---
title: "Activité économique, Assujetti à la TVA · Tribunal de première instance de Bruges, 20 avril 2026, 24/1133/A"
description: "Activité économique, Assujetti à la TVA, Droit de déduction, Charge de la preuve. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 20 avril 2026, 24/1133/A."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/activite-economique-assujetti-tva-droit-tribunal-bruges-2026-04-20-cd20"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Activité économique, Assujetti à la TVA, Droit de déduction · Taxe sur la valeur ajoutée – Activité économique – Assujetti à la TVA – Droit de déduction – Charge de la preuve – Assujetti partiel

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Numéro de rôle**

24/1133/A

**Date**

20 avril 2026

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

90 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Flandre-Occidentale, division de Bruges du 20.04.2026 (24/1133/A)

WF 714-15-21/016493 en 714-15-21/013096

Finaliti 54313555/01 en 54283855/01

**Dispositions légales** Articles [2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2), [4, §1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4), [45, §1, 1°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) et [70 §1bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) CTVA

## Résumé

1\. Les faits

La demanderesse est immatriculée en tant qu'assujettie à la TVA pour l'activité d'organisation de concerts en plein air.

À la suite d’un contrôle fiscal portant sur les années 2017 et 2018, l’administration a constaté des infractions à la législation sur la TVA, plus précisément en ce qui concerne le droit à déduction de la TVA. Selon l’administration, la TVA a été indûment déduite sur des opérations en amont liées à une prestation de services gratuite.

Les 10 et 17 novembre 2017, un procès-verbal de régularisation a été dressé pour les années 2017 et 2018.

Les dettes de TVA ont été inscrites dans un registre de perception et de recouvrement, qui a ensuite été déclaré exécutoire.

Le 15 avril 2024, la demanderesse a déposé une requête contradictoire au greffe du tribunal de première instance de Flandre occidentale, division de Bruges.

2\. La décision

Le tribunal constate que l'activité principale de la demanderesse consiste en l'organisation d'un festival de musique annuel dont l'accès est gratuit. Selon le tribunal, l'organisation de ce festival ne constitue pas un acte relevant du champ d'application du Code de la TVA, dans la mesure où elle n'est pas effectuée à titre onéreux.

Pour atteindre son objectif principal, la demanderesse fournit des services publicitaires, propose des boissons et des repas et vend des produits dérivés. Ces opérations sont quant à elles effectuées à titre onéreux et relèvent donc du champ d'application du Code de la TVA.

Le tribunal estime que le droit à déduction ne peut être admis pour la TVA figurant sur les factures entrantes relatives aux prestations d'artistes, de techniciens, aux commissions, à la scène, ainsi qu'à la location de matériel de son et d'éclairage. Ces frais ont en effet un lien direct et immédiat avec une opération qui ne relève pas du champ d'application de la TVA. Le tribunal conclut que l'administration a rejeté à juste titre le droit à déduction de la TVA.

En ce qui concerne l’amende infligée, le tribunal estime qu’elle n’est pas disproportionnée par rapport à l’infraction constatée. Il ne voit aucune raison susceptible de justifier une remise de l’amende ou un sursis à son exécution.

Le tribunal déclare la requête de la demanderesse recevable, mais non fondée.

**Texte intégrale**

*Uniquement disponible dans la langue du jugement*

### Corps de la décision

**De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, Kamer B.10, heeft het volgend vonnis verleend:**

**In de zaak : 24/ 1133/A**

## Hoofdzaak :

cie1 (KBO: ...), maatschappelijke zetel te ... ..., ...,

eisende partij,

hebbende als raadsman meester SANDRA JAN, advocaat te 8500 KORTRIJK, President

Kennedypa rk 41 (ref.: 3362 JS/DVH - secretariaat@imposto.be).

**tegen** :

de BELGISCHE STAAT FOD FINANCIËN (KBO: ...), in de persoon van de Minister van Financiën, met kantoren gevestigd te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, handelend ten verzoeke van de adviseur-generaal, Directeur van het KMO Centrum KORTRIJK en de Administratie van de INNING en INVORDERING, in de persoon van de Adviseur Invordering — Ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, correspondentieadres: Gaston Crommenlaan 6, bus 762 te 9050 LEDEBERG,

verwerende partij,

voor wie optreedt de heer D.A., attaché (ref.: ...).

## I RECHTSPLEGING

Gelet op het verzoekschrift d.d. 15 april 2024.

De rechtbank nam kennis van de dossiers van de rechtspleging en van de door partijen neerlegde stukken. Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 23 maart 2026.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## II BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1\. Eiseres is ingeschreven als BTW-belastingplichtige onder het BTW-registratienummer ..., voor de activiteit van organisatie van openluchtconcerten. Zij is derhalve onderworpen aan de bepalingen van de BTW-wetgeving en de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Na een controle worden op 10 en 17 november 2020 processen-verbaal opgemaakt voor de jaren 2017 en 2018. In deze processen-verbaal worden de vaststellingen opgenomen, namelijk onterecht aftrek van BTW van inkomende handelingen gekoppeld aan gratis dienstverlening. Verschuldigd is voor 2017 als BTW 12.954,67 EUR, als proportionele geldboete 1.290 EUR en nalatigheidsintresten vanaf 21 januari 2019 en voor 2018 als BTW 13.574,96 EUR, als proportionele geldboete 1.350 EUR en nalatigheidsintresten vanaf 21 januari 2019. De schulden werden opgenomen in een innings- en invorderingsregister.

Door eiseres wordt een verzoekschrift neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, op 15 april 2024.

Eiseres vraagt dat:

de eis ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

de processen-verbaal nietig worden verklaard of worden ontheven, minstens voor recht wordt

gezegd dat de erin opgenomen bedragen niet verschuldigd zijn;

verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling van alle sommen die werden geïnd of

ingehouden, te vermeerderen met de intresten;

verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de geïndexeerde

rechtsplegingsvergoeding.

Verweerder vraagt dat:

de eis ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard;

eiseres wordt veroordeeld tot de kosten van het geding.

## III. BEOORDELING

A.Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

B.Betreffende de grond

Conform [artikel 2 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2) zijn de leveringen van goederen en diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan de belasting onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden.

Conform [artikel 4 §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) is een belastingplichtige eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen of diensten verricht die in het wetboek zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend.

Conform [artikel 45 §1,1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) heeft een BTW-belastingplichtige het recht om de belasting in aftrek te brengen van de aan hem geleverde goederen en aan hem verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen, voor zover dat hij de goederen of de diensten gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen.

De bewijslast dat de voorwaarden van [artikel 45 §1 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) zijn voldaan, ligt bij de belastingplichtige.

Om een recht op aftrek te hebben moet er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaan tussen een bijzondere handeling in een eerder stadium en een of meer in een later stadium verrichte handelingen waarvoor een recht op aftrek bestaat.

Het recht op aftrek wordt ook toegekend ingeval de kosten deel uitmaken van de algemene kosten van de met BTW belaste economische activiteit van de belastingplichtige. Er is dan een rechtstreeks en onmiddellijk verband met het geheel van de economische activiteit.

Er is geen sprake van een heffing van BTW in een later stadium noch van aftrek van BTW in een eerder stadium, wanneer door een belastingplichtige ontvangen goederen of diensten verband houden met vrijgestelde handelingen of handelingen die niet binnen de werkingssfeer van de BTW vallen.

Bij een gedeeltelijke belastingplichtige, die zowel economische als niet- economische activiteiten verricht, is de BTW verbonden aan de activiteiten slechts aftrekbaar voor zover deze kosten kunnen toegerekend worden aan de economische activiteit van de belastingplichtige.

Het hoofddoel van eiseres is het promoten en bevorderen van muzikale evenementen in en rond .... Eiseres organiseert jaarlijks een muziekfestival in ... onder de naam cie1. Het betreft verschillende muziekoptredens op een festivalterrein. Het festival is gratis toegankelijk.

De organisatie van het muziekfestival betreft dus geen handelingen die onder toepassing van het WBTW vallen, want het betreft geen handelingen die onder bezwarende titel werden verricht. De hoofdactiviteit van eiseres is niet gericht op het realiseren van duurzame opbrengsten.

Om het hoofddoel te realiseren verstrek eiseres reclamediensten, verschaft zij dranken en spijs en verkoopt zij merchandise. Deze handelingen zijn ten bezwarende titel en vallen onder toepassing van BTW.

Volgens haar statuten worden door eiseres bijkomstig handelsdaden gesteld.

Dit alles heeft tot gevolg dat er geen recht op aftrek bestaat over inkomende handelingen die rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met handelingen die buiten de toepassing van het WBTW vallen. Eiseres betreft een gedeeltelijk belastingplichtige met een gedeeltelijk recht op aftrek.

Dit betekent dat de aftrek niet kan aanvaard worden wat betreft inkomende facturen m.b.t. kosten prestaties artiesten, techniekers, commissies, podium, huur klank en licht. Al deze kosten hebben namelijk een rechtstreeks en onmiddellijk verband met een handeling die buiten toepassing van de BTW valt (gratis concert).

Ten onrechte stelt eiseres dat er sprake zou zijn van een onlosmakelijk geheel en van een geheel van economische activiteit (concert, verkoop drank, reclame en merchandise). Uit de feiten blijkt dat het hoofddoel van eiseres is het organiseren van een gratis muziekfestival. De drank- en reclameverkoop is daaraan ondergeschikt.

Ten onrechte verwijst eiseres naar het arrest d.d. 22 oktober 2015 van het Hof van Justitie (arrest cie2, zaak c-126-14). Het hoofddoel was daar niet het gratis toegankelijk ontdekkingspad. Het hoofddoel was daar de verkoop van drank, voedsel en souvenirs, zijnde aan BTW onderworpen handelingen.

Verweerder heeft derhalve terecht de aftrek van de BTW verworpen.

Op de zitting van 23 maart 2026 vraagt eiseres om de boete van 10% kwijt te schelden.

Een geldboete van 10 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Uit niets blijkt dat eiseres eerst kwijtschelding of vermindering van de geldboete heeft gevraagd op grond van artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831.

Uit de dossier blijkt dat eiseres BTW ten onrechte heeft afgetrokken.

De rechtbank stelt op basis van de vaststellingen en de inbreuk vast dat de door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vast gestelde feiten, ondanks het relatief hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van de boete is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de inbreuken.

De rechtbank ziet geen enkele reden om een kwijtschelding of uitstel te verlenen.

C.Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid GerW de gerechtskosten dragen.

Verweerder wordt niet bijgestaan door een advocaat en heeft derhalve geen recht op een rechtsplegingsvergoeding.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar, doch ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten, aan haar zijde niet te begroten aangezien ze haar ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 00,00 EUR.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare terechtzitting van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, burgerlijke sectie, kamer B.10, op maandag twintig april tweeduizend zesentwintig waar zitting hadden:

Lucienne De Peuter, rechter;

Jorina Teerlinck, griffier.

J. Teerlinck | L. De Peuter

## Textes cités

4

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 3 occurrences

[CTVA art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2) 2 occurrences

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 2 occurrences

[CTVA art. 70](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-70) 1 occurrence

## Décisions similaires

8

[Exercice du droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exercice-droit-deduction-factures-achat-cour-appel-bruxelles-2019-10-17-83a0) 4 dispositions communes

[Lieu du service, Etude de marché concernant des travaux](https://juriel.be/fr/jurisprudence/lieu-service-etude-marche-concernant-cour-appel-liege-2001-10-26-8f56) 4 dispositions communes

[Assujettissement, Exercice d’une activité économique, Déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/assujettissement-exercice-activite-economique-deduction-tribunal-bruxelles-2021-09-03-130a) 3 dispositions communes

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 3 dispositions communes

[Conseil, Intention frauduleuse, Lieu de prestation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/conseil-intention-frauduleuse-lieu-prestation-cour-appel-bruxelles-2025-03-19-39e9) 3 dispositions communes

[Redevable de la taxe, Autoliquidation, Prescription](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-taxe-autoliquidation-prescription-action-tribunal-bruxelles-2019-12-05-3f7e) 3 dispositions communes

[Droit à déduction, Frais généraux, Prestations de sous-traitants](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-frais-generaux-prestations-tribunal-bruxelles-2023-09-29-4ad4) 3 dispositions communes

[Chiffre d'affaires non déclaré, Consultation du dossier judiciaire](https://juriel.be/fr/jurisprudence/chiffre-affaires-non-declare-consultation-tribunal-gand-2024-03-13-4c82) 3 dispositions communes
