---
title: "Abus fiscal, délai de prescription prolongé · Tribunal de première instance d&#x27;Anvers, 20 octobre 2023"
description: "Abus fiscal, délai de prescription prolongé, prescription de 7 ans. Tribunal de première instance d'Anvers (Belgique), 20 octobre 2023."
url: "https://juriel.be/fr/jurisprudence/abus-fiscal-delai-prescription-prolonge-tribunal-anvers-2023-10-20-09f9"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Abus fiscal, délai de prescription prolongé

**Juridiction**

Tribunal de première instance

**Siège**

Anvers

**Date**

20 octobre 2023

## Sur le document

**Collection**

Jurisprudence belge

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

**Sens lu par le SPF**

favorable à l'État belge

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

108 paragraphes

### Fiche du SPF Finances

Jugement du tribunal de première instance d’Anvers du 20.10.2023

WF 505-15-21/054908

\[Favorable à l’Etat belge\]

*Taxe sur la valeur ajoutée - abus fiscal - délai de prescription prolongé*

## Dispositions légales

[Article 1, §10 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1)

[Article 81bis, §1, deuxième alinéa, 3° du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis)

## Résumé

Le fait qu’il n’y avait aucune justification économique ou financière à la souscription d’un leasing prévoyant des paiements étalés dans le temps, alors que l’essentiel du prix de location avait été acquitté dès le départ, que le yacht a été navigué des Pays-Bas vers la France alors que le contrat initial ne prévoyait rien à cet égard et que l’avocat de l’acheteur a évoqué une « méthode à suivre » afin de réalisé un achat en exemption de TVA, permettre de conclure à l’existence d’un abus fiscal.

**Texte du jugement**

***Le jugement est publié uniquement dans la langue originale***

### Corps de la décision

## Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, sectie burgerlijke rechtbank

Vonnis van 20/10/2023

Rol: 22/1571/A

Inzake:

**A. V. NV**

met maatschappelijke zetel te ...,

ondernemingsnummer: 047...94

eisende partij

\- vertegenwoordigd ter zitting door Mr. K. L. loco Mr. S. S. te ...,

TEGEN:

**1. DE BELGISCHE STAAT,** Federale Overheidsdienst Financiën, in de persoon van de Minister van Financiën, met kabinet te 1000 BRUSSEL, Wetstraat 12, AAII, in de persoon van de Adviseur Invordering — Ontvanger van infocenter Antwerpen, met kantoren te 2000 ANTWERPEN, Italiëlei 4/1, voor wie optreden X, adviseur en X, attaché, beiden bij de FOD Financiën, Belasting en Invordering, Administratie Inkomsten- en Ondernemingsfiscaliteit, sektor BTW, ter beschikking gesteld van de Bijzondere Belastinginspectie; …

verwerende partij

\- vertegenwoordigd door de heer X en X, beiden in hoedanigheid van

attaché bij FOD Financiën.

De rechtbank heeft kennis genomen van:

\- het verzoekschrift van 14 april 2022, ingeschreven op 14 april 2022;

\- de beschikking op grond van artikel 747, § 1 Ger.W. van 10 juni 2022;

\- de conclusie van eisende partij, ontvangen op de griffie op 8 juni 2023;

de conclusie van verwerende partij, ontvangen op de griffie op 17 augustus 2023;

de stukken van partijen.

De rechtbank heeft de middelen en conclusies van partijen gehoord op de openbare terechtzitting van 22 september 2023.

De rechtbank stelt vast dat de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in rechtszaken nageleefd is.

## 1. Feiten en procedurele voorgaanden

Huidige betwisting betreft de vordering opgenomen in het innings- en invorderingsregister met schuldnummer 50...67, uitvoerbaar verklaard lastens eiseres op 31 augustus 2021.

In de loop van 2020 werd door de administratie een onderzoek gestart naar de verkoop van een jacht door eiseres aan de Franse leasingmaatschappij C. F.. De verkoop van het jacht, gelegen in Nederland, werd door eiseres gefactureerd met btw-vrijstelling voor intracommunautaire levering aangezien de boot van Nederland naar Frankrijk werd gevaren en de koper een in Frankrijk gevestigde btw-plichtige betrof. De verkoop van de boot werd door eiseres in haar Nederlandse btw-aangifte voor het vierde kwartaal van 2014 aangegeven als vrijgestelde intracommunautaire levering voor een bedrag van 620.000,00 euro onder het Nederlands btw-nummer van eiseres.

Op 19 juli 2021 verstuurde de administratie een proces-verbaal van vaststellingen aan eiseres waarbij zij aangaf dat op grond van het gevoerde onderzoek was gebleken dat er sprake was van een opgezette constructie waarbij de voormelde Franse leasingmaatschappij kunstmatig werd tussengeschoven om de verwerving van het jacht door dhr. V. W., een Belgische particulier, vrij van belasting te kunnen laten plaatsvinden. De wettelijk verschuldigde Belgische btw, die eiseres had moeten aanrekenen aan dhr. V. W. ais eindgebruiker van het jacht, werd op die manier niet betaald. Volgens de administratie was er aldus sprake van fiscaal misbruik. De administratie herkwalificeerde de handeling ais een in België belastbare verkoop op afstand ([artikel 15, §1, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-15)). Als gevolg hiervan werd een btw-bedrag nagevorderd ten bedrage van 130.200,00 euro alsook een geldboete van 26.040,00 euro (20%), meer de nalatigheidsinteresten. Aangezien de gewone driejarige termijn inmiddels verstreken was werden deze bedragen nagevorderd in toepassing van [artikel 81bis, §1, tweede lid, 3° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) (stuk 1 AD).

Op 13 augustus 2021 werd namens eiseres meegedeeld dat zij niet akkoord kon gaan met de aangekondigde navordering (stuk 2 AD).

Op 30 augustus 2021 werd de btw-schuld opgenomen in het innings- en invorderingsregister met schuldnummer 50...67 en uitvoerbaar verklaard op 31 augustus 2021 (stuk 4 eiseres).

Op 1 februari 2022 werd het bezwaar van eiseres tegen het proces-verbaal van 19 juli 2021 afgewezen (stuk 3 AD).

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie op 14 april 2022 stelde eiseres een vordering in rechte in.

## 2. Vorderingen van partijen

Eiseres verzoekt de rechtbank:

\- haar vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren, en bijgevolg;

\- het innings- en invorderingsbericht btw met artikelnummer 50...67 te vernietigen en verweerder te veroordelen tot terugbetaling van alle sommen die ten onrechte uit hoofde van voormeld bericht zouden zijn geïnd of ingehouden, vermeerderd met de wettelijke en gerechtelijke interesten;

\- verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 7.000,00 euro.

Verweerder verzoekt de rechtbank:

\- het verzoek van eiseres ontvankelijk, doch ongegrond te verklaren; eiseres in al haar eisen af te wijzen;

\- de vordering zoals geformuleerd in het innings-en invorderingsregister d.d. 19 juli 2021 te bevestigen.

## 3. Ontvankelijkheid

De ontvankelijkheid van de vordering van eiseres wordt door verweerder niet betwist. Er zijn evenmin ambtshalve aan te voeren bezwaren betreffende de ontvankelijkheid.

De vordering van eiseres is dan ook ontvankelijk.

## 4. Beoordeling

### 4.1. Betreffende de toepassing van [artikel 1, §10 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1)

De administratie beroept zich ter onderbouwing van de btw-navordering op fiscaal misbruik cfr. [artikel 1, §10 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) om de intracommunautaire levering van eiseres aan de Franse leasingmaatschappij C. F. en de navolgende huurovereenkomst tussen C. F. en dhr. V. W. aan te merken als een in België belastbare verkoop op afstand cfr. [artikel 15, §1, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-15).

Eiseres meent dat de administratie het bestaan van fiscaal misbruik niet aantoont. Volgens eiseres is de niet-verschuldigdheid van de Belgische btw niet toe te schrijven aan de intracommunautaire levering maar uitsluitend het gevolg van de leasingovereenkomst die de Franse leasingmaatschappij met dhr. V. W. heeft gesloten en de plaatsbepalingsregels die gelden voor de dienst die bestaat uit de verhuur van het jacht. Minstens dient te worden vastgesteld dat eiseres volledig vreemd is aan het fiscaal misbruik, zij heeft niet meegewerkt aan de constructie noch heeft zij enig voordeel genoten.

[Artikel 1, §10 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) bepaalt dat er voor de toepassing van het btw-wetboek sprake is van misbruik *"wanneer de verrichte handelingen resulteren in het verkrijgen van een fiscaal voordeel waarvan de toekenning in strijd is met de doelstelling beoogd in dit Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en die handelingen in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel hebben".*

Opdat er van misbruik sprake is, dient de administratie aan te tonen dat:

\- een belastingvoordeel wordt toegekend in strijd met het doel van de btw-regeling (objectief element). Er is sprake van strijdigheid met het doel van de betrokken bepalingen wanneer blijkt dat er ingevolge een geheel van objectieve omstandigheden rechten of voordelen worden toegekend die objectief gezien niet bedoeld zijn voor dergelijke omstandigheden;

\- uit het geheel van objectieve factoren blijkt dat het verkrijgen van dat voordeel het wezenlijk doel is van de operatie (subjectief element). Het doel moet objectief worden bepaald door de vaststelling dat er geen andere (economische) verklaring voor de activiteit is dan het verkrijgen van een belastingvoordeel.

Aldus is een dubbel bewijs vereist om van misbruik te kunnen spreken.

Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze wel degelijk sprake van fiscaal misbruik in de zin van [artikel 1, §10 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1).

De rechtbank wijst ter zake onder meer op de volgende elementen uit het voorliggende dossier:

\- op 15 september 2014 werd een verkoopovereenkomst opgesteld tussen eiseres en dhr. V. W. met tussenkomst van de Nederlandse bemiddelaar S. N. BV voor de verkoop van een tweedehandsjacht ten bedrage van 750.000,00 inclusief btw, met levering en overdracht in Nederland (stuk B.1 AD). Deze overeenkomst werd ondertekend door eiseres;

\- op 8 oktober 2014 werd door de advocaat van dhr. V. W. een schrijven gericht aan dhr. V. W. waarbij uitleg werd gegeven over hoe een verkoop van het jacht zonder btw zou kunnen gebeuren in toepassing van [artikel 39bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) en waarbij het te volgen pad via een Franse koper, zijnde C. F., werd aangeduid. Tevens werd in het schrijven vermeld dat eiseres nog een *pro forma* factuur zou overmaken aan de advocaat ten bedrage van 620.000,00 euro voor controle door de Franse koper C. F. (stuk B.2 AD). Deze factuur werd op 8 oktober 2014 opgemaakt door eiseres (stuk B.3 AD). Hierbij dient opgemerkt te worden dat het verschil in verkoopprijs nagenoeg overeen komt met het bedrag aan btw dat dhr. V. W. verschuldigd zou geweest zijn bij een rechtstreekse verkoop;

\- op 13 oktober 2014 werd een akkoord bereikt tussen C. F. en dhr. V. W. over de financiering van de totale som van 744.000,00 euro

(620.000,00 euro + 20% Franse btw), waarbij werd overeengekomen dat de leasing

werd gesloten voor 144 maanden. Dhr. V. W. diende een waarborg te betalen van 111.600,00 euro en een eerste aanbetaling van 260.400,00 euro, de

overige 143 maandelijkse betalingen bedroegen 3.282,00 euro (stuk B.4 AD). In totaal diende dhr. V. W. aldus onmiddellijk een bedrag van 372.000,00 euro te betalen. Op 21 oktober 2014 werd de huurovereenkomst met aankoopoptie gesloten (stuk B.5 AD);

\- op 28 oktober 2014 werd een betaling van in totaal 352.000,00 euro gedaan aan eiseres middels tussenkomst van de Nederlandse bemiddelaar S. N. BV op instructie van dhr. V. W.. Op 31 oktober 2014 werd nog een bijkomende overschrijving gedaan door S. N. BV ten bedrage van 20.000,00 euro aan eiseres (stuk B.6 AD). Het is in deze opmerkeiijk dat de Nederlandse bemiddelaar tussenkwam bij de betalingen aangezien deze enkel betrokken was in de oorspronkelijke rechtstreekse verkoopovereenkomst tussen eiseres en dhr. V. W.;

op 30 oktober 2014 werd de verkoopfactuur tussen eiseres en C. F. opgemaakt met vermelding dat de bijdrage van 372.000,00 euro reeds werd betaald door de huurder, dhr. V. W. (stuk B.7 AD). Op het moment van de aankoop van het jacht had dhr. V. W. aldus reeds meer dan de helft van de aankoopprijs van het jacht betaald;

\- op 30 oktober 2014 werd het jacht door de zaakvoerder van eiseres van de Nederlandse haven (Breskens) naar Duinkerke (Frankrijk) gebracht, de vaststellingen werden opgetekend door een deurwaarder (stuk B.8 AD);

\- op 4 november 2014 werd het resterende bedrag van de verkoopprijs door C. F. overgemaakt aan eiseres met vermelding "V. W." in de mededeling (stuk B.10 AD);

\- uit de facturen van de Koninklijke Yacht Club Nieuwpoort aan dhr. V. W. blijkt dat het jacht sedert 14 november 2014 tot aan de doorverkoop van het jacht in 2017 door dhr. V. W. en zijn echtgenote in Nieuwpoort lag;

\- op 24 februari 2017 werd er een overeenkomst tot verkoop opgesteld tussen dhr. V. W. en zijn echtgenote ais verkopers en Poolse kopers, op dat moment was dhr. V. W. evenwel geen eigenaar van het jacht (stuk B.12 AD). Op 12 april 2017 werd het jacht door C. F. overigens verkocht aan M. Y. C. (stuk B.16 AD), dhr. V. W. is op papier aldus geen eigenaar geworden van het jacht. Het afrekeningsbedrag exclusief btw van de leasing werd door dhr. V. W. via de tussenpersoon M. Y. C. afgelost aan C. F. (stuk B.13 AD).

Uit het geheel van deze elementen blijkt ontegensprekelijk dat het oorspronkelijk de bedoeling was van dhr. V. W. om het betreffende jacht rechtstreeks aan te kopen bij eiseres. De keuze om een Franse leasingmaatschappij tussen te schuiven had enkel tot doel om toepassing te kunnen maken van de vrijstelling voor intracommunautaire levering teneinde op die manier de in België verschuldigde btw te vermijden. Zoals de administratie terecht stelt was er geen enkele economische of financiële verantwoording om een leasing met gespreide betalingen aan te gaan aangezien het grootste deel van de huurprijs door dhr. V. W. reeds werd betaald bij aanvang. Het blijkt niet dat dhr. V. W. een financiële leasing nodig had om de aankoop van het jacht te financieren. Evenmin was er enige reden om het jacht van Nederland naar Frankrijk over te brengen aangezien het duidelijk nooit de bedoeling was van dhr. V. W. om het jacht in Frankrijk te gebruiken. Het tussenschuiven van de Franse leasingmaatschappij kan dan ook niet anders verklaard worden dan het creëren van een situatie waarin toepassing kan gemaakt worden van de vrijstelling voor intracommunautaire levering (cfr. [artikel 39bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis)) zodat geen Belgisch btw werd aangerekend op de verkoop van het jacht aan een Belgische particulier. Er werd in deze aldus wel degelijk gehandeld in strijd met de bedoeling van de wet teneinde een fiscaal voordeel te verkrijgen.

In tegenstelling tot wat eiseres voorhoudt zijn er in huidig dossier wel degelijk concrete aanwijzingen dat eiseres op het ogenblik van het opstellen van de overeenkomst met de Franse leasingmaatschappij wist of diende te weten dat de intracommunautaire levering van het jacht een louter kunstmatig karakter had.

De rechtbank wijst ter zake op volgende elementen:

\- de voorafgaandelijk opgemaakte verkoopovereenkomst tussen eiseres en dhr. V. W., waaruit duidelijk blijkt dat het de initiële intentie was om het jacht rechtstreeks te verkopen aan dhr. V. W.;

\- het gegeven dat de advocaat van dhr. V. W. voorafgaandelijk aan het voorstel van 'het te volgen pad' contact heeft gehad met eiseres aangaande de mogelijke verkoop onder vrijstelling van btw in toepassing van [artikel 39bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis);

\- het gegeven dat meer dan de helft van de betaling van de verkoopprijs werd betaald aan eiseres middels tussenkomst van de Nederlandse bemiddelaar S. N. BV op instructie van dhr. V. W. hoewel deze bemiddelaar enkel en alleen betrokken was bij de initiële verkoopovereenkomst;

\- het transport van het jacht naar Frankrijk hoewel daar in de initiële overeenkomst geen melding van werd gemaakt;

\- het gegeven dat de zaakvoerder van eiseres bij de levering van het jacht te Duinkerke zowel eiseres als C. F. vertegenwoordigde, hoewel daartoe geen volmacht werd gegeven, de koper was zelf niet aanwezig. Dit kan onmogelijk als een normale handelstransactie aangemerkt worden.

De rechtbank besluit dan ook dat het fiscaal misbruik in deze wel degelijk toerekenbaar is aan eiseres.

Aangezien blijkt dat er *in casu* sprake is van fiscaal misbruik dienen de in het kader daarvan verrichte transacties zo te worden geherdefinieerd dat de situatie hersteld wordt zoals zij zou geweest zijn zonder de transacties die het misbruik vormen. De administratie heeft de door eiseres aangegeven intracommunautaire levering geherkwalificeerd in een in België belastbare verkoop op afstand (cfr. [artikel 15, §1, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-15)). De rechtbank stelt ter zake vast dat door eiseres geen betwisting wordt gevoerd aangaande deze herkwalificatie.

### 4.2. Betreffende de toepassing van de verlengde verjaringstermijn (cfr. [artikel 81bis, §1, tweede lid, 3° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis))

De administratie heeft de btw nagevorderd in toepassing van [artikel 81bis, §1, tweede lid, 3° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis).

Dit artikel bepaalt dat de zevenjarige verjaringstermijn van toepassing is wanneer *"bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in Belgie, dat er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn".*

De rechtbank stelt vast dat geen betwisting wordt gevoerd over het gegeven dat *in casu* voldaan is aan de voorwaarde dat er bewijskrachtige gegevens zijn waarvan de administratie kennis heeft gekregen. Eiseres meent evenwel dat deze verjaringstermijn uitsluitend van toepassing is wanneer de belastingplichtige een bepaling van de btw-wetgeving heeft overtreden, wat in het geval van fiscaal misbruik niet het geval is. De navordering is volgens eiseres dan ook verjaard.

De rechtbank wijst er in deze op dat de betreffende zevenjarige verjaringstermijn van toepassing is wanneer bewijskrachtige gegevens aantonen dat:

\- belastbare handelingen niet werden aangegeven in België;

\- er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld, of

\- er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn.

Voor de toepassing van [artikel 81bis, §1, tweede lid, 3° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) is het aldus voldoende dat bewijskrachtige gegevens aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven.

*In casu* blijkt dat gelet op het fiscale misbruik en de daaropvolgende herkwalificatie ten onrechte een belastbare handeling, zijnde een in Belgie belastbare verkoop op afstand, niet werd aangegeven door eiseres. De administratie kon derhalve wel degelijk een beroep doen op de verlengde verjaringstermijn van [artikel 81bis, §1, tweede lid, 3° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis).

## 5. Kosten van het geding

Eiseres dient als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld te worden tot de kosten van het geding.

Aangezien verweerder niet wordt vertegenwoordigd of wordt bijgestaan door een raadsman, dient er geen rechtsplegingsvergoeding te worden bepaald.

### Dispositif

OM DEZE REDENEN

**DE RECHTBANK**

Rechtdoende op tegenspraak.

Alle andere en strijdige conclusies verwerpend.

Verklaart de vordering van eiseres ontvankelijk maar ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de kosten van het geding, in hoofde van de Belgische Staat niet begroot en door de rechtbank vereffend op 0,00 euro.

Dit vonnis werd uitgesproken op **twintig oktober tweeduizend drieëntwintig** in openbare

zitting van de Kamer AFi1, die samengesteld was uit:

M. D., rechter

K. M., griffier

## Textes cités

4

[CTVA art. 81bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-81bis) 7 occurrences

[CTVA art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) 6 occurrences

[CTVA art. 15](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-15) 3 occurrences

[CTVA art. 39bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-39bis) 3 occurrences

## Décisions similaires

8

[Exonération, Livraison intracommunautaire, Vente à distance](https://juriel.be/fr/jurisprudence/exoneration-livraison-intracommunautaire-vente-distance-tribunal-anvers-2023-10-20-4111) 4 dispositions communes

[Siège d'une activité économique, compétence pénale](https://juriel.be/fr/jurisprudence/siege-activite-economique-competence-penale-cour-appel-gand-2024-01-09-4bee) 3 dispositions communes

[Commissionnaire en douane, Société de droit français, Importation/Transfert](https://juriel.be/fr/jurisprudence/commissionnaire-douane-societe-droit-francais-cour-appel-bruxelles-2026-03-24-d88c) 3 dispositions communes

[Vente à distance, Renseignements provenant de l'étranger](https://juriel.be/fr/jurisprudence/vente-distance-renseignements-provenant-etranger-cour-appel-bruxelles-2024-11-20-3008) 2 dispositions communes

[Conseil, Intention frauduleuse, Lieu de prestation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/conseil-intention-frauduleuse-lieu-prestation-cour-appel-bruxelles-2025-03-19-39e9) 2 dispositions communes

[Relevé de régularisation, Signature pour accord, Pouvoir de représentation](https://juriel.be/fr/jurisprudence/releve-regularisation-signature-accord-pouvoir-cour-appel-bruxelles-2021-01-21-5e60) 2 dispositions communes

[Livraisons intracommunautaires exemptées, Echange d’informations entre Etats membres](https://juriel.be/fr/jurisprudence/livraisons-intracommunautaires-exemptees-echange-informations-tribunal-liege-2022-12-06-7cf1) 2 dispositions communes

[Dépassement du seuil des acquisitions intracommunautaires](https://juriel.be/fr/jurisprudence/depassement-seuil-acquisitions-intracommunautaires-renonciation-cassation-all-2022-11-25-9d03) 2 dispositions communes
