---
title: "712c4c4a · 29 décembre 2008 · Champ d&#x27;application, service · Tribunal de première instance de Bruges"
description: "Champ d'application, service, opération imposable, exonération. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 29 décembre 2008. Réf. 712c4c4a."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-bruges-2008-12-29-712c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, service, opération imposable, exonération, autre exemption · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

29 décembre 2008

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

87 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Bruges du 29.12.2008

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**De Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, VIERDE KAMER, heeft het hierna volgend vonnis verleend :**

In de zaak **05/3312/A** Rep. nr. 2008/17831

**de BVBA B. D. B.**, met maatschappelijke, zetel te …, …, … (voorheen …, … en …, …), (Ondernemingsnr. …),

**eiseres,**

voor wie zijn opgetredén Meester **M. B.** en Meester **J. v. B.**, beiden advocaat met kantoor te …, …,

**tegen :**

**De FOD FINANCIEN**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12, 1000 Brussel.

\- in de persoon van de e.a. inspecteur van heet BTW-Ontvangkantoor te Brugge, met kantoren gevestigd te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4;

\- in de persoon van de gewestelijk directeur van de Administratie van de Ondernemings- en inkomensfiscaliteit te Brugge, met kantoren gevestigd te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4,

**verweerder,**

voor wie optreedt Meester **L. D. S.**, advocaat met kantoor te …, …,

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het fiscaal verzoekschrift d.d. 16 november 2005.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen overlegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen bij monde van hun raadsman in de openbare terechtzitting van 1 december 2008.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

**1.** Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer BE …, voor de activiteit van begrafenisonderneming. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Op 3 september 2001 werd door **L. H**., eerstaanwezend verificateur bij de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit verbonden aan het controlekantoor te Brugge, een controle gestart over de toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de belasting over de toegevoegde waarde over de periode van 1 juli 1997 tot 31 oktober 2000.

Op 27 november 2002 werden de overtredingen en vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal door voormelde ambtenaar. Volgens de administratie werd ten onrechte de BTW op facturen m.b.t. de oprichting en verbouwing van woongelegenheden bij funeraria in aftrek gebracht. In het proces-verbaal is opgenomen dat eiseres verschuldigd is als BTW 46.900,09 EUR, als geldboete 4.960,00 EUR en intresten vanaf 21 januari 2001 op het BTW-bedrag.

Op 2 december 2002 werd op basis van dit proces-verbaal door de bevoegde ambtenaar van het BTW-ontvangkantoor te Brugge een dwangbevel uitgevaardigd.

Voormeld dwangbevel werd op 4 december 2002 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door **R. D.**, gewestelijke directeur van de BTW te Brugge. Op 9 december 2002 werd het dwangbevel aangetekend verzonden aan eiseres.

Op 5 mei 2004 werd het dwangbevel met het aangehechte proces-verbaal betekend aan eiseres.

Door inhoudingen heeft verweerder 56.484,50 EUR geïnd en het saldo t.b.v. 9.588,98 EUR werd door eiseres onder voorbehoud betaald op 17 augustus 2004.

Op 16 november 2005 heeft eiseres een fiscaal verzoekschrift neergelegd.

**2.** Eiseres vraagt dat :

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- het bestreden dwangbevel d.d. 2 december 2002 nietig wordt verklaard;

\- verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van het bedrag van 66.073,48 EUR, te vermeerderen met de wettelijke intresten bedoeld in artikel 91, § 3, 1° W.BTW op 56.484,50 EUR vanaf de diverse data van inhouding en met de wettelijke intresten bedoeld in artikel 91, § 4 W.BTW op 9.588,98 EUR vanaf 17 augustus 2004;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 3.000,00 EUR.

**3.** Verweerder vraagt dat de vordering van eiseres ongegrond wordt verklaard en dat eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 2.500,00 EUR.

## III. BEOORDELING

### A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### B. Betreffende de grond

#### 1. woongelegenheid voor huisbewaarder

**1.1.** Uit het proces-verbaal blijkt dat eiseres in de gecontroleerde periode volgende onroerende investeringen heeft gedaan :

\- verbouwing van een bestaande woning naar funerarium met woongelegenheid te …, …;

\- oprichting van een funerarium met woongelegenheid te …, ….

**1.2.** Volgens eiseres worden de woongelegenheden bij de funeraria gebruikt door huisbewaarders en dit is strikt verantwoord voor de behoeften van de onderneming. Volgens haar is de BTW die werd betaald bij de oprichting van de woongelegenheid dan ook aftrekbaar overeenkomstig artikel 45, § 1 W.BTW.

**1.3.** Conform artikel 45, § 1 W.BTW mag elke belastingplichtige op de belasting die hij verschuldigd is in aftrek brengen : de belasting geheven op de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, op de door hem ingevoerde goederen en op de door hem verrichte intracommunautaire verwerving van goederen. Dit alles in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van handelingen bedoeld in artikel 45, § 1, 1° tot 5° W.BTW. Er dient dus een rechtstreeks en onmiddellijk verband te bestaan tussen de aan de belastingplichtige geleverde goederen en diensten en de uitgaande handeling.

**1.4.** Uit het proces-verbaal blijkt dat te … het funerarium is gevestigd op het gelijkvloers en een deel van de eerste verdieping (winkel, ceremoniële ruimte, rouwkamers, koelkamer en werkruimte) en een woongelegenheid is gevestigd op de eerste verdieping. De toegang tot de woongelegenheid is mogelijk via het funerarium. Een toegang via een trap tegen de buitenmuur is op moment van het bezoek van de controlerende ambtenaar (4 september 2001) niet geplaatst. De woongelegenheid wordt bewoond door mevrouw **D. B.**, zuster van de zaakvoerder van eiseres en bediende bij eiseres. De betreffende arbeidsovereenkomst werd aan de controlerende ambtenaar bezorgd.

Uit het proces-verbaal blijkt dat te … het funerarium is gevestigd op het gelijkvloers en een woongelegenheid is gevestigd op de eerste verdieping. Een zolder boven de eerste verdieping behoort eveneens tot de woongelegenheid. De toegang tot de woongelegenheid is mogelijk via een trap in de winkel- en bureelruimte en via een trap in de garage. Een afzonderlijke toegang tot de woongelegenheid is niet voorzien. Er is wel een deurbel op de muur naast de garagepoort. De woongelegenheid wordt bewoond door mevrouw **L. M.**, bediende bij eiseres. De betreffende arbeidsovereenkomst werd aan de controlerende ambtenaar bezorgd.

**1.5.** In het Besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II) is wat betreft een funerarium bepaald dat *“Tijdens de exploitatie is de inrichting nooit zonder toezicht. Hiervoor is het noodzakelijk dat de exploitant of zijn aangestelde in de onmiddellijke omgeving van de inrichting woont of dat er een elektronische inbraak- en koelgroepbeveiliging is”* (artikel 5.35.2.2).

De wetgeving stelt dus dat het *noodzakelijk* is dat de exploitant van het funerarium (of zijn aangestelde) in de onmiddellijke omgeving woont van het funerarium *of* dat er een elektronische inbraak- en koelgroepbeveiliging is.

Op de zitting van 1 december 2008 heeft de raadsman van eiseres gesteld dat beide funeraria voorzien zijn van een elektronisch inbraak- en koelgroepbeveiliging. Dit heeft dus tot gevolg dat een woonst in de onmiddellijke omgeving van de funeraria niet noodzakelijk is volgens Vlarem II.

Eiseres bewijst niet dat het nodig of verantwoord is voor de activiteit van begrafenisonderneming dat een zaakvoerder of een aangestelde van eiseres boven de funeraria verblijft. Eiseres bewijst evenmin dat 1 of beide woongelegenheden, geheel of gedeeltelijk, worden gebruikt voor de activiteit van begrafenisonderneming.

De twee woongelegenheden boven de funeraria kunnen misschien wel voordelen bieden, maar zijn niet strikt verantwoord of noodzakelijk voor de behoeften van de onderneming en overschrijden de behoeften van de overneming.

**1.6.** Verweerder legt stukken voor waaruit blijkt dat op de woongelegenheid te … niemand in heet bevolkingsregister was ingeschreven van 12 september 2001 tot 8 december 2002. Eiseres erkent dat de woongelegenheid een aantal maanden leegstond.

Hieruit blijkt dan ook dat de woongelegenheid niet noodzakelijk is voor de activiteit van begrafenisonderneming en ook niet strikt verantwoord is voor de behoeften van de onderneming.

Verder legt verweerder stukken voor waaruit blijkt dat op de woongelegenheid boven het funerarium te … sedert 4 april 2006 mevrouw **D. G. S.** en haar dochter **V. V.** zijn ingeschreven. Mevrouw **D. G. S.** is volgens verweerder tewerkgesteld bij de Vlaamse Gemeenschap.

Hieruit blijkt weer dat de woongelegenheid niet noodzakelijk is voor de activiteit van begrafenisonderneming en ook niet strikt verantwoord is voor de behoeften van de onderneming.

#### 2. onroerende verhuur

**2.1.** De gratis ter beschikkingstelling van een woongelegenheid aan een aangestelde is zonder twijfel een dienst zoals bedoeld in artikel 19, § 1 W.BTW (in de versie zoals van toepassing in de betreffende periode). Het feit dat de aangestelde ingevolge deze gratis terbeschikkingstelling mogelijk belast is geweest op een voordeel van alle aard is niet belangrijk, het blijft nog altijd een gratis ter beschikkingstelling zoals bedoeld in artikel 19, § 1 W.BTW.

Verweerder legt stukken voor waaruit blijkt dat op de woongelegenheid te … niemand in het bevolkingsregister was ingeschreven van 12 september 2001 tot 8 december 2002. Eiseres erkent dat de woongelegenheid een aantal maanden leegstond.

De rechtbank stelt vast dat de controlerende ambtenaar bij zijn plaatsbezoek op 4 september 2001 nochtans niet heeft vastgesteld dat de woongelegenheid leegstond en dat had hij toch zeker moeten opmerken als dat het geval was. De woongelegenheid moet op dat moment dus bewoond geweest zijn. De arbeidsovereenkomst met mevrouw **L. M.** is afgesloten op 1september 2000 en uit het proces-verbaal blijkt dat in deze overeenkomst sprake is van de bewoning van het appartement boven het funerarium. De woongelegenheid was dus tot en met 4 september 2001 zeker bewoond door een aangestelde van eiseres. Het was dus duidelijk de bedoeling bij de verbouwing van het funerarium om een aangestelde te laten verblijven in de woongelegenheid.

Verweerder betwist niet dat de woongelegenheid boven het funerarium te … wordt bewoond door mevrouw **D. B.**, bediende bij eiseres ingevolge een arbeidsovereenkomst van 3 november 1999. Verweerder stelt wel dat in de woonst ook een derde verblijft, namelijk de echtgenoot van mevrouw **D. B.**, en dat de maatschappelijke zetel van de vennootschap waarvan deze echtgenoot zaakvoerder is gevestigd is op de woongelegenheid boven het funerarium en dit vanaf 20 januari 2005.

Wanneer een woonst ter beschikking wordt gesteld van een aangestelde, houdt dit ook in dat de gezinsleden van deze aangestelde mogen verblijven in de woonst. Uit niets blijkt dat de betreffende woonst in de gecontroleerde periode voor andere doeleinden zou gebruikt geweest zijn dan voor de huisvesting van een aangestelde en haar gezinsleden of dat bij de bouw van het funerarium het de bedoeling was de woongelegenheid voor andere doeleinden te bestemmen dan het verblijf van een aangestelde en haar gezinsleden.

**2.2.** Partijen zijn het niet eens omtrent het feit of deze principieel belastbare handelingen onder de vrijstelling vallen van artikel 44, § 3, 2° W.BTW en het daarmee equivalente [artikel 13, B, sub b van de Zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13).

**2.3.** Artikel 44, § 3, 2° W.BTW bepaalt dat van de BTW is vrijgesteld : de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur uit van hun aard onroerende goederen, alsook het gebruik van dergelijke onroerende goederen onder de voorwaarde van artikel 19, § 1 W.BTW.

In de Zesde Richtlijn wordt echter gesteld dat de Lidstaten enkel vrijstelling kunnen verlenen voor verpachting en verhuur van onroerende goederen. Van een vrijstelling voor gebruik van dergelijke onroerende goederen onder de voorwaarde van artikel 19, § 1 W.BTW is er geen sprake.

De vrijstellingsbepaling zoals opgenomen in artikel 44, § 3, 2° W.BTW dient dan ook wegens schending van de Europese regelgeving voor niet gelezen te worden gehouden in de mate dat er tevens in een vrijstelling wordt voorzien voor het gebruik van dergelijke onroerende goederen onder de voorwaarden van artikel 19, § 1 W.BTW (*arrest Seeling H.V.J. 8 mei 2003, T.F.R. 2003, afl. 251, p. 1032 e.v.*).

**2.4.** Volgens het Hof van Justitie moet de vrijstelling van BTW voor onroerende verhuur beperkend worden geïnterpreteerd en kan zij enkel worden toegepast bij onroerende verhuur sensu stricto. Het gratis ter beschikking stellen van een onroerend goed vertoont niet de kenmerken van een onroerende verhuur sensu stricto aangezien er geen prijs wordt betaald, de duur van het genot niet is vastgelegd en niet contractueel is bepaald dat derden worden uitgesloten van het genot.

Deze stelling van het Europese Hof inzake de beperkende interpretatie van het begrip onroerende. verhuur geldt niet. alleen wanneer er sprake is van een ter beschikkingstelling door een natuurlijk persoon, maar ook wanneer de ter beschikkingstelling gebeurt dooreen rechtspersoon. Het toepassingsgebied van de Seeling-leer beperken tot de natuurlijke .personen vindt geen steun noch in de toenmalig van toepassing zijnde Zesde Richtlijn, noch in artikel,19 § 1 W.BTW. In geen van voormelde wetsbepalingen wordt immers bepaald dat de gelijkstelling van het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed voor andere doeleinden dan deze van de economische activiteit van de belastingplichtige met een dienst verricht onder bezwarende titel, beperkt zou zijn tot belastingplichtigen natuurlijke personen.

**2.5.** In tegenstelling met wat verweerder voorhoudt valt deze principieel belastbare BTW-handelingen dus niet onder de vrijstelling van artikel 44, § 3, 2° W.BTW of het daarmee equivalente [artikel 13, B, sub b van de Zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13).

Bij gebreke aan enige rechtsgeldige vrijstelling of aftrekbeperking kan dan ook niet anders dan worden besloten dat het recht op aftrek van BTW m.b.t. de twee woongelegenheden boven de funeraria te … en … en gratis ter beschikking gesteld van aangestelden, niet wordt beperkt en dus volledig moet worden toegestaan.

#### 3. intresten

De intresten die worden beheerst door artikel 91, § 4 W.BTW betreffen moratoire intresten, namelijk vanaf de aanmaning. De aanmaning tot terugbetaling is kennelijk pas door middel van het verzoekschrift gedaan. De intresten op het bedrag van 9.588,98 EUR zijn dus verschuldigd vanaf 16 november 2005 en dit tegen de wettelijke rentevoet.

### C. Betreffende de kosten

Gezien verweerder in het ongelijk wordt gesteld, moet hij overeenkomstig artikel 1017,10 lid Gel'.W. de gerechtskosten dragen.

De waarde van de eis situeert zich tussen 60.000 en 100.000 EUR waarvoor het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig het KB van 26 oktober 2007 een bedrag van 3.000,00 EUR bedraagt, zoals gevorderd.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Wijzende in eerste aanleg en op **tegenspraak**.

Alle verdere middelen van partijen verwerpende als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar en gegrond in volgende mate.

Veroordeelt verweerder tot terugbetaling aan eiseres van het bedrag van 66.073,48 EUR, te vermeerderen met de intresten aan de wettelijke rentevoet, vanaf data van inhouding op het ingehouden bedrag van 56.484,50 EUR en vanaf 16 november 2005, zijnde de datum van het verzoekschrift, op het bedrag van 9.588,98 EUR.

Veroordeelt verweerder tot de geding kosten, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van eiseres begroot op de rechtsplegingsvergoeding t.b.v.. 3.000,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtshof te Brugge op **maandag negenentwintig december tweeduizend en acht**.

Aanwezig zijn :

**D. P. L.**, alleensprekend rechter;

**L. N.**, griffier.

**N. L.** **L. D. P.**

## Textes cités

1

[6e directive 77/388 art. 13](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Exemption, Droit à déduction, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-droit-deduction-location-immobiliere-cour-appel-liege-2020-10-07-0940) 1 dispositions communes

[Déduction, Exemption, Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-exemption-location-immobiliere-cession-tribunal-liege-2020-10-08-1597) 1 dispositions communes

[Exonération, distorsion de concurrence](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-distorsion-concurrence-cour-appel-bruxelles-2026-03-19-188a) 1 dispositions communes

[Taux TVA de 6%, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-tva-immeuble-bati-exemption-cour-appel-gand-2023-10-213e) 1 dispositions communes

[Code de la taxe sur la valeur ajoutée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/code-taxe-valeur-ajoutee-art-cour-constitutionnelle-bruxelles-2021-12-02-3910) 1 dispositions communes

[Amende proportionnelle, Remise, amende fiscale proportionnelle, effacement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/amende-proportionnelle-remise-fiscale-effacement-cour-appel-bruxelles-2025-10-09-4ff6) 1 dispositions communes

[Formation professionnelle, TVA payée en trop, Remboursement, récupération](https://juriel.be/fr/jurisprudence/formation-professionnelle-tva-payee-trop-cour-appel-anvers-2025-09-16-551b) 1 dispositions communes

[Location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-immobiliere-mise-disposition-locaux-cassation-bruxelles-2024-02-22-766a) 1 dispositions communes
