---
title: "Base d&#x27;imposition · Tribunal de première instance, 13 mars 2003"
description: "Base d'imposition. Tribunal de première instance (Belgique), 13 mars 2003."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/base-imposition-tribunal-dendermonde-2003-03-13-faf1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Base d'imposition · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Date**

13 mars 2003

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

44 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Termonde du 13.03.2003

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Zitting van : 13 maart 2003 – 9e Kamer – B. Z.**

## A.R. 96/194/A - in de zaak van :

…, zonder beroep, voorheen wonende te …, …, en thans te …, …,

**eiser**, niet verschijnende noch iemand in zijn naam;

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, Ministerie van Financiën, Administratie van de BTW Registratie en Domeinen, vertegenwoordigd door de e.a. Inspecteur van het BTW hoofdkantoor van Wetteren, met burelen gevestigd te 9230 Wetteren, BTW-Ontvangkantoor 9230 Wetteren, Gentsesteenweg 93;

**Verweerster**, verschijnende door Mr. **A. L.** loco Mr. **J.-P. W.**, advocaat te …, …;

werd op de openbare terechtzitting van 17 oktober 2002, verwerende partij gehoord in haar middelen en besluiten, de debatten gesloten en werd de zaak in beraad genomen.

De Rechtbank verleent het volgend vonnis :

Gezien de stukken, waaronder het verzet van 16 januari 1996 welke ertoe strekt te horen zeggen voor recht dat het dwangbevel R.C.I.V. nr. … van de ontvanger van het BTW-kantoor van Wetteren, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de hoofdcontroleur ter Merelbeke op 23 november 1995 wordt vernietigd en/of gestuit, en verweerster te veroordelen tot de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding voorzien bij art. 1022 Ger. Wet. en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te boren verklaren, niettegenstaande alle verhaal en zonder borgstelling of kantonnement.

Overwegende dat de eisende partij, noch zich door iemand laat vertegenwoordigen, alhoewel hij regelmatig gedagvaard werd en tegen hem verstek werd verleend.

Ontving op 22 november 1995 een dwangbevel tot voldoening van … BEF (… euro) BTW en … BEF (… euro), geldboete ingevolge art 70, § 1 W.BTW.

Hij argumenteert dat de vordering verjaard is. De vordering tot voldoening van de BTW, van de intresten en van de administratieve geldboeten verjaart door verloop van 5 jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.

De eerste akte van vervolging met het oog op voldoening van de BTW, de intresten, de administratieve geldboeten en het toebehoren, is een dwangbevel. Het wordt uitgevaardigd door de met de invordering belaste ambtenaar; het wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de BTW-administratie.

Verweerster argumenteert dat de oudste overtreding werd vermeld in het P.V. van 19 september 1990 en betrekking had op de niet storting aan de Belgische Staat van de verschuldigde BTW en speciale taks op luxeproducten inzake de verkoop van de personenwagen Ford Sierra Cosworh op 30 juni 1988.

Derhalve zou volgens verweerster de verjaring normaliter ten vroegste zijn ingetreden op 21 juli 1993.

Evenwel stelt verweerster dat de verjaring werd gestuit op 4 december 1990 krachtens art. 83 W.BTW., ingevolge de indiening door de bevoegde BTW-ontvanger van een verklaring van schuldvordering, waarin de betreffende vordering werd opgenomen, bij de griffie van de rechtbank van Koophandel te Gent ingevolge het vonnis van faillietverklaring van 16 november 1990, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 november 1990.

Evenwel wordt de verjaring geschorst door een rechtsgeding met betrekking tot de toepassing of invordering van de belasting, ingesteld door de Belgische Staat, door de schuldenaar van deze belasting of door ieder ander persoon die gehouden is tot betaling van de schuld op grond van dit Wetboek, van de besluiten genomen ter uitvoering ervan of van het gemeen recht.

De schorsing vangt aan met de akte van rechtsingang en eindigt wanneer de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is ingegaan.

Een aangifte van schuldvordering in het faillissement strekt ertoe van de rechter de erkenning van een recht te vorderen, zodat vanaf datum afsluiting faillissement (17 december 1990) de verjaringstermijn van 5 jaar begint te lopen.

Bijgevolg werd de verjaring gestuit op 29 november 1995 ingevolge de betekening van een dwangbevel bij deurwaardersexploot.

Derhalve is er geen sprake van verjaring.

Ingevolge nazicht van de boekhouding van een aantal BTW-belastingplichtigen, handelaars in voertuigen, werden facturen aangetroffen uitgeschreven door "auto’s **M.**" voor verkoop van personenauto's met vermelding van de verschuldigde BTW en luxetaks.

In het proces-verbaal van vaststelling van 19 september 1990 werden de vaststellingen geacteerd en eiseres brengt de facturen voor als stukken 8 tot 16.

In het proces-verbaal werd vastgesteld dat eiser nooit een BTW aangifte heeft ingediend, noch de verschuldigde BTW en speciale taks, op luxeproducten afdroeg aan de Staat.

Eiser beweert nooit de BTW ontvangen te hebben, doch ondertekende wel de facturen voor "voldaan", zodat eiser gehouden is tot betaling van de aan de Staat verschuldigde sommen.

Eiser argumenteert verder niet gehouden te zijn tot betaling van boetes en intresten, vermits de hele zaak buiten zijn weten om zou zijn gebeurd.

Uit stuk 33 blijkt dat eiser werd veroordeeld bij vonnis van de correctionele rechtbank te Gent d.d. 8 februari 1991 en dit vonnis in kracht van gewijsde ging.

Er zijn dus geen redenen om onderhavige procedure te schorsen, noch om de geldboeten te verminderen of kwijt te schelden.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Rechtdoende bij verstek t.a.v. eiser;

Met inachtneming van de beschikkingen van de wet van 15 juni 1935 en de aanvullende wetten op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart de vordering ontvankelijk, doch wijst ze af als ongegrond;

Veroordeelt eiser als "in het ongelijk gestelde partij" in de zin van art. 1017 Ger. W. tot de kosten van het geding;

Begroot de kosten aan de zijde van verweerster tot heden op de som van € … euro ongerekend de rechten van registratie op minuut, de kosten van uitgifte van onderhavig vonnis en van verdere uitvoering;

Aldus gewezen en uitgesproken ter buitengewone openbare terechtzitting van **DERTIEN MAART TWEEDUIZEND EN DRIE**, van de **negende kamer** zitting houdende in burgerlijke zaken, der rechtbank van eerste aanleg, zetelend te Dendermonde.

Aanwezig : **M. D. P.**, rechter, voorzitter van de negende kamer;

**K W.**, e.a. adj.-griffier.

**K. W.** **M. D. P.**
