---
title: "Assujettissement · Tribunal de première instance de Gand, 3 décembre 2012"
description: "Assujettissement. Tribunal de première instance de Gand (Belgique), 3 décembre 2012."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-tribunal-gand-2012-12-03-298b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Assujettissement · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Gand

**Date**

3 décembre 2012

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

100 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de Première instance de Gand du 03.12.2012

Résumé non fourni

**Texte du jugement**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

## RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT, ZESDE FISCALE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 03 DECEMBER 2012

**Rolnummer 11/2528/A**

In de zaak van :

**NV F. I. SA**, vennootschap naar Luxemburgs recht, met zetel te …, …, ingeschreven in het handelsregister van het arrondissement Luxemburg onder sectie B nummer …, opgericht op 5 augustus 1992 en met uitbatingszetel te …, …,

**eiseres,**

niet verschenen, noch vertegenwoordigd,

**tegen :**

**De BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de Fiscaliteit, Sector BTW, vertegenwoordigd door de heer Minister van Financiën, Wetstraat 12 te 1000 Brussel, op vervolging en benaarstiging van de heer gewestelijk directeur van de Administratie van de Fiscaliteit, sector BTW, in de persoon van de eerstaanwezend inspecteur van het BTW-Ontvangkantoor te Sint­Niklaas, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4 bus 2,

**verweerder,**

voor wie optreedt de heer en mevrouw **K. V. D.** en **M. V.**, beiden e.a. inspecteur-verificateur,

**Vonnist de rechtbank als volgt :**

## 1. DE RECHTSPLEGING

Verweerder werd gehoord in zijn middelen op de openbare terechtzitting van 5 november 2012, waarna de debatten werden gesloten werd en de zaak in beraad werd genomen.

Eiseres is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen ter zitting, noch iemand voor haar. Ten aanzien van eiseres werd de toepassing van artikel 747, § 2 Ger. Wb. gevorderd, zodat huidig vonnis lastens haar op tegenspraak wordt gewezen.

Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift op tegenspraak van 8 juli 2011, de conclusies van partijen en hun stukkenbundels.

## 2. DE VORDERING

De vordering van eiseres strekt er achtereenvolgens toe :

\- te zeggen voor recht dat het dwangbevel nietig moet worden verklaard bij gebrek aan motivering en te zeggen voor recht dat de er in opgenomen sommen niet verschuldigd zijn;

\- minstens te zeggen voor recht dat de BTW van de litigieuze factuur door eiseres mocht worden afgetrokken, dan wel niet verschuldigd is, dat het dwangbevel nietig zou worden verklaard en zou worden gezegd dat de er in opgenomen sommen niet verschuldigd zijn;

\- de kosten ten laste te leggen van verweerder, daarin begrepen de rechtsplegingsvergoeding, begroot op 1.320,00 EUR.

## 3. DE RELEVANTE FEITEN EN HET GESCHIL

Eiseres ging op 31 december 2008 over tot de aankoop van een perceel grond met kantoorgebouwen te …, …, voor een totale prijs van 300.000,00 EUR, excl. BTW.

De verkoper, de NV **E.** & PARTNERS reikte voor dit bedrag de factuur nr. 036 uit op 31 december 2008.

In de akte van verkoop zouden de partijen zijn overeengekomen dat, nu de koper geregistreerd was als BTW-plichtige, hij geen BTW verschuldigd was aan de verkoper, maar deze zou voldoen in zijn BTW-aangifte.

De conform artikel 8, § 1 W.BTW vereiste verklaring zou door de verkoper, in het kader van een regularisatie, zijn ingediend op 12 augustus 2009.

Eiseres en de verkoper zijn daarop overgegaan tot aanpassing van de initiële factuur, met melding van een verschuldigd bedrag aan BTW van 46.830,00 EUR (21 %).

Op 27 augustus 2009 werd eiseres door de diensten van verweerder aan een controle onderworpen.

De bij deze gelegenheid vastgestelde inbreuken werden vervat in een proces­verbaal van 17 november 2009.

Op 19 april 2010 werd aan eiseres een dwangbevel betekend, uitgevaardigd op 11 maart 2010, en geviseerd en uitvoerbaar verklaard op 17 maart 2010.

Op 8 juli 2011 tekende eiseres verzet aan tegen dit dwangbevel, waardoor het geschil aan deze rechtbank werd voorgelegd.

## 4. BEOORDELING

*4.1. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van de vordering*

Door verweerder worden geen middelen van onontvankelijkheid van de vordering aangereikt. Nu de rechtbank evenmin enige ambtshalve op te werpen grond van onontvankelijkheid kan aantreffen, moet de vordering alvast ontvankelijk worden verklaard.

*4.2. Ten gronde*

\- Betreffende de vermeende schending van de motiveringsplicht

4.2.1. Eiseres is van oordeel dat het dwangbevel niet naar behoren werd gemotiveerd. Zo zou de administratie niet concreet aangeven waarom het recht op aftrek precies werd geweigerd. In de mate dat verweerder verwees naar de vermeldingen die een factuur moet bevatten om van een recht op aftrek te kunnen genieten, preciseert eiseres dat de factuur wel degelijk al deze vermeldingen bevatte. Dat een aantal hiervan manueel op de factuur werden aangebracht, zou hieraan geen afbreuk doen. Minstens diende verweerder derhalve, in de visie van eiseres, toe te lichten waarom dergelijke handgeschreven vermelding niet rechtsgeldig is.

De gebrekkige motivering resulteert in de nietigheid van het dwangbevel, aldus eiseres.

4.2.2. Verweerder is van oordeel dat het dwangbevel wel voldoet aan alle vereisten inzake motivering.

Uit de tekst van het verzoekschrift zou alvast blijken dat eiseres heel goed weet wat haar ten laste wordt gelegd en ook perfect in staat is geweest om zich hierop te verdedigen. Verweerder leidt hieruit af dat het dwangbevel zijn doel heeft bereikt.

Het proces-verbaal verwijst zowel naar de juridische als de feitelijke overwegingen die aan de heffing ten grondslag liggen, aldus verweerder.

Wat de handgeschreven vermelding betreft, vervolgt verweerder dat een verbetering van een oorspronkelijke factuur altijd moet gebeuren door de uitreiking van een verbeterend stuk. Nu de beide vermeldingen (enerzijds getypt en anderzijds handgeschreven) in dit geval gelijktijdig op de factuur voorkomen, besluit verweerder tot een overtreding van [artikel 5, § 1, 9° van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca).

De factuur is dus volgens verweerder aangetast door een vormgebrek en dit vormgebrek zou uitdrukkelijk zijn aangehaald in het proces-verbaal van 17 november 2009.

4.2.3. Een dwangbevel inzake belasting op toegevoegde waarde is een bestuurshandeling waarop de Wet Motivering Bestuurshandelingen van toepassing is zodat de administratie de juridische grondslagen en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de grondslag liggen van de belastingschuld waarvoor het dwangbevel werd uitgevaardigd (cf. Cass. (1 e k) AR [C.03.0354.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/non-paiement-taxe-contrainte-acte-cassation-bruxelles-2005-12-01-b975), 1 december 2005 (Belgische Staat/Fidelity Electronics Int., Q.B.) FJF 2007, afl. 3, 202 en http://www.monkey.be (1 september 2008)).

Als taxatietitel, waarin de belastingschuld geconcretiseerd wordt, dient het dwangbevel behalve het belastbaar feit tevens het bedrag en de identiteit van de schuldenaar weer te geven.

De belastingplichtige moet aldus in de mogelijkheid worden geplaatst te onderzoeken op welke gegevens het dwangbevel berust en op welke wijze de gevorderde bedragen werden berekend. Het geheel van deze gegevens moet de belastingplichtige toelaten met kennis van zaken een gemotiveerd verzet aan te tekenen. Zodra blijkt dat de inhoud van het dwangbevel daartoe volstond, kan het bestuur geacht worden aan de motiveringsplicht te hebben voldaan.

De vordering van de administratie krijgt definitief gestalte bij het opmaken van het dwangbevel met aangehecht proces-verbaal (cf. Rb. Gent (6 e k.) 24 oktober 2002, FJF 2003, afl. 4, 544 en http://www.monkey.be (1 september 2008) en http://tfrnet.larcier.be (12 mei 2003). Bij de redactie van het dwangbevel moet de administratie derhalve enkel die gegevens vermelden die haar vordering in rechte en in feite ondersteunen, zonder er op dat ogenblik reeds toe gehouden te zijn de eventueel reeds door de belastingplichtige aangevoerde grieven te weerleggen.

Het dwangbevel maakt alvast melding van het verschuldigde bedrag aan BTW, geldboete en interesten, alsook van de wetsbepalingen in toepassing waarvan deze verschuldigd zijn.

Wat de vastgestelde inbreuken en de verdere toelichting ter zake betreft, verwijst het dwangbevel reeds in de aanhef met zoveel woorden naar het bijgevoegde proces-verbaal van 17 november 2009. Van de zijde van eiseres wordt alvast niet betwist dat dit proces-verbaal haar als bijlage bij het dwangbevel in één exploot werd betekend.

Beide stukken zijn derhalve als één onlosmakelijk geheel te beschouwen en te lezen, zodat voor het toetsen van de motiveringsplicht naar de inhoud van deze beide stukken moet worden gekeken.

In het aangehecht proces-verbaal wordt een overzicht weergegeven van de vastgestelde inbreuken, waarbij elke inbreuk voorzien werd van een toelichting in feite en in rechte.

Omtrent de inbreuk op de aftrekregeling, voorwerp van paragraaf 1, verwees de administratie vooreerst naar de tekst van [artikel 3, § 1 KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) van 10 december 1969, alsook naar [artikel 5, § 1, 9° van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca).

Omtrent de inhoud van de factuur van 31 december 2008 voor verkoop van· een onroerend goed te …, …, leest de rechtbank in het proces­verbaal het volgende :

*"Op deze factuur wordt vermeld dat de BTW (46.830,00 EUR) te voldoen is door de medecontractant, wat niet mogelijk is, gezien het hier de levering van een goed betreft. Bij de NV* ***F. I.*** *werd op de factuur deze laatste vermelding doorstreept en de BTW ten bedrage van 46. 830,00 EUR onderaan manueel toegevoegd.*

*Het manueel toegevoegde bedrag aan BTW van 46.830,00 EUR werd ten onrechte in aftrek gebracht in de BTW-aangifte van het eerste kwartaal 2009"* (stuk 1 a verweerder).

In deze passage heeft de administratie er aldus op gewezen dat de factuur enerzijds de doorstreepte vermelding bevat dat de BTW te voldoen is door de medecontractant, en anderzijds de manuele vermelding van BTW ten bedrage van 46.830,00 EUR. Met de daaraan voorafgaande weergave van [artikel 5, § 1, 9° van het KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) geeft de administratie tegelijk aan dat de factuur niet aan dit artikel voldoet.

Verweerder is weliswaar nogal kort van stof geweest door zich tot de "naakte" mededeling van deze gegevens te beperken, en niet verder uit te wijden over het onderlinge verband. Pas in besluiten maakte verweerder de cirkel rond door in repliek toe te lichten dat de handgeschreven vermelding niet als een verbetering kan worden beschouwd, gezien het bepaalde in [artikel 12, § 1 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-12-historique-9157) en dus noodzakelijkerwijze enkel als een "gelijktijdige" (in de zin van : samen voorkomend) vermelding kan worden beschouwd, waardoor de factuur niet beantwoordt aan de voorschriften van [artikel 5, § 1, 9° KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca).

De juridische grondslag van de vordering kan na het betekenen van het dwangbevel niet meer worden gewijzigd. Met een in besluiten (neergelegd voor de rechtbank) bijkomende motivering van het dwangbevel. kan dan ook geen rekening worden gehouden (cf. Rb. Gent 3 oktober 2008 FJF 2009 (samenvatting), afl. 4, 417 en http://www.monkey.be (19 mei 2009); TFR 2010, afl. 373, 55 en http://tfrnet.larcier.be (26 januari 2010).

De Wet Motivering Bestuurshandelingen noch enige andere wettelijke bepaling belet evenwel dat na het opstellen van een proces-verbaal en een dwangbevel met betrekking tot een bepaalde belastingschuld, het bestuur nieuwe juridische argumenten en feitelijke gegevens aanvoert, op voorwaarde dat deze argumenten en gegevens dienen ter ondersteuning van hetgeen in het proces­verbaal en het dwangbevel reeds is vastgesteld en vermeld met betrekking tot diezelfde belastingschuld (cf. Cass. (1 e k.) AR [C.03.0354.N](https://juriel.be/fr/jurisprudence/non-paiement-taxe-contrainte-acte-cassation-bruxelles-2005-12-01-b975), 1 december 2005 (Belgische Staat/Fidelity Electronics Int., Q.B.) Arr.Cass. 2005, afl. 12, 2405, concl. THIJS, D.; FJF 2007, afl. 3, 202 en http://www.monkey.be (1 september 2008); http://www.cass.be (4 januari 2006), concl. THIJS, D.; Pas. 2005, afl. 12, 2396; TBP 2007 (weergave MEERSSCHAUT, F.), afl. 7, 430; TFR 2006, afl. 307, 712 en http://tfrnet.larcier.be (25 oktober 2006), concl. THIJS, D., noot KIEKENS, A.

De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke en juridische grondslag van het dwangbevel in dit geval ongewijzigd zijn gebleven en verweerder met haar toelichting enkel bijkomende argumenten heeft aangereikt die deze grondslagen verder ondersteunen. Samengevat heeft de administratie in het proces-verbaal gesteld dat eiseres niet beschikt over een regelmatige factuur, die alle vereiste vermeldingen bevat om een recht op aftrek te doen ontstaan. Het proces-verbaal geeft in die zin zowel de feitelijke als de juridische grondslagen van de belastingschuld weer, zodat verweerder geacht kan worden aan haar motiveringsplicht te hebben voldaan. Deze grondslagen werden in dit geval weliswaar zeer summier en zonder veel franjes uiteengezet, doch dit volstaat voor de rechtbank niet om te besluiten tot de nietigheid. Het verzoekschrift van eiseres heeft aangetoond dat zij zich bewust was van de inhoud en draagwijdte van de lastens haar weerhouden overtredingen en ook in staat is gebleken hierop een gemotiveerd verweer te voeren.

Eiseres faalt derhalve in het bewijs van een gebrekkige motivering.

\- Betreffende de inbreuk op [artikel 3, § 1 KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd)

4.2.4. Eiseres is van oordeel dat zij, in tegenstelling tot wat het proces-verbaal aangeeft, wel degelijk in het bezit was van alle vereiste documenten.

De factuur werd weliswaar aanvankelijk foutief opgesteld doch dit zou te wijten zijn geweest aan de verkeerde informatie van de notaris, die zich op dit vlak kennelijk vergist zou hebben.

Het BTW-stelsel medecontractant zou immers niet mogelijk zijn geweest, nu het een levering van een onroerend goed betrof. De BTW-controle te Temse stelde eiseres hiervan ook in kennis. waarna de foute factuur volgens eiseres door een correct exemplaar werd vervangen, welke alle vereiste vermeldingen omvat. De akte van verkoop zou de juistheid van deze aangepaste factuur bevestigen.

4.2.5. Verweerder herhaalt dat de factuur oorspronkelijk vermeldde dat de BTW te voldoen was door de medecontractant, hetgeen niet mogelijk was. gezien het om de levering van een onroerend goed ging.

Het manueel toegevoegde bedrag van BTW werd ten onrechte in aftrek genomen, aldus verweerder. Hij benadrukt in dit verband nogmaals dat wijzigingen op de factuur door de uitreiker zelf moeten worden aangebracht, waartoe de oorspronkelijke factuur moet worden gecrediteerd en een nieuwe factuur dient te worden uitgereikt. Al deze stukken zouden vervolgens op een correcte wijze in de boekhouding en BTW-aangiften moeten worden verwerkt.

De zogenaamde vervangende factuur is volgens verweerder geen authentiek stuk, nu deze ten tijde van de controle niet werd aangetroffen in de boekhouding van eiseres en/of de NV **E.** EN PARTNERS en evenmin werd voorafgegaan door een creditnota.

Verweerder voegt hier nog aan toe dat deze zogenaamde verbeterende factuur niet wordt bijgebracht in de procedure die werd ingeleid door de NV **E.** EN PARTNERS, dit uiteraard omdat dan de verschuldigdheid van BTW aan de zijde van deze vennootschap zou worden vastgesteld. In deze context merkt verweerder nog op dat de heer **E. S.** tegelijk gedelegeerd bestuurder is van de NV **E.** EN PARTNERS en vaste vertegenwoordiger van **L. B. H.**, zijnde een gedelegeerd bestuurder van eiseres. Het is volgens verweerder niet ernstig dat men enerzijds aftrek wil bekomen van BTW en anderzijds weigert deze BTW door te storten aan de schatkist.

Verweerder herinnert er verder aan dat het de lidstaten toegestaan is het recht op aftrek afhankelijk te stellen van het bezit van een factuur met een aantal verplichte vermeldingen. De verplichte vermelding is volgens verweerder precies noodzakelijk om de inning van de BTW te verzekeren, zoals de feiten van dit dossier aantonen. Omdat deze vermelding op de originele factuur ontbrak, werd de BTW immers niet doorgestort door de NV **E.** EN PARTNERS.

4.2.6. De rechtbank noteert alvast dat de partijen het er terecht over eens zijn dat regeling van de BTW te voldoen door de medecontractant in dit geval geen toepassing kon vinden nu de transactie betrekking had op de levering van een onroerend goed. Eiseres betwist aldus niet dat de factuur een bedrag aan BTW diende te vermelden, door te storten door de NV **E.** EN PARTNERS.

Uit de eigen uiteenzetting van eiseres volgt tevens dat de door de NV **E.** EN PARTNERS uitgereikte factuur ten onrechte verwees naar het BTW-stelsel medecontractant en dus oorspronkelijk geen vermelding bevatte van de verschuldigde BTW. Deze handgeschreven vermelding werd pas later op het document aangebracht.

De bepalingen van [artikel 12, § 1 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-12-historique-9157) stipuleren zeer duidelijk dat een factuur pas kan worden verbeterd door het uitreiken van een nieuwe factuur, hetgeen tevens een voorafgaande creditering van de oorspronkelijke factuur vereist. Het valt de rechtbank op dat eiseres wat deze wettelijke voorschriften betreft, op de vlakte blijft en zich beperkt tot de algemene stelling dat de factuur alle vereiste vermeldingen bevatte. Over de voorgeschreven werkwijze die men diende te volgen om zich in het bezit te stellen van een factuur die al deze vermeldingen omvat, wordt met geen woord gerept.

De voorschriften van [artikel 12, § 1 KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-12-historique-9157) dienen het belang van de rechtszekerheid en zijn tevens bedoeld om fraude tegen te gaan. Manuele aanpassingen van bestaande facturen maken een gedegen controle door de fiscale administratie uiterst moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk.

Aan de zijde van eiseres wordt evenmin het vereiste bewijs geleverd dat deze "aangepaste" factuur ook op correcte wijze werd verwerkt. Tekenend is ter zake de houding van de NV **E.** EN PARTNERS, welke blijkens de stukken de BTW niet heeft opgenomen in een aangifte en deze evenmin heeft afgedragen aan de schatkist.

Aldus blijkt uit de stukken dat de factuur zowel melding maakt van het BTW­ stelsel medecontractant als een verschuldigd bedrag aan BTW, nu deze laatste handgeschreven vermelding niet aan de wettelijke vereisten voldoet om als een verbetering van de voorgedrukte, andersluidende tekst te worden aanvaard.

Eiseres slaagt er met andere woorden niet in de gefundeerde kritiek van verweerder op de bedoelde factuur te ontzenuwen.

\- Voor wat betreft de registratierechten

4.2.7. Ondergeschikt, voor zover de rechtbank zou aannemen dat partijen bij de transactie geen gebruik konden maken van het BTW-stelsel, vordert eiseres dat de rechtbank zou zeggen voor recht dat deze onderworpen is aan de registratierechten.

4.2.8. Volgens verweerder is dit verzoek totaal naast de kwestie, nu hij geenszins betwist dat de levering onderworpen is aan het stelsel van de BTW.

4.2.9. Hierboven oordeelde de rechtbank reeds dat de transactie wel degelijk onderworpen is aan de BTW, nu het om de levering van een onroerend goed gaat.

Ingevolge deze beoordeling, is de bedoelde aanspraak van eiseres thans zonder voorwerp geworden.

\- Voor wat betreft de kosten van het geding

4.2.10. Eiseres dient, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten te worden (artikel 1017, lid 1 Ger. Wb.).

Nu verweerder het geding in persoon heeft gevoerd, bij monde van de eigen rechtsplegingsvergoeding als forfaitaire tegemoetkoming voor de kost van bijstand door een raadsman.

De eventuele overige kosten aan de zijde van verweerder worden niet begroot.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**DE RECHTBANK,**

Recht doende op **tegenspraak**.

Melding makende van het feit dat de bepalingen van artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden nageleefd.

Alle meeromvattende en strijdige conclusies verwerpend als niet ter zake dienend.

Verklaart de vordering ontvankelijk, doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding aan de zijde van verweerder, kosten niet nader begroot zijnde.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting door de **zesde fiscale kamer** van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, op **drie december tweeduizend en twaalf**, waar aanwezig waren :

mevrouw **A. D. C.**, rechter, voorzitter van deze kamer,

mevrouw **G. L.**, griffier.

**G. L.** **A. D. C.**

## Textes cités

3

[AR no 1 art. 5](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-c6ca) 4 occurrences

[AR no 1 art. 12](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-article-12-historique-9157) 3 occurrences

[AR no 3 art. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-e9dd) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction, Exercice du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-exercice-conditions-formelles-cour-appel-anvers-2018-04-17-7c85) 3 dispositions communes

[Carrousel TVA, Participation, Refus de déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/carrousel-tva-participation-refus-deduction-cour-appel-bruxelles-2020-09-10-0c67) 2 dispositions communes

[Principe de neutralité, Amende proportionnelle, Intérêts, Notification préalable](https://juriel.be/fr/jurisprudence/principe-neutralite-amende-proportionnelle-interets-cour-appel-anvers-2026-01-20-1005) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Amende](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-amende-tva-amont-cour-appel-anvers-2021-01-19-2323) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Factures de sous-traitance imprécises et irrégulières](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-factures-sous-traitance-tribunal-bruxelles-2023-06-09-23dd) 2 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-conditions-formelles-materielles-tribunal-2023-05-19-3638) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Charge de la preuve](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-charge-preuve-etendue-tribunal-bruxelles-2025-07-03-3d32) 2 dispositions communes

[Transport, Créances, Refus de déduction de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/transport-creances-refus-deduction-tva-tribunal-2026-03-02-5220) 2 dispositions communes
