---
title: "2 mars 2009 · Champ d&#x27;application, opération imposable · Tribunal de première instance de Gand"
description: "Champ d'application, opération imposable, exonération, autre exemption. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 2 mars 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-operation-imposable-exoneration-tribunal-gand-2009-03-02-cd49"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, opération imposable, exonération, autre exemption · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

2 mars 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

74 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Gand du 02.03.2009

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## Rechtbank van Eerste aanleg te Gent – Zesde Kamer - Openbare terechtzitting van 2 maart 2009

## Algemene rol nummer : 06/3940/A

In de zaak van :

**C. R. S. BVBA**, met maatschappelijke zetel te …, …, gekend onder het ondernemingsnummer …,

EISERES, hebbende als raadsman, Mr. **A. V.**, advocaat, met kantoor te …, …;

tegen :

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, BTW Ontvangkantoor Zottegem, 9620 Zottegem, Gustaaf Schockaertstraat 4,

VERWEERDER, hebbende als raadsman, Mr. **E. V. A.**, advocaat, met kantoor te …, …;

vonnist de rechtbank als volgt :

## 1. RECHTSPLEGING

Partijen werden gehoord op de openbare terechtzittingen van 19 januari 2009, waarna het debat werd gesloten en de zaak in beraad werd genomen.

Het dossier van de rechtspleging werd ingezien, in het bijzonder het gedinginleidende verzoekschrift van 24 november 2006, en de conclusies van de partijen.

## 2. DE VORDERING

2.1.

De eiseres tekent door middel van haar verzoekschrift, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 24 november 2006. verzet aan tegen het dwangbevel uitgevaardigd op 12 september 2006 door de Belgische Staat. Administratie der belastingen over de toegevoegde waarden registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de ontvanger van het BTW-ontvangkantoor te Zottegem, en uitvoerbaar verklaard op 14 september 2006 door **P. H.**, e.a. inspecteur van de BTW te Gent. en aan de eiseres per brief van 19 september 2006 ter kennis gebracht.

2.2.

De vordering van de eiseres luidt als volgt :

> *"Huidige vordering in rechte. ingediend overeenkomstig artikel 569, eerste lid, 32° Ger.W. ontvankelijk en gegrond te verklaren en derhalve,*
>
> *a. In hoofdorde*
>
> *De vordering. zoals gesteld door de BTW-administratie in het bestreden dwangbevel. betekend op 19 september 2006, in hoofdsom, intresten en boeten in zijn geheel af te wijzen als ongegrond en bijgevolg het dwangbevel, ter kennis gebracht aan \[de eiseres\] per brief van 19 september 2006, integraal te vernietigen.*
>
> *De nieuwe vordering, in subsidiaire orde gesteld bij conclusie van 21 december 2006, af te wijzen als onontvankelijk, minstens als ongegrond en dienvolgens het dwangbevel, betekend op 19 september 2006, in zijn geheel te vernietigen wegens schending van de Wet motivering bestuurshandelingen.*
>
> *b. In subsidiaire orde*
>
> *De opgelegde BTW-boete integraal kwijt te schelden, minstens te herleiden tot een passend bedrag.*
>
> *De Belgische Staat te veroordelen tot de kosten van het geding, daarin inbegrepen de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, op heden geraamd op … EUR (daarbij rekening houdende met de Wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat) en voor zover nodig, tot terugbetaling van de ten onrechte betaalde belastingen, verhogingen en nalatigheidsintresten met inbegrip van de daarop, verschuldigde moratoriumintresten, alsmede tot terugbetaling van de ten onrechte aan \[de eiseres\] aangerekende en door haar betaalde vervolgingskosten."*

## 3. RELEVANTE FEITEN EN GESCHIL

3.1.

De eiseres heeft een gebouw opgericht in de periode van 2001 tot 2003 te Geraardsbergen. Dit gebouw is bestemd voor de economische activiteit van de eiseres en wordt ter beschikking gesteld met dienstverlening aan de BVBA **J. C. T.**. Het gebouw wordt eveneens gedeeltelijk gebruikt door de zaakvoerder voor privé-doeleinden.

3.2.

De eiseres zet uiteen dat zij in navolging van het arrest Seeling van het Hof van Justitie een regularisatie heeft doorgevoerd en de BTW op de facturen voor de oprichting van het gebouw volledig in aftrek heeft gebracht (H.v.J., 8 mei 2003, [C-269/00](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-269-00-arret), inzake Wolfgang Seeling).

3.3.

Op 9 maart 2005 werd een controle uitgevoerd door de BTW­administratie die zich niet met de volledige aftrek van de BTW kon akkoord verklaren.

De administratie is van mening dat de principes van het arrest "Seeling" niet kunnen worden toegepast op het gedeelte van het gebouw dat door de zaakvoerder wordt gebruikt. De administratie voerde een herziening door voor de jaren 2001 tot en met 2003. Het totaal bedrag van de herziening bedraagt … EUR.

De administratie vordert de volgende bedragen van de eiseres :

\- BTW : … EUR

\- boete (artikel 70, § 1bis W.BTW) : … EUR

\- intresten op grond van artikel 91, § 1 W.BTW : … EUR (tot 20 september 2006)

\- vermeerderd met de intresten van 0,8 % per maand vanaf 21 september 2006, de moratoire intrest over de nog verschuldigde geldboeten die loopt vanaf de kennisgeving van het dwangbevel en de vervolgingskosten.

3.4.

De BTW-administratie is van oordeel dat de terbeschikkingstelling van het gedeelte van het gebouw voor privé-gebruik van de zaakvoerder moet worden beschouwd als een huur ten bezwarende titel. Deze dienst is volgende de administratie vrijgesteld van BTW op grond van artikel 44, § 3, 2° W.BTW, met als gevolg dat bij toepassing van artikel 45, § 1 W.BTW de BTW over dat gedeelte van het gebouw niet aftrekbaar zou zijn.

## 4. BEOORDELING

4.1.

Overeenkomstig [artikel 1, §1 KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art1) mag de belastingplichtige de belasting geheven van de goederen die hij bestemd voor het verrichten van in artikel 45, §1, 1 tot 5° W.BTW beoogde handelingen, in aftrek brengen.

De partijen zijn het erover eens dat alle aankopen, investeringen en uitgaven die gebeuren in het kader van de belastingplichtige ondernemingsactiviteit en dus het bedrijfsrisico ondergaan, op het moment van de uitgave recht geven op de aftrek van de BTW.

4.2.

In het arrest Seeling heeft het Hof van Justitie als volgt geoordeeld : "Indien de belastingplichtige ervoor kiest. de investeringsgoederen die zowel voor bedrijfs- als voor privé-doeleinden worden gebruikt. te behandelen als goederen van de onderneming, komt de bij de verkrijging van deze goederen verschuldigde voorbelasting in beginsel voor een algehele en onmiddellijke aftrek in aanmerking." (H.v.J., 8 mei 2003, [C-269/00](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-269-00-arret), inzake Wolfgang Seeling).

4.3.

Der administratie argumenteert dat deze overweging van het Hof enkel van toepassing is op belastingplichtigen·natuurlijke personen. Het Seeling-arrest gaat volgens de administratie over een BTW-plichtige natuurlijke persoon die een onroerend goed bedrijfsmiddel zowel voor beroepsdoeleinden als voor private bewoning gebruikt, die dat pand in zijn geheel als bedrijfsvermogen aanmerkt en die de bij de aankoop van dat pand betaalde BTW volledig aftrekt. De administratie oordeelt dat dit arrest geen gevolgen heeft voor een rechtspersoon, aangezien een rechtspersoon de goederen die hij verwerft enkel als bedrijfsgoederen kan aanmerken.

Wanneer, volgens de administratie, een belastingplichtige (natuurlijk persoon of rechtspersonen een onroerend goed ter beschikking stelt van een zaakvoerder, bestuurder, een vennoot of een personeelslid, zonder dat de genieter gehouden is tot het betalen van een huur, mag men daaruit niet besluiten dat het om een gratis terbeschikkingstelling gaat vermits er in hoofde van de genieter een voordeel ontstaat dat voortvloeit uit de functie van zaakvoerder, bestuurder of vennoot of nog uit een arbeidscontract. De administratie houdt vol dat dergelijke terbeschikkingstelling moet worden aangemerkt als een huur onder bezwarende titel en bijgevolg is vrijgesteld door artikel 44, § 3, 2° W.BTW.

4.4.

Het begrip "onroerende verhuur'' is een autonoom begrip van communautair recht. Het Hof van Justitie heeft reeds verscheidene malen gesteld dat de vrijstelling inzake onroerende verhuur strikt moet worden geïnterpreteerd (H.v.J., 12 februari 1998, [C-346/95](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-346-95-arret), Jur. H.v.J. 1998, I, 481; H.v.J" 4 oktober 2001, [C-326/99](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-326-99-arret), Jur. H.v.J. 2001, 1, 6831).

Volgens het Hof van Justitie is er sprake van onroerende verhuur wanneer aan de huurder : *"voor een overeengekomen tijdsduur tegen vergoeding het recht wordt verleend, een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten"* (H.v.J.. 4 oktober 2001, [C-326/99](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-326-99-arret), Jur. H.v.J. 2001, I, 6831). In casu zijn de voormelde vereiste kenmerken niet aanwezig (zie supra 4.2.3.3.1) en is er derhalve geen sprake van onroerende verhuur zoals dit in [artikel 13 B sub b van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) (omgezet in [artikel 44, § 3, 2° wetboek BTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)) wordt beoogd.

De terbeschikkingstelling van een deel van het gebouw voor privé­doeleinden van de zaakvoerder van de eiseres, is een dienst in de zin van [artikel 6, lid 2 eerste alinea sub a van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) waarvoor de volgens het Hof van Justitie strikt te interpreteren vrijstelling van [artikel 13 B sub b van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) voor onroerende verhuur niet geldt.

[Artikel 44, § 3, 2° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) schendt [artikel 13 B sub b van de zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13), nu dit laatste artikel enkel spreekt van onroerende verhuur terwijl [artikel 44 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) ook een gebruik onder de voorwaarden van artikel 19, § 1 als een onroerende verhuur vrijstelt. De hiërarchie der rechtsnormen gebiedt in dit geval [artikel 13 B sub b van de zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) te laten primeren.

In tegenstelling tot wat de administratie voorhoudt, zijn er geen redenen om de lering van het Hof van Justitie in de zaak Seeling te beperken tot de situatie waarin de woning wordt ter beschikking gesteld door een belastingplichtige natuurlijk persoon. [Artikel 19, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) maakt geen onderscheid tussen enerzijds belastingplichtigen "natuurlijke personen" en anderzijds belastingplichtigen "rechtspersonen", doch is van toepassing op alle belastingplichtigen zonder onderscheid. De eiseres had even goed als een natuurlijke persoon de vrije keuze om het onroerend goed al dan niet te bestemmen als ondernemingsactief.

Gelet op wat voorafgaat heeft de eiseres bijgevolg terecht een herziening doorgevoerd en de facturen met betrekking tot de bouw van het onroerend goed volledig in aftrek gebracht.

4.5.

De administratie houdt voor dat indien de vordering van de eiseres gegrond zou worden verklaard, er toch nog bijkomende BTW zou verschuldigd zijn. Terecht laat de eiseres gelden dat de administratie niet toegelaten is nieuwe juridische gronden en argumenten aan te voeren die niet gesteund zijn op het proces-verbaal en het dwangbevel. Op de terechtzitting van 19 januari 2009 heeft de administratie verduidelijk dat zij geen tegenvordering stelt.

4.6.

Wat betreft de rechtsplegingsvergoeding hebben de partijen de vordering op de terechtzitting van 19 januari 2009 gewaardeerd in de schijf van 20.000,01 tot 40.000 EUR en de toepassing gevraagd van het basisbedrag.

### Dispositif

**OP DIE GRONDEN,**

**DE RECHTBANK, rechtdoende op tegenspraak,**

Melding makende dat de bepalingen van de artikelen 2 en 30 tot 42 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond.

Vernietigt het litigieuze dwangbevel met referte RCIV-nr. 406.0323.39103 en beveelt de teruggaaf van de eventueel betaalde sommen, meer de interesten;

Veroordeelt de verweerder tot de kosten van de hoofdvordering; Begroot deze kosten als volgt :

\- aan de zijde van de eiseres : … EUR;

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op maandag **twee maart tweeduizend en negen**, waar aanwezig waren :

\- de heer **S. R.**, rechter, voorzitter van deze kamer,

\- mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **S. R.**

## Textes cités

8

[6e directive 77/388 art. 13](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-13) 4 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 3 occurrences

[AR no 3 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 1 occurrence

[CTVA art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[C-269/00, arrêt du 8 mai 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-269-00-arret) 2 occurrences

[C-326/99, arrêt du 4 octobre 2001](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-326-99-arret) 2 occurrences

[C-346/95, arrêt du 12 février 1998](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-346-95-arret) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Bien d’investissement](https://juriel.be/fr/jurisprudence/bien-investissement-immeuble-utilise-comme-tribunal-bruxelles-2017-04-19-40f2) 4 dispositions communes

[Droit à déduction, Bien immobilier, Frais de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-frais-cassation-bruxelles-2019-09-27-59d6) 4 dispositions communes

[Assujettissement, champ d'application, opération imposable, exonération, autre exemption](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-champ-application-operation-imposable-tribunal-gand-2009-04-30-90d0) 4 dispositions communes

[Déduction, Utilisation pour les besoins privés](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-utilisation-besoins-prives-immeuble-tribunal-liege-2008-02-07-af53) 4 dispositions communes

[Champ d'application, opération imposable, exonération, autre exemption](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-operation-imposable-exoneration-tribunal-gand-2008-10-03-b56e) 4 dispositions communes

[Droit à déduction, Condition de la déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-condition-lien-direct-cour-appel-mons-2017-06-28-be73) 4 dispositions communes

[Immeuble, Propriété d'une personne morale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immeuble-propriete-personne-morale-mise-cassation-bruxelles-2013-11-22-d0ac) 4 dispositions communes

[Champ d'application, service, opération imposable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-service-operation-imposable-tribunal-bruxelles-2010-09-21-d1c4) 4 dispositions communes
