---
title: "6 octobre 2009 · Champ d&#x27;application, opération imposable · Tribunal de première instance de Bruxelles"
description: "Champ d'application, opération imposable, droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Bruxelles (Belgique), 6 octobre 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-operation-imposable-droit-tribunal-bruxelles-2009-10-06-3d9a"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, opération imposable, droit à déduction de l’impôt · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruxelles

**Date**

6 octobre 2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

97 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruxelles du 06.10.2009

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL - 35ste Kamer**

In zake van :

**De N.V. V. C.**, met zetel te …, …, met Kbo-nummer …,

**Eisende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **P. T.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Sector BTW, op vervolging. en benaarstiging van de ea. Inspecteur van het Ontvangkantoor Halle, met kantoren te 1500 Halle, Zuster Bemardastraat nr. 32,

**Verwerende partij,**

vertegenwoordigd door Mr. **F. S.**, advocaat met kantoor te …, …

In deze zaak, in beraad genomen op 8/09/2009, wordt door de rechtbank volgend

Vonnis uitgesproken :

Gelet op :

\- het verwijzingsvonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Leuven dd. 28/11/2003;

\- de beschikking genoemd in toepassing van art. 747, § 2 Ger. W. dd. 6/05/2008;

\- de conclusies, aanvullende conclusies en syntheseconclusies voor verwerende partij neergelegd ter griffie op respectievelijk 21/05/2002, ? en 19/08/2009;

\- de conclusies en syntheseconclusies van eiseres, neergelegd ter griffie op respectievelijk 6/01/06 en 5/01/09;

\- het bundel met stukken van verweerder neergelegd ter griffie op 25/08/2009;

\- het bundel met stukken van eisende partij neergelegd ter zitting op 8/09/2009;

Gehoord de raadslieden van partijen ter openbare zitting van 8/0912009, waarna twee bundels met de stavingstukken van partijen werden neergelegd en de zaak in beraad werd genomen.

Toepassing is gemaakt van de bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

\_\_\_\_\_

## 1. FEITEN

Het geding heeft betrekking op een geschil inzake B.T.W.-wetgeving. Eisende partij is BTW.-plichtige.

N.a.v. een controle m.b.t. de periode 1/1/1997 t.e.m. 31/12/1998 stelden de diensten van verweerder een aantal overtredingen op de BTW-wetgeving vast.

De vastgestelde overtredingen werden opgenomen in een proces-verbaal dd. 3/07/2001.

De vaststellingen werden o.m. gedaan op grond van akkoordverklaringen die de heer **J. V.**, afgevaardigd bestuurder van eisende partij op 6/10/2000 ondertekende in het kader van een controle van eisende partij in de vennootschapsbelasting.

De akkoordverklaringen zijn in bijlage bijgevoegd bij het proces-verbaal dd. 3/07/2001.

Uit het proces-verbaal dd. 3/07/2001 blijkt dat eisende partij volgende BTW verschuldigd zou zijn :

BTW : € …

Wettelijke boetes : € …

Boetes op grond van art. 70, § 1 W.BTW : € …

Interest (art. 91, § 1 W.BTW) : p.m. (0,8 %/mnd vanaf21/01/1999

op BEF …)

Op 30/07/2001 vaardigden de diensten van verweerder een dwangbevel uit dat op 30/07/2001 werd geviseerd en uitvoerbaar verklaard.

Dit dwangbevel werd d.m.v. gerechtsdeurwaardersexploot op 3/08/2001 aan eisende partij betekend.

Bij dagvaarding betekend op 28/09/01 vecht eisende partij dit dwangbevel en deze schuld aan.

## 2. VOORWERP VAN DE VORDERING

De vordering strekt ertoe het dwangbevel van 30/07/2001 nietig te horen verklaren en de terugbetaling te horen bevelen van alle bedragen die op grond van dat dwangbevel werden geïnd.

In ondergeschikte orde vordert eisende partij toe te laten om met alle mogelijke middelen van bewijs in rechte te mogen aantonen dat de omzet die voor de BTW-aangifte in aanmerking dient te worden genomen niet hoger mag zijn dan deze vermeld in de initiële aangifte.

Tot slot beoogt zij de veroordeling van verweerder tot de kosten van het geding met inbegrip van de in art. 1022 Ger. W. voorziene rechtsplegingsvergoeding.

## 3. BEOORDELING

### 3.I. Ontvankelijkheid

De vordering van eisende partij werd ingesteld d.m.v. dagvaarding betekend op 28/09/2001.

Verweerder betwist de ontvankelijkheid van de vordering van eisende partij niet.

Nu de rechtbank van oordeel is dat er ook geen-ambtshalve op te werpen gronden van niet-ontvankelijkheid voorhanden zijn dient de vordering van eisende partij ontvankelijk te worden verklaard.

### 3.II. Gegrondheid

Eisende partij voert aan dat :

\- de akkoordverklaringen die eisende partij met de fiscale administratie afsloot aangaande de vennootschapsbelasting (AJ 1998 en AJ 1999) ongeldig zouden zijn.

\- de akkoordverklaringen ongegrond zouden zijn.

*M.b.t. de beweerde ongeldigheid van de akkoordverklaringen die eisende partij afsloot m.b.t. vennootschapsbelasting (aanslagjaren 1998 en 1999)*

Volgens eisende partij zijn de akkoordverklaringen die zij ondertekende in het kader van een controle in de vennootschapsbelasting haar niet tegenstelbaar.

Er zou bovendien niet bewezen zijn dat de betrokken akkoordverklaringen in tweevoud werden opgesteld en dat op het ogenblik van ondertekening de handgeschreven vermeldingen daarop waren opgenomen.

Nog volgens eisende partij dient een handgeschreven verklaring in zijn geheel geschreven te zijn door diegene die ze zal ondertekenen, hetgeen in casu niet het geval is.

Eiseres meent ook dat een akkoord verklaring die zij ondertekent in de vennootschapsbelasting geen recht kan geven aan de BTW-administratie om een BTW regularisatie "aan te rekenen".

Voorts stelt eisende partij dat de gegevens waarop de administratie zich steunde om de omzetverhogingen in de vennootschapsbelasting te dien aanvaarden zoals vermeld in de akkoordverklaringen nooit aan haar de heer **V.** werden overgemaakt.

Op grond van art. 93quaterdecies, § 3 W.BTW kunnen alle inlichtingen, stukken, processen-verbaal of akten ontdekt of bekomen in het uitoefenen van zijn functie, door een ambtenaar van een fiscaal rijksbestuur hetzij rechtstreeks hetzij door tussenkomst van een der in § 1 aangeduide diensten door de Staat ingeroepen worden voor het opsporen van elke krachtens de belastingwetten verschuldigde som.

In toepassing van art. 59, § 1 "W.BTW de BTW mag de administratie gebruik maken van de elementen geput uit het dossier van een belastingplichtige bij de Administratie van de Directe Belastingen.

Uit het dossier blijkt dat de heer **J. V.**, afgevaardigd·bestuurder van eisende partij, n.a.v. een controle m.b.t. eisende partij voor de aanslagjaren in de vennootschapsbelasting 1998 en 1999 die een aanvang nam op 30/03/2000 en verdergezet werd op 3/10/2000, waarin hij werd bij gestaan door een gespecialiseerd fiscaal adviesbureau akkoord ging met een omzetverhoging van € … voor het inkomstenjaar 1997 en van € … voor het inkomstenjaar 1998.

Dit gebeurde nadat de Fiscale Administratie een berekening op grond van tekenen en indiciën had gemaakt, waarvan eisende partij overigens in kennis was gesteld.

Eisende partij verwart blijkbaar zichzelf met. de heer **J. V.** de stukken en gegevens moeten niet aan de heer **V.** worden overgemaakt maar aan eisende partij.

Het bezwaar tegen de aanslagen, gevestigd op grond van voormeld akkoord werd slechts gedeeltelijk gegrond bevonden : namelijk, enkel voor wat betreft de belastingverhoging van 10 % m.b.t. aanslagjaar 1998.

Voor het overige werden de bezwaren afgewezen.

Uit de akkoordverklaringen (bijgevoegd bij het proces-verbaal) blijkt nergens dat er enig voorbehoud werd. geformuleerd door eisende partij. Integendeel, uit het dossier dat eisende partij werd bijgestaan door een fiscaal raadgever.

Verweerder argumenteert terecht dat eisende partij het bewijs dient te leveren van het feit dat er een wilsgebrek (dwaling) voorhanden zou zijn.

Bovendien wijst er terecht op dat als er al dwaling zou zijn, deze dwaling onoverwinnelijk dient te zijn.

Inzake wordt niet bewezen dat er dwaling voorhanden zou zijn, noch dat ze onoverwinnelijk zou zijn.

Er dient evenmin uit het oog verloren te worden dat de taxatie in de vennootschapsbelasting via een specifiek daartoe voorziene procedure kan en dient te worden aangevochten (bezwaar en eventueel een vordering in rechte) en dat in het kader daarvan een eventuele (on)geldigheid van een akkoord dient te worden beoordeeld.

Nu er geen directorale beslissing of rechterlijke uitspraak wordt bijgebracht die de aanslagen die tot stand kwamen op basis van de akkoordverklaringen vernietigt kan de rechtbank in het kader van voorliggend geschil die discussie hier niet voeren.

Verweerder merkt terecht op dat nu op de akkoordverklaring vermeld is dat de omzetverhoging in de vennootschap aanvaard werd via een boeking op rekening courant waardoor eisende partij de bijzondere aanslag van art. 219 WIB vermijdt (door voorgaande verliezen had de omzetverhoging geen invloed op het fiscaal resultaat), en er op de akkoordverklaring ook staat dat de rekening "te betalen BTW" gecrediteerd moet worden eisende partij niet onwetend zou zijn wat de gevolgen van het akkoord waren of konden zijn.

Voorts argumenteert verweerder terecht dat er voor een akkoordverklaring geen wettelijke vormvereisten zijn voorgeschreven.

Nu bij toepassing van art. 59, § 1 W.BTW de administratie van de BTW gebruik mag maken van de elementen geput uit het dossier van een belastingplichtige bij de Administratie der directe belastingen kon de BTW administratie inzake wel degelijk gebruik maken van de akkoordverklaring die eisende partij ondertekende in het kader van de aanslagjaren 1998 en 1999 in de vennootschapsbelasting.

De redenering dat van eisende partij dat het akkoord afhankelijk was van de opschortende voorwaarde om een detaillijst per klant aan haar te bezorgen kan niet worden gevolgd. Lectuur van de akkoordverklaringen laat een dergelijke interpretatie niet toe.

Het door eisende partij opgediste verhaal van de kortingen kan niet aanvaard worden (zie Cassatie 13/10/2000, *F.J.F.*, nr. 2000/297 : een belastingplichtige heeft niet de mogelijkheid ontbrekende wezenlijke vermeldingen op de factuur op grond van andere documenten aan te vullen).

De inzake op de facturen ontbrekende kortingen kunnen niet rechtgezet door verklaringen van kopers 8 à 10 jaar na de feiten en facturen.

De vordering van eisende partij is zodoende ongegrond.

De rechtbank neemt akte van het feit dat verweerder evenwel akkoord gaat met een verlaging van haar vordering met een bedrag van € … aan rechten en € … aan boete, dit alles voor wat betreft appartement H van de residentie adagio.

## 4. WAARDE VAN DE VORDERING EN DE GEVORDERDE RECHTSPLEGINGSVERGOEDING

Aangezien de vordering van eisende partij ongegrond is,. worden de kosten van het geding, in overeenstemming met artikel 1017 van het gerechtelijk wetboek, ten laste gelegd van verweerder.

Uit het dossier blijkt dat de waarde van het geschil zich situeert tussen € 20 000,01 en € 40 000,00.

Op grond van de waarde van het geschil kan deze vergoeding in toepassing van de bepalingen van het KB dd. 26 oktober 2007 begroot worden op € …. Nu geen der partijen een vordering instelt tot verhoging of verlaging van dit basisbedrag, kan dit bedrag toegekend worden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Gelet op de artikelen 4, 37, 41 en 42 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtsprekend in eerste aanleg en op tegenspraak,

Alle andersluidende en meeromvattende besluiten van de hand wijzende als niet ter zake en/of overbodig,

Verklaart de vordering van eisende partij ontvankelijk maar ongegrond,

Verleent akte van het akkoord de door eisende partij verschuldigde sommen verminderd worden met een bedrag van € … aan rechten en € … aan boete;

Veroordeelt eisende partij tot de betaling van de gedingkosten, begroot op € … rechtsplegingsvergoeding aan de zijde van verweerder;

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de 35ste kamer van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, op **6 oktober 2009**.

Waar aanwezig waren en zitting namen :

De heer **M. L.**, rechter

Mevrouw **I. D.**, griffier.

**I.D.** **M. L.**
