---
title: "1er avril 2010 · Champ d&#x27;application, livraison de biens · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Champ d'application, livraison de biens, opération imposable, droit à déduction de l’impôt. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 1er avril 2010."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-livraison-biens-operation-tribunal-hasselt-2010-04-01-f97c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, livraison de biens, opération imposable · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

1er avril 2010

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

92 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Hasselt du 01.04.2010

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER D, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN**

**IN ZAKE AR nr. 08/1717/A**

**BVBA B. S.**, ingeschreven onder KBO nummer …, met maatschappelijke zetel te …, ….

**eiseres,**

vertegenwoordigd door mr. **V. E.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**ADMINISTRATIE VAN DE BTW, REGISTRATIE EN DOMEINEN**, in de persoon van de gewestelijk directeur, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 .

**DE BELGISCHE STAAT. FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12.

**verweerder,**

vertegenwoordigd door mr. **D. D.** loco mr. **R. F.**, advocaat te …, ….

**VOLGT HET VONNIS** **:**

Gelet op :

\- het verzoekschrift op tegenspraak dat werd neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14.07.2008, met aangehecht een afschrift van het dwangbevel van 26.11.2007 zoals ter kennis gebracht bij aangetekende brief van 27.11.2007;

\- de conclusies, syntheseconclusies en de stukken van verweerder;

\- de synthesebesluiten en de stukken van eiseres.

---

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN

1\. Op 01.09.1995 wordt eiseres geregistreerd als belastingplichtige onder het BTW-nummer BE … voor de aan de BTW onderworpen werkzaamheden "schilderwerken en behangen".

2\. Na voorafgaande kennisgeving, voert de administratie op 23.02.2006 een controle uit bij eiseres teneinde voor de periode van 01.01.2004 tot en met 31.12.2005 de juiste toepassing van het BTW-Wetboek en de ter uitvoering ervan getroffen besluiten te controleren. Van deze werkzaamheden stelt de genaamde **V. N.**, adjunct-fiscaal deskundige bij de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, het proces-verbaal van 21.11.2007 op (zie stuk 1, bundel administratie).

3\. Naar aanleiding hiervan stelt de administratie vast dat in de door eiseres ingediende BTW-aangifte voor de maand november 2004 in vak 83 (aankopen bedrijfsmiddelen) een bedrag van 44.899,88 € werd opgenomen. Het betrof de aankoop van een Volkswagen TOUAREG R5 met chassisnummer …, aangekocht bij Garage **W.** voor een bedrag van 44.899,88 € en 9.428,97 € BTW - inkomende factuur nr. 430 van 23.11.2004.

Aan de hand van een uittreksel van de Dienst Verkeersbelasting kon de administratie vaststellen dat voornoemd voertuig werd ingeschreven op naam van eiseres. Meer bepaald werd dit voertuig vanaf 22.11.2004 ingeschreven als "lichte vrachtwagen" (periode 01.11.2005 t.e.m. 31.10.2006) om vanaf 01.11.2006 te veranderen in "VP personenauto".

De BTW geheven van alle aankoopfacturen m.b.t. de Volkswagen TOUAREG werden volledig in aftrek gebracht via opname in rooster 59 van de door eiseres ingediende periodieke BTW-aangiften.

4\. Eiseres doet in dit verband gelden dat zij het voertuig op 16.11.2004 bestelde bij Garage **W.** met "dubbele cabine ombouw". Het voertuig werd immers aangekocht in het kader van de uitvoering van haar professionele activiteiten, en met name om hoogtewerkers, compressoren, stellingen en ander schildermateriaal te kunnen vervoeren naar de verschillende werven.

Garage **W.** heeft het voertuig in het atelier van de nationaal importeur **D'I.** NV aangeboden met het oog op de ombouw tot een dubbele cabine. De kost in verband met de ombouw maakte integraal deel uit van de aankoopprijs.

5\. Na controle van het voertuig op 04.04.2006 stelt de administratie vast dat het voertuig in kwestie twee rijen zetels heeft en dat de afscheiding met de ruimte, die bestemd is voor de goederen, bestaat uit een tussenwand bevestigd met schroeven. De lengte van de laadruimte moet evenwel minstens de helft van de wielbasis bedragen, hetgeen niet het geval is met het voertuig in kwestie.

Aldus concludeert de administratie dat het voertuig niet aan de voorwaarde van punt 6, eerste lid, 1° en 2° van aanschrijving nr. 10/87 beantwoordt en derhalve niet kan aangemerkt worden als “lichte vrachtwagen”. Ook stelt de administratie vast dat het voertuig niet voldoet aan de bepalingen m.b.t. het begrip "lichte vrachtwagen" opgenomen in artikel 4, § 2 van de met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen (van toepassing vanaf 01/01/2006). De administratie besluit zodoende tot de toepasselijkheid van [artikel 45, § 2 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

Voor het overige stelt de administratie inbreuken op [artikel 12, § 1, 1° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12) betreffende de onttrekking door een belastingplichtige aan zijn bedrijf van een roerend goed in hoofde van eiseres vast.

6\. Op basis van het proces-verbaal van 21.11.2007 vaardigt de genaamde **D. S.**, e.a. Inspecteur van het Tweede BTW-Ontvangkantoor van Hasselt op 23.11.2007 een dwangbevel uit, dat op 26.11.2007 geviseerd en uitvoerbaar verklaard wordt door de genaamde **V. N.**, e.a. Inspecteur van de BTW te Genk (zie stuk 2, bundel administratie).

Middels voornoemd dwangbevel vordert de administratie de betaling van het bedrag van 7.381,80 €, samengesteld als volgt :

1° als belasting over toegevoegde waarde : 6.711,80 €;

2° als geldboete : 670,00 €;

3° bedragen te vermeerderen met de intresten van 0,80 % per maand vertraging te rekenen over de verschuldigde BTW vanaf 21.01.2006 en te vermeerderen met de moratoire intrest over de nog verschuldigd geldboete vanaf de eerste kennisgeving of betekening het dwangbevel.

7\. Bij aangetekende brief van 27.11.2007 doet de administratie kennisgeving van het dwangbevel van 26.11.2007 (zie stuk 3, bundel administratie).

8\. Bij verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14.07.2008 stelt eiseres fiscaal verhaal in en tekent zij verzet aan tegen het dwangbevel van 26.11.2007, waarvan zij de vernietiging nastreeft met kwijtschelding van de opgelegde BTW-boete. Minstens vraagt eiseres te zeggen voor recht dat het dwangbevel in de mate als vermeld onder a, b en c niet ten uitvoer kan worden gebracht.

## ll. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid

Er worden door de administratie geen middelen van niet-ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk

### 2. Ten gronde

#### 2.1. Aangaande de BTW-aftrek

1\. De betwisting betreft de vraag of eiseres de BTW die zij betaald heeft voor de aankoop van het voertuig en voor de herstellingen en onderhoud aan het voertuig volledig in aftrek mag brengen dan wel voor 50 %.

2\. Art. 45, § 1 W.BTW legt het principe vast dat de belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek mag brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen in de mate dat hij die goederen gebruikt voor het verrichtingen van belaste handelingen.

Luidens art. 45, § 2 W.BTW mag, ten aanzien van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting.

Vermits art. 45, § 2 W.BTW een uitzondering vormt op de algemene regel van art. 45, § 1 W.BTW, moet eiseres het bewijs leveren dat deze uitzondering van toepassing is.

3\. De rechtbank dient thans na te gaan aan de hand van de wettelijke bepalingen en op basis van de feitelijke vaststellingen na te gaan of verweerder terecht kon oordelen dat de VW Touareg onder het toepassingsgebied van art. 45, § 2 W.BTW valt.

De BTW-administratie roept in dat eiseres ten onrechte de BTW volledig heeft afgetrokken met betrekking tot het voertuig VW Touareg, onder verwijzing naar art. 45, § 2 W.BTW.

De administratie is van oordeel dat het voertuig van eiseres niet als een "lichte vrachtwagen" kan worden aangemerkt en aldus niet kan genieten van een volledige aftrek van BTW.

Verweerder verwijst naar de gepubliceerde [aanschrijving nr. 10 van 11.09.1987](https://juriel.be/fr/circulaires/10-1987-automobile-vehicule-voiture-mixte-minibus-8ed5) en de gepubliceerde [aanschrijving nr. 25 van 11.12.1990](https://juriel.be/fr/circulaires/25-1990-taux-interet-2de4). In deze aanschrijvingen wordt het onderscheid tussen personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen enerzijds en lichte vrachtwagens anderzijds afgelijnd. In de [aanschrijving nr. 25 van 11.12.1990](https://juriel.be/fr/circulaires/25-1990-taux-interet-2de4) wordt uitdrukkelijk gesteld dat de criteria erin vervat gemeen zijn aan de BTW, aan de inschrijvingsbelasting, aan de verkeersbelasting en aan de materies welke ressorteren onder de bevoegdheid van de Minister van verkeerwezen.

Nu het voertuig niet voldoet aan de voorwaarden zoals bepaald in deze aanschrijvingen, kan volgens de administratie eiseres niet genieten van volledige aftrek.

Deze aanschrijvingen zijn uitgewerkt door de uitvoerende macht, niet door de wetgevende macht.

Het is duidelijk dat voormelde aanschrijvingen geen andere bedoeling en draagwijdte hebben dat de bestaande wetgeving en reglementering in herinnering te brengen en/of toe te lichten, en daar eventueel aanbevelingen aan vast te knopen. Zij hebben met andere woorden niet de bedoeling de erin vervatte interpretaties of richtlijnen verplichtend te stellen. Volgens een vaste rechtspraak van het Hof van Cassatie hebben dergelijke interpretatieve omzendbrieven geen bindend karakter.

De standstill bepaling uit art. 17 van de Zesde EG-Richtlijn nr. 77/388 van 17.05.1977, die bepaalt dat Lidstaten geen nieuwe aftrekbeperkingen mogen invoeren, maar dat zij wel aftrekbeperkingen mogen handhaven waarin hun wetgeving ten tijde van de inwerkingtreding van die richtlijn voorzag, staat er niet in de weg dat in dit geschil de criteria van [art. 45, § 2 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) moeten toegepast worden, nu deze al in voege waren vóór dat de voormelde richtlijn in werking trad.

De gepubliceerde aanschrijvingen vormen een uitwerking in concreto van de reeds bestaande aftrekbeperkingen, en voeren geen nieuwe aftrekbeperkingen in.

De enige wijze om uit te maken of het litigieuze voertuig nu al dan niet als lichte vrachtwagen kan beschouwd worden, en of het al dan niet aan de criteria van art. 45, § 2 W.BTW en de daaraan gekoppelde gepubliceerde aanschrijvingen voldoet, is door de feitelijke toestand te onderzoeken, waarbij de inschrijving op zich bij DIV niet doorslaggevend is (vgl. Rb. Hasselt, 26.02.03, *F.J.F.*, 2003/171, 616).

Welnu, uit het proces-verbaal van 21.11.07 (stuk 1 administratie) blijkt :

\- dat het voertuig via een tussenwand met schroeven is ingedeeld in een passagiersruimte en een goederenruimte achteraan;

\- dat de passagiersruimte twee rijen zetels omvat;

\- dat de goederenruimte in de zijwanden met verdonkerde ruiten is uitgerust;

\- dat de lengte van de laadvloer 90 cm lang is;

\- dat de lengte van de wielbasis 285 cm lang is.

Daardoor is komen vast te staan dat de afscheiding met de ruimte die bestemd is voor de goederen, bestaat uit een tussenwand met schroeven (weg neembaar) en dus niet zoals bepaald in de aanschrijving uit een niet wegneembare wand. Bovendien bedraagt de lengte van de laadruimte niet minstens de helft van de wielbasis. Het voertuig is uitgerust met 2 rijen zetels zodat de oppervlakte van de passagiersruimte vrij aanzienlijk is. Het kwestieus voertuig werd m.a.w. niet hoofdzakelijk opgevat en gebouwd voor het vervoer van goederen.

De administratie heeft rechtsgeldig de aftrek van BTW voor aankoop, onderhoud en herstellingen van het litigieuze voertuig beperkt tot 50 % conform art. 45, § 2 W.BTW.

Tevens komt de rechtbank tot het besluit dat eiseres - voor wat betreft de aftrekregeling van de BTW - niet zonder meer kon voortgaan op het feit dat het voertuig door de DIV als een lichte vrachtwagen werd gekwalificeerd.

Enkel indien de BTW-administratie zelf gedurende een zekere tijd de kwalificatie van lichte vrachtwagen aan het kwestieuze voertuig had gegeven, zou eiseres het rechtszekerheidsbeginsel hebben kunnen inroepen. In dat verband heeft het Hof van Cassatie immers beslist dat het recht op rechtszekerheid o.m. inhoudt dat de burger moet kunnen vertrouwen op wat door hem niet anders kan worden opgevat dan als een vaste gedrags- of beleidsregel van de overheid (zie Cass., 27.03.1992, *Arr. Cass.*, 1991-92,727; *BTW-Revue*, 1995,815; *Fisc. Koer.*, 1992,374; Pas., 1992, I, 650).

In voorliggend geschil kan bezwaarlijk worden gesteld dat er een vaste en reeds jaren geldende gedrags- of beleidsregel van de BTW-administratie voorhanden was, die erin bestond dat het kwestieuze voertuig op het vlak van de BTW werd gekwalificeerd als een lichte vrachtwagen. Integendeel, de BTW-administratie heeft na controle en onderzoek de foutieve kwalificatie onmiddellijk rechtgezet.

#### 2.2. Aangaande de geldboete

Ten onrechte stelt eiseres dat de geldboete hem moet kwijtgescholden worden omdat hij te goeder trouw is.

Immers, luidens art. 70, § 1bis W.BTW verbeurt ieder die onrechtmatig aftrek van belasting heeft genoten, een geldboete gelijk aan het dubbel van die belasting in zover die overtreding niet wordt bestraft bij toepassing van § 1, eerste lid.

De administratieve boeten worden van rechtswege opgelopen, door het loutere feit van 4 e overtreding, ongeacht of er goede of kwade trouw aanwezig was.

De administratie heeft bovendien een gedeelte van de boete verminderd volgens art. 84, lid 3 W.BTW en het ter uitvoering van [art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) en [84](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84) BTW-Wetboek genomen KB nr. 41 van 30.01.1987.

Op grond van tabel H van dit KB werd de wettelijke boete beoogd in art. 70, § 1bis W.BTW verminderd tot 10 % van de verschuldigde belasting.

Deze geldboete zoals opgelegd door de administratie moet worden gehandhaafd.

#### 2.3. Aangaande de interesten

Ook interesten zijn verschuldigd in toepassing van art. 91, § 1 W.BTW van rechtswege wegens een niet-betaalde schuld.

De interesten werden op een wettelijke basis geschoeid, en er is geen wettige reden om die kwijt te schelden of te verminderen.

---

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (BS 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

Partijen ter zake standpunt ingenomen.

In casu wordt de in het dwangbevel gestelde fiscale vordering betwist.

Deze vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om af te wijken van het basisbedrag.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

---

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

rechtdoende op **tegenspraak**,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk doch ongegrond,

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding en begroot deze in hoofde van verweerder op 900,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer B**, op het gerechtshof te Hasselt op **01.04.2010**, alwaar aanwezig waren :

Mevrouw **M. C.**, enige rechter, en

De heer **L. P.**, griffier.

**L. P.** **M. C.**

## Textes cités

4

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

[CTVA art. 12](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12) 1 occurrence

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

[CTVA art. 84](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-84) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 3 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 3 dispositions communes

[Preuve du droit à déduction, Factures de sous-traitance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-droit-deduction-factures-sous-tribunal-bruxelles-2022-06-18-2515) 3 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-biens-investissement-cour-appel-anvers-2026-02-17-4725) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Conditions, Affectation à l’activité économique](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-affectation-activite-cour-appel-liege-2022-04-19-4acf) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Frais généraux, Prestations de sous-traitants](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-frais-generaux-prestations-tribunal-bruxelles-2023-09-29-4ad4) 3 dispositions communes

[Transport, Créances, Refus de déduction de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/transport-creances-refus-deduction-tva-tribunal-2026-03-02-5220) 3 dispositions communes

[Preuve du droit à déduction, Factures fictives](https://juriel.be/fr/jurisprudence/preuve-droit-deduction-factures-fictives-tribunal-mons-2022-02-15-66bb) 3 dispositions communes
