---
title: "17 juin 2009 · Champ d&#x27;application, service · Tribunal de première instance de Bruxelles"
description: "Champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemption. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 17 juin 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-bruxelles-2009-06-17-e672"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemption · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

17 juin 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

107 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 17.06.2009

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK. VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 36ste Kamer

AR 2007/15698/A

Inzake van :

**De NV T.**, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in de Kruispuntbank van de ondernemingen onder het nummer …,

**eisende partij,**

Vertegenwoordigd door Mr. **W. D.** loco Mr. **S. S.** advocaat te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, in persoon van de rekenplichtige van het BTW-ontvangkantoor Halle, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1500 Halle, Zuster Bernardastraat 32,

**verwerende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **D. B.** loco Mr. **A. D.**, advocaat te …, … (ref. : …),

**In deze zaak, in beraad genomen op 03/06/2009, spreekt de rechtbank het**

**navolgend vonnis uit :**

Gelet op :

• het verzoekschrift op grond van artikel 1385decies Ger.W., neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 13/12/2007;

• de beschikking tot regeling van conclusietermijnen overeenkomstig artikel 747, § 2 van het gerechtelijk wetboek van 11/01/2008;

• de conclusie, de synthesebesluiten, de bijkomende besluiten en de synthesebesluiten van verweerder, neergelegd ter griffie op respectievelijk 11/0412008, 10/10/2008, 12/01/2009 en 16/04/2009;

• de conclusie en de (tweede) conclusie van eiseres, neergelegd ter griffie op respectievelijk 08/07/2008 en 12/03/2009;

• de stukken van eiseres, neergelegd ter griffie op 29/10/2008 en de stukken van verweerder, neergelegd ter griffie op 17/11/2008.

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 03/06/2009, waarna de zaak in beraad genomen werd.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

## 1. FEITEN

1\. Volgens verweerder, en dit wordt niet betwist door eiseres, is eiseres voor de BTW geregistreerd als belastingplichtige met als activiteit 'projectontwikkeling voor woningbouw'.

Op 09/03/2007 werd door de heer **D. S.**, fiscaal deskundige bij de FOD Financiën, een proces-verbaal opgesteld naar aanleiding van een controle bij eiseres op 21/02/2007 omtrent de periode 01/01/2004 tot 31/12/2005.

Naar aanleiding van deze eerste controle (waarbij een aantal onregelmatigheden werden vastgesteld, met name aan eiseres uitgereikte facturen op grond van [artikel 20 K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) die niet in de boekhouding werden opgenomen), stuurde verweerder op 19/06/2007 een brief tot toepassing van de verlengde verjaringstermijn op grond van artikel 81bis, § 2 (vorige versie : 5 jaar) wegens vermoedens van belastingontduiking.

Vervolgens werd op 17/07/2007 een regularisatieopgave overgemaakt aan eiseres. Hierin werd een regularisatie voor een aantal vermeende inbreuken op de BTW-wetgeving vastgesteld en werd het BTW-nummer geschrapt per 01/07/2007.

Deze opgave had betrekking op de periode 2002-2006.

Nu eiseres zich niet akkoord kon verklaren met deze regularisatieopgave, stelde de heer **D. S.** op 12/11/2007 een proces-verbaal·op, met de volgende vaststellingen voor de periode 2002-2006.

In een eerste onderdeel (punt I) wordt vastgesteld dat de activiteiten van eiseres enkel betrekking hebben op de verhuur van onroerende goederen dewelke vrijgesteld zijn van BTW op grond van [artikel 44, § 3, 2° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44). Nu voor vrijgestelde handelingen geen recht op aftrek bestaat overeenkomstig [artikel 45, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), werd door eiseres over de jaren 2002 tot en met 2006 ten onrechte … euro in aftrek gebracht.

In een tweede onderdeel (punt II) werd vastgesteld dat eiseres werken in onroerende staat heeft laten uitvoeren aan verhuurde gebouwen, op dewelke de verlegging van heffing werd toegepast overeenkomstig [artikel 20 K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588). De maatstaf van de heffing werd evenwel steeds niet conform [artikel 20, § 4 van het K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) in de aangifte van eiseres opgenomen. Over de jaren 2003 tot en met 2006 werd een bedrag van … euro niet aangegeven.

In punt III werd een administratieve geldboete vastgesteld van 200 % van de verschuldigde heffing op grond van de artikelen 70, § 1 en 1bis BTW·wetboek : **… euro**.

Nu de hierin opgenomen sommen niet werden betaald, ging verweerder over tot het uitvaardigen van een dwangbevel op 22/11/2007 en uitvoerbaar verklaard op 27/11/2007. Dit dwangbevel werd bij deurwaardersexploot betekend op 06/12/2007.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 13/12/2007 maakt eiseres de zaak aanhangig bij deze rechtbank.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERINGEN

2\. De vordering van eiseres strekt ertoe :

\- te zeggen voor recht dat de activiteiten van eiseres (minstens gedeeltelijk) te kwalificeren zijn als een belastbare activiteit in de zin van de artikelen 18, § 1, tweede lid, 8° en 9° en artikel 44, § 3, 2°, a BTW-wetboek;

\- te zeggen voor recht dat het BTW-nummer van eiseres ten onrechte werd ingetrokken;

\- het dwangbevel van 22/11/2007 te vernietigen en te zeggen voor recht dat de daarin opgenomen bedragen ten titel van BTW, geldboete en intresten niet verschuldigd zijn;

\- verweerder te veroordelen tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde of ingehouden bedragen meer intresten.

Verweerder concludeert tot de ongegrondheid van de vordering.

## 3. BEOORDELING

### 3.1. Ontvankelijkheid

3\. Verweerder werpt geen middelen van niet-ontvankelijkheid op, noch wordt enige ambtshalve grond van niet ontvankelijkheid vastgesteld. De vordering van eiseres is derhalve ontvankelijk.

### 3.2. Ten gronde

4\. Oorspronkelijk steunde eiseres haar vordering op de volgende middelen :

\- de aangevochten BTW-schuld is gedeeltelijk verjaard : er is geen voorafgaande kennisgeving overeenkomstig [artikel 84ter BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84ter), noch is enig bedrieglijk opzet of oogmerk. om te schaden conform [artikel 81bis, § 1, al. 2 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) bewezen;

\- eiseres stelt wel degelijk belastingplichtige handelingen, met name betreft de onroerende verhuring verhuur van stallingen voor voertuigen en bergruimte voor het opslaan van goederen (art. 44, § 3, 2°, a BTW-wetboek). De uitzondering (verhuur van onroerende goederen is vrijgesteld) op de algemene regel (BTW-plicht) dient beperkt uitgelegd te worden, zodat de uitzondering op de uitzondering een ruime toepassing dient te kennen.

\- de opgelegde boete dient verminderd.

Ter zitting van 19/11/2008 wierp de rechtbank de vraag op naar de al dan niet tegenstrijdige motivering van het proces-verbaal. Enerzijds wordt immers voorgehouden dat eiseres niet BTW-plichtig zou zijn, doch anderzijds wordt onder punt II achterstallige BTW berekend alsof eiseres BTW-plichtig zou zijn wegens een foutieve BTW-aangifte. Partijen namen hieromtrent standpunt is.

5.

5.1. Het dwangbevel is niet onderworpen aan wettelijke vormvereisten, maar is geldig zodra het de belastingplichtige in staat stelt *"het voorwerp en de oorzaak van de eis van de Belgische Staat te laten kennen, om de gegrondheid ervan na te gaan"* (VANDEBERGH, H., De geschillenprocedure inzake BTW, Larcier, Brussel, 2005, p. 19).

In principe dient het dwangbevel (proces-verbaal indien hiernaar wordt verwezen) op zich te volstaan om het voorwerp en de oorzaak van de eis van de fiscale administratie te onderzoeken.

De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. De motivering moet bovendien afdoende zijn. Opdat een motivering afdoende zou zijn, is vereist dat de beslissing voldoende door de motivering wordt gedragen ([Cass. 22/05/2008](https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-motivation-adequate-controle-juge-cassation-bruxelles-2008-05-22-6ece) Fisc.Koer. 2008 (weergave), afl. 12, 564 met betrekking tot dwangbevelen inzake successierechten).

Geen wettelijke bepaling staat eraan in de weg dat het bestuur na het opstellen van een proces-verbaal en een dwangbevel met betrekking tot een bepaalde belastingschuld, nieuwe juridische argumenten en feitelijke gegevens aanvoert ter ondersteuning van hetgeen in het proces-verbaal en het dwangbevel reeds is vastgesteld en vermeld met betrekking tot diezelfde belastingschuld (Cass. 01/12/2005, FJF 2007, afl. 3, 202). Het kan dan evenwel slechts om aanvullende gegevens gaan ter ondersteuning van hetgeen reeds werd aangevoerd.

5.2. Onder punt I van het betwiste dwangbevel wordt aangehaald dat de activiteiten van eiseres enkel betrekking hebben op een verhuring van onroerende goederen, dewelke een vrijgestelde activiteit is op grond van [artikel 44, § 3, 2° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44). Dit impliceert noodzakelijkerwijs dat eiseres geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting (toepassing van [artikel 45, § 1, 2° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45)).

Uit voorgaande volgt dat, in deze redenering van de administratie, eiseres ook geen recht heeft op een BTW-registratie (toepassing van [artikel 50, § 1, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-50)), waaruit volgt dat eiseres geen BTW-aangifte kan/moet doen.

Onder punt II wordt dan vervolgens aangehaald dat eiseres in haar BTW-aangifte niet op een correcte wijze opgave heeft gedaan van de verlegging van BTW die zij genoot op grond van [artikel 20, § 1 K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588). Vervolgens wordt de nog door eiseres verschuldigde en te betalen BTW berekend.

Er kan niet anders dan vastgesteld worden dat deze twee redeneringen tegenstrijdig zijn. Ofwel is eiseres belastingplichtige en dan kan zij genieten van aftrek en verlegging van voorbelasting ([art. 20, § 1 K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588), met de hieruit voortvloeiende verplichtingen). Ofwel is eiseres vrijgesteld belastingplichtige en moet zij de ten onrechte genoten aftrek terugbetalen.

Het is evenwel onmogelijk te zeggen dat eiseres enerzijds vrijgesteld is van BTW (en dus geen aangifte moest doen) en anderzijds te zeggen dat eiseres niet in regel is met [artikel 20, § 1 en 4 K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) (onvolledige of foutieve aangifte) en als gevolg hiervan nog een bepaald bedrag aan BTW verschuldigd is.

Verweerder besluit hieromtrent en benadrukt dat de boekhouding van eiseres op dit punt slordig was opgesteld. De “dualiteit” was dus te wijten aan eiseres zelve.

De houding van eiseres is dienaangaande evenwel niet van belang. Het is aan verweerder om in het proces-verbaal een eenduidig standpunt in te nemen. Ofwel wordt eiseres beschouwd als belastingplichtige en dan geldt dit voor alle aspecten (zijnde recht op aftrek en verlegging op grond van [artikel 20 K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588)) ofwel is eiseres vrijgesteld belastingplichtige en geldt ook dit voor alle aspecten (zijnde geen recht op aftrek, doch ook geen recht op verlegging op grond van [artikel 20 K.B. nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588)). In dit laatste geval diende de administratie haar rechtsgrond voor de terugvordering van de onterecht verlegde BTW te vinden in andere bepalingen dan het feit dat de aangiften van eiseres niet conform [artikel 20, § 4 K.B. nr. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) gebeurden.

Thans kan door verweerder niet verwezen worden naar de eventuele hoofdelijke gehoudenheid van eiseres tot betaling van de BTW op grond van [artikel 51bis, § 1, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51bis). Zelfs al zou deze bepaling van toepassing zijn, deze werd nooit eerder aangehaald ter ondersteuning van de vordering van eiseres. Dit is dus geen aanvullende grond ter ondersteuning van wat in het proces-verbaal werd aangehaald, doch een geheel nieuw grondslag.

Aldus is de vordering tot nietigverklaring van het dwangbevel en terugbetaling van de ten onrechte betaalde sommen op deze grond alleen al gegrond. De overige middelen die betrekking hebben op het dwangbevel dienen niet verder onderzocht te worden.

6.

6.1. Eiseres vordert tevens te horen zeggen dat haar activiteiten (minstens gedeeltelijk) te kwalificeren zijn als belastbare activiteiten en dus haar BTW-nummer ten onrechte werd ingetrokken.

Noch het proces-verbaal van 12/11/2007, noch het dwangbevel van 22/11/2007, maken evenwel melding van de intrekking van het BTW-nummer van eiseres. In de regularisatieopgave werd dit wel vermeld, doch eiseres verklaarde zich hiermee niet akkoord. Verweerder van zijn kant betwist niet dat het BTW-nummer van eiseres werd doorgehaald met ingang van 01/01/2008.

Hoe dan ook, er dient nog een antwoord gegeven te worden op de eerste vordering van eiseres, met name de horen zeggen voor recht dat zij wel degelijk (minstens gedeeltelijk) een belastbare activiteit uitoefent in de zin van de artikelen 18, § 1, tweede lid, 8° en 9° en artikel 44, § 3, 2°, a BTW-wetboek. De antwoord op deze vraag is van belang om te weten of eiseres recht heeft op een BTW-nummer (zie [artikel 50, § 1, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-50)).

6.2. Op basis van de overgelegde stukken (met name de stukken 9 van eiseres en stukken 9 van verweerder) acht de rechtbank het niet bewezen dat eiseres een belastingplichtige activiteit uitoefent, met name een verhuring van onroerende goederen die valt onder de bepalingen van de artikelen 18, § 1, tweede lid, 8° en 9° en artikel 44, § 3, 2°, a BTW-wetboek.

Beide bepalingen vormen een uitzondering op de BTW-vrijstelling voor verhuring van onroerende goederen, voor wat betreft terbeschikkingstelling voor stallingen voor rijtuigen en bergruimte voor opslag van goederen. Hoewel deze uitzonderingen ruim dienen uitgelegd te worden, dient nog steeds de bedoeling van deze bepalingen nagegaan te worden.

De terbeschikkingstelling van bergruimten met het oog op het opslaan van goederen zoals opgenomen in de artikelen 18, § 1, 9° en 44, § 3, 2° is enkel bedoeld voor die gevallen waarbij het gaat om een ruimte die enkel of minstens in hoofdzaak ter beschikking wordt gesteld voor het opslaan van goederen (vgl. S. RUYSSCHAERT, "De doorfacturering van huurovereenkomsten; BTW-gevolgen", Huur 2006, 120). Een andere interpretatie zou de vrijstelling voor onroerende verhuring immers zinledig maken (wat ook niet de bedoeling van de wetgever kan geweest zijn), vrijwel elke verhuring veronderstelt immers in meerdere of mindere mate ook een opslag van bepaalde goederen (elke handelsruimte heeft een kleinere of grotere opslagruimte).

Ook de uitzondering voor de stalling van voertuigen ([art. 18, § 1, 8°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) en [44, § 3, 2°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) BTW-wetboek) slaat louter op overeenkomsten waarbij de verhuring van ruimte voor de stalling van deze voertuigen duidelijk de overhand heeft. Indien deze stalling bijkomstig is aan de verhuring van de rest van het onroerend goed, is de uitzondering niet van toepassing (S. RUYSSCHAERT, "De doorfacturering van huurovereenkomsten : BTW-gevolgen”, Huur 2006, 119).

Uit de overgelegde stukken (stukken 9 van verweerder) blijkt dat de onroerende goederen nooit als geheel of zelfs maar hoofdzakelijk werden gebruikt voor de opslag van goederen, dan wel stalling voor rijtuigen in de zin van voornoemde bepalingen.

Er is steeds sprake van een gemengd gebruik (Orex : depot; Electromax Outlet Store : showroom, burelen en stockage; Meginvest/Performatic Paper Handling Systems : grotendeels kantoren, deel showroom en deel magazijn; N.V. Pirtek : werkplaats, stockage en bureel; Chassis Diffusion : burelen, vergaderruimte, showroom en stock; Atlantic Delivery Systems : burelen en werkplaats (overeenkomst); Pandy Plastics : burelen en werkplaats (overeenkomst); Regie der gebouwen : onduidelijk; Ideal FeIt : burelen en werkplaatsen (overeenkomst)). En nergens blijkt dat het hoofdgebruik (hetgeen niet gelijk te stellen is met de gebruikte oppervlakte) de opslag van goederen/voertuigen betrof. In tegendeel, deze opslag is telkens ondergeschikt aan de werkelijke activiteit (verkoop, exploitatie van de opgeslagen goederen, etc.) en in geen enkele overeenkomst is er sprake van enkel of hoofdzakelijk verhuring zoals voorzien in de artikelen [art. 18, § 1, 8° en 9°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) en [44, § 3, 2°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) BTW-wetboek.

Eiseres maakt ook niet geloofwaardig dat deze verhuring zou vallen onder de door hem aangehaalde uitzondering. In dat geval zou zij immers facturen met BTW aan haar huurders hebben overgemaakt. Voor geen enkel van de in de vorige paragraaf aangehaalde verhuringen wordt hieromtrent een stuk bijgebracht.

Eiseres brengt slechts één factuur met vermelding van BTW bij (voorlaatste factuur aan haar stuk 9). Wat betreft deze verhuring wordt geen enkel ander stuk (zoals contract) bijgebracht en de betreffende factuur vermeldt zelfs niet op welk onroerend goed dit betrekking zou hebben. In deze omstandigheden kan dit enkele stuk bezwaarlijk afdoende zijn om de stelling van eiseres geloofwaardig te maken.

Eiseres houdt voor een aantal activiteiten (elektriciteitsverbruik, onroerende voorheffing, herstellingswerken, etc.) te hebben doorgefactureerd. Uit de stukken van eiseres (stukken 9) blijkt het hier andermaal te gaan om de loutere doorfacturering van kosten die te maken hebben met de verhuring (voornamelijk elektriciteit, twee facturen voor het plaatsen van een scheidingswand) en die ondergeschikt zijn aan de verhuring zelve. Dit zijn dan ook geen afzonderlijke diensten. Er is bovendien slechts sprake van een BTW-plichtige activiteit indien ook deze 'diensten' een afzonderlijke prijs werd bedongen (S. RUYSSCHAERT, "De doorfacturering van huurovereenkomsten : BTW-gevolgen", Huur 2006, p. 118, nr. 13-14). Dit blijkt uit geen enkele overeenkomst.

Dit onderdeel van de vordering is dan ook niet gegrond.

## 4. KOSTEN, WAARDE VAN DE VORDERINGEN EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDINGEN

8\. Aangezien de vordering van eiseres deels gegrond is, komt het raadzaam voor de kosten van het geding voor 3/4de ten laste van verweerder te leggen en voor 1/4de ten laste van eiseres· gelegd.

Op basis van de waarde van het geschil kan het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding begroot worden op … euro. Partijen vorderen over en weer het basisbedrag en vragen geen afwijking hiervan.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meer omvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en als volgt gegrond.

Verklaart het bestreden dwangbevel van 22/11/2007, uitvoerbaar verklaard op 27/11/2007 en bij deurwaardersexploot betekend op 06/12/2007, nietig en zegt dat de daarin opgenomen bedragen ten titel van BTW, geldboete en intresten niet verschuldigd zijn.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van de in uitvoering van dit nietig verklaarde dwangbevel betaalde of ingehouden sommen, te verhogen met de intresten aan de wettelijke intrestvoet conform [artikel 91, § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

Wijst eiseres af van het meer gevorderde.

Veroordeelt verweerder tot 3/4de van de kosten van het geding en eiseres tot 1/4de van de kosten van het geding, en begroot deze kosten in hoofde van eiseres op … euro rechtsplegingsvergoeding en in hoofde van verweerder op … euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 36 ste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **17 juni 2009**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **J. V. B.**, toegevoegd rechter

Mevrouw **I. D.**, griffier.

**I.D.** **J. V. B.**

Lasten en bevelen dat alle daartoe gevorderde gerechtsdeurwaarders dit vonnis, deze beschikking, ten uitvoer zullen leggen;

Dat onze Procureurs-Generaal en onze Procureurs des Konings bij de rechtbanken van eerste aanleg daaraan de hand zullen houden en dat alle Bevelhebbers en Officieren van de openbare macht daartoe de sterke hand zullen bieden wanneer dit wettelijk van hen gevorderd wordt;

Ten blijke waarvan dit vonnis, deze beschikking, is ondertekend en gezegeld met het zegel van de rechtbank;

Voor eensluidende uitgifte.

Voor de Hoofdgriffier,

De griffier;

**G. S.**

alg. griffier

Deze expeditie is vrijgesteld van het griffierecht bij toepassing van artikel 208, 1° van het Wetboek der Registratie, Hypotheek en Griffierechten.

## Textes cités

10

[AR no 1 art. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-20-0588) 8 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 4 occurrences

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

[CTVA art. 50](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-50) 2 occurrences

[AR no 4 art. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-4-decembre-restitutions-matiere-taxe-valeur-406b) 1 occurrence

[CTVA art. 51bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51bis) 1 occurrence

[CTVA art. 81bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) 1 occurrence

[CTVA art. 84ter](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84ter) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Fraude fiscale, Fausses factures, Indices de fraude](https://juriel.be/fr/jurisprudence/fraude-fiscale-fausses-factures-indices-cour-appel-bruxelles-2022-12-01-3bd0) 6 dispositions communes

[Indices de fraude, Relevé de régularisation, Procès-verbal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/indices-fraude-releve-regularisation-proces-tribunal-nivelles-2024-01-08-9601) 5 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-tva-amont-tribunal-gand-2025-05-07-a603) 5 dispositions communes

[Exploitation de centres d'affaires et de services](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exploitation-centres-affaires-services-location-tribunal-gand-2025-05-07-cb8f) 5 dispositions communes

[Mise à disposition d'enplacements pour l'entreposage de biens;location immobilière;fait générateur](https://juriel.be/fr/jurisprudence/mise-disposition-enplacements-entreposage-biens-tribunal-bruxelles-2004-05-19-5c79) 5 dispositions communes

[Déclaration de TVA tardive, Transfert de charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/declaration-tva-tardive-transfert-charge-cour-appel-anvers-2020-01-21-779a) 5 dispositions communes

[Emplacement pour l'entreposage de biens, Motivation d’un jugement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/emplacement-entreposage-biens-motivation-jugement-cour-appel-anvers-2020-01-21-fc8d) 5 dispositions communes

[Validité de la contrainte, Motivation adéquate](https://juriel.be/fr/jurisprudence/validite-contrainte-motivation-adequate-reference-cour-appel-liege-2022-09-14-234b) 4 dispositions communes
