---
title: "4 décembre 2000 · Champ d&#x27;application, livraison de biens · Cour d&#x27;appel d&#x27;Anvers"
description: "Champ d'application, livraison de biens, opération imposable, exonération, exportation. Cour d'appel d'Anvers (Belgique), 4 décembre 2000."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-livraison-biens-operation-cour-appel-anvers-2000-12-04-6d4d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, livraison de biens, opération imposable, exonération, exportation · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Anvers

**Date**

4 décembre 2000

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

87 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel d'Anvers du 04.12.2000

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**HOF VAN BEROEP zitting houdend te ANTWERPEN - VIJFDE KAMER rechtdoend in burgerlijke zaken heeft het volgend arrest gewezen :**

**Inzake : 1997/AR/41 + 1997/AR/1562**

**I.** **1997/AR/41**

**D. H.**, wonende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nr. …;

**appellante**

tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 3 december 1996,

vertegenwoordigd door Mr. **A C.** loco Mr **H. D.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

1\. **DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

2\. **DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van het Hoofd van het controlekantoor van de BTW te Brasschaat, Guyotdreef 19 te 2930 Brasschaat;

**geïntimeerden**

vertegenwoordigd door Mr. **A. v. L. d. J.**, advocaat te …, …;

**II.** **1997/AR/1562**

3\. **DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van de rekenplichtige ontvanger van het tweede BTW-Ontvangkantoor te Antwerpen, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 4;

4\. **DE BELGISCHE STAAT**, Administratie van de BTW, registratie en domeinen, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens burelen gevestigd zijn te Brussel, op vervolging en benaarstiging van de Gewestelijk Directeur van de BTW, registratie en domeinen te Antwerpen, in de persoon van het Hoofd van het controlekantoor van de BTW te Brasschaat, Guyotdreef 19 te2930 Brasschaat;

**appellanten**

tegen voornoemd vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 3 december 1996,

vertegenwoordigd door Mr. **A. v. L. d. J.**, advocaat te …, …;

**tegen :**

**D. H.**, wonende te …, …, ingeschreven in het handelsregister te Antwerpen onder nr. …;

**geïntimeerde**

vertegenwoordigd door Mr. **A. C.** loco Mr. **H. D.**, advocaat te …, …;

---

De ambtenaar van BTW vaardigde op 26 november 1992 een dwangbevel uit lastens mevrouw **H.** waarin een belastingschuld inzake BTW ad … BEF werd gevorderd en een geldboete van … BEF.

Deze schuld werd verrekend met het credit van de rekening-courant van de belastingplichtige zodat de fiscus uiteindelijk nog de betaling vorderde van … BEF als BTW en … BEF als boete, te vermeerderen met de intresten.

Mevrouw **H.** tekende verzet aan tegen deze aanslag.

De rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen heeft in een vonnis van 3 december 1996 geoordeeld dat mevrouw **H.** de gevorderde BTW verschuldigd was maar dat de boete moest worden herleid tot het bedrag dat in het PV d.d. 11 maart 1992 (waarop het dwangbevel steunt) was vooropgezet : … BEF.

De verhoging van de boete met 50 % in het dwangbevel was zodoende volgens de eerste rechter niet verschuldigd.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 7 januari 1997 tekende mevrouw **H.** hoger beroep aan (1997/AR/41).

Zij meent dat onterecht BTW geheven werd op de leveringen in kwestie en handhaaft haar verzet.

De Belgische Staat tekende hoger beroep aan bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 21 mei 1997 (1997/AR/1562).

De fiscus is van mening dat de verhoging van de boete met 50 % onterecht werd afgewezen door de eerste rechter.

---

De beide hogere beroepen hebben betrekking op hetzelfde geschil en hetzelfde vonnis. Beide zaken worden gevoegd.

De BTW die door de fiscus geheven werd heeft betrekking op de leveringen van joggingpakken waarvoor drie facturen werden opgesteld op 10 juni 1991, 21 augustus 1991 en 1 oktober 1991.

In deze facturen werd geen BTW aangerekend met de vermelding dat de leveringen vrijgesteld waren van BTW krachtens [art. 42](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-42), [3, 1°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-3) BTW-Wetboek.

De fiscus houdt voor dat de vereisten voor genoemde vrijstelling niet vervuld waren.

Mevrouw **H.** werpt op dat de Belgische Staat geen belang heeft om het dwangbevel uit te vaardigen vermits hoe dan ook volgens haar geen BTW verschuldigd is krachtens [art. 39 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) zodat de BTW heffing volgens haar slechts steunt op een louter formalistische grond volgend uit de verwerping van de ingeroepen vrijstellingsgrond ([art. 43 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-43)).

Of op de leveringen in kwestie al dan niet BTW verschuldigd is vormt het geschil ten gronde, ongeacht de toepasselijke wetsbepalingen. Indien blijkt dat de leveringen vrij van BTW zijn zal dit leiden tot de gegrondheid van het verzet en de vernietiging van het dwangbevel. Alleszins bezit de Belgische Staat over voldoende belang om de BTW te vorderen indien zij van oordeel is dat de leveringen daarvan niet zijn vrijgesteld.

Het middel van ontoelaatbaarheid is dan ook ongegrond zodat de juiste hoedanigheid van de Belgische Staat in de verzetsprocedure (als eiser of verweerder) en de toepasselijkheid van de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek niet verder dienen onderzocht.

In haar brief van 21 mei 1993 aan de fiscus heeft mevrouw **H.** de feiten die verband houden met de kwestieuze leveringen toegelicht. Hieruit blijkt dat de goederen (80.000 joggingpakken) niet door haar noch voor haar rekening werden uitgevoerd.

Verder blijkt dat zij de goederen vanuit Turkije had ingevoerd en had aangegeven voor verbruik in België. De goederen werden opgeslagen te Brasschaat alwaar zij werden opgehaald door de koper.

Volgens de facturen is de koper de Republiek Guinea met adres aan de … te …, zijnde het adres van de ambassade van genoemd land. Aldus heeft de koper wel degelijk een vestiging in België zoals bedoeld in art [39](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) BTW-Wetboek, ongeacht wat voor het overige het statuut is van dergelijke vestiging op diplomatiek vlak.

Hieruit volgt dat [art. 39 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) niet toepasselijk is te dezen : de goederen werden niet door de leverancier of voor diens rekening uitgevoerd en de koper heeft een vestiging in België.

Aan deze vaststellingen wordt geen afbreuk gedaan door de opmerking van mevrouw **H.** dat zij op voormelde wijze handelde om het solvabiliteitsrisico en betalingsmoeilijkheden ingeval van rechtstreekse leveringen naar het land in kwestie te vermijden. Integendeel bevestigt deze toelichting dat zij door de omweg via de ambassade te volgen de toepasselijkheid van [art. 39 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) zelf heeft uitgesloten.

In conclusies wordt nog geopperd dat de ambassade zou kunnen opgetreden zijn als aankoop-commissionair in de zin van [art. 13, BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-13).

Dit is evenwel in strijd met het vaststaande gegeven dat de koper de Republiek Guinea is.

Art [42, § 3, 1°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-42) BTW-Wetboek stelt slechts die leveringen van goederen aan in België gevestigde diplomatieke zendingen vrij van BTW in zover deze goederen bestemd zijn voor hun officieel gebruik.

Onterecht houdt mevrouw **H.** voor dat de beoordeling of geleverde goederen en diensten voor officieel gebruik bestemd zijn volledig overgelaten wordt aan de diplomatieke zendingen zelf en de vrijstelling slechts afhankelijk is van een attest ter zake van de ambassade.

Het behoort tot de bevoegdheden van de fiscus om controle uit te oefenen op het correct gebruik van de vrijstellingsmogelijkheid die kleeft aan leveringen aan diplomatieke zendingen. Een attest dat door de diplomatieke zendingen ter zake wordt afgeleverd is dan ook niet meer dan een feitelijk element waarvan de bewijswaarde volgens de eigenheid van de zaak dient beoordeeld.

Krachtens de bepaling van [art. 42, § 3, 1° BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-42) is voor het bekomen van vrijstelling van BTW een verband vereist tussen de geleverde goederen of diensten in kwestie en de ambtelijke bezigheden van de diplomatieke zending.

Indien uit de aard van de geleverde goederen en diensten blijkt dat dergelijk verband niet waarschijnlijk voorkomt, volstaat de verklaring van de betrokken ambassade niet dat de levering van vrijstelling geniet overeenkomstig [art. 42 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-42).

Te dezen gaat het om de levering van 80.000 joggingpakken. Het spreekt voor zich dat van een dergelijke levering niet zonder meer kan worden aangenomen of vermoed dat ze kadert in de werking van een diplomatieke zending. Het door mevrouw **H.** overgelegde attest van de ambassade verstrekt geen enkele toelichting ter zake.

Uit de overige stukken is enkel af te leiden dat de goederen werden uitgevoerd naar Guinea hetgeen erop wijst dat de goederen niet voor de werking van de diplomatieke zending in België gebruikt werden.

Hoe de levering te dezen zou kunnen kaderen in het tot ontwikkeling brengen van economische betrekkingen wordt door mevrouw **H.** in conclusies niet uitgelegd. Het is dan ook slechts ten overvloede dat wordt vastgesteld dat van deze thans ingeroepen bestemming geen enkel bewijs wordt bijgebracht.

Nu op grond van voorgaande overwegingen geoordeeld wordt dat de leveringen niet van vrijstelling van BTW kunnen genieten is het overbodig in te gaan op de betwisting over de formaliteiten waaraan de facturen moesten voldoen.

Onterecht werpt mevrouw **H.** ook nog op dat het dwangbevel niet vermeldt op welke rechtsgrond gesteund wordt om BTW te vorderen.

Zoals uit de factuur immers blijkt was de verkoper er zich van bewust dat in beginsel BTW verschuldigd was op de levering in kwestie en maakte aanspraak op vrijstelling ervan zich beroepend op een welbepaalde vrijstellingsgrond.

De verwerping van de toepasselijkheid van de vrijstellingsgrond had in die omstandigheden tot impliciet gevolg dat BTW verschuldigd was zonder dat daartoe nog expliciet een rechtsgrond moest worden vermeld. Niet bewezen is dan ook dat het dwangbevel ongeldig is.

In ondergeschikte orde werpt mevrouw **H.** ook nog op dat de aanslag indruist tegen het evenredigheidsbeginsel.

Om hoger vermelde redenen gaat mevrouw **H.** er onterecht van uit dat hoe dan ook geen BTW verschuldigd was.

Voor het overige heeft de Belgische Staat er alle belang bij dat de BTW geheven wordt in de gevallen waarin deze krachtens de wet verschuldigd is. De aftrekregeling van voorbelasting doet hieraan geen afbreuk.

Indien mevrouw **H.** dreigt verlies te lijden is dit enkel te wijten aan haar eigen lichtzinnigheid. Overigens staat haar beweerde goede trouw niet vast nu zij in haar brief van 21 mei 1993 toegeeft dat de interesse tot aankoop door "leden van de Guinese ambassade" slechts bestond in zover tegen "exceptioneel lage prijs" kon worden aangekocht. Het niet aanrekenen van BTW is in die optiek blijkbaar gehanteerd als middel om de prijs te drukken.

Ondanks de relatief grote omvang van de verkoop heeft zij niet of onvoldoende voorafgaandelijk onderzocht of de levering inderdaad vrijgesteld was van BTW en is zij slechts de nodige documenten beginnen te verzamelen op het ogenblik dat zij moeilijkheden ondervond om de betaalde BTW te recupereren.

De schending van het evenredigheidsbeginsel en de daarop geformuleerde tegeneis zijn dan ook niet bewezen.

In het dwangbevel werd een boete gevorderd van 15 % van de verschuldigde belasting.

Deze boete is zowel wettelijk als feitelijk verantwoord gelet op voorgaande feitelijke elementen. De bemerkingen van mevrouw **H.** in conclusies over de bepaling van de boete en de rechterlijke controle hierop doen aan dit oordeel van het Hof geen afbreuk noch nopen die tot een ander oordeel.

De aanvankelijke aanrekening van een boete van 10 % in het PV bindt de administratie niet en het stond de fiscus vrij de uiteindelijk gevorderde boete te bepalen op 15 %, percentage dat verantwoord voorkomt.

### Dispositif

## OM DIE REDENEN

**HET HOF,**

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

Voegt de zaken gekend onder algemene rolnrs. 1997/AR/41 en 1997/AR/1562;

Verklaart het hoger beroep in zake 1997/AR/41, uitgaande van mevrouw **H.**, ongegrond;

Verklaart het hoger beroep in zake 1997/AR/1562, uitgaande van de Belgische Staat, gegrond;

Wijzigt het bestreden vonnis in zover het verzet ten dele gegrond werd verklaard (met betrekking tot de boete);

Verklaart het verzet volledig ongegrond;

Veroordeelt mevrouw **H.** tot de kosten van het hoger beroep, deze tot op heden aan de zijde van de Belgische Staat begroot op … BEF rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gedaan en uitgesproken in openbare terechtzitting van **vier december tweeduizend**.

waar aanwezig waren :

de heren **E. H.**, Raadsheer, wnd Voorzitter

**E. L.**, Raadsheer

**P. B.**, Raadsheer

Mevrouw **G. V.**, Griffier

**G. V.** **P. B.** **E. L.** **E. H.**

## Textes cités

5

[CTVA art. 39](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39) 4 occurrences

[CTVA art. 42](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-42) 4 occurrences

[CTVA art. 13](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-13) 1 occurrence

[CTVA art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-3) 1 occurrence

[CTVA art. 43](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-43) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Exportation, Voyageur, Exemption, exonération](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exportation-voyageur-exemption-exoneration-tribunal-bruxelles-2023-12-07-a09a) 2 dispositions communes

[Droit à déduction de l’impôt, disposition pénale, amende administrative](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-impot-disposition-penale-tribunal-bruxelles-2008-05-20-5c9f) 2 dispositions communes

[Déduction de la TVA, Fraude à la T.V.A.](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-tva-fraude-ordre-public-cassation-bruxelles-2007-03-22-765e) 2 dispositions communes

[Nullité du contrat, Bonne foi de l'acheteur, Carrousel TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/nullite-contrat-bonne-foi-acheteur-cassation-bruxelles-2000-10-12-b9f7) 2 dispositions communes

[Déduction de la taxe payée en amont, Carrousel](https://juriel.be/fr/jurisprudence/deduction-taxe-payee-amont-carrousel-cassation-bruxelles-2004-10-07-c519) 2 dispositions communes

[Exonération, distorsion de concurrence](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-distorsion-concurrence-cour-appel-bruxelles-2026-03-19-188a) 1 dispositions communes

[Conseil, Intention frauduleuse, Lieu de prestation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/conseil-intention-frauduleuse-lieu-prestation-cour-appel-bruxelles-2025-03-19-39e9) 1 dispositions communes

[Redevable de la taxe, Autoliquidation, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-taxe-autoliquidation-prescription-action-tribunal-bruxelles-2019-12-05-3f7e) 1 dispositions communes
