---
title: "Base d&#x27;imposition, disposition pénale · Cour d&#x27;appel de Gand, 9 juin 2009"
description: "Base d'imposition, disposition pénale, amende administrative. Cour d'appel de Gand (Belgique), 9 juin 2009."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/base-imposition-disposition-penale-amende-cour-appel-gand-2009-06-09-ab98"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Base d'imposition, disposition pénale, amende administrative · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Gand

**Date**

9 juin 2009

## Parcours procédural

2 étapes · 1 an 1 mois

1. [Décision attaquée Tribunal de première instance de Gand 17.04.2008](https://juriel.be/fr/jurisprudence/base-imposition-tribunal-gand-2008-04-17-7a5a)
2. Décision affichée Cour d'appel de Gand 09.06.2009

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

89 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Gand du 09.06.2009

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**Hof van beroep te Gent – 5****e** **Kamer**

Nr. **2008/AR/1343**

in de zaak van :

**DE BELGISCHE STAAT**, Federale Overheidsdienst Financiën,

\- Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit, sector BTW, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL,

\- Administratie van de Invorderingen, vertegenwoordigd door de rekenplichtige van het BTW-Ontvangkantoor Sint-Niklaas, wiens kantoren gevestigd zijn te 9100 SINT-NIKLAAS, Driekoningenstraat 4 bus 2,

**appellant,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **L. G.** loco mr. **V. A. E.**, advocaat te …, ….

**tegen :**

**N. I. B. & S. NV**, met maatschappelijke zetel te …, …; ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer …,

**geïntimeerde,**

ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. **M. C.**, advocaat te …, …

spreekt het Hof het volgend arrest uit :

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 22 mei 2008 werd door de appellant tijdig en regelmatig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis uitgesproken op 17 april 2008 door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, zesde kamer, waarbij na samenvoeging van de zaken onder rolnummers A.R. nr. 05/107/A en A. R. nr. 05/1559//A, de vordering van de geïntimeerde ontvankelijk en gegrond werd verklaard, de dwangbevelen uitgevaardigd op 23 juli 2001 en 6 december 2004 werden vernietigd en de appellant werd veroordeeld tot terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde, meer de moratoriumintresten.

Het hoger beroep strekt er toe het ingestelde hoger beroep toelaatbaar, ontvankelijk en gegrond te verklaren en het bestreden vonnis te doen vernietigen en opnieuw wijzende de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde ontvankelijk doch ongegrond te verklaren.

De vorderingen geformuleerd door de geïntimeerde strekten er toe:

## In hoofdorde

Het vonnis van de Rechtbank van Eerste aanleg te Gent van 17 april 2008 gekend onder rolnummers 05/107/A (periode 1995-1999) en 05/1559/A (periode 2001-2003) betreffende het hoofdberoep te willen bevestigen en derhalve

wat de eerste periode betreft (1995-1999)

Het dwangbevel uitvoerbaar verklaard op 24 juli 2001 en aan geïntimeerde ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven van 26 juli 2001 tot betaling van een bedrag aan BTW van … EUR (… BEF), vermeerderd met boeten ad … EUR (… BEF) en met intresten berekend tot 20 juni. 2001 ad … EUR (… BEF), te vernietigen ten belope van … EUR (… BEF = … BEF BTW (meer bepaald … BEF minus … BEF) + … BEF boetes + … BEF interesten).

De beslissing omtrent dezelfde betwisting, meegedeeld aan geïntimeerde bij aangetekend schrijven van 5 mei 2003 door e.a. Inspecteur **V.** van het AOIF-Controlecentrum Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 5, 9100 Sint-Niklaas, die de vordering van geïntimeerde tot teruggaaf (met hetzelfde RCIV-nummer …) van de door geïntimeerde betaalde doch niet verschuldigde BTW ten belope van … BEF, zijnde thans … EUR, vermeerderd met de erop betrekking hebbende boeten en intresten, afwees, te vernietigen.

Dientengevolge, appellant te horen veroordelen tot teruggaaf van de betaalde doch niet-verschuldigde BTW, boeten en interesten ten belope van een bedrag van … EUR (… BEF = … BEF BTW + … BEF boetes + … BEF interesten) verhoogd met moratoriuminteresten te rekenen vanaf 20 juni 2001;

wat de tweede periode betreft (2001-2003)

Het dwangbevel uitvoerbaar verklaard op 7 december 2004 en aan geïntimeerde ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven van 10 december 2004 tot betaling van een bedrag aan BTW van … EUR, vermeerderd met boetes ad … EUR en intresten berekend tot 20 december 2004 ad … EUR, te vernietigen.

De beslissing omtrent dezelfde betwisting, meegedeeld aan geïntimeerde bij aangetekend schrijven van 30 november 2004 door e.a. **U.**, Ea. Inspecteur van het AOIF-Controlecentrum Sint-Niklaas, te 9100 SINT-NIKLAAS, Driekoningenstraat 4, bus 6, die beslist tot het overgaan tot invordering van bovenvermelde sommen, te vernietigen.

Dientengevolge, appellant te horen veroordelen tot teruggaaf van de betaalde doch niet-verschuldigde BTW, boeten en interesten ten belope van een bedrag van … EUR, verhoogd met moratoriuminteresten te rekenen vanaf 20 december 2004 (datum van betaling);

In subsidiaire orde :

Volgende prejudiciële vragen te stellen aan het Europees Hof van Justitie luidende als volgt :

> *"(a) kwalificeren verzendingskosten die in naam en voor rekening van de uiteindelijke klant door een postorderbedrijf worden betaald aan de transporteur als 'door een belastingplichtige van de koper of ontvanger als terugbetaling van in naam en voor rekening van laatstgenoemden gemaakte kosten ontvangen bedragen die in de boekhouding van de belastingplichtige als doorlopende posten voorkomen' in de zin van artikel 11 A (3) (c) van de Zesde Richtlijn (zie artikel 79, eerste lid, c van de Richtlijn 2006/112/EG) ?*
>
> *(b) Is de kwalificatie als 'door een belastingplichtige van de koper of ontvanger als terugbetaling van in naam en voor rekening van laatstgenoemden gemaakte kosten ontvangen bedragen die in de boekhouding van de belastingplichtige als doorlopende posten voorkomen' afhankelijk van het feit dat de bedragen voor exact hetzelfde bedrag worden voorgeschoten ?*
>
> *(c) Moeten in de maatstaf van heffing van een levering van een postorderbedrijf, waarbij contractueel wordt afgesproken dat de goederen door het postorderbedrijf worden afgegeven aan de transporteur om deze in naam en voor rekening van de klant te verzenden indien de klant hiervoor opteert en het postorderbedrijf deze kosten betaalt in naam en voor rekening van haar klant, de voorgeschoten verzendingskosten worden opgenomen in de zin van artikel 11A (2) (b) van de Zesde Richtlijn nr. 77/388/EEG van 17 mei 1977 van de Raad betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag (zie ook artikel 78, eerste lid, b Richtlijn 2006/112/EG), m.a.w. wordt de levering door een postorderbedrijf geacht steeds met vervoer te zijn ?"*

In uiterst subsidiaire orde :

De administratieve boeten kwijt te schelden, dan wel substantieel te verminderen gelet op het strafrechtelijk karakter ervan en gezien verzoekster haar intenties op voorhand heeft meegedeeld aan de bevoegde BTW-administratie (stuk 21) en derhalve te goeder trouw heeft gehandeld. Appellant te horen veroordelen tot de kosten van het hoger beroep conform artikel 1017, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, inclusief de wettelijke rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig art. 1022 Ger. W. (art. 1018, 6° Ger.W.), begroot op … EUR, gelet op de complexiteit van de zaak.

Tenslotte vorderde de geïntimeerde bij incidenteel beroep het vonnis van de eerste rechter voor wat betreft de rechtsplegingsvergoeding te vernietigen en opnieuw wijzende te stellen voor recht dat de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg moet worden begroot op … EUR, gelet op de complexiteit van de zaak.

## Feitelijke gegevens

De geïntimeerde is een postorderbedrijf dat in België goederen levert aan voornamelijk particuliere klanten. Deze goederen werden ter beschikking gesteld van de klanten op de hoofdzetel van de geïntimeerde te …. Voor het transport of de verzending van die goederen kan de klant kiezen tussen een transportfirma of gebruik maken van een andere mogelijkheid d.i. de goederen aan te bieden aan de Post in naam en voor rekening van de klant. Volgens de geïntimeerde treedt zij op als lasthebber van haar klanten in diens naam en voor diens rekening.

Volgens de appellant zijn de verzendingskosten geen voorschotten zoals bedoeld in artikel 28, 5° BTW-Wet, doch maken zij deel uit van de maatstaf van heffing zoals bedoeld in artikel 26 W.BTW. Ter gelegenheid van een controle gaf dit over de jaren 1995 tot en met 1999 aanleiding tot een BTW-herziening. De geïntimeerde beschouwde de door de Post aangerekende verzendingskosten, die zij op haar beurt doorrekent aan de klanten, als "voorschotten" zoals bedoeld in [artikel 28, 5° BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-28). Volgens de geïntimeerde worden deze verzendingskosten niet opgenomen in de maatstaf van heffing voor de BTW.

De appellant daarentegen kwalificeert deze verzendkosten niet als voorschotten zodat deze wel degelijk moeten worden opgenomen onder de maatstaf van heffing zoals bepaald in [artikel 26, tweede al. BTW-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26). Ingevolge de uitvoering van twee controles werd telkens een proces-verbaal opgesteld.

De nagevorderde BTW wegens de ten onrechte toepassing van het artikel 77, § 1, 1° BTW-Wet bedraagt in de periode 1995-1999 … BEF, een verminderde boete van … BEF, meer de intresten vanaf 21 januari 2000 aan 0,8 %. Daarvan werd proces-verbaal gemaakt op 16 juli 2001, waarna een dwangbevel werd uitgevaardigd op 23 juli 2001, dat geviseerd en uitvoerbaar werd verklaard op 24 juli 2001 en ter kennis gebracht op 26 juli 2001.

Een tweede controle betrof de periode 01.01.2001 tot 31.12.2003. Voor deze periode werden de doorgerekende verzendkosten buiten de maatstaf van heffing gehouden omdat op grond van artikel 28, 5° BTW-Wet de geïntimeerde meende correct te handelen. Volgens de appellant konden deze verzendkosten niet als voorschotten worden beschouwd. Het gaat over … EUR BTW, een verminderde boete van … EUR en de intresten. Proces-verbaal werd opgemaakt op 30 november 2004, gevolgd door een dwangbevel van 6 december 2004, geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 7 december 2004 en ter kennis gebracht op 10 december 2004.

Nadat tegen voornoemde dwangbevelen verzet werd aangetekend werden deze beide zaken gevoegd en werden uiteindelijk de dwangbevelen vernietigd. De eerste rechter kwam tot deze beslissing op grond van de inhoud van de verschillende contracten :

> *“(…) het door de Post verrichte vervoer van de bij de geïntimeerde bestelde goederen geschiedt in naam en voor rekening van de klant. De portokosten behoren niet tot de maatstaf van heffing aangezien de verzending van de goederen geen inherent onderdeel vormt van de levering van de geïntimeerde die de portokosten enkel voorschiet in naam en voor rekening van de klant”.*

Het is tegen dit vonnis dat door de Belgische Staat hoger beroep werd aangetekend. De appellant formuleerde drie grieven :

\- de geïntimeerde kan ten aanzien van de Post niet zijn opgetreden als lasthebber van haar vele klanten;

\- de kosten van verzending werden niet voor het juiste bedrag doorgerekend, alhoewel dit een wettelijke voorwaarde is om van een voorschot te spreken;

\- er is geen sprake van lastgeving omdat niet de klant, maar het postorderbedrijf bepaalt wie de verzending van de goederen doet. Bovendien neemt het postorderbedrijf de kosten van het vervoer dat niet door de Post wordt gedaan wel op in de maatstaf van heffing.

## Beoordeling

1\. Art. 26, lid 2 W.BTW bepaalt :

> *"Tot de maatstaf van heffing behoren onder meer de sommen die de leverancier van het goed of de dienstverrichter aan degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt in rekening brengt als kosten van commissie, verzekering en vervoer, ongeacht of zulks al dan niet bij een afzonderlijk debetdocument wordt gedaan of ingevolge een afzonderlijke overeenkomst"*

Artikel 11 A (2) (b)· Zesde Richtlijn verwijst evenzeer naar de maatstaf van heffing.

*"In de maatstaf van heffing worden opgenomen :*

*a)* *de bijkomende kosten, zoals kosten van commissie, verpakking, vervoer en verzekering, die de leverancier in rekening brengt aan de koper of de ontvanger;*

*b)* *uitgaven die bij afzonderlijke overeenkomst zijn geregeld mogen door de Lid-Staten als bijkomende kosten worden beschouwd.*

2\. Artikel 28, 5° W.BTW bepaalt :

> *"Tot de maatstaf van heffing behoren niet : de sommen voorgeschoten door de leverancier of de dienstverrichter voor uitgaven die hij ten name en voor rekening van zijn medecontractant heeft gedaan."*

Het bestreden vonnis aanvaardt dat het vervoer in naam en voor rekening van de klant gebeurde zodat de kosten van vervoer niet tot de maatstaf van heffing behoren. De geïntimeerde verwijst daartoe naar haar verkoopsvoorwaarden, naar de overeenkomst tussen de klant en de overeenkomst tussen de geïntimeerde en de Post.

De betwisting betreft dus enkel het antwoord op de vraag of de verzendkosten al dan niet behoren tot de maatstaf van heffing. Alles wat de leverancier of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt behoort tot de maatstaf van heffing. (Zie artikel 26, § 1 BTW-Wet). Volgens de appellant zijn de verzendkosten in de maatstaf van heffing begrepen, voor zover dit bedrag door de leverancier boven de verkoopprijs wordt aangerekend. De geïntimeerde daarentegen beroept zich op artikel 28, 5° W.BTW waarbij voorschotten uit de maatstaf van heffing worden gesloten. Dit zou het geval zijn voor de verzendkosten die de geïntimeerde heeft gedaan ten name en voor rekening van de medecontractant.

Daar de geïntimeerde een postorderbedrijf is, moeten de door de klanten aangekochte goederen geleverd worden. Het verzenden van deze roerende goederen langs de Post is één van de mogelijkheden van levering. De verzending is een activiteit die inherent is aan de werking van het postorderbedrijf. De verzending per post behoort tot de levering waarvoor de geïntimeerde van haar klant als tegenprestatie betaling verkrijgt. Tot de maatstaf van heffing behoren niet de voorschotten die door de leverancier ten name en voor rekening van de medecontractant werden gedaan.

De geïntimeerde verwijst daartoe onder meer naar haar cataloog waarin gezegd wordt dat er een bijdrage is in de verzendkosten afhankelijk van het aantal artikelen. Tevens wordt daarin vermeld dat de klant de geïntimeerde machtigt als tussenpersoon op te treden tussen hemzelf en de Post voor de betaling van de verzendkosten van de pakjes.

Artikel 11, A, 3, c van de Zesde Richtlijn bepaalt dat in de maatstaf van heffing niet worden opgenomen :

> *"c) door een belastingplichtige van de koper of de ontvanger als terugbetaling van in naam en voor rekening van laatstgenoemden gemaakte kosten ontvangen bedragen die in de boekhouding van de belastingplichtige als doorlopende posten voorkomen. De betreffende belastingplichtige moet het werkelijke bedrag van deze uitgaven verantwoorden en mag de eventueel daarop drukkende belasting niet in aftrek brengen".*

Teneinde na te gaan of er te dezen wel sprake is van voorschotten moeten de contractuele verhoudingen opnieuw worden onderzocht. Uit de verkoopsvoorwaarden blijkt dat het vervoer bij een bestelling ten laste is van de klant. Deze laatste is juridisch schuldenaar ten opzichte van de Post. Het is de geïntimeerde die de portokosten voorschiet aan de Post en voor rekening van de klant. Op haar beurt vordert de geïntimeerde deze kosten terug van de klant.

Op grond van hun contract kunnen de klanten geen vervoer eisen. Daartoe hebben zij een keuze in die zin dat zij zelf de goederen gaan halen in … ofwel aan een derde partij vragen om in hun naam en voor hun rekening de goederen op te halen in …. De klant kan ook aan Neckermann Postorders opdracht geven om het pakket in zijn of haar naam en voor zijn of haar rekening af te geven bij de Post voor verzending. De geïntimeerde treedt enkel op als schakel van de vervoerdienst door de Post. Uit voormelde gegevens is de levering van een "postorderbedrijf" "af kantoor" waarbij de verkochte goederen in naam en voor rekening worden aangeboden bij de Post, geen levering met vervoer in de zin van artikel 26, lid 2 W.BTW.

De sommen die het postorderbedrijf voorschiet in naam en voor rekening van de klant voor het vervoer door de Post maken dan ook geen deel uit van de maatstaf van heffing voor de BTW. Het zijn voorschotten zoals bedoeld in artikel 28, 5° BTW-Wet.

Ook de in de beroepsakte geformuleerde grieven doen aan de hiervoor ontwikkelde zienswijze geen afbreuk.

Zo stelt de appellant dat de geïntimeerde t.a.v. de Post niet kan opgetreden zijn als lasthebber van haar vele klanten. Zoals hiervoor uiteengezet maken de transportkosten geen deel uit van de maatstaf van heffing. In dit verband voert de appellant nog aan dat wanneer er sprake is van lastgeving vanwege de klant zulks dient te worden geïnterpreteerd in de zin van artikel 1984 B.W. Lastgeving is een overeenkomst waarbij de lastgever de lasthebber belast met het verrichten van een rechtshandeling in zijn naam en voor zijn rekening. Het volstaat te verwijzen naar de verkoopsvoorwaarden waarbij de klant Neckermann Postorders machtigt als tussenpersoon op te treden tussen hemzelf en de Post voor de betaling van de verzendkosten .

De appellant meent tevens dat de kosten van verzending niet voor het juiste bedrag werden doorgerekend alhoewel de belastingplichtige het werkelijk bedrag van deze uitgaven moet verantwoorden. Het is niet betwist dat de belastingplichtige het werkelijk bedrag van deze verzendkosten kon verantwoorden gezien een controle van de boekhouding volstaat. Bovendien zouden de kosten van vervoer door een ander bedrijf dan de Post opgenomen zijn in de maatstaf van heffing. Deze omstandigheid tast het bestaan van de lastgeving niet aan. Er ligt evenmin een bewijs voor dat op de verzendkosten van andere transporteurs dan de Post BTW werd betaald.

Door de geïntimeerde werd nog incidenteel hoger beroep ingesteld voor wat de door de eerste rechter toegekende rechtsplegingsvergoeding aangaat. De eerste rechter kende·het basisbedrag van … EUR toe en de geïntimeerde vorderde het maximum gelet op de complexiteit van de zaak.

Deze zaak is niet complexer dan een soortgelijke zaak over de BTW. Het gaat over één punt van betwisting. De beoordeling van het feitenmateriaal is essentieel teneinde na te gaan of het voorschotten betreft dan wel kosten eigen aan de verkoper die wel tot de maatstaf van heffing zullen behoren.

### Dispositif

**OP DEZE GRONDEN,**

**HET HOF,** recht doende op **tegenspraak**,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Ontvangt het hoger en incidenteel beroep doch wijst beide af als ongegrond.

Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen.

Veroordeelt ieder van de partijen in de helft van de kosten van het hoger beroep en begroot deze kosten als volgt :

\- aan de zijde van de appellant :

• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep … EUR

\- aan de zijde van de geïntimeerde :

• rechtsplegingsvergoeding hoger beroep … EUR

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, **vijfde kamer**, rechtdoende in fiscale zaken, op **NEGEN JUNI TWEEDUIZENEDN NEGEN**.

Aanwezig de Heren :

**A. D. M.**, Kamervoorzitter, Voorzitter,

**G. T.** en **D. V.**, Raadsheren,

**M. V.**, griffier.

**M. V.** **D. V.** **G. T.** **A. D. M.**

## Textes cités

2

[CTVA art. 26](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26) 1 occurrence

[CTVA art. 28](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-28) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Livraison de biens, Base imposable, Contrepartie](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraison-biens-base-imposable-contrepartie-cour-appel-liege-2025-02-19-23ce) 2 dispositions communes

[Travaux immobiliers, Notion de bâtiment neuf](https://juriel.be/fr/jurisprudence/travaux-immobiliers-notion-batiment-neuf-cassation-bruxelles-2023-11-13-a5d4) 2 dispositions communes

[Exemption ; Jeux de hasard ou d’argent ; Loterie](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exemption-jeux-hasard-argent-loterie-cour-constitutionnelle-all-constit-2018-03-22-2b98) 2 dispositions communes

[Redevance de droits d’auteur, Base d’imposition, Droit de suite](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevance-droits-auteur-base-imposition-cour-appel-anvers-2026-05-f0b5) 2 dispositions communes

[Taux de l'imposition](https://juriel.be/fr/jurisprudence/taux-imposition-livraison-biens-prestations-cassation-bruxelles-2012-01-19-1a1a) 2 dispositions communes

[Société coopérative, Ristournes, Rabais de prix](https://juriel.be/fr/jurisprudence/societe-cooperative-ristournes-rabais-prix-cassation-bruxelles-2004-06-11-37cf) 2 dispositions communes

[Droit de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-mise-disposition-garages-tribunal-bruxelles-2025-03-17-9c4f) 2 dispositions communes

[Location, Location d’un moyen de transport](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-moyen-transport-localisation-prestation-cour-appel-bruxelles-2021-05-19-0215) 1 dispositions communes
