---
title: "Abus TVA, leasing transfrontalier · Tribunal de première instance de Bruges, 9 avril 2018"
description: "Abus TVA, leasing transfrontalier, abus de droit, cross-border leasing. Tribunal de première instance de Bruges (Belgique), 9 avril 2018."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/abus-tva-leasing-transfrontalier-droit-tribunal-bruges-2018-04-09-c7c6"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Abus TVA, leasing transfrontalier, abus de droit, cross-border leasing

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Bruges

**Date**

9 avril 2018

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

103 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du Tribunal de première instance de Bruges du 09.04.2018

WF 505-15-17/016974

\[Favorable à l’Etat belge\]

*Abus TVA - leasing transfrontalier*

## Dispositions légales:

[art. 51, §1, 2 CTVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51)

## Résumé

Le demandeur a fait une acquisition intracommunautaire d'un yacht. Le fait que le yacht doive être considéré comme neuf s’apprécie au moment de la livraison du bien concerné par le vendeur à l'acheteur. Il convient de tenir compte du moment de la livraison du yacht proprement dite comme étant le moment de la livraison et non celui de l'arrivée du bien dans l'État membre de destination et le fait qu'un moyen de transport soit considéré comme neuf est déterminé au moment où le droit de disposer de ce bien en tant que propriétaire passe du vendeur à l'acheteur (CJCE 18 novembre 2010, X/Skatteverket [C-84/09](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-84-09-arret)).

La conclusion du contrat de location était entièrement artificielle et son but essentiel était d'obtenir un avantage fiscal. Il est clair que le montage artificiel n'a été mis en place que pour éviter l'application de la TVA sur une acquisition intracommunautaire d'un nouveau moyen de transport par le biais d'un leasing transfrontalier. Selon la jurisprudence de la Cour de justice, l'exploitation de différences d'interprétation ne constitue pas, par définition, un abus pour autant que les opérations en question ne soient pas artificielles et soient réalisées dans le cadre d'opérations commerciales normales. Dans ce cas de figure, le contrat de leasing n'avait pas d'usage spécifique autre que fiscal et n'ajoutait rien à la transaction commerciale. Le seul but de ce leasing transfrontalier artificiel était de ne (presque) pas payer de TVA.

**Texte du jugement**

***Le jugement est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

## Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank

Vonnis, vierde kamer van 9 april 2018

Rol: 17/581/A

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, sectie burgerlijke rechtbank, vierde kamer, heeft het volgend vonnis verleend:

In de zaak : 17/581/A

Hoofdzaak:

**B.D.,** wonende te ..., woonstkeuze doende bij zijn raadsman meester ..., advocaat te ... EISENDE PARTIJ, voor wie optreedt Meester ..., advocaat te ...

**tegen :**

1\. **DE BELGISCHE STAAT, F.O.D. FINANANCIËN**, in de persoon van de Minister van Financiën, wiens kabinet is gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12

2\. DE BELGISCHE STAAT, F.O.D. FINANCIËN, in de persoon van de Adviseur Invordering - Ontvanger van het team invordering Harelbeke, met kantoren te 8500 KORTRIJK, Hoveniersstraat 31,

VERWERENDE PARTIJEN, voor wie optreedt de heer Y TONY, inspecteur bij een fiscaal bestuur.

## I. RECHTSPLEGING

Gelet op het inleidend verzoekschrift d.d. 21 februari 2017.

De rechtbank nam kennis van het dossier van de rechtspleging en van de door partijen neergelegde bundels.

Partijen werden gehoord in hun middelen in de openbare terechtzitting van 5 maart 2018.

Artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werden in acht genomen.

## ll. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1\. Eiser sloot een financiële leaseovereenkomst af met Estate Leasing en Finance BV op 30 maart 2009 voor een jacht van het merk Galeon HT 390, met bouwnummer PL-GALTA148J809. De termijn van de leaseovereenkomst wordt bepaald op 2 jaar. De totale investeringswaarde wordt bepaald op 275.862 EUR. De overeenkomst voorziet in een aankoopoptie en de optieprijs bedraagt 14.897 EUR. In artikel 20 van de overeenkomst is volgende clausule (in het vet) vermeld: 1 De LEASENEMER verbindt er zich toe het leaseobject minstens drie maanden in de territoriale wateren van het land van levering, waarvan sprake is in artikel 2.2. van onderhavige overeenkomst te behouden en tegelijkertijd minstens 100 uren te varen in de territoriale wateren van het land van levering, alvorens het Leaseobject in voorkomend geval over te brengen naar een ander land. Bij niet-naleving van deze bepaling komen alle schadevergoedingen, boetes, kosten, heffingen, en belastingen tengevolge van deze verplaatsing of onvoldoende aantal vaaruren ten laste van de LEASENEMER' (stuk 2 A van eiser).

Op 15 juni 2009 wordt het jacht ter beschikking gesteld van eiser in de haven van Duinkerke. Op 2 oktober 2009 wordt het jacht naar Nieuwpoort overgebracht, na 106 vaaruren in Frankrijk.

Er was geen Belgische BTW op de leasovereenkomst verschuldigd omdat een contract van financiële leasing een levering van een financiële dienst betreft conform artikel 18 §1, 13° W.BTW. De plaats van de dienst wordt vastgesteld op de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, zijnde Nederland. Nederland beschouwt de leasing als een levering van een goed, waarbij Frankrijk als plaats van de levering wordt beschouwd. Frankrijk beschouwt de leasing als een verlening van een dienst, waarbij Nederland als plaats van de dienst wordt aangeduid.

Op het einde van de leasetermijn wordt het jacht terug naar Frankrijk overgebracht en heeft eiser de aankoopoptie gelicht voor 14.897 EUR. Op dit bedrag wordt 19,6 % Franse BTW aangerekend.

De Belgische administratie ontving op 20 oktober 2014 informatie van de Nederlandse BTW­ administratie via Eurofisc over de aankoop van een jacht door eiser. De Nederlandse administratie waarschuwde voor een mogelijke artificiële leasing opgezet met het doel geen BTW te betalen.

Op 23 september 2015 worden door de administratie vragen om inlichtingen gesteld aan eiser. Door eiser wordt geantwoord op 9 november 2015, Eiser wordt door de administratie uitgenodigd voor een gesprek op 24 juni 2016. Hieromtrent wordt een proces-verbaal opgemaakt d.d. 28 juni 2016.

Op 25 augustus 2016 wordt door de administratie een brief verzonden aan eiser waarbij wordt meegedeeld dat de verjaringstermijn van 3 jaar zou worden uitgebreid tot 7 jaar ingevolge een overtreding begaan met het bedrieglijk opzet of het oogmerk te schade overeenkomstig artikel 81bls §1, tweede lid, 4" W.BTW"

Door X, attaché bij de algemene administratie van de bijzonder belastinginspectie, 5de directie, inspectie Gent, wordt een proces-verbaal opgemaakt d.d. 7 november 2016. Volgens de administratie werd een constructie opgezet om het jacht aan te kopen quasi vrij van BTW. Volgens de administratie is eiser verschuldigd als BTW 62.195,78 EUR, als geldboete 124.390,00 EUR en intresten vanaf 1 juli 2009. Een dwangbevel wordt uitgevaardigd op 9 november 2016. Het dwangbevel wordt op 18 november 2016 geviseerd en uitvoerbaar verklaard door Y, adviseur BBI te Gent. Het dwangbevel wordt betekend aan eiser op 23 november 2016.

Door eiser wordt fiscaal verhaal aangetekend met een verzoekschrift d.d. 21 februari 2017.

2\. Eiser vraagt dat:

\- de vordering ontvankelijk en gegrond wordt verklaard;

\- voor recht gezegd wordt dat de gevorderde bedragen opgenomen in het dwangbevel d.d. 9 november 2016 niet verschuldigd zijn;

\- ondergeschikt voor recht gezegd wordt dat artikel 10 en 11 G.W. worden geschonden in zoverre artikel 84ter W.BTW niet moet worden toegepast bij de uitbreiding van de verjaringstermijn indien, naast artikel 81bis §1, 4° W.BTW ook een toepassing wordt gemaakt van artikel 81bis §1, W.BTW;

\- meer ondergeschikt de boete wordt kwijtgescholden of minstens wordt verminderd;

\- nog meer ondergeschikt het BTW-bedrag wordt ontheven ten gevolge van een foutieve berekening;

\- verweerder wordt veroordeeld tot terugbetaling aan eiser van alle ten onrechte geïnde bedragen, te verhogen met de wettelijke en de gerechtelijke intresten;

\- verweerder wordt veroordeeld tot de kosten van het geding met inbegrip van de geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding t.b.v. 6.000,00 EUR.

3\. Verweerder vraagt dat de vordering van eiser ontvankelijk doch ongegrond wordt verklaard.

## III. BEOORDELING

### *A.* *Betreffende de toelaatbaarheid*

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

### *B.* *Betreffende de grond*

1\. Betekening dwangbevel

Conform artikel 43, eerste lid Ger.W dient het exploot var betekening te vermelden de naam, de voornaam, de woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats, en in voorkomend geval de hoedanigheid van de persoon voor wie het exploot bestemd is.

Het dwangbevel werd op 23 november 2016 betekend aan eiser, zijnde B.D., Victor, geboren te ... op ... en wonende te .... Niet betwist wordt dat deze gegevens correct zijn.

De rechtbank stelt derhalve vast dat artikel 43, eerste lid Ger.W. werd nageleefd.

Foutief werd evenwel vermeld in de akte van betekening dat eiser tapijtenhandelaar is en handeldrijft onder de benaming 'D.' ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder nummer 0678..... Dit is evenwel niet relevant. De wettelijk vereiste vermeldingen zijn correct en eiser heeft de betekening ontvangen.

2\. Artikelen 81bis §1, tweede lid en 84ter W.BTW

Inzake BTW gelden geen onderzoektermijnen. In artikel 84ter W.BTW wordt niet verwezen naar enig onderzoek. De administratie moet de kennisgeving conform artikel 84 ter W.BTW verzenden wanneer zij voornemens is de zevenjarige verjaringstermijn van artikel 81 bis §1, tweede lid, 4° W.BTW toe te passen. Deze bepaling heeft het over de verjaring van de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten. De vereiste van het voorafgaandelijk karakter van de kennisgeving houdt dan ook in dat de kennisgeving moet gebeuren voorafgaandelijk aan de vordering tot voldoening van de belasting, van de intresten en van de administratieve geldboeten (zie ook Cass. 27 maart 2015, Fiscoloog nr.1428, p.1; Gent 3 mei 2011, Fiscoloog nr. 1268, p. 13). In het schrijven van 25 augustus 2016 wordt verwezen naar artikel 84ter W.BTW en naar artikel 81bis §1, tweede lid, 1° en 4° W.BTW.

Conform artikel 81bis §1, eerste lid W.BTW verjaart de vordering tot voldoening van de belasting, de intresten en de administratieve geldboeten na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, intresten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan. Conform artikel 81bis §1 , tweede lid W.BTW wordt de verjaringstermijn tot zeven jaar uitgebreid wanneer de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden (artikel 81 bis, §1, tweede lid, 4° W.BTW) of wanneer een inlichting, een onderzoek of een controle aantoont dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België en de lichting werd meegedeeld of het onderzoek of de controle werd uitgevoerd door een andere lidstaat van de Europese Unie (artikel 81bis, §1, tweede lid, 1° W.BTW).

Conform artikel 84ter W.BTW moet de voorafgaandelijke, schriftelijke en nauwkeurige kennisgeving van de vermoedens van de belastingontduiking gebeuren in geval van artikel 81bis, §1, tweede lid, 4° W.BTW.

Het bewijs voor de toepassing van de verlengde verjaringstermijn moet door de administratie geleverd worden.

In de brief d.d. 25 augustus 2016 wordt verwezen naar artikel 84ter, 81bis §1, tweede lid 1° en 4° W.BTW. Er wordt gesteld dat er vermoedens van belastingontduiking bestaan lastens eiser voor het tijdperk vanaf 1 januari 2009. Er wordt gesteld dat het dossier opgestart werd n.a.v. inlichtingen verstrekt door de Nederlandse administratie via Eurofisc. Bij nazicht van het dossier werden volgende overtredingen vastgesteld: simulatie van financiële leasing in de periode 2009-2011 en intracommunautaire verwerving van een nieuw voertuig (motorjacht Switch) in 2009 zonder voldoening van BTW.

De rechtbank stelt vast dat de kennisgeving van de vermoedens van belastingontduiking dermate afdoende is dat de belastingplichtige voldoende werd ingelicht omtrent de omstandigheden die aanleiding geven voor het toepassen van de verlengde verjaringstermijn. Er wordt verwezen naar het jacht, de aankoop in 2009 zonder BTW en de gesimuleerde financiële leasing in de periode 2009 - 2011. Op dat moment hoefde de administratie de bewijzen van belastingontduiking niet mee te delen.

Waaruit de schending van het gelijkheidsbeginsel zou bestaan mocht artikel 84ter W.BTW niet van toepassing zijn bij fraude met verlening van de verjaringstermijn op basis van buitenlandse inlichtingen (artikel 81bis, § 1, tweede lid, 1°, W.Btw) stelt eiser niet. Bovendien heeft de administratie wel een voorafgaande kennisgeving verzonden aan eiser.

3\. Procesverbaal en dwangbevel

Noch in het proces-verbaal, noch in het dwangbevel wordt een andere taal gebruikt dan het Nederlands.

Het voorblad van het document dat werd opgesteld door de Eurofisc is wel opgesteld in het Engels. Het document zelf (99 blz. bijlagen) bevat voor een deel stukken die zijn opgesteld in het Frans. Deze stukken met het voorblad zijn als bijlagen gevoegd bij het proces-verbaal van 7 november 2016. Voor het eerst in zijn synthesebesluiten stelt eiser dat de taalwetgeving zou zijn geschonden.

Alle stukken die werden opgemaakt door de Belgische administratie zelf zijn opgesteld in het Nederlands. In deze stukken worden geen passages in het Engels of in het Frans vermeld. Eiser kan moeilijk beweren dat hij de stukken opgenomen in het document afkomstig van de Nederlandse administratie en opgesteld in andere talen dan het Nederlands niet begreep of niet kon lezen, want vele van deze stukken werden ondertekend door eiser en eiser heeft een aantal van deze stukken ook zelf neergelegd zonder vertaling. Bovendien heeft eiser er zelf voor gekozen om het jacht ter beschikking te krijgen in Frankrijk en het daar gedurende 4 maanden te gebruiken. Eiser is de andere gebruikte talen dan blijkbaar ook machtig. De taalwetgeving werd derhalve niet geschonden, noch de rechten van verdediging.

Het feit dat de Nederlandse administratie en Eurofisc op het voorblad verwijzen naar een ander jacht, is niet relevant. Gezien de Nederlandse administratie blijkbaar een groot onderzoek deed naar verschillende jachten die via financiële leasing werden verkregen, is het aannemelijk dat er een vergissing gebeurde. Het document zelf (99 blz. bijlagen) betreft trouwens wel het juiste jacht.

4\. Verschil in interpretatie van eenzelfde rechtshandeling- fiscaal misbruik

Er was geen Belgische BTW op de leasovereenkomst verschuldigd omdat een contract van financiële leasing een levering van een financiële dienst betreft conform artikel 18 §1, 13° W.BTW. De plaats van de dienst wordt vastgesteld· op de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, zijnde Nederland. Nederland beschouwt de leasing als een levering van een goed, waarbij Frankrijk als plaats van de levering wordt beschouwd. Frankrijk beschouwt de leasing als een verlening van een dienst, waarbij Nederland als plaats van de dienst wordt aangeduid. Er werd door eiser enkel Franse BTW betaald over de prijs van de koopoptie.

Voor BTW is er sprake van misbruik wanneer de verrichte handelingen resulteren in het verkrijgen van een fiscaal voordeel waarvan de toekenning in strijd is met de doelstelling beoogd in het W.BTW en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en die handelingen in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel hebben. Als de twee elementen (een belastingvoordeel toegekend in strijd met het door de betreffende regels beoogde doel en het wezenlijk doel van de transactie is het verkrijgen van het voordeel) verenigd zijn, is er sprake van misbruik.

Uit het dossier blijkt dat door de leasing in Frankrijk te lokaliseren vanuit Nederland, geprofiteerd werd van een verschillende interpretatie van die handelingen tussen beide landen. Belangrijk daarbij is dat de leasinggever een Nederlandse BV is, de leasingnemer (eiser) gevestigd is in België, de leasinggever pas is tussengekomen nadat eiser reeds in contact was met de. verkoper van het jacht, eiser geen BTW­ belastingplichtige is, het jacht niet gebruikt is voor de uitoefening van een economische activiteit, het jacht is aangepast aan de wensen van eiser, het jacht is geleverd door een Belgische verkoper, het jacht is overgebracht naar Frankrijk en door Estate Lease & Finance BV op haar Frans BTW-nummer is verworven, het jacht ter beschikking gesteld is van eiser in Frankrijk, het jacht na 4 maanden en 106 vaaruren is overgebracht van Frankrijk naar België, het jacht tot het einde van de leaseovereenkomst in België verbleef, het jacht tegen het einde van de leasingtermijn terug is overgebracht naar Franrijk, de koopoptie is gelicht met toepassing van Franse BTW en het jacht na het lichten van de aankoopoptie terug naar België is gebracht. Alle risico's (herstellingen, verzekeringen, belastingen, ...) werden in de leaseovereenkomst ten laste gelegd van eiser.

De reden waarom eiser het jacht minstens 3 maanden en 100 vaaruren in Frankrijk moest houden (zie artikel 20 van de leaseovereenkomst, stuk 2 A van eiser), is omdat het jacht dan vormelijk niet meer als nieuw vervoermiddel wordt beschouwd wanneer het naar een andere lidstaat wordt overgebracht (artikel 2, tweede lid, b van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006).

Het doel van het gemeenschappelijk BTW-stelsel is mededingingsneutraal te zijn in die zin dat op het grondgebied van elke lidstaat op soortgelijke goederen en diensten dezelfde belastingdruk rust (zelfs indien de tarieven en vrijstellingen niet volledig geharmoniseerd zijn). De mededinging mag niet worden vervalst en het vrije verkeer van goederen en diensten mag niet worden belemmerd. Conform [artikel 2 van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-2) van de Raad van 28 november 2006 zijn aan BTW onderworpen de intracommunautaire verwervingen van goederen die binnen het grondgebied van een lidstaat onder bezwarende titel worden verricht wanneer het nieuwe vervoermiddelen betreft door een niet­ belastingplichtige.

Het afsluiten van de leaseovereenkomst was volstrekt had als kunstmatig en had als werkelijk doel een belastingvoordeel te verkrijgen in strijd met het doel van de bepalingen van de BTW-richtlijn en de nationale wettelijke regeling tot omzetting ervan. Het is duidelijk dat de kunstmatige constructie enkel werd opgezet om de toepassing van BTW bij een intracommunautaire verwerving van een nieuw voertuig te ontlopen via een crossborder leasing. Het gebruik maken van verschillen in interpretatie vormt volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie niet per definitie een vorm van misbruik, indien het gaat om handelingen die niet kunstmatig zijn en in het kader van normale handelstransacties zijn en in het kader van normale handelstransacties zijn verricht in het kader van een normale handelstransactie. De leasingconstructie had geen enkel (niet fiscaal) nut en voegde niets toe aan de handelstransactie. Het enige doel van de kunstmatige crossborder leasing is (bijna) geen BTW betalen.

Het nut van de leaseovereenkomst kan niet geweest zijn het langer in het bezit houden van gelden, want eiser diende een voorschot te betalen van 88.000 EUR en een bankwaarborg van 212.000 EUR. Het betreft ook niet enkel de keuze van de minst belaste weg, maar door de kunstmatige constructie wordt ingegaan tegen wat de wetgever in wezen bedoeld heeft. De crossborder leasing had geen enkel ander doel of reden dan BTW te ontlopen.

Het afsluiten van een leaseovereenkomst met de daarmee gepaard gaande handelingen voor de financiering en waarborg en het overbrengen van het goed naar een andere lidstaat, was volstrekt kunstmatig en had als wezenlijk doel een belastingvoordeel te verkrijgen in strijd met het doel van de bepalingen van de BTW-richtlijn en de nationale wettelijke regeling tot omzetting ervan.

Verweerder voert dan ook terecht aan dat de terbeschikkingstelling door Estate Leasing en Finance BV op 15 juni 2009 dient gekwalificeerd te worden als een levering van een jacht waardoor eiser als eigenaar over de lichamelijke zaak kon beschikken.

Verweerder stelt niet dat er sprake zou zijn van simulatie, maar verweerder steunt zich op fiscaal misbruik.

Het feit dat het jacht na 2012 is overgebracht naar Kroatië, is niet relevant.

5\. Intracommunautaire verwerving

Zoals reeds gesteld blijkt uit het dossier dat de leasinggever een Nederlandse BV is, de leasingnemer (eiser) gevestigd is in België, de leasinggever pas is tussengekomen nadat eiser reeds in contact was met de verkoper van het jacht, eiser geen BTW-belastingplichtige is, het jacht niet gebruikt is voor de uitoefening van een economische activiteit, het jacht is aangepast aan de wensen van eiser, het jacht is geleverd door een Belgische verkoper, het jacht is overgebracht naar Frankrijk en door Estate Lease & Finance BV op haar Frans BTW-nummer is verworven, het jacht ter beschikking gesteld is van eiser in Frankrijk, het jacht na 4 maanden en 106 vaaruren is overgebracht van Frankrijk naar België, het jacht tot het einde van de leaseovereenkomst in België verbleef, het jacht tegen het einde van de leasingtermijn terug is overgebracht naar Franrijk, de koopoptie is gelicht met toepassing van Franse BTW en het jacht na het lichten van de aankoopoptie terug naar België is gebracht. Alle risico's (herstellingen, verzekeringen, belastingen, ...) werden in de leaseovereenkomst ten laste gelegd van eiser.

Verder is belangrijk dat de betalingsbewijzen voor de ligplaats in Frankrijk (Deûlémont) slechts lopen tot 20 september 2009, er taks betaald werd in de haven van Duinkerke voor 1 en 2 oktober 2009 , het jacht op 2 oktober 2009 werd overgebracht naar Nieuwpoort, het jacht vanaf 2 oktober 2009 verbleef in Nieuwpoort met uitzondering van de overbrenging naar Frankrijk voor het lichten van de aankoopoptie.

Eiser heeft dan ook in België een intracommunautaire verwerving verricht van het jacht. Dat het jacht als nieuw diende beschouwd te worden blijkt uit de beoordeling op het tijdstip van de levering van het betrokken goed door de verkoper aan de koper, namelijk op 15 juni 2009. Er moet daarbij uitgegaan worden van het tijdstip van de levering van het betrokken goed en niet van het tijdstip van aankomst in de lidstaat van bestemming en het feit of een vervoermiddel nieuw is wordt bepaald op het tijdstip waarop het recht om als eigenaar over dat goed te beschikken, van de verkoper naar de koper overgaat (HvJ, 18 november 2010 inzake X/Skatteverket [C-84/09](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-84-09-arret)).

De Belgische BTW op een intracommunautaire verwerving van een nieuw vervoermiddel is derhalve verschuldigd.

De maatstaf van heffing bedraagt 296.170,37 EUR (totaal kapitaalbedragen en aankoopoptie) en het tarief 21 %. De maatstaf van heffing is niet de prijs van het jacht zoals betaald werd door Estate Lease en Finance BV, maar wel wat eiser betaald heeft.

6\. Boete

Een administratieve boete van 200 % op het verschuldigde BTW-bedrag heeft een repressief karakter. Het zou strijdig zijn met het gelijkheidsbeginsel mochten de rechtbanken het recht ontzegd worden om op de betwiste administratieve beslissing om een dergelijke geldboete op te leggen, een toetsing met volle rechtsmacht uit te oefenen. Een toetsing met volle rechtsmacht houdt in dat de rechter moet nagaan of een administratieve beslissing met repressief karakter in rechte en in feite verantwoord is en of zij de wettelijke bepalingen en algemene beginselen die de administratie in acht moet nemen, waaronder het evenredigheidsbeginsel, eerbiedigt (Arbitragehof, 24 februari 1999, rolnr. 1279, arrest nr. 22/99).

Dat kan alleen in die zin begrepen worden dat de rechtbank (onder andere) de macht heeft om na te gaan of de concrete administratieve boete al dan niet in een redelijke verhouding staat tot de feiten waaraan de belastingplichtige zich bezondigd heeft. Een dergelijke toetsing brengt nog niet noodzakelijk met zich dat de rechtbank de belastingplichtige, om loutere redenen van opportuniteit of billijkheid, zou bevrijden van de verplichtingen die hem wettelijk zijn opgelegd door de overheid.

Uit de processen-verbaal blijkt dat eiser wetens en willens heeft meegewerkt om een constructie op te zetten met als enig doel bijna geen BTW te betalen op de aankoop van een jacht. Eiser is de koper van het jacht (eindverbruiker) en heeft slechts op een zeer klein deel van de prijs BTW betaald.

De door verweerder bepaalde administratieve boete beantwoordt aldus aan een juiste toepassing van de betreffende wettelijke en reglementaire bepalingen op de vastgestelde feiten, ondanks het hoge bedrag ervan berekend in absolute cijfers. Het opleggen van een boete van 200 % is in deze zaak verantwoord en niet onevenredig met de zware inbreuk.

De boete heeft niet alleen een vergoedende aard, maar heeft ook een bestraffend en afradend karakter. Eiser vraagt uitstel van de geldboete. Indien de wet dit al zou mogelijk maken, ziet de rechtbank geen enkele reden om uitstel te verlenen. Eiser kan moeilijk voorhouden dat hij ter goeder trouw was. Hij heeft de kunstmatige constructie mede mogelijk gemaakt, er actief aan meegewerkt en heeft het voordeel van deze kunstmatige constructie genoten.

### *C.* *Betreffende de kosten*

Gezien eiser in het ongelijk wordt gesteld, moet hij overeenkomstig artikel 1017,1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

Aangezien verweerder niet bijgestaan is door een advocaat, heeft hij geen recht op een rechtsplegingsvergoeding en zijn de gerechtskosten in hoofde van verweerder onbestaande.

### Dispositif

**OM DEZE REDENEN,**

**De rechtbank,**

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend. Verklaart de eis toelaatbaar doch ongegrond.

Veroordeelt eiser tot de kosten van het geding, aan zijn zijde niet te begroten aangezien ze hem ten laste blijven en aan de zijde van verweerder begroot op 0,00 EUR.

Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting in het gerechtsgebouw te Brugge, op negen april tweeduizend en achttien.

Aanwezig zijn:

Ondertekeningen

## Textes cités

3

[CTVA art. 51](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-51) 2 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 2](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-2) 1 occurrence

[C-84/09, arrêt du 18 novembre 2010](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-84-09-arret) 2 occurrences

## Décisions similaires

8

[Droit à déduction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-lien-direct-immediat-tribunal-luxembourg-2022-10-12-162a) 2 dispositions communes

[Droit à déduction, Chevaux, Mécanisme d’auto-liquidation, Reverse charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/droit-deduction-chevaux-mecanisme-auto-cour-appel-anvers-2022-01-18-b391) 2 dispositions communes

[Location, Location d’un moyen de transport](https://juriel.be/fr/jurisprudence/location-moyen-transport-localisation-prestation-cour-appel-bruxelles-2021-05-19-0215) 1 dispositions communes

[Immobilier, Syndicat, Taux de TVA, Transfert de charge](https://juriel.be/fr/jurisprudence/immobilier-syndicat-taux-tva-transfert-tribunal-bruges-2025-06-16-0226) 1 dispositions communes

[Restitution de la taxe suite à l'émission de notes de crédit](https://juriel.be/fr/jurisprudence/tribunal-namur-2022-09-22-02ac) 1 dispositions communes

[Rénovation, nouvelle construction](https://juriel.be/fr/jurisprudence/renovation-nouvelle-construction-taux-reduit-cour-appel-mons-2026-06-05-0589) 1 dispositions communes

[Redevable, Responsabilité solidaire, Report de paiement, Cocontractant](https://juriel.be/fr/jurisprudence/redevable-responsabilite-solidaire-report-paiement-cour-appel-anvers-2022-02-15-073c) 1 dispositions communes

[Séminaire, Différents taux de TVA](https://juriel.be/fr/jurisprudence/hotel-seminaire-differents-taux-tva-tribunal-2026-04-20-0f2e) 1 dispositions communes
