs, waarbij de belastingplichtige geenszins verplicht is de inhoud van het document kenbaar te maken, kan in de meeste gevallen eenvoudig worden geleverd door de naam van de beroepsbeoefenaar te melden, zijn functie en verantwoordelijkheden, en/of de context waarbinnen het document werd opgemaakt.

De administratie stelt in dit kader zelf voor om de mailboxen te zuiveren van alle e-mails verstuurd door of aan beroepsbeoefenaars die onderworpen zijn aan het beroepsgeheim op basis van de e-mailadressen van de betrokken beroepsbeoefenaars. Deze werkwijze, waarbij in overleg tussen partijen op automatische wijze alle e-mails van en naar beroepsbeoefenaars die onderworpen zijn aan het beroepsgeheim worden afgezonderd, vrijwaart afdoende de rechten van de belastingplichtige. De administratie kan op deze wijze immers geen kennis nemen van de inhoud van deze e-mails. Aangezien het aan de administratie toekomt en niet aan de belastingplichtige om te beslissen of een e-mail aan haar moet worden voorgelegd (zie hierboven, randnummer 3.), spreekt het voor zich dat deze zuivering van de mailboxen onder controle van de administratie moet worden verricht, in aanwezigheid van de belastingplichtige om de tegenspraak te garanderen (tenzij deze weigert zijn medewerking hieraan te verlenen). Het spreekt voor zich dat de belastingplichtige zich op dat ogenblik kan laten bijstaan door zijn raadsman, een (IT-) expert en/of een gerechtsdeurwaarder. ln dit stadium, waarbij vertrouwelijke e-mails op basis van het e-mailadres worden afgezonderd zonder kennis te nemen van de inhoud ervan, dient geen tuchtoverheid of forensic auditor tussen te komen.

De aldus afgezonderde e-mails kunnen naar keuze van de administratie hetzij definitief en onherroepelijk verwijderd worden hetzij worden geplaatst op een afzonderlijke USB-stick die wordt voorgelegd aan de respectievelijke bevoegde tuchtoverheden. Ook de e-mails waarover tussen partijen betwisting bestaat omtrent het al dan niet vertrouwelijk karakter, dienen te worden voorgelegd aan de respectievelijke bevoegde tuchtoverheden. Het is dan aan deze tuchtoverheden om zich, buiten het bijzijn van partijen, uit te spreken over de vraag of een bepaalde e-mail al dan niet vertrouwelijke briefwisseling betreft die niet kan worden voorgelegd aan de administratie. Het spreekt voor zich dat de administratie geen kennis kan nemen van de afgezonderde e-mails zonder dat hieromtrent standpunt is ingenomen door de bevoegde tuchtoverheden. Gelet op de vertrouwdheid van de bevoegde tuchtoverheden met deze materie, acht de rechtbank het niet nuttig om een forensic auditor aan te stellen.

De bevoegde tuchtoverheden zijn deze die territoriaal bevoegd zijn voor de maatschappelijke zetel van **CVBA** **F.**.

De rechtbank is van oordeel dat voormelde werkwijze de rechten van **CVBA** **F.**, onder meer deze vermeld in de artikelen 6 en 8 EVRM, op afdoende wijze waarborgt.

**5.** De rechtbank besluit dan ook dat **CVBA** **F.** wettelijk verplicht is om de USB-stick waarop zij op verzoek van de administratie de mailboxen van **Fr.** **Co.** en **B. St.** heeft gekopieerd, toegankelijk en leesbaar te maken voor de administratie, en dat de rechten gewaarborgd door artikel 8 EVRM hieraan geen afbreuk doen. **CVBA** **F.** dient dan ook het paswoord en/of alle andere informatie-elementen die moeten toelaten de geëncrypteerde USB­ stick toegankelijk en leesbaar te maken, binnen de 3 werkdagen na betekening van dit vonnis over te maken aan de administratie. Vertrouwelijke e­ mailcorrespondentie met personen die onderworpen zijn aan het beroepsgeheim dienen te worden behandeld zoals hierboven aangegeven.

**6.** De Belgische Staat verzoekt om aan voormelde verplichting een dwangsom te koppelen. De rechtbank gaat hier niet op in.

De rechtbank wijst er op dat geen enkele bepaling in het WIB '92 of het WBTW aan de administratie de bevoegdheid verleent om zich met dwang een leesbare kopie van de mailboxen te doen overhandigen wanneer de belastingplichtige hiertoe zijn medewerking niet verleent. Mocht de wetgever dergelijke afdwingbaarheid van de overhandiging van een leesbare kopie van de mailboxen, zonder de instemming van de belastingplichtige, hebben beoogd, dan had hij daarin uitdrukkelijk moeten voorzien en de voorwaarden daartoe moeten omschrijven, wat niet het geval is (zie ook GwHof nr. …, 12 oktober 2017, te raadplegen op www.const-court.be).

Indien deze rechtbank de vordering van de Belgische Staat zou inwilligen onder verbeurte van een dwangsom, zou de administratie middels dit vonnis de belastingplichtige kunnen dwingen om zijn medewerking te verlenen. De wetgever heeft dergelijke bevoegdheid niet verleend aan de administratie. Deze rechtbank kan aan de administratie geen grotere bevoegdheid verlenen dan deze die de wetgever aan de administratie heeft toegekend. Om die reden dient de vordering van de Belgische Staat tot het koppelen van de veroordeling aan een dwangsom te worden afgewezen.

Bij een weigering tot medewerking kan wel een administratieve geldboete worden opgelegd (artikel 445 WIB '92 of [artikel 74, §4 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-74)) of, bij een overtreding met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, een strafrechtelijke sanctie (artikel 449 WIB '92 of [artikel 73 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73)).

**7.** De gerechtskosten.

Tenzij bijzondere wetten anders bepalen, verwijst ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen de partijen, die het eventueel bekrachtigt (artikel 1017, lid 1 Ger. W.).

De kosten omvatten onder meer de rechtsplegingsvergoeding (artikel 1018, 6° juncto artikel 1022 Ger. W.). De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij (artikel 1022, lid 1 Ger. W.).

**CVBA** **F.** dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden verwezen.

De vordering van de Belgische Staat is niet in geld waardeerbaar, als gevolg waarvan de rechtsplegingsvergoeding 1.440,00 euro bedraagt, zoals gevorderd.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN.**

**DE RECHTBANK.**

Recht doende op tegenspraak.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet terzake dienend.

Verklaart de vordering van de Belgische Staat ontvankelijk en gegrond in de mate zoals hierna is bepaald.

Veroordeelt **CVBA** **F.** om binnen de drie (3) werkdagen na betekening van dit vonnis aan de administratie het paswoord en/of alle andere informatica­ elementen over te maken die moeten toelaten de geëncrypteerde USB-stick, aangemaakt bij **CVBA** **F.** op 5 juli 2016, toegankelijk en leesbaar te maken.

Zegt voor recht dat de administratie pas kennis kan nemen van de gegevens op voormelde USB-stick nadat volgende handelingen zijn gesteld:

\- de mailboxen die op de USB-stick gekopieerd staan, moeten in eerste instantie worden gezuiverd van alle e-mails verstuurd door of aan beroepsbeoefenaars die onderworpen zijn aan het beroepsgeheim op basis van de e-mailadressen van de betrokken beroepsbeoefenaars, dit onder controle van de administratie, in aanwezigheid van de belastingplichtige om de tegenspraak te garanderen (tenzij deze weigert zijn medewerking hieraan te verlenen);

\- de aldus afgezonderde e-mails alsook de e-mails waarover tussen partijen betwisting bestaat omtrent het al dan niet vertrouwelijk karakter worden naar keuze van de administratie hetzij definitief en onherroepelijk verwijderd hetzij geplaatst op een afzonderlijke USB­ stick.

Zegt voor recht dat voormelde afzonderlijke USB-stick, die de afgezonderde e­ mails bevat, moet worden voorgelegd voor onderzoek aan de respectievelijke bevoegde tuchtoverheden (territoriaal bevoegd voor **St.-Ni.**), waarbij dit onderzoek buiten het bijzijn van partijen moet worden uitgevoerd.

Veroordeelt **CVBA** **F.** tot de gedingkosten van deze aanleg, in hoofde van haarzelf niet nuttig te begroten en in hoofde van de Belgische Staat begroot op een rechtsplegingsvergoeding van 1.440,00 euro en de kosten van dagvaarding van 127,34 euro.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de zesde burgerlijke kamer van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, op dinsdag **vijf december tweeduizend zeventien**, waar aanwezig waren:

mevrouw **Fr. CO., rechter**, voorzitter van deze kamer, bijgestaan door mevrouw **M. COC., griffier**.

## Textes cités

5

[CTVA art. 61](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-61) 11 occurrences

[CTVA art. 60](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-60) 3 occurrences

[CTVA art. 63](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) 3 occurrences

[CTVA art. 73](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-73) 1 occurrence

[CTVA art. 74](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-74) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Séquestre, fraude au domicile, visite domiciliaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sequestre-fraude-domicile-visite-domiciliaire-tribunal-gand-2024-10-02-1508) 4 dispositions communes

[Prise de copie, Exigence ou non d'un mandat](https://juriel.be/fr/jurisprudence/article-61-prise-copie-exigence-cour-appel-bruxelles-2025-12-11-0879) 3 dispositions communes

[Mesures de contrôle, Visite sur place, mesure de contrôle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/mesures-controle-visite-place-mesure-tribunal-gand-2020-05-04-1e8e) 3 dispositions communes

[Inspection à domicile, Fraude au domicile, visite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/inspection-domicile-fraude-visite-cour-appel-gand-2025-02-04-3b64) 3 dispositions communes

[Scission artificielle des opérations, amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/scission-artificielle-operations-abus-taux-cour-appel-gand-2024-10-15-4ac3) 3 dispositions communes

[Présentation des livres, des factures et d’autres documents](https://juriel.be/fr/jurisprudence/presentation-livres-factures-autres-documents-cour-appel-gand-2023-11-28-82d5) 3 dispositions communes

[Taux de TVA, taux TVA de 6%](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-tva-reduit-immobilier-conditions-tribunal-2022-07-01-ad98) 3 dispositions communes

[Droit d’accès, visite fiscale, fishing-expedition, droit d'admission, fishing expedition](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-acces-visite-fiscale-fishing-cour-appel-gand-2024-01-16-bc96) 3 dispositions communes
