---
title: "14 mai 2003 · Champ d&#x27;application, livraison de biens · Tribunal de première instance de Hasselt"
description: "Champ d'application, livraison de biens, lieu de livraison, exonération, exportation. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 14 mai 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/champ-application-livraison-biens-lieu-tribunal-hasselt-2003-05-14-d81f"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Champ d'application, livraison de biens, lieu de livraison, exonération · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

14 mai 2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

78 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Hasselt du 14.05.2003

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN :**

INZAKE AR nr. **02/2014/A**

**H. NV**, ingeschreven in het handelsregister te Hasselt onder het nummer …, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

**eiseres,**

vertegenwoordigd door Mr. **Th. B.**, advocaat te …, …, in aanwezigheid van de heer **V. d. P. R.**, afgevaardigd bestuurder van **H.** NV;

**tegen :**

**EERSTE BTW-ONTVANGKANTOOR**, met burelen gevestigd te 3500 Hasselt, Koning Boudewijnlaan 4,

**DE BELGISCHE STAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN**, Kabinet van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12,

**verweerder,**

vertegenwoordigd door Mr. **A. v. L. d. J.**, advocaat te …, …;

**VOLGT HET VONNIS**

Gelet op :

\- het exploot van gerechtsdeurwaarder **F. M.,** plaatsvervanger van gerechtsdeurwaarder **P. W.** te … van 31.7.1998, waarbij verzet werd gedaan tegen het dwangbevel lastens eiseres van 24.3.1998;

\- de conclusies van partijen.

## Feiten en voorgaanden

Eiseres is ingevolge de door haar uitgeoefende activiteit geregistreerd als belastingplichtige onder BTW nr. … en zodoende onderworpen aan de BTW-wetgeving en aan de ter uitvoering daarvan genomen besluiten.

De BTW-administratie onderwierp eiseres aan een controle inzake BTW voor de periode tussen 1 mei 1996 en 30 september 1997 teneinde de elementen na te kijken die ertoe leiden dat de maandelijkse BTW-aangiften die op deze periode betrekking hebben, afsloten met een BTW-tegoed in het voordeel van eiseres.·

Bij nazicht van de voorgelegde stukken uit de boekhouding van eiseres en van de door haar verstrekte gegevens, documenten en inlichtingen, stelde de BTW-administratie vast dat er door eiseres inbreuken zouden zijn gepleegd op artikel 15 W.BTW, meer bepaald dat door eiseres geleverde goederen zouden zijn gefactureerd met toepassing van de vrijstelling van [artikel 39bis, lid 1, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis), daar waar het in werkelijkheid goederen zou betreffen die krachtens artikel 15 W.BTW op het Belgische grondgebied zouden zijn geleverd.

Het resultaat van de controleverrichtingen nam de BTW-administratie op in een proces-verbaal van·20.2.1998 waarin gesteld werd dat eiseres de hierna volgende bedragen verschuldigd is :

\- 16.431.920 BF (€ 407.336,65) aan BTW;

\- 1.643.000 BF (€ 40.728,90) geldboete berekend aan 10 % in toepassing van art. 70, § 1 W.BTW en [art. 1 KB nr. 41](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958#ar41-art1) van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboete op het stuk van de BTW, tabel G, afdeling I, punt VII;

\- wettelijke intresten aan 0,8 % per maand vanaf 21 oktober 1997 over de som van 16.431.000 BF (€ 407.313,85).

Op 23 maart 1998 werd tegen eiseres een dwangbevel uitgevaardigd, gesteund op het proces-verbaal van 20.2.1998. Het dwangbevel werd op 24 maart 1998 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de eerstaanwezend inspecteur van het Eerste Controlekantoor van de BTW te Hasselt, aangewezen door de Gewestelijke Directeur van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen te Hasselt.

Dit dwangbevel werd op 24.3.1998 bij exploot van gerechtsdeurwaarder **B. V.**, plaatsvervanger van **J. W.**, gerechtsdeurwaarder te … aan eiseres betekend.

In dit dwangbevel werden de hoger vermelde bedragen gevorderd, alsook de wettelijke intresten over de verschuldigde geldboete vanaf de betekening van het exploot, alsmede de vervolgingskosten.

Bij exploot van gerechtsdeurwaarder **F. M.**, plaatsvervanger van gerechtsdeurwaarder **P. W.** te … van 31.7.1998 werd door eiseres verzet gedaan tegen dit dwangbevel.

In haar akte van verzet zet eiseres uiteen dat :

\- het dwangbevel nietig is daar de gerechtsdeurwaarder in het exploot van betekening-bevel waarbij het dwangbevel en bijhorend proces-verbaal aan eiseres werd betekend, wel vermeldt dat hij samen met een dubbel exploot een voor eensluidend afschrift heeft gelaten van het dwangbevel en het proces-verbaal, terwijl deze afschriften niet door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder zijn ondertekend of door hem voor eensluidend zijn verklaard;

\- het dwangbevel ongegrond is daar eiseres terecht voor de in het proces-verbaal opgesomde leveringen heeft gefactureerd met toepassing van de vrijtelling van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW zodat de BTW-administratie onterecht voorhoudt dat zij had moeten factureren met toepassing van BTW.

## In rechte

## 1. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt niet betwist en de rechtbank bemerkt geen reden om de ontvankelijkheid van de vordering ambtshalve in vraag te stellen, zodat zij deze als ontvankelijk aanneemt.

2\. De regelmatigheid van de betekening van het dwangbevel van 23.3.1998 en het proces-verbaal van 20.2.1998

Eiseres werpt op dat het dwangbevel zou zijn aangetast door een absolute nietigheid daar het dwangbevel en het bij horend proces-verbaal door de gerechtsdeurwaarder die op 24.3.1998 overging tot betekening ervan aan eiseres samen met het exploot van bevel tot betaling, niet zijn ondertekend voor eensluidend afschrift.

Het dwangbevel en het bijhorend proces-verbaal zijn wel ondertekend voor eensluidende kopie. Dit is voor elk van beide bescheiden gebeurd op 24 maart 1998 door de BTW-ontvanger a.i. van het Ontvangkantoor Hasselt I, zijnde de Heer **F. H.**, die het dwangbevel tevens uitvaardigde.

Eiseres houdt voor dat krachtens artikel 862, § 1, 2° Ger.W. juncto artikel 32, 2° Ger.W. het dwangbevel en bij horend proces-verbaal een akte van rechtspleging uitmaken, waarvan het gebrek aan ondertekening door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder leidt tot nietigverklaring van de proceshandeling zonder dat door de rechtbank krachtens artikel 861 Ger.W. vooraf moet onderzocht worden of de beweerde onregelmatigheid de belangen van eiseres schaadt.

De stelling van eiseres kan niet worden bijgetreden. Het dwangbevel en het proces-verbaal inzake de belasting over de toegevoegde waarde zijn op zichzelf geen akten van rechtspleging. Het zijn eenzijdige administratieve akten. De rechtbank stelt bovendien vast dat zowel het dwangbevel als het proces-verbaal voor eensluidende kopie werden ondertekend door de BTW-ambtenaar die het dwangbevel uitvaardigde. De voor eensluidende verklaarde kopie is bovendien op zichzelf ondertekend door dezelfde BTW-ambtenaar, zijnde de heer **H.**, die het origineel dwangbevel uitvaardigde. Derhalve kan ervan worden uitgegaan dat de vereiste van ondertekening van het dwangbevel en het proces-verbaal is voldaan zodat het dwangbevel niet nietig verklaard moet worden.

De betekening van het afschrift van het dwangbevel en het proces-verbaal is niet door onregelmatigheid aangetast. De voor eensluidend verklaring van het dwangbevel en het proces-verbaal door de BTW-ambtenaar die het dwangbevel uitvaardigde, biedt aan eiseres de waarborg dat de aan haar betekende afschriften eensluidend zijn met de originelen van beide akten. Een voor eensluidend verklaring van beide akten door de gerechtsdeurwaarder die de afschriften van deze akten betekent, kan aan eiseres geen grotere waarborg bieden zodat een dergelijke ondertekening met vermelding van eensluidend verklaring door de gerechtsdeurwaarder, niet vereist is opdat de betekening als regelmatig beoordeeld kan worden.

## 3. Geen bewijs van intracommunautaire leveringen

De betwisting tussen eiseres en verweerder heeft voorts betrekking op de wijze waarop eiseres de BTW-wetgeving heeft toegepast in haar facturatie voor de leveringen opgenomen in 37 facturen, uitgereikt tussen 4 september 1996 en 16 april 1997, gericht aan, enerzijds, de vennootschap **E. W. T.** SL, met zetel in Spanje, …, en, anderzijds, de vennootschap **B.** Limited, met zetel in het Verenigd Koninkrijk, ….

In elk van deze facturen heeft eiseres de levering gefactureerd met vrijstelling van BTW en dit door toepassing van artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW.

Eiseres betoogt in haar verzet tegen het dwangbevel en in haar besluiten dat deze levering voldoet aan de voorwaarden van artikel 39bis, lid 1, 1° BTW en dat zij daarom in elk der 37 gevallen een intracommunautaire levering zou hebben verricht die van BTW is vrijgesteld.

Krachtens artikel 39bis, lid 1, 1° zijn van BTW vrijgesteld :

> *"... de leveringen van goederen door de verkoper, andere dan een belastingplichtige die de regeling geniet bepaald in artikel 56, § 2, door de afnemer of voor hun rekening verzonden of vervoerd buiten België, maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor een andere belastingplichtige, of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreden in een andere Lid-staat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen, voor zover die leveringen van goederen niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij artikel 58, § 4 .... "*

Opdat deze vrijstelling van toepassing zou zijn, moet derhalve het bewijs geleverd .worden dat de goederen daadwerkelijk het Belgisch grondgebied hebben verlaten. ..Diegene die zich op de vrijstelling beroept, moet bewijzen dat de goederen vervoerd of verzonden zijn buiten België, maar binnen de gemeenschap. Voorts moet hij aantonen dat het vervoer is gedaan door de verkoper of de afnemer, of voor hun rekening. Bovendien moet hij aantonen dat de levering gebeurt voor een andere belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon die als dusdanig handelen in een andere lidstaat en die er aldaar toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen.

De bewijslast van het vervuld zijn van voormelde voorwaarden ligt bij de BTW-plichtige, in casu bij eiseres.

Eiseres legt aan de rechtbank geen andere stukken Voor dan het exploot houdende betekening van het dwangbevel en het bijhorend proces-verbaal. Zij legt derhalve geen enkel stuk voor op grond waarvan de rechtbank ondermeer de echtheid van de verzending of het vervoer van de goederen kan nagaan.

Verweerder legt twee pakketten kopieën voor betreffende twee van de 37 door eiseres uitgevoerde handelstransacties opgenomen in facturen, vermeld in het proces-verbaal (stuk 7 en 8 van verweerder).

Enerzijds (stuk 7 van verweerder) gaat het om een kopie van een factuur gericht door eiseres aan **B.** Limited (Verendigd Koninkrijk) van 13.5.1996, vergezeld van kopie van een faxbericht in het Nederlands zonder bevestiging van verzending, uitgaande van **B.** Limited Ireland, een kopie van een factuur gericht door een transporteur aan **B.** Limited Ireland van 2.5.1996, een kopie van een factuur gericht door **B.** Limited Ireland aan een vennootschap **E. W. A.** S.R.L. gevestigd in Italië, waarin geen vermelding gedaan wordt van enige aan welke Lid-staat ook afgedragen BTW, noch van toepassing van een vrijstellingsregeling van toepassing in één der Lid-staten (Ierland of Italië) en een kopie van een CMR vervoersdocument.

Anderzijds (stuk 8 van verweerder) gaat het om een kopie van een factuur van 4.9.1996 gericht door eiseres aan **E. W. T.** SL (Spanje), vergezeld van een kopie van een faxbericht in het Nederlands, zonder bevestiging van verzending, uitgaande van **B.** Limited Ireland, een kopie van een onleesbaar, in het Italiaans gesteld en niet vertaald stuk, een kopie van een brief gericht door NV **M.**, een transportbedrijf gevestigd in …, aan eiseres met betrekking tot het vertrek van 50 kartons "PANASONIC" naar Italië, een kopie van een bericht gericht door NV **M.** aan **B.** Limited in Ierland, een kopie van een CMR vervoersdocument.

Voor slechts 2 van de 37 in het proces-verbaal opgenomen facturen zijn derhalve kopieën van stukken overgelegd aan de Rechtbank en dit niet door eiseres, maar door verweerder.

De rechtbank is, gezien de afwezigheid van enig stuk met betrekking tot 35 van de 37 leveringen en gezien het gebrek aan een regelmatig bewijs van een vervoer buiten België voor rekening van de afnemer voor de 2 overige leveringen van oordeel dat eiseres niet voldoet aan de op haar rustende bewijslast.

Tussen partijen bestaat blijkbaar geen betwisting over het feit dat de afnemers van eiseres, **B.** Limited blijkens twee door verweerder voorgelegde stukken met vestiging in Ierland doch voor BTW-doeleinden in het Verenigd Koninkrijk geregistreerd en **E. W. T.** Spanje, voor BTW-doeleinden in Spanje geregistreerd, bij de levering als dusdanig handelden, dit wil zeggen voor BTW-doeleinden in een Lid-staat geregistreerd waren.

Dit volstaát echter niet opdat de vrijstelling van [artikel 39bis, lid 1, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) toepassing zou vinden.

Eiseres moet daarenboven nog bewijzen dat de goederen opgenomen in de facturen vervoerd of verzonden zijn buiten België, maar buiten de gemeenschap en dat dit vervoer plaatsgreep door haarzelf, haar afnemer of voor rekening van één van hen.

Daartoe is vereist dat de verkoper, in casu eiseres, bewijst dat hij ten allen tijde in het bezit is van alle stukken waaruit de echtheid van de verzending of het vervoer naar een plaats buiten België van de door hem verkochte goederen blijkt. Die stukken zijn onder meer de contracten, de bestelbons, de vervoerdocumenten en de betalingsstukken. ([art. 3 KB nr. 52](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238#ar52-art3) van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire levering van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de BTW).

Dit bewijs wordt door eiseres niet geleverd.

Vooreerst beweert eiseres dat het vervoer der goederen voor ieder der 37 facturen opgenomen in het proces-verbaal werd uitgevoerd voor rekening van één van haar afnemers. Zij legt daarvan geen stukken voor.

De kopieën van stukken voorgelegd door verweerder maken melding van een vervoer (stuk 7 van verweerder) van goederen met betrekking tot een factuur nr. 960042, uitgereikt door een vennootschap **B.** Limited in Ierland onder .een Brits BTW-nummer aan een vennootschap in Italië. In concreto gaat het om een bericht gericht door NV **M.**, transporteur gevestigd te …, aan een vennootschap **B.** Limited in Dublin 2, Ierland, 2, … houdende de facturatie van transportkosten voor 3 paletten goederen voor een vervoer tussen Antwerpen en Italië.

Vooreerst maakt eiseres op geen enkele wijze duidelijk of de vermelding “**B.**” Limited" met opgave van een zetel in Ierland, dezelfde vennootschap betreft als "**B.** Limited" met zetel in het Verenigd Koninkrijk, die de contractspartij van eiseres zou zijn geweest. Voorts kan uit de kopieën van de stukken kan niet opgemaakt worden om welke goederen het exact gaat, noch of dit dezelfde goederen zouden zijn als die door eiseres verkocht aan haar contractspartij "**B.** Limited". Hetzelfde geldt voor het bijgevoegd CMR vervoersdocument dat enkel vermeldt "*materiel electrique*". Bovendien wordt op geen enkele wijze duidelijk gemaakt of de goederen daadwerkelijk het Belgisch grondgebied verlaten hebben en is in het geheel niet duidelijk wie in Italië de bestemmeling van de goederen was, noch of zij aldaar zijn aangekomen.

De overige kopieën van stukken betreffende een vervoer van goederen (stuk 8 van verweerder) maken melding van een vertrek van 50 kartons Panasonic uit Antwerpen, vervoerd door **M.** met bestemming Italië op 9.9.1996. Dit vervoer zou door **M.** gefactureerd zijn aan **B.** Limited in Ierland (stuk van 10.9.1996 in bundel stuk 8 van verweerder). Uit de kopie van het bijgevoegd vervoersdocument kan niet opgemaakt worden om welke goederen het exact gaat, noch of de goederen daadwerkelijk een bestemmeling in Italië hebben bereikt.

Deze stukken laten de rechtbank dan ook niet toe te oordelen dat de voorwaarden tot vrijstelling van een intracommunautaire levering krachtens artikel 39bis, lid 1, 1° W.BTW vervuld zijn. Zij laten de rechtbank niet toe te besluiten dat goederen vervoerd of verzonden zijn buiten België, maar binnen de Gemeenschap voor ieder der leveringen opgenomen in het proces-verbaal inzake BTW van 20.2.1998.

Derhalve moet worden vastgesteld dat de door eiseres verrichte leveringen, leveringen op het grondgebied van het Koninkrijk België zijn, zodat verweerder terecht krachtens artikel 15, § 2 W.BTW daarover de BTW heeft gevorderd.

Gelet op de toepassing van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank**, rechtdoende op **tegenspraak**

Verklaart het verzet tegen het dwangbevel van 23 maart 1998 ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, aan de zijde van verweerder begroot op € 334,66 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare zitting van de **elfde kamer** op het gerechtshof te Hasselt op **14 MEI 2003** alwaar aanwezig waren :

De Heer **L. B.**, rechter, waarnemend voorzitter;

Mevrouw **M. C.** en

Mevrouw **C. V.**, rechters;

De Heer **R. J.**, adjunct-griffier.

**R. J.** **C. V.** **M. C.** **L. B.**

## Textes cités

3

[CTVA art. 39bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) 2 occurrences

[AR no 41 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-41-janvier-fixant-montant-amendes-fiscales-5958) 1 occurrence

[AR no 52 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-52-exemptions-operations-intracommunautaires-assimilees-c238) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Abus fiscal, délai de prescription prolongé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/abus-fiscal-delai-prescription-prolonge-tribunal-anvers-2023-10-20-09f9) 1 dispositions communes

[Livraison intracommunautaire de biens, Opérations exemptées](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-intracommunautaire-biens-operations-exemptees-cour-appel-liege-2024-03-06-4054) 1 dispositions communes

[Exonération, Livraison intracommunautaire, Vente à distance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-livraison-intracommunautaire-vente-distance-tribunal-anvers-2023-10-20-4111) 1 dispositions communes

[Siège d'une activité économique, compétence pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/siege-activite-economique-competence-penale-cour-appel-gand-2024-01-09-4bee) 1 dispositions communes

[Livraison intracommunautaire, Preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-intracommunautaire-preuve-cour-appel-anvers-2021-06-15-4d3d) 1 dispositions communes

[Livraisons intracommunautaires exemptées, Echange d’informations entre Etats membres](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraisons-intracommunautaires-exemptees-echange-informations-tribunal-liege-2022-12-06-7cf1) 1 dispositions communes

[Intracommunautair goederenverkeer, fraude, calcul du chiffre d’affaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/intracommunautair-goederenverkeer-fraude-calcul-chiffre-cour-appel-gand-2025-12-02-7f70) 1 dispositions communes

[Facture fictive](https://juriel.be/fr/jurisprudence/facture-fictive-droit-deduction-tva-tribunal-bruxelles-2026-06-05-97ca) 1 dispositions communes
