---
title: "Bâtiment neuf, Travaux immobiliers · Tribunal de première instance de Hasselt, 18 février 2016"
description: "Bâtiment neuf, Travaux immobiliers, Travaux de construction. Tribunal de première instance de Hasselt (Belgique), 18 février 2016."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/batiment-neuf-travaux-immobiliers-construction-tribunal-hasselt-2016-02-18-b247"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Bâtiment neuf, Travaux immobiliers, Travaux de construction

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Hasselt

**Date**

18 février 2016

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

défavorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

113 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance d’Hasselt dd. 18.02.2016 (AR 13/593/A)

WF 711-15-13/015894

*Taxe sur la valeur ajoutée – Bâtiment neuf – Travaux immobiliers – Travaux de construction – Taux – Amendes fiscales proportionnelles*

## Législation

[Article 37, § 1er, du code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37)

[Article 70, § 1er, du code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70)

Rubrique XXXI, § 1er, 1°, du tableau A de l’annexe à l’arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux

## Synthèse

Le litige entre les parties repose sur l’applicabilité du taux de TVA de 6%. L’assujetti estime que c’est à tort que l’administration considère que les travaux immobiliers exécutés doivent être soumis au taux de 21%.

Dans la circulaire n° 6 du 22 août 1986 (Rev. TVA, septembre 1986, p. 289), il est mentionné sous le n° 30 : « De même, l'existence d'une transformation n'est pas critiquée lorsque la rénovation s'appuie d'une manière significative sur d'anciens murs portants (notamment les murs extérieurs) et plus généralement sur des éléments essentiels de la structure de l'immeuble à rénover. »

Le juge considère qu’il ressort des constatations, ainsi que des photographies produites, que la structure intérieure du bâtiment a été entièrement supprimée et que les façades avant et arrière, de même que la toiture, ont été également totalement détruites. Les travaux ne s’appuient donc plus sur des éléments essentiels de la structure de l’immeuble. Par conséquent, on ne peut plus parler de transformation, car il s’agit ici d’un bâtiment neuf. L’argument selon lequel le permis d’urbanisme définitif confirme qu’il s’agit d’une transformation n’a ici aucune incidence.

Le tribunal n’accepte pas que l’amende fiscale soit majorée parce qu’une contrainte a été délivrée. Il est en effet clair que la présente requête est une demande visée à l’article 6 de la C.E.D.H., tandis qu’une telle majoration de 10% tend à ce que l’assujetti renonce à une procédure devant le tribunal. Un assujetti ne peut pas être sanctionné parce qu’il n’est pas d’accord avec la position de l’administration.

## Remarque

L’Etat belge a acquiescé au jugement.

**Texte intégral**

***La décision est publiée uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

## Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Limburg, Afdeling Hasselt

**dd. 18.02.2016**

**(AR 13/593/A)**

### Eindvonnis IN ZAKE:

**NV W.,** met maatschappelijke zetel te H., met ondernemingsnummer … - eiseres - Ter zitting vertegenwoordigd door mr.V.B.J., advocaat met kantoor te 2018 A.

tegen:

**DE BELGISCHESTAAT, FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN,** in de persoon

van de Minister van Financiën, 1000 Brussel, Wetstraat 12. **ALGEMENE ADMINISTRATIE VAN DE FISCALITEIT,** BTW, in de persoon van de adviseur - gewestelijke directeur bij een fiscaal bestuur, a.i. van het Controlecentrum Hasselt-Beringen, met kantoor gevestigd te 3500 Hasselt, Voorstraat 43 bus 43. - verweerder - Ter zitting vertegenwoordigd door zijn gevolmachtigde de heer A.J. , adviseur - gewestelijke

directeur bij een fiscaal bestuur, a.i. van het Controlecentrum Hasselt-Beringen.

**VOLGT HET VONNIS:**

Gelet op:

\- het verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14.02.2013;

\- de beschikking overeenkomstig art. 747, § 1 Ger.W. van 11.04.2013;

\- de eerste conclusie, tweede conclusie, syntheseconclusies en stukken van verweerder;

\- de eerste besluiten, synthesebesluiten en stukken van eiseres.

## I. FEITEN EN VOORGAANDEN:

Eiseres, de NV W., is sedert 01.07.1983 geïdentificeerd als BTW-belastingplichtige voor de activiteit van handel in vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en aanverwante producten. Volgens de administratie is de werkelijke activiteit van de belastingplichtige het beheer van een vennootschap.

Bij eiseres werd er op 26.09.2011 een controle op de toepassing van de BTW-wetgeving en deze inzake inkomstenbelastingen uitgeoefend door mevrouw Lieve Philips, inspecteur, en mevrouwH.B., fiscaal deskundige bij de Federale Overheidsdienst Financiën en in die hoedanigheid verbonden aan het Controlecentrum Hasselt-Beringen, FAC,Voorstraat. 43, bus 43, 3500 Hasselt. De controle inzake BTW werd aangevangen voor de periode van 01.01.2008 tot 31.12.2009 en later uitgebreid tot 31.08.2012.

Op 27.02.2008 verkreeg eiseres een stedenbouwkundige vergunning voor de verbouwing van een ééngezinswoning gelegen te A..

De BTW verschuldigd naar aanleiding van de uitgevoerde werken werd berekend aan het tarief van 6%.

Door de administratie werden bij verschillende instanies inlichtingen hierover ingewonnen:

\- op 07.11.2011 werd het bouwdossier ingekeken bij de dienst Ruimtelijke Ordening- Vergunningen;

\- op 08.11.2011 werden de aannemer van de bouwwerken, de heer Sauwens en de architect, de heer Guy Meyvaert gezien om toelichting te geven met betrekking tot de uitgevoerde bouwwerken;

\- op 10.11.2011 werd het dossier op het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening ingezien.

Op 03.12.2012 stelde mevr. L. Philips, inspecteur en mevr. H. B., fiscaal deskundige bij de FOD Financiën, Algemene Administratie van de fiscaliteit, verbonden aan het Controlecentrum Hasselt-Beringen een proces-verbaal van vaststellingen op waarin onder meer gesteld werd dat werd: *1/(... ) uit de voorgaande vaststellingen, de aangehechte foto's en het proces-verbaal van* 5 *mei 2008 van mevrouw Nicole Oyen blijkt dat de verrichte werkzaamheden in onroerende staat geen betrekking hebben op de verbouwing en/of renovatie van een woning, maar dat zij geleid hebben tot het oprichten van een nieuwe woning. Van de oorspronkelijke woning werden er geen wezenlijke elementen behouden waarop de verbouwingswerken konden steunen. De fundering werd volledig nieuw gelegd* (zie stuk l, bundel verweerder).

De administratie was van oordeel dat de uitgevoerde werkzaamheden niet voldeden aan het begrip omvormings- en verbouwingswerken waardoor 6 % BTW verschuldigd is, maar wel aan het begrip nieuwbouw waarvoor 21% BTW verschuldigd is.

In het proces-verbaal werd gesteld dat eiseres een inbreuk hadden begaan op het KB nr.20 van 20.07.1970 *tot* vaststelling van de tarieven van de BTW en *tot* indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. Voor de in het proces-verbaal vermelde handelingen (bouwwerken, dakwerken, afwerkingswerken,,,. ) werd het tarief van 6% toegepast, daar waar voor die handelingen op grond van [art. 37, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37) en art. l, eerste lid van het KB nr. 20 van 20.07.1970 de BTW moet geheven worden tegen het tarief van 21 %.

De volgende bedragen zijn derhalve verschuldigd door eiseres:

\- 283.824,72 euro BTW;

\- 56.760,00 euro geldboete in toepassing van [art. 70, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) verminderd en afgerond overeenkomstig art. 1 van KB nr. 41 van 31.01.1987 (tabel G, eerste afdeling, IV);

\- Intresten op grond van [art. 91 § 1 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) van 0,8% per maand vertraging te rekenen vanaf 21.09.2012 over het totaal bedrag van de verschuldigde belasting, afgerond op het lagere tiental, zijnde 283.820,00 euro (zie stuk l, bundel verweerder).

Op 10.12.2012 werd lastens eiseres een dwangbevel uitgevaardigd door de heer N. C., ontvanger van het BTW-ontvangkantoor Hasselt I te Hasselt, dat geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard op 11.12.2012 door E.J., de gewestelijke directeur van de administratie van de BTW, registratie en domeinen (zie stuk 2, bundel verweerder).

Bij aangetekende brief van 13.12.2012 werd het dwangbevel aan eiseres betekend (zie stuk 3, bundel verweerder). In dit dwangbevel werden de hoger vermelde bedragen gevorderd alsook de intresten op grond van [art. 91 § 4 BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91). Bij verzoekschrift op tegenspraak, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 14.02.2013, stelde eiseres een vordering in rechte in.

## II. BEOORDELING

### 1. Ontvankelijkheid:

Er worden door verweerder geen middelen van ontvankelijkheid opgeworpen en de rechtbank bemerkt geen ambtshalve op te werpen excepties met betrekking tot haar bevoegdheid en de ontvankelijkheid van de vordering.

De vordering is dan ook ontvankelijk.

### 2. Ten gronde:

2.1. BTW-tarief

1\. De betwisting tussen partijen betreft de vraag of al dan niet terecht het tarief van 6% werd toegepast.

Eiseres is van oordeel dat de administratie er ten onrechte vanuit gaat dat de werken in onroerende staat, uitgevoerd aan het pand gelegen Steenweg 194 te Alken, handelingen zijn die onderworpen zijn aan het tarief van 21%. Volgens eiseres handelt het hier om een renovatie/omvorming van een bestaande woning en is het tarief van 6% van toepassing.

Krachtens [art. 59, § 1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) rust de bewijslast van de feiten die de verschuldigdheid van de belasting aantonen op de administratie.

Overeenkomstig [art. 1 van het KB nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e#ar20-art1) van 20.07.1970 tot vaststelling van de tarieven van de BTW en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, zoals van toepassing op onderhavige betwisting, wordt de BTW geheven:

l° tegen het tarief van 6 % voor de goederen en diensten aangewezen in tabel A van de

bijlage bij dit besluit;

2° tegen het tarief van 12 % voor de goederen en diensten aangewezen in tabel B van de

bijlage bij dit besluit;

3° tegen het tarief van 21 % voor alle andere goederen en diensten bedoeld in dit wetboek.

Derhalve dient verweerder te bewijzen dat het toegepaste tarief van 6 % niet beantwoordt aan de toepassingsvoorwaarde van rubriek XXXI,§ l, 10 van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20.07.1970, zijnde:

> *"de handelingen moeten de omvorming, de renovatie, rehabilitatie, de verbetering, herstelling of onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben”*

In de [aanschrijving nr. 6 van 22.08.1986](https://juriel.be/fr/circulaires/6-1986-f342) wordt gesteld onder nummer 30:

> *"Onder omvorming wordt verstaan de verbouwing zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant van het gebouw of de vergroting door toevoeging van nieuwe vertrekken en de uitbreiding van de bestaande vertrekken.*
>
> *Evenzo wordt het bestaan van de verbouwing niet bekritiseerd wanneer de renovatiewerken op een relevante wijze steunen op de oude dragende muren (inzonderheid de buitenmuren) en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het* te *renoveren qebouw".*

Onder nr. 31, 1° van de aanschrijving wordt gesteld dat als bouwwerkzaamheid die bijdraagt tot de oprichting van een nieuw gebouw wordt aangemerkt: het herbouwen van een gebouw na afbraak zelfs in geval van behoud der fundering en kelders van het oude huis of van de bijkomende elementen van zijn structuur.

De vraag of het nu een nieuwbouw dan wel een renovatie betreft, is derhalve een feitenkwestie.

In casu werd vastgesteld dat:

\- de voorgevel werd op een achttal meter volledig afgebroken en vernieuwd; binnenmuren werden niet behouden;

\- de achtergevel volledig werd afgebroken en de nieuwe achtergevel niet op dezelfde plaats werd opgebouwd;

\- van de vroegere dakconstructie niets behouden bleef;

de bestaande verdiepingsplaten werden afgebroken en er werden er nieuwe aangebracht;

\- over het volledige grondoppervlakte van het gebouw werd er een nieuw betondek gegoten;

\- de overige constructies (elektriciteit, verwarming en sanitair) volledig nieuw werd gebouwd.

Uit de vaststellingen, alsook uit de overlegde foto's, blijkt dat de interne constructie vrijwel volledig werd verwijderd en dat de voor (op een achttal meter na)- en achtergevel alsook het dak volledig werden verwijderd.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de werken niet steunen op de wezenlijke elementen van de structuur van het gebouw; derhalve kan er niet gesproken worden over een verbouwing maar betreft het hier een nieuwbouw.

Het argument van eiseres dat de definitieve stedebouwkundige vergunning van 18.08.2010 bevestigd dat het om een verbouwing gaat, doet niet af aan het feit dat uit de concrete vaststellingen blijkt dat het niet om een renovatie gaat doch wel om een nieuwbouw.

2\. De rechtbank volgt het argument van eiseres niet dat zij bij de aanvang van de werken niet redelijkerwijze kon voorzien dat het renovatietarief niet van toepassing zou zijn.

De plannen werden vooraf opgesteld in opdracht van eiseres. De ambtenaar van het Agentschap Inspectie RWO heeft de werken laten stilleggen omdat de bouwvergunning niet gerespecteerd werd. Deze overtreding werd begaan met medeweten van eiseres. Uit haar verslag blijkt dat in de plannen van de aannemer geen rekening wordt gehouden met de te behouden gedeelten: o.a. komt de dikte van de muren niet overeen. De plannen werden vooraf opgesteld in opdracht van de eiseres.

Eveneens heeft de administratie nooit aan eiseres laten weten, noch gesuggereerd dat het verlaagde tarief van 6% van toepassing kon zijn. Integendeel vanaf het moment dat vastgesteld werd dat voor de aangetroffen facturen de verlegging van heffing tegen het tarief van 6 %werd toegepast heeft de administratie eiseres erop gewezen dat dit fout was.

Deze grief van eiseres is ongegrond.

3\. In ondergeschikte orde houdt eiseres voor dat er in casu minstens sprake is van een afbraak en wederopbouw waarbij er overeenkomstig art. 1quater KB/BTW nr. 20 het verlaagd tarief van 6%van toepassing was. Deze bepaling gold immers in de periode van 01.01.2009 t.e.m. 31.12.2010.

Terecht stelt de administratie dat eiseres de formele voorwaarden voor de toepassing van art. 1quater KB/BTW nr. 20 niet heeft nageleefd.

Zo dient de bouwheer vooraleer de belasting opeisbaar wordt overeenkomstig [artikel 22 BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) bij het controlekantoor van de BTW van het ambtsgebied waarin het gebouw gelegen is een verklaring in te dienen. Deze verklaring dient te vermelden dat het gebouw dat hij laat afbreken en heroprichten bedoeld is om hetzij uitsluitend, hetzij hoofdzakelijk, als privé-woning te worden gebruikt en dient vergezeld te zijn van een afschrift van de bouwvergunning en het aannemingscontract. Bovendien moet hij aan de dienstverrichter een afschrift van de verklaring overhandigen.

Gezien eiseres op haar standpunt bleef dat de uitgevoerde werken betrekking hadden op renovatie van een woning kon geen toepassing van [artikel 1quater van het KB nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) gemaakt worden omdat dit een volledige afbraak gevolgd door de heropbouw van een woning vereist.

De vordering van eisers is dan ook ongegrond.

2.2. Intresten:

Gelet op de ongegrondheid van de vordering van eiseres, is de vordering tot teruggave van de intresten zonder voorwerp.

2.3. Fiscale geldboete:

1.In tegenstelling tot wat eiseres voorhoudt, is er geen sprake van een principiële betwisting, die aanleiding zou kunnen geven tot een vermindering of kwijtschelding van de opgelegde boete.

1.In de correctieopgave die aan eiseres werd toegezonden werd een fiscale geldboete van 10% opgelegd, terwijl in het proces-verbaal van 03.12.2012 en in het dwangbevel van 10.12.2012 de fiscale geldboete bepaald werd op 20%

Eiseres is verder van oordeel dat deze verhoging van de geldboete met 10% onevenredig is.

Eenieder heeft het recht een betwisting, zoals bepaald bij art. 6 E.V.R.M., te laten beoordelen door een rechtbank, zodat eender welke wederrechtelijke aantasting van dat recht strijdig is met deze verdragsbepaling.

De rechtbank aanvaardt derhalve niet dat de boete met 10% wordt verhoogd omwille van het uitvaardigen van een dwangbevel. Het is immers duidelijk dat de voorliggende vordering, een vordering als bedoeld bij art. 6 E.V.R.M. is, terwijl een verhoging van 10% de belastingplichtige beoogt te doen afzien van een procedure voor de rechtbank. Een belastingplichtige kan niet worden gesanctioneerd omdat hij niet instemt met het standpunt van de fiscus. Eenieder heeft immers het recht om zich tot een rechtbank te wenden zonder enige dwang of dreiging met een sanctie.

Een verhoging met 10% van de boete, bij het uitvaardigen van een dwangbevel, is dan ook strijdig met art. 6 E.V.R.M. De boete dient dan ook te worden herleid tot 10%, sanctie dewelke evenredig is met de begane inbreuken.

---

Wat betreft de kosten van de procedure dient er rekening gehouden te worden met de inwerkingtreding van de wet van 21.04.2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten van een advocaat (B.S., 31.05.2007) en de onmiddellijke toepassing van deze wet op alle hangende gedingen vanaf 01.01.2008 (zie art. 13 en 14).

Op 21.05.2015 is een arrest van het Grondwettelijk Hof tussengekomen waarbij geoordeeld werd dat het niet strijdig is met het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel dat de Belgische Staat, de FOD Financiën, in fiscale zaken kan veroordeeld worden tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding wanneer zij in rechte in het ongelijk wordt gesteld.

Partijen ter zake standpunt ingenomen.

Deze vordering is in geld waardeerbaar en de rechtbank bemerkt geen enkele reden om af te wijken van het basisbedrag.

---

De voorschriften van de artikelen 2-30 tot 37 van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken werden nageleefd.

### Dispositif

## OM DEZE REDENEN:

De rechtbank, rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk en in de volgende mate gegrond.

Stelt dat de geldboete opgelegd in het dwangbevel met nr. 412/1203/58991 van 10.12.2012 dient herleid te worden tot 10%.

Beveelt de teruggave van de bedragen die door eiseres gebeurlijk boven de 10% geldboete reeds zouden zijn betaald en/of ingehouden, bedragen die moeten worden vermeerderd met de wettelijke en de gerechtelijke interesten vanaf de datum van betaling of inhouding;

Veroordeelt verweerder tot 1/6 van de kosten van het geding en begroot deze in hoofde van eiseres op 7.700,00 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de 11A kamer, op het gerechtshof te Hasselt op **18.02.2016,** alwaar zetelden:

Mevrouw M.C., enige rechter, en

De heer L. P.,griffier.

## Textes cités

7

[CTVA art. 37](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-37) 2 occurrences

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 2 occurrences

[CTVA art. 91](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-91) 2 occurrences

[AR no 20 art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-juillet-fixant-taux-taxe-valeur-b38e) 1 occurrence

[AR no 20 art. 1quater](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) 1 occurrence

[CTVA art. 22](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-22) 1 occurrence

[CTVA art. 59](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-59) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 4 dispositions communes

[Dette de TVA, Bâtiment, Terrain, immeuble bâti](https://juriel.be/fr/jurisprudence/dette-tva-batiment-terrain-immeuble-tribunal-2025-12-15-9aee) 4 dispositions communes

[Taux de TVA, Taux réduit de 12 %](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-tva-reduit-mesure-temporaire-cour-appel-liege-2017-09-26-20f8) 4 dispositions communes

[Contrainte, Délégation du visa et de l'exécutoire, Délégation verbale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/contrainte-delegation-visa-executoire-verbale-cour-appel-bruxelles-2016-03-8976) 4 dispositions communes

[Travaux immobiliers, Transformation d’une habitation, Immeuble neuf, Taux réduit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-transformation-habitation-immeuble-tribunal-hasselt-2017-05-18-f009) 4 dispositions communes

[Taux réduit, Immeubles neufs, Travaux immobiliers, Travaux de construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-reduit-immeubles-neufs-travaux-tribunal-bruxelles-2023-05-31-0d52) 3 dispositions communes

[Reconstitution du chiffres d’affaires, Preuve par présomptions](https://juriel.be/fr/jurisprudence/reconstitution-chiffres-affaires-preuve-presomptions-cour-appel-bruxelles-2023-02-0e22) 3 dispositions communes

[Registre de perception et recouvrement, Titre exécutoire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/registre-perception-recouvrement-titre-executoire-cour-appel-gand-2024-03-12-1183) 3 dispositions communes
