---
title: "Cessation d&#x27;activité;droit à déduction;opérations imposables · Tribunal de première instance de Louvain, 3 juin 2005"
description: "Cessation d'activité;droit à déduction;opérations imposables, cessation d’activité. Tribunal de première instance de Louvain (Belgique), 3 juin 2005."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/cessation-activite-droit-deduction-operations-tribunal-louvain-2005-06-03-5785"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Cessation d'activité;droit à déduction;opérations imposables, cessation d’activité · cessation d'activité;droit à déduction;opérations imposables

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Louvain

**Date**

3 juin 2005

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

85 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première Instance de Louvain dd

**Jugement du Tribunal de Première Instance de Louvain dd. 03.06.2005, Cause 03/1507/A**

Le Courrier Fiscal 2005/559

*Cessation d'activité.*

*Droit à déduction.*

*Opérations imposables.*

## Résumé

Une société conserve la qualité d'assujetti TVA malgré le fait qu'elle ne fait plus que poursuivre des procédures judiciaires en cours. Les procédures judiciaires dans lesquelles la société est partie doivent en effet être considérées comme des opérations de liquidation d'une activité économique.

Le fait que la société ait conservé la qualité d'assujetti TVA après la cessation de ses activités normales n'implique cependant pas nécessairement qu'elle a le droit de déduire la taxe payée en amont sur les frais qu'elle expose lors de la phase de liquidation. Pour pouvoir bénéficier du droit à la déduction de la taxe payée en amont, la société doit établir que les frais exposés après la cessation de ses activités ont servi à accomplir des opérations imposables.

En l'espèce, la société ne peut se prévaloir d'un droit à la déduction de la TVA qu'elle a payée en amont puisque les dépenses qu'elle a exposées n'étaient pas destinées à la réalisation d'opérations imposables.

**Texte intégral**

### Corps de la décision

Rol nr.: 03/1507/A en 04/2009/A

inzake: A.R. **03/1507/A**

**B. n.v.,** met maatschappelijke zetel te ..., ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder nummer ..., als algemene rechtsopvolger door overneming van de A. n.v., ..., voorheen ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder nummer ... - eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door meester B. J. loco meester V. H., advocaat te ...

tegen:

**DE BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën. Administratie der BTW, Registratie en Domeinen**, in de persoon van de heer Minister van Financiën wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de heer e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te ... - verweerder, ter zitting vertegenwoordigd door meester C. M. loco meester de N. E., advocaat te ...

**en inzake :** **A.R. 04/2009/A**

**B. n.v.,** met maatschappelijke zetel te ..., ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder nummer ..., als algemene rechtsopvolger door overneming van de A. n.v., ..., voorheen ingeschreven in het handelsregister te Leuven onder nummer ... - eiseres, ter zitting vertegenwoordigd door meester B. J. loco meester V. H., advocaat te ...

tegen:

**De BELGISCHE STAAT, Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie der BTW, Registratie en Domeinen**, in de persoon van de heer Minister van Financiën wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door de heer e.a. inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te3290 Diest, Koning Albertstraat 16 - verweerder, ter zitting vertegenwoordigd door meester C. M. loco meester de N. E., advocaat te ...

---

In deze zaken, in beraad genomen ter zitting van 6 mei 2005, spreekt de rechtbank volgend vonnis uit.

Gelet op de in regelmatige vorm voorgelegde stukken van de rechtspleging, inzonderheid:

AR03-1507-A:

\- de gedinginleidende dagvaarding op 13 juni 2003 op verzoek van de N.V. B. betekend aan de BELGISCHE STAAT, administratie van de B.T.W., registratie en domeinen, vertegenwoordigd door de eerstaanwezend inspecteur van het B.T.W.-ontvangkantoor te Tienen

\- de eerste conclusie, de tweede conclusie en de pleitnota neergelegd respectievelijk op 9 december 2003 en 25 oktober 2004 op de griffie en op de zitting van 6 mei 2005

\- de conclusie op 3 september 2004 op de griffie neergelegd door de N.V. B.

AR 04-2009-A:

\- de gedinginleidende dagvaarding op 14 september 2004 op verzoek van de N.V. B. betekend aan de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, Federale Overheidsdienst Financiën, administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, sector B.T.W., in de persoon van het hoofd van de controle B.T.W. Diest

\- de conclusie op 25 oktober 2004 op de griffie neergelegd door de BELGISCHE STAAT.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzetting van 6 mei 2005, waarna de bundels met stavingsstukken van partijen neergelegd werden en de zaken in beraad genomen werden.

**1** . - Feiten en procesverloop.

**1.1.** - De N.V. ABMT startte geen nieuwe projecten meer op sinds 31 december 1996. Haar activiteit bestond sedertdien in het afhandelen van een aantal geschillen in het kader van de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer.

De B.T.W. met betrekking tot een aantal kosten zoals telefoonkosten, kosten van boekhouding, energiekosten, autokosten, bureelbenodigdheden en dergelijke, recupereerde de N.V. ABMT in haar periodieke B.T.W.-aangifte.

Bij een controle betreffende de periode van l januari 1997 tot 31 december 2000 werd deze afgetrokken B.T.W. vanaf het jaar 1997 verworpen, daar de controleur van oordeel was dat er geen economische activiteit meer werd uitgevoerd en bijgevolg de hoedanigheid van belastingplichtige eindigde. Tevens werden inbreuken vastgesteld op de bepalingen in verband met het opnemen in een B.T.W.-aangifte van de verschuldigde B.T.W. ter zake van intracommunautaire verwervingen. De overtredingen werden opgenomen in een proces-verbaal van 20 juni 2002.

Aan de N.V. ABMT werd op 3 juli 2002 een dwangbevel betekend tot betaling van:

B.T.W.

geldboete

interesten

45.213,25 EUR

4.511,66 EUR

**1.2.** -

De N.V. B., hierna genoemd "eiseres", algemeen rechtsopvolger door overneming van de N.V. ABMT, tekende op 13 juni 2003 verzet aan tegen het dwangbevel (AR 03-1507-A). Zij vordert:

\- het dwangbevel te vernietigen en de vordering van de BELGISCHE STAAT ongegrond te verklaren

\- de terugbetaling te bevelen van alle op grond hiervan wederrechtelijk geïnde bedragen, meer de interesten

\- de BELGISCHE STAAT in de kosten te veroordelen.

De BELGISCHE STAAT, hierna genoemd "verweerder", vraagt de vordering ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren en eiseres in de kosten te veroordelen.

**1.3.** -

Op 14 september 2004 dagvaardde eiseres verweerder in terugbetaling van het

bedrag van 53.165,66 EUR meer de wettelijke interesten en de kosten (AR 04-2009-A).

Verweerder vraagt de voeging van de zaken AR 03-1507-A en AR 04-2009-A, en de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren, en eiseres in de kosten te veroordelen.

2\. - De exceptie van samenhang.

In de zaak AR 03-1507-A tekende eiseres verzet aan tegen het dwangbevel en in de zaak AR 04-2009-A dagvaardde eiseres in terugbetaling van het op grond van het dwangbevel betaalde bedrag.

De exceptie van samenhang is bijgevolg gegrond.

3\. - Het recht op aftrek.

3.1. - Het standpunt van eiseres.

Eiseres betoogt dat alle activiteiten die zij sinds 1997 stelt, voortvloeien uit haar bouwactiviteit die aan de B.T.W. was onderworpen; dat de kosten die nog worden gemaakt dus rechtstreeks verband houden met de activiteiten die onderworpen waren aan de B.T.W.; dat het recht op aftrek behouden blijft wanneer de belastingplichtige nog bepaalde kosten heeft die voortvloeien uit zijn economische activiteit die was onderworpen aan de B.T.W.

In de geest van het arrest van het Hof van Justitie van 14 februari 1985 inzake Rompelman, waarbij werd aangenomen dat de belastingplicht ontstaat op het moment van het starten van de onderneming, meent eiseres dat de belastingplicht ook slechts een einde zal nemen bij het sluiten van de vereffening.

3.2. - Het standpunt van verweerder.

Verweerder is van oordeel dat eiseres voor de gecontroleerde periode niet meer de hoedanigheid van belastingplichtige had, en dat de B.T.W. die in aftrek werd gebracht geen B.T.W. is die geheven werd van goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

Subsidiair stelt verweerder dat eiseres, zelfs als zou zij nog moeten worden aangemerkt als belastingplichtige, nog steeds dient te bewijzen dat de B.T.W. die zij in aftrek bracht werd geheven van aan haar geleverde goederen en diensten die werden gebruikt voor het stellen van belastbare handelingen. [Artikel 45 van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) stelt immers de aftrek van voorbelasting afhankelijk van de voorwaarde dat de aan de belastingplichtige geleverde goederen en diensten worden gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.

**3.3.** - Beoordeling.

Eiseres houdt staande dat haar onderneming nog niet volledig en definitief verdwenen was, maar nog bestond met het oog op de afronding van haar projecten en het oplossen van geschillen aangaande deze projecten, namelijk geschillen in het kader van de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer.

Uit de stukken blijkt enkel dat eiseres nog dertien gerechtelijke procedures voerde.

Enerzijds laat deze vaststelling toe eiseres in de gecontroleerde periode nog als belastingplichtige te beschouwen, aangezien de gerechtelijke procedures als afsluitende handelingen van de economische activiteit van eiseres kunnen worden bestempeld, en aangezien uit [artikel 4 van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4), betreffende de definitie van de belastingplichtige, voortvloeit dat de belastingplicht van rechtswege eindigt wanneer:

\- de belastingplichtige geen economische activiteit meer uitoefent: of

\- geen belastbare B.T.W.-handelingen meer verricht; of

\- niet meer op geregelde en zelfstandige wijze optreedt (P. VANDENDRDESSCHE, J. DE SPIEGELEER, D. STAS, K. THESIN en F. HERREMAN, Fiscale Basisbegrippen, Brugge, die Keure, 1996, nr. 53).

Anderzijds staat vast dat eiseres in de gecontroleerde periode geen aan de B.T.W. onderworpen activiteit nog uitoefende. Uit de stukken blijkt immers niet dat eiseres nog projecten afrondde, wat het verrichten van met B.T.W. belaste handelingen impliceert.

Eiseres beroept zich bijgevolg verkeerdelijk op de geest van het arrest Rompelman, dat het recht op B.T.W.-aftrek erkent voor voorbereidende handelingen van de B.T.W.-activiteit (Hof van Justitie, 14 februari 1985, 268/83, Rompelman, Jurispr., 1985, 655). Weliswaar moeten, net zoals de voorbereidende handelingen reeds tot de belaste activiteit kunnen worden gerekend, ook de afsluitende handelingen worden geacht nog deel uit te maken van die B.T.W.-activiteit (L. VANDENBERGHE, Aftrek en teruggaaf van B.T.W., Antwerpen-Groningen, Intersentia, 1998, nr. 140). Dit neemt niet weg dat overeenkomstig [artikel 45 van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) het recht op aftrek onderworpen is aan de voorwaarde dat een belastingplichtige de goederen en diensten bestemt voor het verrichten van belaste handelingen. Zoals gezegd, staat het vast dat eiseres geen belaste handelingen meer verrichtte.

Eiseres voldoet niet aan de voorwaarden van het recht op aftrek of teruggaaf van de B.T.W.

De vordering is wat betreft dit onderdeel ongegrond.

**4** . - De intracommunautaire verwerving.

Eiseres wil niet ontkennen dat de intracommunautaire verwerving van het voertuig die zij op 5 februari 2002 deed, onderworpen is aan de Belgische B.T.W. Evenwel werd volgens eiseres ten onrechte geen rekening gehouden met het recht op aftrek met betrekking tot de B.T.W. geheven van de intracommunautaire verwerving, zij het beperkt tot 50 % overeenkomstig artikel 45, tweede paragraaf, van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

Zoals hierboven beslist (zie supra nr. 3), heeft eiseres geen recht op aftrek.

De vordering is wat betreft dit onderdeel ongegrond.

### Dispositif

## OP DEZE GRONDEN

**DE RECHTBANK**

gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, rechtsprekend op tegenspraak,

alle andersluidende en meer omvattende conclusies van de hand wijzende als niet terzake en/of overbodig,

voegt de zaken samen AR 03-1507-A en AR 04-2009-A,

verklaart de vordering ontvankelijk, doch ongegrond,

veroordeelt eiseres in de kosten, aan haar zijde niet begroot omdat zij ze zelf moet dragen, en aan de zijde van verweerder op de rechtsplegingsvergoeding van 356,97 EUR.

Aldus gedaan en uitgesproken in de openbare terechtzitting van de **twaalfde kamer** der rechtbank van eerste aanleg, zitting houdende te Leuven op **vrijdag 03 juni** 2005, waar zetelden:

\- de heer P. V., alleenzetelend rechter;

\- mevrouw J. C., griffier.

## Textes cités

2

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Délai préfix, Forclusion, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-delai-prefix-forclusion-tribunal-liege-2022-04-25-0b11) 2 dispositions communes

[Assujettissement, Exercice d’une activité économique, Déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-exercice-activite-economique-deduction-tribunal-bruxelles-2021-09-03-130a) 2 dispositions communes

[Assujetti ¬- Qualification de holding passif ou actif](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujetti-qualification-holding-passif-actif-tribunal-2024-02-05-26ef) 2 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-formelles-materielles-tribunal-2023-05-19-3638) 2 dispositions communes

[Redevable de la taxe, Autoliquidation, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-taxe-autoliquidation-prescription-action-tribunal-bruxelles-2019-12-05-3f7e) 2 dispositions communes

[Qualité d’assujetti, Existence d’une activité économique, Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/qualite-assujetti-existence-activite-economique-tribunal-2020-03-30-4110) 2 dispositions communes

[Impôt sur les sociétés, Contrôle fiscal, Amende proportionnelle](https://juriel.be/fr/jurisprudence/impot-societes-controle-fiscal-amende-tribunal-anvers-2025-12-19-44f7) 2 dispositions communes

[Activité économique, Chevaux, Droit à déduction, cheval, sport équestre](https://juriel.be/fr/jurisprudence/activite-economique-chevaux-droit-deduction-cour-appel-anvers-2023-01-17-46bc) 2 dispositions communes
