---
title: "8 janvier 2007 · Champ d&#x27;application, opération imposable · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers"
description: "Champ d'application, opération imposable, service, disposition pénale, amende administrative. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 8 janvier 2007."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-operation-imposable-service-tribunal-anvers-2007-01-08-b562"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, opération imposable, service, disposition pénale, amende administrative · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

8 janvier 2007

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

97 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance d'Anvers du 08.01.2007

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**V O N N I S gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen, op acht januari tweeduizend en zeven in openbare zitting van de vierde F kamer van de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, alwaar zetelden :**

**L. B.**, enig rechter,

**N. D.**, griffier.

**In zake : AR nr. 92/78153/A**

**D. P. M.**, voorheen wonende te …, …, en wonende te (…), …, …, thans wonende te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **K. H.** loco meester **H. D.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de hoofdcontroleur der BTW te Wijnegem, met burelen voorheen gevestigd te 2110 Wijnegem, Turnhoutsebaan 430, thans gevestigd te 2100 Deurne, Bisschoppenhoflaan 457,

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**En in zake : AR nr. 93/83109/A**

**D. P. M.**, voorheen wonende te …, …, en wonende te (…), …, …, thans wonende te …, ….

**eisende partij,**

verschijnende bij meester **K. H.** loco meester **H. D.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, in de persoon van de rekenplichtige van het ontvangkantoor BTW-CKBB, met burelen voorheen gevestigd te 1000 Brussel, Bischoffsheimlaan 38, thans gevestigd te 1000 Brussel, Kantersteen 47.

**verwerende partij,**

verschijnende bij meester **D. V.** loco meester **R. L.**, advocaat, kantoorhoudende te …, ….

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer :

**In zake : AR nr. 92/78153/A**

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **J. V.** te … op 17 november 1992,

\- de besluiten van partijen.

**En in zake : AR nr. 93/83109/A**

\- het dossier van de rechtspleging van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel gekend onder het algemeen rolnummer 19.183/92 waarin vervat o.a. :

\- het exploot van rechtsingang, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder **S. S.** te … op 18 december 1992,

\- gemeenschappelijke conclusie van partij en neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 29 januari 1993,

\- het vonnis van de 7 e kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 18 mei 1993,

\- de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 193 5 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gelet op de verordeningen van de Raad van de ministers nummer 974/98 van 03 mei 1998 en nummer 1103/97 van 17 juni 1997 en de wetten van 26 juni 2000 en 30 juni 2000 ter invoering van de euro.

Gehoord de partijen in hun middelen en gezegden ter zitting van 4 december 2006.

Een ter zake BTW bevoegd ambtenaar nam op niet nader bepaald ogenblik inzage van fiscale dossiers ten name van huidig eiser over een evenmin door hem afgebakende periode.

Hij stelde vast dat eiser contracten had afgesloten met NV **S. C.** op 15 juni 1987, 26 juli 1985, 31 juli 1987, 19 januari 1990 (volgorde gehanteerd door deze ambtenaar).

Uit de vaststellingen leidde de ambtenaar af dat eiser BTW-belastingplichtige was, maar zich niet in regel had gesteld met de BTW-wetgeving.

Uit het voorgaande werd navordering geformuleerd van rechten.

In proces-verbaal van 23 juni 1992 werd daarop ook navordering van (tot 10 % herleide) boete geformuleerd, evenals intrest conform [art. 91, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) op de rechten met ingang van 21 augustus 1990 (stuk 7 verweerder).

Eiser legt evenwel een ander proces-verbaal van dezelfde datum voor (zijn stuk 1), deels met zelfde inhoud als het andere, maar waarbij andere rechten worden gevorderd, daarop een niet herleide boete van 200 %, waarnaast diverse forfaitaire boetes per overtreding uit oorzaak van niet naleving van allerlei BTW-verplichtingen, naast nog intrest op de rechten met ingang van 21 augustus 1991.

Het is dit laatste proces-verbaal dat door Ontvanger BTW "CKBB" op 3 juli 1992 (eiser was op 15 december 1989 verhuisd naar Nederland) werd aangewend tot uitvaardiging van het te dezen relevante dwangbevel dat op 7 juli 1992 uitvoerbaar werd verklaard en dat nadien met exploot van 14 juli 1992 werd betekend middels aangetekende brief naar Nederland.

Eiser heeft middels exploot van 18 december 1992 laten dagvaarden in betwisting van de in het dwangbevel geformuleerde fiscale vordering.

Deze rechtsvordering werd ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op acht januari 1993.

Eiser heeft op 27 oktober 1992 een bedrag van 51.000 BEF (nu te lezen als 1.264,26 EUR) overgeschreven naar hoger vermelde Ontvanger, onder voorbehoud maar zonder opgave van enige reden van betaling.

Evenwel blijkt uit de betaling referte dat deze betaling sloeg op het vermelde dwangbevel.

Eiser heeft middels exploot van 17 november 1992 de Hoofdcontroleur der BTW Wijnegem laten dagvaarden in terugvordering van dit bedrag, meer gerechtelijke intrest, en de inleiding geschiedde voor de rechtbank: van eerste aanleg te Antwerpen op 7 december 1992.

Deze vordering staat gekend onder AR 92/78153/A.

Om reden van aanhangigheid heeft de rechtbank te Brussel de aldaar ingeleide zaak bij vonnis van 18 mei 1993 verstuurd naar Antwerpen, waar ze gekend staat onder AR 93/83109/A.

Het past vanuit de hogerop vermelde gegevens beide zaken aldus samen te voegen.

Toelaatbaarheid van beide rechtsvorderingen staat niet in betwisting, ook niet desnoods van ambtswege aan te voeren.

I. Eiser voert ten gronde vooreerst vormelijke nietigheidsgronden aan van het dwangbevel, als titel, en van de betekening ervan.

Hij stelt dat niet vaststaat dat de Hoofdcontroleur die het dwangbevel uitvoerbaar verklaarde wel degelijk daartoe gedelegeerd was door de Gewestelijk Directeur, en hij stelt voorts dat de naar Nederland conform art.40 Gerechtelijk Wetboek geschiede betekening niet geldig is nu ze had moeten geschieden conform art. 4, § 1 van het Benelux Invorderingsverdrag 5 sept.1952 (Wet 4 juli 1953, BS 6 juli 1956).

[Art. 85, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) laat de Gewestelijk Directeur toe een ambtenaar aan te wijzen ter uitvoerbaar verklaring van het dwangbevel.

Waar eiser een grief formuleert ter zake het niet bewezen zijn van aanwijzing van de in het dwangbevel vermelde uitvoer verklarende ambtenaar, blijft verweerder hangen bij de wijze van bewijs, maar hij brengt alvast niet het minste bewijsstuk te dezen voor.

Blijft dat het de wet zelf is die aanwijzingsbevoegdheid toekent aan de Gewestelijk Directeur.

Uit het loutere gegeven dat de te dezen betrokken ambtenaar stukken in de hand is overgegaan tot uitvoerbaar verklaring, volgt reeds op zich dat hij was aangewezen tot te dezen uitoefening van die bevoegdheid.

[Art. 85, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) bepaalt dat kennisgeving kan gebeuren middels aangetekende brief, wat ook kan gebeuren middels gerechtsdeurwaarder, zoals het te dezen is geschied.

Uit niets blijkt dat het door eiser naar voren geschoven art. 4, § 1 van hogerop vermeld Verdrag hierop afwijkt, zelfs al vormt het dwangbevel de eerste handeling tot invordering.

Ten overvloede blijkt betekening van een fiscaal dwangbevel geen proceshandeling te zijn in de zin van art. 860 e.v. Gerechtelijk Wetboek, en hoe dan ook blijkt de betekening haar doel te dezen te hebben bereikt, met name eiser in staat stellen op de fiscale vordering een door hem gepast geacht verweer te voeren bij de rechtbank.

Eiser kan dan ook niet worden bijgetreden in deze beide louter formalistische grieven.

II. Eiser argumenteert in conclusie in algemene zin ter zake de bewijskracht van proces-verbaal inzake BTW, verbindt daaraan evenwel te dezen geen concrete grief tegen het proces­verbaal.

III. Belastingplicht of niet ?

Eiser stelt dat hij door de drie contracten van 26 juli 1985, 15 juni 1987 en 31 juli 1987 "op ongeveer twee jaar tijd slechts drie maal een dienst heeft verricht zoals bedoeld in het BTW-Wetboek".

Het behelst hier contracten van overdracht van exclusieve rechten op "**M. V.**" voor België, dito voor Nederland, en verkoop van het merk "**S. C.**".

Partijen zijn het er over eens dat deze contracten op zich diensten vormen in de zin van art.[18, § 1, 7°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) Wetboek BTW.

Verweerder wijst er alvast op dat het proces-verbaal vier contracten behelst over ongeveer 4,5 jaar, met inbegrip van het in het proces-verbaal opgenomen contract van 19 januari 1990.

Hij wijst er ook op dat de uitvoering van de contracten in de tijd is gespreid door het gegeven van niet alleen initiële betalingen, maar door het ook opstrijken van periodieke royalty's op de door de overdrachten gegenereerde omzetten.

Zelfs onder de toenmalige tekst van [art. 4 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) kan slechts worden vastgesteld dat eiser een werkzaamheid uitoefende in de zin van dat wetsartikel, bestaande in het geregeld en zelfstandig leveren van diensten in de zin van het toenmalige [art. 18, § 1 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18).

Terecht voegt verweerder daaraan toe dat de bepaling van het belastbaar feit krachtens [art. 22 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) niets wijzigt aan de belastingplicht op zich.

Bij dit alles werpt eiser weliswaar terecht op dat een deel der fiscale vordering was verjaard door verloop van (toentertijd) meer dan vijf jaar, voorafgaand aan de betekening van het dwangbevel, waarbij partijen het wel oneens zijn over het punt van aanvang daarvan.

Ten onrechte rekent eiser de aanvang van de verjaring vanaf de datum van het contract zelf (van 26 juli 1985).

Nu eiser maandaangiftes had dienen in te dienen, en hij regelmatig betalingen inde, kan er pas verjaring zijn ingetreden voor handelingen van de maand mei 1987, waarover de aangifte had moeten binnen zijn op 20 juni 1987.

Te dezen is er geen sprake van doorlopende diensten in de zin van [art. 22, § 1, tweede lid BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22), wel van doorlopende betalingen.

Voor de handelingen van de maand juni 1987 was de aangiftetermijn 20 juli 1987, terwijl de betekening van het dwangbevel dateert van 14 juli 1992.

IV. De toegepaste geldboeten

In het proces-verbaal dat ten grondslag ligt aan het dwangbevel wordt op geen enkele wijze gemotiveerd waarom te dezen de boete van [art. 70 Wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) ten volle dient te worden toegepast. Het loutere van rechtswege van toepassing zijn volstaat daartoe niet, des te meer reeds sedert 1 februari 1987 de evenredigheidstoets van KB 41 inzake BTW bestond.

De rechtbank heeft voorts hoe dan ook volle rechtsmacht om een evenredigheidstoets door te voeren.

Het past dan ook te dezen, gelet op de jarenlang lopende niet voldoening van belasting en op de omvang ervan, de toegepaste boete te bepalen op 50 %, wat als evenredig voorkomt met de feiten, zonder dat daarbij wordt overgegaan tot loutere beoordeling van de opportuniteit.

V. De betaling die eiser verrichtte in oktober 1992 en die het voorwerp vormt van de vordering in teruggaaf onder AR 93/83109/A, wordt toegerekend op de fiscale vordering in het dwangbevel dat het voorwerp vormt van de vordering in betwisting onder AR 92/78153/A.

### Dispositif

**OM DIE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende op **tegenspraak**.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Voegt de zaken onder AR 92/78153/A en AR 93/83109/A samen en beoordeelt ze in een en het zelfde vonnis,

Verklaart beide vorderingen toelaatbaar,

Verklaart de vordering tot teruggaaf onder AR 93/83109/A ongegrond,

Verklaart de vordering onder AR 92/78153/A ten dele gegrond als volgt,

Verklaart de fiscale vordering verjaard met betrekking tot de handelingen voor de periode die voorafgaat aan de handelingen van juni 1987,

Herleidt de toegepaste administratieve proportionele boete in het aldus overblijvende gedeelte der fiscale vordering, tot 50 %,

Verklaart het dwangbevel RCIV … van 3 juli 1992, uitvoerbaar verklaard op 7 juli 1992 en betekend op 14 juli 1992, onwettig in zoverre het geen rekening houdt met hoger vastgestelde verjaring en in zoverre het een boete vordert van meer dan 50 % ter zake het nog overblijvende gedeelte der rechten,

Verbiedt de uitvoering van het dwangbevel in die mate,

Veroordeelt eiser tot de kosten van dagvaardingsexploot inzake AR 93/83109/A,

Veroordeelt partijen voor het overige elk tot de helft der kosten in beide zaken samen, deze aan elke zijde begroot in hun respectieve conclusies, en door de rechtbank in hun geheel in beide zaken, - behoudens wat aldus het dagvaardingsexploot inzake AR 93/83109/A betreft - vereffend op 183,57 EUR dagvaardingsexploot inzake AR 92/78153/A plus eenmaal 182,20 EUR bij wijze van rechtsplegingvergoeding aan de zijde van eiser, en op eenmaal 182,20 EUR bij wijze van rechtsplegingvergoeding aan de zijde van verweerder,

Wijst eiser af van het meer dan wel het anders gevorderde.

**N. D.** **L. B.**

## Textes cités

6

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[CTVA art. 22](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) 2 occurrences

[CTVA art. 85](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-85) 2 occurrences

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Dette de TVA, Bâtiment, Terrain, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/dette-tva-batiment-terrain-immeuble-tribunal-2025-12-15-9aee) 6 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 4 dispositions communes

[Conseil, Intention frauduleuse, Lieu de prestation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/conseil-intention-frauduleuse-lieu-prestation-cour-appel-bruxelles-2025-03-19-39e9) 4 dispositions communes

[Indices de fraude, Relevé de régularisation, Procès-verbal](https://juriel.be/fr/jurisprudence/indices-fraude-releve-regularisation-proces-tribunal-nivelles-2024-01-08-9601) 4 dispositions communes

[Redevable de la créance fiscale, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-creance-fiscale-prescription-operation-cour-appel-anvers-2024-03-05-e9b2) 4 dispositions communes

[Holding, Location immobilière, Caractère essentiel, société de portefeuille](https://juriel.be/fr/jurisprudence/holding-location-immobiliere-caractere-essentiel-cour-appel-2026-04-20-9b42) 4 dispositions communes

[Poursuite, instance, droits et privilèges du Trésor, preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/poursuite-instance-droits-privileges-tresor-cour-appel-gand-2003-10-14-2758) 4 dispositions communes

[Mise à disposition d'enplacements pour l'entreposage de biens;location immobilière;fait générateur](https://juriel.be/fr/jurisprudence/mise-disposition-enplacements-entreposage-biens-tribunal-bruxelles-2004-05-19-5c79) 4 dispositions communes
