---
title: "16 juin 2005 · Champ d&#x27;application, livraison de biens · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers"
description: "Champ d'application, livraison de biens, opération imposable, service. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 16 juin 2005."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-livraison-biens-operation-cour-appel-anvers-2005-06-16-e7a6"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, livraison de biens, opération imposable, service · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

16 juin 2005

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

55 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 16.06.2005

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, VIJFDE KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen :**

Zitting van : **16 JUNI 2005**

Inzake : **2001/AR/1055**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Hoofdcontroleur van de BTW te Antwerpen 10, met kantoren gevestigd te 2000 Antwerpen, ltaliëlei 4 bus 4;

**appellant,**

tegen het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 16 maart 2001

vertegenwoordigd door Mr. **I. V.** loco Mr. **M. V. H.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**NV L. D. I.** in vereffening, met maatschappelijke zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nr. …;

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Mr. **H. V. O.** loco Mr. **F. M.**, advocaat te …, …;

## 1. De antecedenten en de vorderingen

**1.1.** De feiten die aan het geding ten grondslag liggen werden door de eerste rechter volledig en oordeelkundig weergegeven. Het hof verwijst ernaar en vat, gemakkelijkheidshalve, samen dat :

• in de periode 1990-1991, NV **L. D. I.** in vereffening de huurrechten m.b.t. een aantal winkels die zij uitbaatte overdroeg aan derden en dat zij daarbij ook de inrichtingen van deze winkels overdroeg;

• tussen haar en de Belgische Staat betwisting is gerezen over de vraag of deze overdracht aanleiding gaf tot een herziening van de aftrek van de BTW op deze inrichtingswerken;

• NV **L. D. I.** in vereffening de BTW die volgens de Belgische Staat verschuldigd was ingevolge deze herziening heeft betaald, deels ingevolge een door haar voor akkoord ondertekende correctieopgave (waarop zij dadelijk daarna terugkwam), deels spontaan doch onder voorbehoud van haar rechten en enkel om boeten en interesten te vermijden.

**1.2.** Op 15.10.1991 heeft NV **L. D. I.** in vereffening de Belgische Staat doen dagvaarden om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen om de terugbetaling te bekomen van de som van … EUR (… BEF) die zij ingevolge deze herzieningen had betaald.

**1.3.** In het bestreden vonnis d.d. 16.03.2001 heeft de eerste rechter deze vordering gegrond verklaard, in essentie overwegend dat NV **L. D. I.** in vereffening, samen met de huurrechten de onroerende investeringen die tot het einde van huur afgescheiden van het onroerend goed bleven aan de overnemers had overgedragen, dat deze bedrijfsmiddelen daarom in de onderneming hadden opgehouden te bestaan ingevolge levering en dat de aftrek daarom krachtens [art. 10, 4° van KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) d.d. 10.12.1969 niet dient herzien.

**1.4.** De Belgische Staat heeft tegen dit vonnis bij een ter griffie van dit hof op 19.04.2001 neergelegd verzoekschrift hoger beroep ingesteld.

Hij is van oordeel dat de overdracht van huurrecht geen levering is als bedoeld in het BTW-wetboek, zoals dat van toepassing was vóór 01.01.1993 en dat de aftrek van voorbelasting niet kan behouden blijven als de uiteindelijke bestemming van de goederen waarvoor de BTW in aftrek werd gebracht een handeling is die niet aan de BTW onderworpen is. Hij vraagt dat het bestreden vonnis teniet zou worden gedaan.

NV **L. D. I.** in vereffening besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

## 2. Beoordeling

**2.1.** Buiten betwisting staat dat de door de Belgische Staat toegepaste herziening van de aftrek van BTW betrekking heeft op bedrijfsmiddelen, die opgehouden hebben in de onderneming te bestaan. Het gaat om de uitrusting of inrichting van winkels die NV **L. D. I.** huurde, die zij vóór het einde van de huurperiode verliet en waarbij zij de huurovereenkomst overdroeg aan een derde, aan wie zij - omwille van de gunstige ligging - een vergoeding voor de overname (dorpel- of drempelrecht) aanrekende. Ter zitting preciseerde NV **L. D. I.** dat het ging om de meubels en vloerbekleding die aan haar winkels hun specifieke presentatie moesten geven.

NV **L. D. I.** voert twee redenen aan waarom er, volgens haar, niet tot herziening mocht worden overgegaan:

• de bedrijfsmiddelen werden vernietigd ingevolge de afstand der huurrechten ([art. 10, 4°, KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10));

• de bedrijfsmiddelen werden overgedragen aan de huurovernemers ([art. 10, 4°, KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10)), waaraan zij toevoegt dat de bedrijfsmiddelen konden zijn overgedragen in het kader van de overdracht van een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling (art. 11 - art. 18, § 3 W.BTW).

**2.2.** De eerste rechter heeft op grond van pertinente motieven, die het hof tot de zijne neemt, die door de in hoger beroep door NV **L. D. I.** ontwikkelde middelen niet worden aangetast en die geen verdere toelichting behoeven, uiteengezet waarom de door NV **L. D. I.** uiteengezette hypothese (want het is niet meer dan dat) dat de overnemers van de huurovereenkomsten de winkeluitrusting zouden hebben verwijderd, niet geldt als de in [art. 10, 4°, KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) bedoelde «vernietiging» die meebrengt dat niet tot herziening van de aftrek zou dienen overgegaan.

**2.3.** Voor wat de overdracht betreft heeft de eerste rechter er terecht op gewezen dat NV **L. D. I.**, als huurster, over de mogelijkheid beschikte de onroerende investeringen over te dragen, vermits het recht van natrekking slechts ingaat op het einde van de huurovereenkomst, voor zover de werken niet werden verwijderd.

NV **L. D. I.** moet echter aantonen dat dit gebeurde.

Voor wat de winkelpanden te …, te … en te … betreft, ligt het bewijs daarvan voor vermits, naast het drempelgeld, ook de *«overname van de inboedel en infrastructuur welke zich op datum van de ingenottreding nog bevindt in bovengenoemd pand, inbegrepen de vloerbekleding, muurbekleding en etalage»* werd gefactureerd (tegen de som van … EUR (… BEF)).

De bedenking van de Belgische Staat dat deze factuur dagtekent van na de datum waarop het geschil tussen de partijen ontstond is irrelevant : NV **L. D. I.** had immers bij het ontstaan aangekondigd dat nog andere overdrachten zouden volgen, en de oprechtheid van de facturen wordt niet aangevochten.

Voor wat deze panden betreft, is aangetoond dat de bedrijfsmiddelen ophielden in de onderneming te bestaan als gevolg van een in het W.BTW bedoelde levering.

Voor wat de andere panden betreft, wordt dit bewijs niet geleverd.

Onterecht argumenteert NV **L. D. I.** dat uit het bestaan van de overdracht te bezwarende titel van de bedoelde winkelinrichting m.b.t. de panden te …, … en … zou kunnen worden afgeleid dat ook bij de overdracht van de huurrechten m.b.t. de panden te … en te … een overdracht te bezwarende titel zou hebben plaatsgevonden. Zij benadrukt immers uitvoerig dat deze winkelinrichting volgens haar voor de overnemers van de huurrechten van geen enkel nut kon zijn en dat het er uiteindelijk op neer kwam dat, zo zij de winkelinrichting achter liet, de overnemer deze winkelinrichting zou verwijderen in het kader van de herinrichting van het pand.

Bij gebrek aan bewijs van een overdracht, moet worden aangenomen dat, voor wat de panden te … en … betreft, NV **L. D. I.** de winkelinrichting eenvoudig heeft achtergelaten zonder dat deze het voorwerp uitmaakte van een overdracht te bezwarende titel, hetzij als gevolg van een individuele verkoop hetzij als gevolg van een overdracht van een algemeenheid van goederen.

**2.4.** De vordering is daarom gegrond tot beloop van (… + … + …) = … EUR (… BEF).

### Dispositif

## OM DIE REDENEN :

**HET HOF,**

Rechtdoende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep deels gegrond; Wijzigt het bestreden vonnis;

Veroordeelt de Belgische Staat tot betaling van … EUR, vermeerderd met verwijlinteresten van 07.02.1991 tot en met 14.10.1991 en met de gerechtelijke interesten vanaf 15.10.1991;

Verwijst de Belgische Staat in de kosten van het geding in eerste aanleg en begroot deze aan de zijde van NV **L. D. I.** op : … EUR (dagvaardingskosten) + … EUR (rechtsplegingsvergoeding);

Verwijst NV **L. D. I.** in de kosten van het hoger beroep en begroot deze aan de zijde van de Belgische Staat op : … EUR (rechtsplegingsvergoeding).

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **ZESTIEN JUNI TWEEDUIZEND EN VIJF**

waar aanwezig waren :

de heer **E. H.** Voorzitter,

mevrouw **A. W.** Raadsheer,

de heer **J. E.** Raadsheer,

mevrouw **G. V.** Griffier.

**G. V.** **J. E.** **A. W.** **E. H.**

## Textes cités

1

[AR no 3 art. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 4 occurrences
