---
title: "Champ d&#x27;application, service · Cour d&#x27;appel de Gand, 7 mars 2006"
description: "Champ d'application, service, lieu de prestation de service. Cour d'appel de Gand (Belgique), 7 mars 2006."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-lieu-prestation-cour-appel-gand-2006-03-07-3ba5"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, service, lieu de prestation de service · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

7 mars 2006

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

80 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 07.03.2006

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Hof van beroep te Gent – 5****e** **kamer**

Nr. **2004/AR/954**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel,

\- in de persoon van de E.a. Inspecteur van het Controlecentrum Oostende, afdeling Knokke-Heist, waarvan de burelen gevestigd zijn te 8300 KNOKKE-HEIST, Majoor Vandammestraat 4/6,

\- in de persoon van de E.a. Inspecteur van het BTW­Ontvangkantoor te Oostende, waarvan de burelen gevestigd zijn te 8400 OOSTENDE, Vrijhavenstraat 1,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **N. F.** loco mr. **V. D. P. J.**, advocaat te …, …

tegen :

**DR. T. BVBA**, met maatschappelijke zetel te …, …; met ondernemingsnummer : …,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **H. S.** loco mr. **S. J.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 8 april 2004 werd door de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis uitgesproken door de vierde kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge van 2 maart 2004, waarbij de fiscale vordering van de geïntimeerde tot teruggaaf van alle sommen die op grond van het proces­verbaal van 16 oktober 2000 werden ingehouden of betaald, werd ingewilligd.

Het hoger beroep strekt er toe het bestreden vonnis te doen vernietigen en opnieuw wijzende de vordering van de geïntimeerde af te wijzen als ongegrond en de geïntimeerde te doen veroordelen in de kosten van de beide aanleggen.

In voorkomend geval aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap een prejudiciële vraag te stellen of de omgebouwde rallywagens beschouwd moeten worden als "vervoermiddelen" in de zin van artikel 9.2 e), 8°en artikel 9, lid 3 van de Zesde Richtlijn 77/338/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.

De geïntimeerde vordert de bevestiging van het bestreden vonnis met veroordeling van de appellant in de kosten van het geding. Ondergeschikt vordert de geïntimeerde volgende prejudiciële vraag te willen stellen aan het Hof van Justitie :

> *"Kan een rallywagen, die speciaal werd omgebouwd en aangepast met het oog op het betwisten van rallywedstrijden op ijspistes, beschouwd worden als een* *‘vervoermiddel" in de zin van artikel 9 lid 2, littera e), 8**ste* *streepje van de Zesde Richtlijn 77/338/EEG van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag"*.

## Feitelijke gegevens

De geïntimeerde heeft de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige voor de economische activiteit van opzetten en verhuur van rallywagens. Nadat deze rallywagens werden opgezet werden ze verhuurd om snelheidswedstrijden te rijden op ijspistes in Frankrijk.

Naar aanleiding van een controle met betrekking tot de periode van 1 januari 1996 tot 31 december 1997 werd op 16 oktober 2000 een proces-verbaal opgesteld waaruit bleek dat de administratie zich niet kon akkoord verklaren met de vrijstelling van BTW die door de geïntimeerde werd toegepast bij de verhuur van rallywagens alsmede met de vrijstelling van BTW op de diensten inzake publiciteit op de rallywagens.

Uiteindelijk werd door de administratie aanvaard dat er voor de diensten voor publiciteit wel degelijk vrijstelling was. De betwisting of de verhuur van rallywagens moest beschouwd worden als een verhuur van lichamelijke roerende goederen dan wel als een verhuur van een vervoermiddel bleef derhalve bestaan. Dit had wel voor appellant bij schrijven van 4 december 2000 heeft herleid tot … BEF (… EUR) gevolg dat de zijn vordering.

Op 26 september 2001 werd door de appellant bewarend beslag gelegd op het tegoed van de geïntimeerde voor een bedrag van … BEF (… EUR) dit tot zekerheid van de schuld van … BEF (… EUR) BTW-schulden, … BEF (… EUR) boeten en … BEF (… EUR) intresten of samen … BEF (… EUR). De geïntimeerde betwistte het bewarend beslag niet en betaalde onder voorbehoud het saldo van … BEF (… EUR) (… BEF (… EUR) - … BEF (… EUR)) en behield zich het recht voor de ingehouden en betaalde sommen terug te vorderen.

Bij dagvaarding betekend op 14 juni 2002 vorderde de geïntimeerde de teruggaaf van alle sommen die op grond van het proces-verbaal van 16 oktober 2000 werden ingehouden of betaald, vermeerderd met de intresten.

De eerste rechter besliste dat de verhuurde rallywagen "geen vervoermiddel" was voor de toepassing van het BTW­wetboek en veroordeelde de appellant tot teruggaaf van de geheven BTW.

De appellant daarentegen is van oordeel dat een rallywagen wel een vervoermiddel is omdat zij personen of goederen kunnen vervoeren en zich kunnen begeven van één punt naar een ander.

## Beoordeling

1\. De betwisting hangende voor dit Hof betreft de rechtsvraag of de vermelde rallywagens voor de toepassing van het BTW-wetboek als een vervoermiddel moeten worden beschouwd dan wel als gewone lichamelijke goederen moeten worden gekwalificeerd.

2\. Art. 9, lid 2, littera e, 8 ste streepje van de Zesde BTW­richtlijn bepaalt dat de verhuur van roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van alle vervoermiddelen in een aantal grensoverschrijdende situaties plaats vindt op de plaats waar de ontvanger de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht of bij gebreke van dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats. [Art. 9, lid 2 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-9) beoogt onder meer de situatie van een belastingplichtige die weliswaar in de Gemeenschap is gevestigd doch buiten het land van de dienstverrichter.

Gelet op de verhuring door de geïntimeerde aan derden in Frankrijk is artikel 9, lid 2, littera e, 8 ste streepje van de Zesde Richtlijn toepasselijk op onderhavig geval voor zover de rallywagen niet als vervoermiddel wordt beschouwd. In die hypothese is er vrijstelling van BTW in België.

Indien de rallywagen wel als een vervoermiddel moet worden beschouwd wordt naar luid van [art. 9, lid 1 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-9) de verhuur van vervoermiddelen belast waar de dienstverrichter is gevestigd.

Vermits de geïntimeerde zijn inrichting heeft gevestigd in de dienst België aangemerkt. dienst geacht in België plaats bedrijfsuitoefening of vaste België wordt als plaats van In deze hypothese wordt de te vinden.

3\. Voormelde bepalingen van de Zesde Richtlijn werden omgezet in de Belgische BTW-wetgeving.

3.1. Art. 21, § 2 W.BTW bepaalt als plaats van een dienst de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of bij gebrek aan dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

3.2. In art. 21, § 3 W.BTW wordt in afwijking van § 2 als plaats van de dienst aangemerkt :

6° de plaats waar het gebruik plaatsvindt van een vervoermiddel dat is verhuurd :

a) door een verhuurder die in België is gevestigd in de mate waarin dit vervoermiddel buiten de Gemeenschap wordt gebruikt

b) door een verhuurder die buiten de Gemeenschap is gevestigd.

7° de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht, of bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft :

h) de verhuur van lichamelijke roerende goederen, met uitzondering van ieder vervoermiddel.

3.3. Bij toepassing van art. 21, § 2 gecombineerd met artikel 21, § 3, 6° W.BTW wordt de dienst die de geïntimeerde verleent aan de Franse huurders geacht in België plaats te vinden omdat de geïntimeerde in België is gevestigd en het vervoermiddel aangewend werd binnen de Gemeenschap.

Bij combinatie van de artikelen 21, § 2 en art. 21, § 3, 7° W.BTW wordt de dienst geacht buiten België plaats te vinden omdat de geïntimeerde in België is gevestigd en de ontvanger van de dienst in een andere lidstaat van de Europese Unie en handelt voor beroepsdoeleinden en dit voor zover de rallywagen geen vervoermiddel is.

4\. Zowel uit de geciteerde artikelen van de Zesde Richtlijn als uit de artikelen 21, § 2 en 3 W.BTW blijkt dat het al dan niet onderworpen zijn aan de BTW in België van een rallywagen staat of valt met het feit of een rallywagen al dan niet een vervoermiddel is.

4.1. Enige wettelijke definitie van het begrip vervoermiddel bestaat niet. Volgens het Hof van Justitie in zijn arrest van 15 maart 1989 (*F.J.F*., 89/144) moet het begrip vervoermiddel ruim geïnterpreteerd worden. Aldaar wordt als vervoermiddel beschouwd ieder tuig gebruikt worden om zich van de ene plaats naar te begeven. In casu betrof het een zeiljacht.

Uit de redengeving van voormeld arrest moet worden afgeleid dat het Hof van Justitie het begrip 'vervoermiddel' interpreteert in het licht van de bekommernis van de regelgever duidelijkheid te bieden aan de Lidstaten alsook de regels te bepalen waar de dienst geacht wordt plaats te vinden. Omdat vervoermiddelen gemakkelijk de grenzen kunnen overschrijden werd de voorkeur gegeven aan de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft eerder dan de plaats van het gebruik. Derhalve, aldus het Hof van Justitie moeten de uitzonderingen restrictief worden geïnterpreteerd, zodat een zeiljacht als een vervoermiddel werd beschouwd omdat het moeilijk was de plaats van gebruik te bepalen. Het arrest verwees verder naar [artikel 15, § 2 van de Zesde Richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-15) dat pleziervaartuigen onderbracht bij de 'vervoermiddelen voor privé-gebruik'.

4.2. Volgens de administratie moet dan weer onder vervoermiddel worden verstaan : *"alle toestellen of werktuigen met eigen beweegkracht of die door een motorvoertuig worden voortgetrokken, wanneer deze toestellen of werktuigen normalerwijze worden of kunnen worden gebruikt voor het transporteren van personen of goederen van een punt naar een ander punt"*.

Aldus stelt de appellant is het essentieel dat de rallywagens personen of goederen kunnen vervoeren en zich kunnen begeven van het ene punt naar het andere. De omstandigheid dat deze vervoermiddelen zich al dan niet op de openbare weg mogen begeven is daarbij ondergeschikt evenals de omstandigheid dat de prestaties worden geleverd op een afgesloten terrein.

De geïntimeerde wijst er op zijn beurt op, zonder daarin te worden tegengesproken door de appellant, dat rallywagens niet geschikt zijn om op *een normale wijze goederen of personen te vervoeren of om zich op een normale wijze* van het ene punt naar het andere te begeven.

Zo stelt zij :

\- dat de normale uitrusting van een personenvoertuig ontbreekt en dat het vervoeren van passagiers uitgesloten is;

\- dat de voertuigen enkel aangewend kunnen worden voor rallywedstrijden en niet voor vervoer op de openbare weg;

\- dat de rallywagens niet voldoen aan de technische voorschriften van het verkeer (KB 1 december 1075 en KB 15 maart 1968);

\- dat het schouwingsbewijs van de rallywagens vermeldt “voertuig verboden voor het verkeer”;

\- dat de rallywagens speciaal werden aangepast voor het rijden op ijs (speciale ophanging, benzinetank op plaats van passagier, speciaal chassis en plaatsing van motor, enz…).

Uit deze feitelijke kenmerken moet worden aangenomen dat deze speciaal ontworpen vervoermiddelen voor ijspistes niet op een "normale manier" zich van het ene punt naar het andere punt kunnen verplaatsen vermits ze niet over de openbare weg mogen en zelf moeten verplaatst worden om de ijspistes te kunnen bereiken. Deze rallywagens zijn bovendien niet geschikt om op een normale ondergrond te rijden. Evenmin zijn ze geschikt om op een normale manier personen of goederen te vervoeren.

De geïntimeerde wijst er ook terecht op dat de plaats van gebruik samenhangt met het ijscircuit waarop de wedstrijden plaats vinden, zodat de plaats van gebruik exact kan worden bepaald derwijze dat ook het risico om te ontsnappen aan het toepassingsgebied van de BTW onbestaande is.

In de gegeven omstandigheden moet de rallywagen als een lichamelijk roerend goed worden beschouwd en niet als een vervoermiddel zodat artikel 21, § 3, 7°, h) W.BTW moet worden toegepast. Vermits de dienst geacht wordt buiten België te hebben plaats gevonden is de BTW verschuldigd op de plaats van de ontvanger van de dienst, te dezen Frankrijk.

Het komt dan ook niet nuttig voor de prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie.

### Dispositif

**OP DIE GRONDEN,**

**HET HOF,** recht doende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Verklaart het hoger beroep toelaatbaar doch wijst het af als ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis.

Veroordeelt de appellant in de kosten van het hoger beroep en begroot deze kosten op :

\- aan de zijde van de appellant :

\* uitgavenvergoeding … EUR

\* rechtsplegingsvergoeding hoger beroep … EUR

\- aan de zijde van de geïntimeerde

\* rechtsplegingsvergoeding hoger beroep … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, recht doende in burgerlijke zaken, op **ZEVEN MAART TWEEDUIZEND EN ZES**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter,

**G. T.**, Raadsheer,

**M. C.**, Plaatsvervangend Raadsheer,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **M. C.** **G. T.** **A. D. M.**

## Textes cités

3

[6e directive 77/388 art. 9](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-9) 2 occurrences

directive 77/338 art. 9 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 15](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-15) 1 occurrence

## Doctrine administrative

4

[Fiches de commentaire administratif 3](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-lieu-prestation-cour-appel-gand-2006-03-07-3ba5/documents?type=commentaire) [Circulaires 1](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-lieu-prestation-cour-appel-gand-2006-03-07-3ba5/documents?type=circulaires)

« … et de la Cour d'appel de Liège du 07.09.2011). En revanche, les voitures de rallye spécialement conçues pour les pistes de glace qui ne peuvent pas circuler sur une surface normale ne sont pas considérées comme des moyens de transport (voir arrêt de la Cour d'appel de Gand du 07.03.2006 ). Il en est de même pour les voitures de Formule 1. 2.2. Conditions pour qu'un moyen de transport soit « neuf » 2.2.1. Critères 7. Un moyen de transport (voir point 2.1.) est considéré comme neuf au sens de l'article 8bis, § 2, alinéa 1er, 2°, du Code de … »

[Circulaire 2024/C/47 relative au régime TVA applicable aux livraisons et acquisitions intracommunautaires](https://juriel.be/fr/circulaires/2024-c-47-regime-tva-applicable-livraisons-acquisitions-81d2) Circulaire 03.07.2024

[Voir les 4 documents](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-lieu-prestation-cour-appel-gand-2006-03-07-3ba5/documents)

## Décisions similaires

8

[Assujetti mixte, Déduction, Affectation réelle, Calcul du prorata spécial](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujetti-mixte-deduction-affectation-reelle-tribunal-luxembourg-2022-05-11-5ace) 1 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-caractere-tribunal-mons-2025-09-01-ac01) 1 dispositions communes

[Sixième directive no 77/388/CEE du Conseil du 17 mai 1977](https://juriel.be/fr/jurisprudence/sixieme-directive-cee-conseil-mai-cassation-bruxelles-2013-10-25-1c9f) 1 dispositions communes

[Exemptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemptions-livraisons-biens-prestations-cour-constitutionnelle-bruxelles-2014-01-23-10-2014) 1 dispositions communes

[Exonération, exportation, importation, opération intracommunautaire, champ d'application, service](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-exportation-importation-operation-cour-appel-anvers-2008-12-16-0826) 1 dispositions communes

[Tribunal de première instance de Hasselt, 1er octobre 2009](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-hasselt-2009-10-01-0972) 1 dispositions communes

[Agence de voyages, Commissionnaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/agence-voyages-commissionnaire-regime-particulier-cour-appel-bruxelles-2015-11-04-09f0) 1 dispositions communes

[Exonération, exportation, opération intracommunautaire, preuve, mesure de contrôle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-exportation-operation-intracommunautaire-preuve-tribunal-bruxelles-2009-12-21-103f) 1 dispositions communes
