---
title: "Cabinet de conseil, Contrôle fiscal · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 3 décembre 2025, 24/3706/A"
description: "Cabinet de conseil, Contrôle fiscal, Droit à déduction, service de conseil. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 3 décembre 2025, 24/3706/A."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/cabinet-conseil-controle-fiscal-droit-tribunal-anvers-2025-12-03-17c8"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Cabinet de conseil, Contrôle fiscal, Droit à déduction

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Numéro de rôle**

24/3706/A

**Date**

3 décembre 2025

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

127 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance d'Anvers du 03.12.2025 (24/3706/A)

FIN 59352313-01

\[ Jugement infavorable \]

*TVA – Cabinet de conseil – Contrôle fiscal – Droit à déduction*

## Résumé

Pas disponible

**Texte intégral:**

### Corps de la décision

Ce jugement n'est disponible que dans la langue originale.

**Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen d.d. 03.12.2025**

**24/3706/A**

Inzake:

**cie1,**

met maatschappelijke zetel te ..., KBO:

...,

eiseres

 vertegenwoordigd ter zitting door Mr. TUERLINCKX JAN en Mr. DUJARDIN TISHA te 2018

ANTWERPEN 1, Van Putlei 14,

\- de heer S.V.W., zaakvoerder, tevens persoonlijk aanwezig,

\- de heer L.B., accountant, tevens aanwezig,

**TEGEN:**

Federale Overheidsdienst Financiën, Algemene Administratie van de Fiscaliteit, vertegenwoordigd door de Adviseur-generaal, Directeur van het Centrum KMO Antwerpen — Expertise 1, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 2, en de Adviseur-Invordering-Ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Antwerpen 1, met kantoren gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4 bus 1, KBO: 0308.357.159,

verweerder

 vertegenwoordigd ter zitting door mevrouw N.D., in hoedanigheid van rijksambtenaar voor de Federale Overheidsdienst Financiën.

---

Gezien de stukken in het dossier der rechtspleging, onder meer:

 het verzoekschrift toegekomen ter griffie op 20 september 2024, ingeschreven ter griffie op 23 september 2024;

\- de beschikking gewezen overeenkomstig artikel 747, §1, Ger. W. op 29 november 2024, waarbij de conclusietermijnen en de rechtsdag werden bepaald;

 de besluiten van partijen.

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.

Gehoord partijen in hun middelen en gezegden, op 5 november 2025.

Ter zitting van 5 november 2025 werd de zaak in voortzetting gesteld naar de zitting van 19 november 2025 teneinde verwerende partij toe te laten nog zijn papieren bundel neer te leggen.

Ter zitting van 19 november 2025 werd de zaak schriftelijk in beraad genomen.

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

Huidige betwisting heeft betrekking op de fiscale schuld opgenomen in het innings- en invorderingsregister met nummer ..., dat werd opgemaakt op 23 maart 2020 en werd uitvoerbaar verklaard op 27 maart 2020 voor een totaalbedrag van 76.256,55 euro meer nalatigheidsinteresten.

Eiseres is als btw-belastingplichtige geregistreerd onder het nummer ... voor de activiteit van 'adviesbureau's op het gebied van bedrijfsbeheer en bedrijfsvoering'.

Op 7 februari 2018 verstuurde de belastingadministratie een vraag om inlichtingen aan eiseres waarin ze aankondigde een btw-controle uit te voeren over de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 (stuk 5 eiseres).

De belastingadministratie is vervolgens ook een aantal keren ter plaatse geweest, te weten op de maatschappelijke zetel van eiseres (11 april 2018; pv stuk 1 AD), tweemaal bij de architect van eiseres (12 april 2018 en 4 mei 2018; pv stuk 2 AD)en eenmaal bij de boekhouder van eiseres (22 juni 2018; pv stuk 3 AD). Er vond ook al een plaatsbezoek plaats op de maatschappelijke zetel van eiseres voor het versturen van de vermelde vraag om inlichtingen (29 september 2017; pv stuk 8 AD).

Op 13 augustus 2018 verzond de belastingadministratie een proces-verbaal waarin volgende bedragen werden gevorderd met betrekking tot de vermelde periode (stuk 4 AD):

\- als btw: 25.418,85 euro;

\- als proportionele geldboete (200%): 50.837,70 euro;

\- te vermeerderen met de verschuldigde nalatigheidsinteresten vanaf 21 januari 2018.

Op 15 oktober 2018 diende eiseres een administratief beroep in (stuk 6). In het kader van het administratief beroep werd een aanvullend bezwaar ingediend (stuk 7 AD), vonden heel wat besprekingen plaats tussen partijen en werd ook een beroep gedaan op de fiscale bemiddelingsdienst (stuk 6 eiseres), evenwel zonder resultaat. Er volgde geen administratieve beslissing over het bezwaar.

Voor de in het proces-verbaal als verschuldigd opgenomen bedragen werd een inschrijving gedaan in het innings-en invorderingsregister op 23 maart 2020 onder het schuldnummer ... dat op 27 maart 2020 uitvoerbaar werd verklaard. Eiseres werd hiervan bij schrijven van 27 maart 2020 in kennis gesteld (stuk 5 AD).

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 20 september 2024 stelde eiseres een vordering in rechte in. Afschrift van het proces-verbaal is aan het gedinginleidend verzoekschrift gehecht.

## 2. Vorderingen van partijen

Eiseres verzoekt de rechtbank:

\- haar vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

 in hoofdorde de vernietiging van het proces-verbaal d.d. 12 april 2018 inzake de visitatie d.d. 11 april 2018, alsook de wering ervan in het fiscaal dossier van eiseres, wegens schending van [artikel 63 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63), de beginselen van behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces; b. de vernietiging, minstens de ontheffing van de btw-schuld, vermeerderd met de boete van 200% en de nalatigheidsinteresten gekend onder artikelnummer ... en opgenomen in het innings- en invorderingsbericht d.d. 27 maart 2020 en opgelegd middels het proces-verbaal dd. 13 augustus 2018;

in ondergeschikte orde: de vernietiging van de btw-boete van 200% gelet op de ongrondwettelijkheid ervan aangezien deze niet kan worden opgelegd met uitstel, doch in voorliggend geval redenen zijn voor het opleggen met een (probatie)uitstel;

 in meer ondergeschikte orde: de vermindering van de btw-boete van 200% tot een bedrag dat Uw Rechtbank proportioneel acht;

 in elk geval: de veroordeling van de Belgische Staat tot de terugbetaling aan de eiseres van al de geldsommen die gedwongen of anders werden betaald door eiseres en door de Belgische Staat werden aangerekend, vermeerderd met moratoriuminteresten;

in elk geval: de veroordeling van de Belgische Staat tot de betaling van de kosten van het geding, in hoofde van eiseres begroot op het rolrecht, de gerechtskosten, meer de rechtsplegingsvergoeding begroot op 4.709,30 euro.

Verweerder verzoekt de rechtbank het verzoekschrift van eiseres ontvankelijk maar ongegrond te verklaren en dienvolgens te bevestigen dat de in het innings- en invorderingsregister onder het nummer ... opgenomen bedragen verschuldigd zijn.

## 3. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De vordering van eiseres is dan ook ontvankelijk.

## 4. Beoordeling

### Vooraf: situering geschil

Eiseres en haar bestuurder, de heer S.V.W. (en echtgenote, mevrouw M.D., die tevens mede-oprichter is van eiseres) bezitten een aantal appartementen in het gebouw gelegen te ..., ..., tweede en derde verdieping.

Het appartement ..., aangekocht via een vruchtgebruikconstructie (eiseres vruchtgebruik, het echtpaar de naakte eigendom), betreft het appartement waar de heer S.V.W. en mevrouw M.D. hun woonplaats hadden gevestigd. Het wordt ook deels beroepsmatig aangewend door eiseres. Over het percentage van het beroepsmatig gedeelte vond een discussie plaats tussen partijen die is beslecht door het hof van beroep te Antwerpen dat oordeelde dat het beroepsmatig gedeelte door de belastingadministratie terecht was vastgesteld op 10,69% (Antwerpen 20 november 2018, 2017/AR/632).

Het appartement ..., zo deelt eiseres mee, is aangekocht door haar om te dienen als kantoorloft van waaruit zij diensten uitvoert.

Het appartement ..., zo deelt eiseres mee, is op 20 december 2017 volledig privé aangekocht door de heer S.V.W..

Er vonden, na aankoop van de appartementen ... en ..., hierin gelijktijdig werken plaats aangezien deze casco werden aangekocht.

De discussie draait rond de vraag of de btw op de kosten van de verbouwingswerken aan het appartement ..., gedragen door eiseres, aftrekbaar zijn op grond van [artikel 45, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

### 4.1. Procedurele argument: de fiscale visitatie

Eiseres is van oordeel dat de fiscale visitatie van 11 april 2018 op haar maatschappelijke zetel onregelmatig is verlopen doordat zij hiertoe geen toestemming had gegeven.

Dit leidt volgens eiseres tot de nietigheid van het proces-verbaal van 12 april 2018 en van de bestreden taxatie.

[Artikel 63 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) bepaalt onder meer:

> *"Eenieder die een economische activiteit uitoefent, moet aan de ambtenaren die bevoegd zijn om de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde te controleren en in het bezit zijn van hun aanstellingsbewijs, op elk tijdstip en zonder voorafgaande verwittiging, vrije toegang verlenen tot de ruimten waar de activiteit wordt uitgeoefend teneinde hen in staat te stellen:*
>
> *1°* *de boeken en stukken te onderzoeken die zich aldaar bevinden;*
>
> *2°* *door middel van de gebruikte uitrusting en met de bijstand van de betrokkene de betrouwbaarheid na te gaan van de geïnformatiseerde inlichtingen, gegevens en bewerkingen, door onder meer de voorlegging ter inzage te vorderen van stukken die in het bijzonder zijn opgesteld om de op informatiedragers geplaatste gegevens om te zetten in een leesbare en verstaanbare vorm;*
>
> *3°* *de aard en de belangrijkheid vast te stellen van de aldaar uitgeoefende werkzaamheid en van het daarvoor aangestelde personeel, alsook van de aldaar aanwezige koopwaren en goederen, met inbegrip van de produktie- en vervoermiddelen.*
>
> *Als ruimten waar een activiteit wordt uitgeoefend moeten onder meer worden beschouwd de burelen, de fabrieken, de werkplaatsen, de opslagplaatsen, de bergplaatsen, de garages alsmede de als fabriek, werkplaats of opslagplaats gebruikte terreinen."*

De belastingadministratie is in casu binnengelaten door de heer J.M., werknemer van eiseres en conciërge.

De rechtbank stelt vast dat er in rechtspraak en -leer lang en uitvoerig gediscussieerd is over de vraag wie toestemming kan geven tot een fiscale controle (voor een voorbeeld waarbij in eenzelfde casus zowel pro als contra een belastingplichtige werd geoordeeld: Brussel 12 mei 2020, 2016/AF/13 (vennootschapsbelasting) en Brussel 15 maart 2017, 2015/AF/152 (btw), beiden op Taxwin).

Thans lijkt er toch sprake te zijn van een vaste lijn waarbij het niet langer ter discussie staat dat het de belastingplichtige zelf is die toestemming moet geven tot een fiscale visitatie, maar, in het geval van een rechtspersoon zoals eiseres, de visitatie ook doorgang kan vinden zonder fysieke aanwezigheid van een persoon bevoegd tot het vertegenwoordigen van de rechtspersoon in rechte (bijvoorbeeld de bestuurder) op voorwaarde dat de persoon die toegang verleent hiertoe over een volmacht beschikt (bijvoorbeeld Brussel 11 september 2024, 2023/AF/183 en Gent 16 januari 2024, 2022/AR/1512 beiden op Taxwin). Deze volmacht moet niet schriftelijk worden gegeven, het volstaat dat uit de feitelijke omstandigheden kan worden afgeleid dat deze persoon gevolmachtigd werd om toestemming te verlenen.

Dit noodzaakt een feitelijk onderzoek met aldus casuïstisch resultaat.

De belastingadministratie heeft vooreerst geen dwang uitgeoefend op de heer J.M.. De enige vraag die dan rest is of uit de feiten kan worden afgeleid dat de heer J.M. toestemming kon verlenen tot het uitvoeren van een fiscale visitatie.

Volgens de rechtbank is dit niet het geval.

De heer J.M. is werknemer van eiseres en conciërge, maar is niet bekend met de bedrijfsvoering van eiseres en is dus niet iemand die de belastingadministratie nuttig te woord zou kunnen staan wanneer er vragen gesteld worden naar de fiscaalrechtelijke toestand van eiseres.

Het klopt dat de heer J.M. bij een eerdere, onaangekondigde fiscale visitatie op 29 september 2017 ook aanwezig was, maar de rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal blijkt dat hij de belastingambtenaren enkel begeleid heeft naar het appartement ... (de maatschappelijke zetel van eiseres), waar het mevrouw M.D. was die, op verzoek van de belastingambtenaren, toestemming gaf tot het uitvoeren van de visitatie. Dat de belastingambtenaren mevrouw M.D. en niet de heer J.M. verzochten tot toegang, verduidelijkt dat zij op dat moment reeds een goede inschatting maakten van de hoedanigheid van de heer J.M..

Het bleek dus volgens de rechtbank niet dat de heer J.M. op 29 september 2017 toestemming kon geven.

Op 11 april 2018 vond de bestreden visitatie plaats. Het proces-verbaal vermeldt onder meer als volgt (stuk 1 AD):

*"We hebben onze naam en hoedanigheid bekendgemaakt en waren in het bezit van ons aanstellingsbewijs. J.M. verklaarde dat het gezin S.V.W.-M.D. met vakantie was. We vroegen hem of hij ons toegang kon verschaffen tot de beroepsruimten van loft .... Daarop opende dhr. J.M. de deur van de betreffende loft. Hij heeft ons doorheen de loft begeleid en toonde ons de verschillende ruimtes*

Uit het loutere feit dat de heer J.M. de belastingambtenaren toegang heeft verschaft, kan volgens de rechtbank geen volmacht worden afgeleid, laat staan een volmacht nopens de uitvoering van de fiscale verplichtingen van eiseres als bedoeld in [artikel 63 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63).

De verklaring van eiseres dat de heer J.M. beschikte over de sleutels doordat hij conciërge is en de belastingambtenaren enkel binnenliet om hen ter wille te zijn, zich totaal onbewust zijnde van de rechten van eiseres of het feit dat hij over een volmacht diende te beschikken om hen binnen te laten, is volgens de rechtbank minstens even plausibel.

De belastingadministratie heeft zich trouwens zelf in een lastig parket gebracht. Zij hadden evengoed voorafgaand aan de visitatie aan de heer J.M. kunnen vragen of hij over een volmacht beschikte om toestemming te geven tot de fiscale visitatie. Ze hebben er zelf voor gekozen de heer J.M. hierover in het geheel niet in te lichten.

Waar de fiscale visitatie dus een valste start kende, stelt de rechtbank vast dat de heer S.V.W., waarvan niet betwist wordt dat hij wel toestemming kon geven, op een bepaald moment ten tonele verschijnt en de belastingadministratie vrijwillig te woord stond en uitleg verschafte. Op geen enkel moment heeft de heer S.V.W. bezwaar gemaakt tegen de werkwijze van de belastingadministratie omtrent de start van de visitatie en de door de heer J.M. verleende toegang. Dit is ook niet onlogisch, de belastingadministratie kwam duidelijk gewoon vaststellen wat de huidige toestand was van de appartementen ... en .... en dit betrof bezwaarlijk een geheim.

De heer S.V.W. nam dus terecht een open en oprechte houding aan.

Ook tijdens de gehele administratieve fase, maakte eiseres, die zich toen al liet bijstaan door een raadsman, geen enkele opmerking bij de rechtsgeldigheid van de fiscale visitatie (zie bijvoorbeeld het bezwaar, stuk 6 AD).

Het is pas wanneer eiseres van raadsman wisselt, dat dit argument voor het eerst voor de rechtbank wordt opgeworpen.

In die omstandigheden ziet de rechtbank alleszins niet in hoe de onregelmatige start van de fiscale visitatie van 11 april 2018 kan leiden tot de nietigheid van het proces-verbaal van 12 april 2018 of van de bestreden taxatie.

De vordering van eiseres is op dit punt ongegrond.

### 4.1. Inhoudelijk argument: het recht op aftrek

#### Algemeen

Op grond van [artikel 45, §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) mag een belastingplichtige de btw in aftrek brengen van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van:

1 0 belaste handelingen

2' handelingen vrijgesteld van belasting krachtens de artikelen 39 tot 42;

3' handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;

4' handelingen bedoeld in artikel 44, §3, 4O tot 10°, telkens wanneer de medecontract buiten de Gemeenschap is gevestigd, of de genoemde handelingen, volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen

die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap

5' diensten als makelaar of lasthebber bij in 4' bedoelde handelingen.

Wanneer het gaat over btw geheven op goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit is het recht op aftrek uitgesloten.

De bewijslast ligt bij de belastingplichtige.

#### Toegepast op de huidige zaak

De belastingadministratie is er doorheen haar onderzoek van overtuigd geraakt dat de betwiste facturen betrekking hebben op werken uitgevoerd aan appartement ... en, aangezien dit appartement geen eigendom is van eiseres, noch gebruik wordt voor haar economische activiteit, zij hiervoor dus geen recht op aftrek heeft. Eiseres zou door dit recht toch uitgeoefend te hebben bovendien het opzet gehad hebben de belasting te ontduiken.

Eiseres betwist niet dat de betreffende facturen inderdaad betrekking hebben op werken uitgevoerd aan appartement ..., maar argumenteert dat deze kosten zijn doorgerekend aan de eigenaar van het appartement ..., zijnde de heer S.V.W..

Hoewel de rechtbank zeker begrijpt dat de belastingadministratie in dit dossier op basis van bepaalde elementen op het spoor van de bestreden taxatie is beland (het vermelden van het appartement ... in plaats van ... op de facturen en de oorspronkelijke boeking van de facturen onder de rekening '230000 Inrichting'), dient de rechtbank voor de beoordeling ervan rekening te houden met het gehele plaatje.

Eiseres deelt mee, zonder dat ze hierin wordt tegengesproken, dat de appartementen ... en ... samen werden aangekocht en ingericht.

Verder staat het vast dat de kosten in de jaarrekening van het boekjaar 2017 finaal zijn opgenomen onder de rubriek voorraad (stuk 9 eiseres). De jaarrekening wordt door de belastingadministratie niet van valsheid beticht. Naar aanleiding van het opstellen van de jaarrekening ligt tevens briefwisseling voor waarin expliciet word bevestigd dat er nog kosten dienen doorgerekend te worden aan de heer S.V.W. (stuk 10 eiseres). Zowel de neerlegging van de jaarrekening als de briefwisseling dateren van v66r de aankondiging van de controle op 7 februari 2018.

Het staat evenmin ter betwisting dat de kosten ook effectief werden doorgerekend aan de heer S.V.W. (stuk 12 eiseres betreft de factuur) en dit zo boekhoudkundig werd verwerkt via rekening-courant (stuk 13 eiseres). Ook deze stukken worden niet van valsheid beticht.

In die omstandigheden kon eiseres wel degelijk haar recht op aftrek van de btw op de betreffende kosten uitoefenen.

De belastingadministratie ging dan ook ten onrechte over tot een naheffing.

De vordering van eiseres is in die zin gegrond.

## 5. Kosten van het geding

Verweerder dient als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld te worden tot de kosten van het geding.

De rechtbank stelt vast dat partijen geen betwisting voeren over de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding van 4.709,30 euro (basisbedrag).

Verweerder dient tevens in te staan voor de bijdrage aan het begrotingsfonds voor juridische tweedelijnsbijstand.

Er zijn tot slot geen rolrechten verschuldigd in fiscale zaken.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en als volgt gegrond.

Vernietigt de fiscale schuld met schuldnummer ... zoals opgenomen in het innings- en invorderingsregister van 23 maart 2020 en uitvoerbaar verklaard op 27 maart 2020 en de btw-navordering middels proces-verbaal van 13 augustus 2018.

Beveelt de terugbetaling van de bedragen die in voormelde mate eventueel betaald of geïnd werden op basis van het vernietigde innings- en invorderingsregister, vermeerderd met moratoriuminteresten in toepassing van [artikel 91 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91).

Veroordeelt verweerder tot de kosten van het geding, in hoofde van eiseres begroot en door de rechtbank vereffend op 4.709,30 euro rechtsplegingsvergoeding en op 24,00 euro kosten van het Fonds voor Juridische Tweedelijnsbijstand.

Dit vonnis werd uitgesproken op drie december tweeduizend vijfentwintig in openbare zitting van de Kamer AFi1, die samengesteld was uit:

A. De Clerck, rechter C. Lemmens, griffier

## Textes cités

3

[CTVA art. 63](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-63) 3 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 2 occurrences

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit de déduction, Bien immobilier, Usage privé](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-bien-immobilier-usage-cour-appel-gand-2026-04-28-0a2d) 2 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes

[Séminaire, Différents taux de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/hotel-seminaire-differents-taux-tva-tribunal-2026-04-20-0f2e) 2 dispositions communes

[Droit de déduction, Révision, Participation à une unité TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-revision-participation-unite-tribunal-hasselt-2026-03-11-110c) 2 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 2 dispositions communes

[Finalité, Lieu d'établissement, Principe de neutralité](https://juriel.be/fr/jurisprudence/finalite-lieu-etablissement-principe-neutralite-cour-appel-bruxelles-2026-05-13-12b2) 2 dispositions communes

[Assujettissement, Exercice d’une activité économique, Déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-exercice-activite-economique-deduction-tribunal-bruxelles-2021-09-03-130a) 2 dispositions communes

[Chevaux, Droit à déduction, cheval, box pour chevaux](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chevaux-droit-deduction-cheval-box-cour-appel-anvers-2023-01-17-1371) 2 dispositions communes
