---
title: "Assujettissement · Cour d&#x27;appel de Bruxelles, 16 juin 2011"
description: "Assujettissement. Cour d'appel de Bruxelles (Belgique), 16 juin 2011."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-cour-appel-bruxelles-2011-06-16-b9e5"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Assujettissement · Taxe sur la valeur ajoutée

**Juridiction**

Cour d'appel

**Siège**

Bruxelles

**Date**

16 juin 2011

## Parcours procédural

2 étapes · 3 ans 8 mois

1. [Décision attaquée Tribunal de première instance de Bruxelles 19.09.2007](https://juriel.be/fr/jurisprudence/etablissement-taxe-preuve-mesure-controle-tribunal-bruxelles-2007-09-19-e224)
2. Décision affichée Cour d'appel de Bruxelles 16.06.2011

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

77 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Arrêt de la Cour d'Appel de Bruxelles du 16.06.2011

Résumé non fourni

**Texte de l’arrêt**

### Corps de la décision

***Le texte est publié uniquement dans la langue originale***

**HOF van BEROEP te BRUSSEL; Zesde fiscale kamer - Openbare terechtzitting van 16 juni 2011**

Nr. van de zaak : **2007/AR/3216**

INZAKE VAN :

**De VZW O. I. S. O. K. I. H. O.**, met maatschappelijke zetel gevestigd te …, …,

**appellante,**

vertegenwoordigd door Meester **K.** loco **S. V.**, advocaat te …, …,

**tegen :**

**DE BELGISCHE STAAT**, FOD Financiën, Administratie van de Ondernemings-en Inkomensfiscaliteit, Sector BTW, op vervolging en benaarstiging van de e.a. Inspecteur van het Ontvangkantoor Vilvoorde, met kantoren te Vilvoorde, Groenstraat, 51,

**geïntimeerde,**

vertegenwoordigd door Meester **B.** loco **J. H.**, advocaat te …, ….

---

**R. 2011/4088** **EINDARREST - gegrond**

In deze zaak spreekt het hof volgend arrest uit.

## PROCEDURE

Gelet op de procedurestukken, inzonderheid het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 19 september 2007, waarvan geen betekeningakte wordt voorgelegd, en waartegen hoger beroep werd aangetekend bij verzoekschrift op de griffie van het hof neergelegd op 5 december 2007.

Appellante legde op de pleitzitting van 5 mei 2011 drie stukken met inventaris neer.

Het betreft stukken die het hof op een vorige zitting appellante vroeg over te leggen.

Geïntimeerde vraagt dan ook ten onrechte de wering van voormelde stukken, waaromtrent zij overigens ten gronde concludeerde in een op 2 mei 2011 op de griffie van het hof neergelegde conclusie.

## FEITEN EN BESTREDEN VONNIS

De eerste rechter werd geadieerd met een verzet tegen een dwangbevel, uitgevaardigd op 7 december 2005 en bij aangetekend schrijven van 19 december 2005 ter kennis gebracht van appellante.

Dit. dwangbevel had een BTW-bedrag in hoofdsom van … EUR en een geldboete van … EUR tot voorwerp.

Het dwangbevel volgde op een controle betreffende de periode van 1 januari 2002 tot 31 december 2003, waarbij werd vastgesteld dat appellante ten onrechte geen BTW hief op de lidgelden die zij ontving van haar leden. De verbaliserende ambtenaar was van oordeel dat appellante voor de ontvangen lidgelden tegenprestaties leverde, die als diensten in de zin van artikel 18, § 1 W.BTW moeten worden aangemerkt. Bedoeld werd het verlenen van gebruiksinformatie en updates van de softwarepakketten die appellante verkoopt.

De eerste rechter oordeelde dat geïntimeerde de lidgelden, die appellante van haar leden ontving, terecht onderwierp aan de BTW.

Hij wees het verzet tegen het dwangbevel dienvolgens af als ongegrond, en verwees appellante in de kosten.

## GRIEVEN

Appellante meent vooreerst dat de door haar ontvangen lidgelden niet belastbaar zijn. Zij beroept zich vervolgens op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Zij betwist ook de opgelegde geldboete.

Zij vraagt aan het hof het bestreden vonnis dienvolgens te hervormen, het dwangbevel te vernietigen en te zeggen voor recht dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en interesten niet verschuldigd zijn.

Zij vordert ook de terugbetaling van alle bedragen ten titel van BTW, geldboeten en interesten, die reeds door haar werden betaald of door geïntimeerde werden ingehouden ter delging van de beweerde BTW-schuld, te verhogen met de wettelijke en gerechtelijke interesten.

Zij vraagt tenslotte geïntimeerde te veroordelen tot de kosten van beide aanleggen.

Geïntimeerde streeft de bevestiging van het bestreden vonnis na en vraagt aan het hof appellante te veroordelen tot de kosten van het hoger beroep.

## BEOORDELING

1\. Appellante, wiens maatschappelijk doel erin bestaat de kwaliteit van het onderwijs te verhogen en te verbeteren (artikel 3 van de statuten), verkoopt de softwarepakketten *Doelpunt en Doelbewust* aan scholen en leerkrachten, waarvoor zij BTW aanrekent, welke softwarepakketten tot doel hebben verandering te brengen in de manier waarop kinderen worden geëvalueerd in de school.

De leden van appellante zijn tot geen bijdrage verplicht (artikel 8 van de statuten).

Luidens een afdruk van de website doelbewust.be, *"(zijn) het eerste jaar na de aankoop de hulplijn, de upgrades en alle administratieve handelingen gratis. Na dat eerste jaar kan dat ook nog mits een bijdrage van … EUR per individuele leerkracht (voor Doelbewust én Doelpunt samen). Indien er meer dan 4 personen op een school het lidmaatschap wensen, dan is het goedkoper om het scholenlidmaatschap te nemen. Een voorstel daartoe wordt in december gericht aan alle directies van scholen met meer dan 1 leerkracht met Doelbewust of Doelpunt. Het lidmaatschap loopt per kalenderjaar(... )"* (stuk 1 van de bundel van appellante).

Luidens een afdruk van de website doelpunt.be, *"Wie Doelpunt aankoopt, hetzij als school, hetzij als particulier is het eerste jaar automatisch lid van (appellante). Dit lidmaatschap houdt in dat er gedurende meer dan 50 uren in de week kan getelefoneerd worden naar de hulplijn, dat er ook ondersteuning is via e-mail en de website, dat updates gratis zijn en dat alle administratie rond wissels van leerkrachten en licenties ook volledig gratis zijn. Het lidmaatschap is telkens geldig per kalenderjaar.*

*Ook de daaropvolgende jaren kan je lid blijven van de VZW (zoals meer dan 95 % van de scholen die Doelpunt gebruiken).*

*Als individuele gebruiker word je lid van de VZW door in januari … EUR (incl. BTW) te storten op het nummer (...). De ondersteuning en updates gelden dan ook voor Doelpunt én Doelbewust (indien je beide pakketten hebt aangekocht). Je krijgt meestal geen uitnodiging thuisgestuurd om dit lidmaatschap aan te gaan.*

*Als school krijg je telkens in december een overzicht van de Doelpunt- en Doelbewustpakketten die in gebruik zijn, samen met een berekening van de kostprijs voor het lidmaatschap. Wanneer dit ingevuld is teruggestuurd of gefaxt, ontvang je in januari de lidkaarten, de codenummers voor de website, een nieuwsbrief en een factuur (...). Wie in de loop van het jaar Doelpunt aankocht wordt maar het overblijvende aantal maanden in rekening gebracht"* (stuk 2 van de bundel van appellante).

Het voor de *"diensten welke onder bezwarende titel worden verricht"* vereiste rechtstreekse verband tussen de verrichte diensten en de ontvangen tegenwaarde (zie H.v.J. 8 maart 1988, zaak [C-102/86](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-102-86-arret), *Apple and Pear Development Council*, Jur. 1988, I, 1464), ligt te dezen voor.

Immers, enerzijds zijn de leden van appellante tot geen bijdrage verplicht (artikel 8 van de statuten), en anderzijds verleent appellante enkel aan de kopers van software die lidgeld betalen ondersteuning bij een individueel probleem met het gebruik van de software (zie de hierboven weergegeven afdrukken van de websites).

Het lidgeld wordt dus hoofdzakelijk voor de ondersteuning betaald, en niet zozeer voor het lidmaatschap.

Appellante betwist niettemin het rechtstreekse verband tussen de diensten en het lidgeld, nu de diensten geen individueel karakter hebben, aangezien alle leden dezelfde bijdrage betalen, ongeacht of ze geen of intensief gebruik maken van de rechtstreekse diensten.

Alle leden hebben immers het recht om op haar diensten beroep te doen, aldus appellante, die daaraan toevoegt dat het feit dat bepaalde leden uiteindelijk geen beroep doen op haar diensten niet betekent dat haar diensten opeens een individueel karakter verkrijgen.

Appellante wijst nog op de wanverhouding tussen de omvang van de zgn. diensten en de omvang van de ontvangen lidgelden.

Hierbij gaat appellante er verkeerdelijk van uit dat er tevens een rechtstreeks verband dient te bestaan tussen de omvang van het voordeel dat de individuele bijdrageplichtigen bij de dienstverlening van de instelling genoten, en het bedrag van de verplichte bijdragen.

Dit laatste is immers niet vereist. Aldus vormen de jaarlijkse contributies van de leden van een vereniging de tegenprestatie voor de door deze laatste verrichte diensten, ook indien leden, die voorzieningen van de vereniging niet of niet regelmatig gebruiken, toch verplicht zijn hun jaarlijkse contributie te betalen (zie H.v.J. 21 maart 2002, zaak C-174/100, *Kenneman Golf & Country Club*, T.F.R. 2002, afl. 225, 713, noot K. HEYRMAN).

2\. Appellante betwist vervolgens dat zij handelde in haar hoedanigheid van BTW-belastingplichtige, nu zij de ondersteuning uitsluitend aan haar leden, en niet aan derden verleende, zodat de ondersteuning geenszins werd verleend in het kader van een economische activiteit. Zij stelt dat zij de diensten enkel presteerde in het kader van haar maatschappelijk doel.

Overeenkomstig artikel 4, § 1 W.BTW verschaffen enkel de diensten die worden uitgeoefend in het kader van een economische activiteit de hoedanigheid van belastingplichtige.

Zoals hierboven gesteld, betalen de leerkrachten en scholen het lidgeld hoofdzakelijk om recht te hebben op de ondersteuning van de - softwarepakketten *Doelpunt en Doelbewust*, die zij hadden gekocht, en niet zozeer om lid te worden van appellante. De statuten van appellante voorzien overigens dat de leden geen lidgeld betalen.

Weliswaar worden de kopers van het softwarepakket *Doelpunt* automatisch lid van appellante. Dit lidmaatschap geeft de kopers recht op gratis ondersteuning bij het gebruik van de software. Dit lidmaatschap duurt echter slechts één jaar. Daarna worden de kopers opnieuw derden tegenover de vereniging van appellante. Ook de gratis ondersteuning duurt slechts één jaar.

Op het ogenblik dat de kopers hun lidgeld betalen zijn zij derhalve wel degelijk derden tegenover de vereniging van appellante.

De ondersteuning in het gebruik van de software is derhalve niet zozeer aan het lidmaatschap verbonden, tenzij voor het softwarepakket *Doelpunt* gedurende het eerste jaar, dan wel aan de betaling door de koper van een bijdrage. Appellante verleende de ondersteuning bijgevolg wel degelijk in het kader van een economische activiteit, overigens ruim uit te leggen (zie H.v.J. 1 april 1982, *Hong Kong Trade*, zaak 89/89, A.F.T. 1982, 255; H.v.J. 4 december 1990, *Van Thiem*, zaak [C-186/89](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-186-89-arret), F.J.F. nr. 91/29).

Dat de ondersteuning tevens past in het kader van het maatschappelijk doel van appellante, laat voormeld besluit onverkort voortbestaan.

3\. Appellante roept het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel in, daar zij sedert haar oprichting in 1993 op de ontvangen lidgelden nooit BTW afdroeg, zonder enige bemerking van de administratie. Mocht thans blijken dat de lidgelden toch belastbaar zijn, dan verzet de gerechtvaardigde verwachting van appellante er zich, volgens haar, tegen dat de BTW op de lidgelden wordt ingevorderd voor het verleden.

Geïntimeerde, zonder te betwisten dat de administratie gedurende twaalf jaren geen bemerkingen maakte op de door appellante toegepaste werkwijze, doet gelden dat het recht op rechtszekerheid van de belastingplichtige niet kan worden ingeroepen tegen uitdrukkelijke wetsbepalingen in.

Evenwel betreft de vraag of de in het geding zijnde lidgelden al dan niet belastbaar zijn in de BTW een loutere feitenkwestie. Of de door de leden aan een VZW betaalde lidgelden belastbaar zijn hangt immers af van het bestaan van een rechtstreeks verband tussen de levering van een goed of het verrichten van een dienst ten aanzien van de leden en de door de VZW ontvangen tegenwaarde (zie supra).

Het gewettigde vertrouwen van appellante verzet er zich tegen dat geïntimeerde thans retroactief BTW navordert op de lidgelden.

Het hoger beroep is gegrond.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**HET HOF**, rechtsprekend na **tegenspraak**,

Gelet op art 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond,

Hervormt het bestreden vonnis,

Vernietigt het bestreden dwangbevel van 7 december 2005,

Zegt voor recht dat de bedragen erin vermeld ten titel van BTW, geldboeten en interesten niet verschuldigd zijn,

Veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling van alle bedragen ten titel van BTW, geldboeten en interesten, die reeds door haar werden betaald of door geïntimeerde werden ingehouden ter delging van de beweerde BTW-schuld, te verhogen met de wettelijke en gerechtelijke interesten te rekenen vanaf de inleiding van de vordering in rechte, en voor de inhoudingen geschied na die datum, vanaf de datum van de inhouding zelf.

Veroordeelt geïntimeerde in de kosten van beide aanleggen, aan de zijde van appellante begroot op de rechtsplegingvergoeding eerste aanleg van … EUR en de rechtsplegingvergoeding hoger beroep van … EUR, en aan de zijde van geïntimeerde op de rechtsplegingvergoeding eerste aanleg van … EUR en de rechtsplegingvergoeding hoger beroep van … EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van de **6****de** **fiscale kamer** van het hof van beroep te Brussel, op **16 JUNI 2011**.

alwaar aanwezig waren en zitting namen :

**J. V.**, raadsheer dd. voorzitter,

**P. V.**, raadsheer,

**R. T.**, plaatsvervangend raadsheer,

**C. D. N.**, griffier.

**C. D. N.** **R. T.** **P. V.** **J. V.**

## Textes cités

2

[102/86, arrêt du 8 mars 1988](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-102-86-arret) 1 occurrence

[C-186/89, arrêt du 4 décembre 1990](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-186-89-arret) 1 occurrence
