---
title: "Champ d&#x27;application, service · Cour d&#x27;appel de Gand, 30 juin 2009"
description: "Champ d'application, service, opération imposable, amende administrative, disposition pénale, poursuite. Cour d'appel de Gand (Belgique), 30 juin 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-cour-appel-gand-2009-06-30-8e5f"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, service, opération imposable, amende administrative, disposition pénale · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

30 juin 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

64 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 30.06.2009

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Hof van beroep te Gent - 5****de** **Kamer**

**Nr. 2008/AR/1476**

in de zaak van :

**C., N.V.,**

met administratieve zetel te …, …;

ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

**appellante,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **G. K.**, advocaat te …, …

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Belastingen en Invordering, sector BTW, in de persoon van de Rekenplichtige van het 1° BTW-Ontvangkantoor te Kortrijk, wiens kantoren gevestigd zijn te 8500 KORTRIJK, Hoveniersstraat 31,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting …, vertegenwoordigd door mr. **D. S. L.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

1\. Bij fiscaal verzoekschrift neergelegd ter griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge op 26.1.2004 vorderde de appellante dat uitspraak zou worden gedaan over haar verzet tegen het dwangbevel (RCN nr. …) uitgevaardigd door **A. B.**, eerstaanwezend inspecteur van het 1e BTW-ontvangkantoor te Kortrijk op 19.11.2003, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 19.11.2003 door **E. M.**, e.a. inspecteur a.i. te Waregem aangewezen door de gewestelijke directeur van de belasting over de toegevoegde waarde te Brugge.

In dit dwangbevel was opgenomen als schuld ten laste van de appellante: een bedrag van … EUR aan BTW + … EUR als geldboete ingevolge [artikel 70, § 1 en § 1bis BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70), de intrest van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.4.2002, de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de betekening van het dwangbevel ingevolge [artikel 91, § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91), de vervolgingskosten.

Voor de eerste rechter vorderde de appellante dat het dwangbevel zou worden vernietigd en de appellante zou worden ontlast van alle veroordelingen tegen haar erin uitgesproken, en dat de teruggave zou worden bevolen van alle ten onrechte ingehouden of ingevorderde bedragen, venneerderd met de intresten vanaf de datum van de inhouding of betaling, minstens vanaf het instellen van het verzet.

Bij vonnis van 19.2.2008 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge, vierde kamer, werd het verzoekschrift van de appellante ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard, en werd voor recht gezegd dat het bestreden dwangbevel ongegrond is voor het gedeelte dat de BTW ten bedrage van … EUR en de boete ten bedrage van … EUR, meer de moratoire intresten bedoeld in [artikel 91, § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91), te boven gaat. Hetzelfde vonnis beveelt de geïntimeerde om over te gaan tot terugbetaling aan de appellante van elk bedrag dat werd geïnd boven het gedeelte dat gegrond werd bevonden, te vermeerderen met de verwijlintrest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inning of de inhouding, daarin begrepen zijnde de gerechtelijke rente vanaf datum van dagvaarding tot op de datum van volledige betaling. Elk van de partijen werd veroordeeld in de eigen gerechtskosten.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Gent op 3.6.2008 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vermelde vonnis.

Het blijkt niet dat het bestreden vonnis werd betekend of dat de appellante er in zou hebben berust.

Met haar hoger beroep vordert de appellante dat het bestreden vonnis gedeeltelijk zou worden tenietgedaan en voor recht zou worden gezegd dat het bestreden dwangbevel ongegrond is voor het gedeelte dat de BTW ten bedrage van … EUR en de boete ten bedrage van … EUR te boven gaat.

Verder vordert de appellante voor elk van de beide aanleggen de veroordeling van de geïntimeerde van een rechtsplegingsvergoeding van telkens … EUR.

De geïntimeerde van zijn kant, vordert de bevestiging van het bestreden vonnis, behoudens wat de beslissing over de kosten betreft. De geïntimeerde tekent omtrent dit laatste incidenteel beroep aan en vordert dat de appellante zou veroordeeld worden tot een rechtsplegingsvergoeding van … EUR aan de zijde van de geïntimeerde gevallen, en dit in de beide aanleggen.

2\. De appellante heeft vier facturen respectievelijk dd. 30.4.2000, 31.5.2000, 31.5.2000 en 30.6.2000 opgemaakt en gericht aan de respectieve vier kopers van appartementen in de residentie "**L. M.**" te …, …. Het betreft facturen waarop telkens vermeld staat "Voor uitgevoerde verbouwingswerken volgens overeenkomst" en waarbij een BTW van 6 % wordt aangerekend op de in de facturen vermelde prijs.

De geïntimeerde is van oordeel dat de kopers van de appartementen geen aannemingsovereenkomst sloten met de appellante, maar dat het voorwerp van de verkoop een gebouw in voltooide staat betreft.

Bij notariële akte van 27.8.1999 werd door zekere **P. V.** toelating verleend aan de appellante tot het bouwen en verbouwen van een hem toebehorend gebouwencomplex, vroeger gekend onder de naam "VerpleeginstelIing **S. V.**", waar nodig het gedeeltelijk af te breken, dit om de door de bevoegde overheden aanvaarde gebouwen verder op te trekken en de bestaande gebouwen te renoveren. In dezelfde akte verzaakt de vermelde **P. V.** aan het recht van natrekking zoals voorzien bij de artikelen 546, 551 e.v. B.W., op alle constructies en alle hoegenaamde werken welke de appellante of de door hem derde aangestelden zinnens was. uit te voeren op de bedoelde eigendom. Uit de akte blijkt dat het de bedoeling was om het gebouwencomplex om te bouwen tot een handels- en appartementsgebouw.

Terecht merkt de geïntimeerde op dat de appellante door deze clausule van verzaking aan het recht van natrekking nochtans geen eigenaar kon worden van de in deze clausule vermelde constructies en werken, nu de aan het gebouw aangebrachte wijzigingen opgeslorpt en volkomen vermengd werden met het gebouw, en derhalve niet op zichzelf kunnen bestaan (vergelijk met Cass. 23.12.1943, Pas. 1944, I, p. 123). Dit wordt trouwens door de appellante niet betwist. Met de geïntimeerde moet er derhalve van uitgegaan worden dat het recht van natrekking, ondanks de voormelde clausule van afstand van natrekking, de eigenaar van het gebouw ten goede is gekomen.

In de voorliggende notariële verkoopakten van de vier appartementen waarvan sprake (stukken 7 van de geïntimeerde) :

\- wordt vermeld dat de vermelde **P. V.**, genoemd "de eigenaar", en de appellante, genoemd "de aannemer", aan de kopers verkopen een afgewerkt woonappartement en parkingboxen (ingevolge hetgeen hiervoor werd uiteengezet is het weliswaar **P. V.** die als enige verkoper kan aangemerkt worden);

\- wordt een beschrijving van een afgewerkt appartement gegeven, zo bijvoorbeeld voor het appartement verkocht op 1.9.1999 : "een inkomhall, een living met keuken met een terras getekend "TWO 13", een berging, een badkamer en drie slaapkamers en een bijkomend terras te bereiken via de gemeenschappelijke overloop en uitgevende op het middengedeelte van het gebouwen getekend "TWO 10B/B1";

\- wordt een globale prijs opgegeven en als betaald aangemerkt, te splitsen tussen een deel voor de eigenaar (bvb. aangaande de verkoop van 1.9.1999 : wat betreft de grond en de bestaande gebouwen van het woonappartement en de parkingboxen) en een deel voor "de aannemer" (bvb. aangaande de verkoop van 1.9.1999: wat betreft de casco-afwerking en de comfortafwerking en aansluitingen van het woonappartement en de parkingboxen);

In acht genomen deze gegevens moet met de geïntimeerde aangenomen worden dat de kopers afgewerkte woonappartementen kochten, en de appellante niet te beschouwen is als aannemer van werken in opdracht van de kopers.

In dezelfde lijn ligt trouwens het feit dat **P. V.** eerst een gelijkaardige overeenkomst met toelating tot verbouwen en afstand van recht van natrekking had afgesloten met een andere aannemer, nl. de N.V. Ondernemingen **V.** (notariële akte van 4.9.1996, stuk 6 van de geïntimeerde), deze reeds een aantal werken had uitgevoerd, maar ingevolge faillietverklaring en verbreking de overeenkomst door de curator van het faillissement de werken niet heeft verdergezet. De door de N.V. Ondernemingen **V.** uitgevoerde werken werden derhalve uitgevoerd vóór enige verkoop, en dus voor er maar verkopers waren van wie kon voorgehouden worden dat zij de opdrachtgevers van de aannemer waren.

Dat door de appellante eventueel aannemingswerken werden uitgevoerd nadat de appartementen reeds verkocht waren aan de kopers, neemt niet weg dat zij een afgewerkt appartement kochten, en **P. V.** krachtens de notariële verkoopoverkomsten gehouden was tot levering van afgewerkte appartementen, ook al bestonden de appartementen op het ogenblik van het sluiten van de verkoopovereenkomst nog niet in de toestand zoals beschreven in de verkoopovereenkomst (verkoop van een toekomstige zaak).

Rekening houdend met het feit dat :

\- **P. V.** niet opteerde voor een verkoop onder het BTW-stelsel en er ook de formaliteiten niet voor vervulde (KB nr. 14 dd. 3.6.1970)

\- met een dienst verricht onder bezwarenden titel wordt gelijkgesteld de uitvoering door een belastingplichtige (zoals de appellante) van een werk in onroerende staat voor de doeleinden van zijn economische activiteit ([artikel 19, § 2, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19));

\- [artikel 3 van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-mesures-tendant-assurer-paiement-taxe-f40f#ar1-art3) van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, bepaalt dat onder meer de belastingplichtige die een handeling verricht die door [artikel 19 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) met een dienst wordt gelijkgesteld, een stuk dient op te maken dat de handeling vaststelt, wat niet gebeurde;

moet aangenomen worden dat de appellante, die haar werken niet factureerde aan **P. V.**, ten laste van zichzelf moet belasten, te dezen aan het toepasselijke tarief van 21 %.

Met toepassing van [artikel 19, § 2, 1° BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) wil de geïntimeerde terecht eveneens de BTW heffen op de in het proces-verbaal dd. 18.11.2003 vermelde te koop staande twee appartementen.

De eerste rechter heeft terecht beslist.

3\. Er zijn geen redenen om de partijen elk hun eigen gerechtskosten te laten dragen, ook al werd de vordering van de appellante door de eerste rechter voor een deel gegrond verklaard. Waar de appellante vordert dat voor recht zou worden gezegd dat het bestreden dwangbevel ongegrond is voor het gedeelte dat de BTW ten bedrage van … EUR en de boete ten bedrage van … EUR te boven gaat, moet hiermee en met de beslissing van de eerste rechter rekening worden gehouden bij de waardering van de vordering met het oog op vaststelling van de rechtsplegingsvergoeding.

### Dispositif

**OP DEZE GRONDEN,**

**HET HOF,** rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Ontvangt het hoger beroep doch verklaart het ongegrond, behalve voor wat de kosten betreft, waarvoor het hoger beroep in zeer geringe mate gegrond is;

Ontvangt het incidenteel beroep en verklaart het deels gegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis, behalve wat de beslissing over de kosten betreft;

Opnieuw wijzende binnen deze perken;

Veroordeelt de appellante tot 9/10 en de geïntimeerde tot 1/10 van de kosten in eerste aanleg, als volgt begroot :

\- aan de zijde van de appellante: op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg;

\- aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg;

Veroordeelt de appellante tot de kosten van het hoger beroep en begroot deze in hun geheel als volgt :

\- aan de zijde van de appellante: op … EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep;

\- aan de zijde van de geïntimeerde : op … EUR rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde kamer, recht doende in fiscale zaken, op **DERTIG JUNI TWEEDUIZEND EN NEGEN**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter, Voorzitter,

**G. T.** en **D. V.**, Raadsheren,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **D. V.** **G. T.** **A. D. M.**

## Textes cités

4

[CTVA art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) 3 occurrences

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 2 occurrences

[AR no 1 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-mesures-tendant-assurer-paiement-taxe-f40f) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Travaux immobiliers, Location immobilière, Opération exemptée](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-travaux-immobiliers-location-cour-appel-bruxelles-2015-10-15-c685) 3 dispositions communes

[Paiement de l'impôt, disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-disposition-penale-amende-cour-appel-anvers-2009-09-06-1872) 3 dispositions communes

[Assujetti, Début de l’assujettissement, Activité économique, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujetti-debut-assujettissement-activite-economique-cour-appel-gand-2013-09-24-4114) 3 dispositions communes

[Cour d'appel de Gand, 28 mars 2002](https://juriel.be/fr/jurisprudence/cour-appel-gand-2002-03-28-5e4c) 3 dispositions communes

[Poursuite, disposition pénale, amende administrative](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-disposition-penale-amende-administrative-cour-appel-gand-2004-03-23-8bad) 3 dispositions communes

[Paiement de l'impôt, disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/paiement-impot-disposition-penale-amende-cour-appel-anvers-2011-09-06-ab0d) 3 dispositions communes

[Cession ou la concession du droit d'exercer une activité professionnelle;location immobilière](https://juriel.be/fr/jurisprudence/cession-concession-droit-exercer-activite-cour-appel-gand-2004-03-30-ab1f) 3 dispositions communes

[Disposition pénale, amende administrative, poursuite, instance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/disposition-penale-amende-administrative-poursuite-cour-appel-gand-2002-10-01-c343) 3 dispositions communes
